Uit: Ravage #4 van 16 maart 2001

Films over mensenrechten

Van 28 maart tot en met 1 april 2001 wordt in de Balie en het City theater in Amsterdam de vierde editie van het Amnesty International Filmfestival gehouden. Op het programma staan circa vijftig speelfilms en documentaires over mensenrechten. Met name de marteling is een van de dominante thema's op het festival.

Het uitgangspunt van de organisatoren van het Amnesty International Festival (AIF) is altijd geweest om een zo'n breed mogelijk spectrum van politieke films te vertonen. En omdat de twee filmgenres, de documentaire en fictiefilm, beide aan bod komen, krijgen de toeschouwers de gelegenheid de verschillen en overeenkomsten tussen beide te ervaren. Zo belicht Ken Loach in zijn speelfilm Bread and Roses het lot van illegale Latijns Amerikaanse schoonmakers in Los Angeles. Daar tegenover staat bijvoorbeeld Hillbrow Kids van regisseur Michael Hammon, een documentaire over straatkinderen in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg.

Juist de mengeling van fictiefilm en documentairefilm maakt dit festival tot een spannende ervaring. Jammer dat de organisatoren van het AIF overwegen om het festival op te heffen. Festivaldirecteur Leo Hannewijk vindt het bijna sadistisch om tien films over mensenrechten achter elkaar te zien. (Filmkrant, maart 2001). Daarom wordt er naar een alternatief voor dit festival gezocht.

In het Amnesty International magazine Wordt Vervolgd stelt Ally Derks, de directeur van het IDFA, voor om het Amnesty programma binnen het IDFA te halen. Wanneer echter het AIF onderdeel zou worden van het IDFA zou het eigen karakter van het festival verloren gaan. Kleine filmfestivals zijn toch al zo kwetsbaar, journalisten tonen doorgaans weinig interesse voor deze evenementen. Er kunnen niet genóeg filmfestivals zijn om de moeilijke, politieke en provocerende film een podium te geven.

Aansprekend voorbeeld hiervan is de aangrijpende Indonesische videofilm A Poet van regisseur Garin Nugroho. A Poet gaat over de massamoorden eind 1965 in Indonesië. Dichter Ibrahim Kadir werd, evenals een miljoen anderen, gevangen genomen. Aanleiding was de moord op zeven generaals in Jakarta die werd toegeschreven aan de communistische rebellen.

Kadir, afkomstig uit het opstandige Atjeh, werd ervan beschuldigd een communistische activist te zijn. Hij belandde zonder enige vorm van rechtspraak in de gevangenis. Daar was hij getuige van martelingen en executies. Kadir werd na 22 dagen vrijgelaten, met als reden dat hij per abuis was gearresteerd...

In A Poet speelt Kadir samen met tientallen toenmalige lotgenoten de gebeurtenissen in de gevangenis na. De vorm waarin dat gebeurt is 'didong', de traditionele vorm van poëzie in centraal Atjeh. Sober en traag ontspint het drama zich in A Poet.

Een film als Botin de guerra (Oorlogsbuit) van de Argentijnse cineast David Blaustein is het tegenovergestelde van sober. De film gaat over de brutale kinderroof van het militaire bewind tussen 1976 en 1983, het drama van de ongeveer vijfhonderd verdwenen kinderen. Het is bedoeld als een hommage aan de dwaze moeders, die met niet aflatende energie en moed een symbool zijn geworden voor de mensenrechtenstrijd. Behalve getuigenissen en archiefmateriaal maakt hij gebruik van speelfilm-elementen; potsierlijke en verwarrende scènes met dwergen en tango muziek getuigen van de creatieve aanpak van de regisseur. Zonder die overbodige franje zou de film beter zijn geworden. Aangrijpend is wel het slot wanneer de foto's van al die verdwenen jonge mensen aan het oog voorbij trekken.

Het programma van AIF heeft een hoge kwaliteit met tal van aansprekende titels. Deze films kunnen zorgen voor verhitte discussies achteraf. Want een overtuigend gemaakte film over een politiek onderwerp als mensenrechten heeft altijd meer impact dan een stapel krantenartikelen.

Ulrik van Tongeren

 

 


..