Uit: Ravage #297/298 van 17 dec 1999

Moeizame solidariteit

Solidariteit met mensen elders op de wereld blijkt steeds weer moeilijker dan het lijkt. Vaak zitten eigen fantasieën en behoeften een gelijkwaardige en wederkerige relatie in de weg. Het resultaat is eenrichtingsverkeer van daar naar hier.

Schrijven over solidariteit met een strijd, volkeren of individuen elders op de wereld is zoiets als het schrijven over een monument. Iedereen ziet er iets anders in en in de loop der tijden verandert het van karakter. Vanaf de jaren tachtig heeft het woord solidariteit langzaam maar zeker een andere betekenis gekregen. Het is meer gemeengoed geworden, meer onderdeel van het dagelijks taalgebruik en niet meer voorbehouden aan een exclusieve groep. Om het plat te zeggen, behoorde het woord in het verleden tot het taalgebruik van de communisten. Het woord had een lading, betekende iets, zorgde voor verbondenheid tussen mensen die zich solidair voelden met dezelfde strijd.

De fantasie lijkt het woord te hebben verlaten. Doordat het gemeengoed is geworden, ontbreekt aan het woord de lading die het altijd heeft gehad. Iedereen kan en is solidair met iemand, iets, wat dan ook. Die verandering heeft niet alleen met de ontideologisering van de samenleving te maken. De wereld is 'kleiner' geworden. Mensen reizen sneller naar Ecuador of Peru dan tien jaar geleden. De confrontatie met een andere cultuur leidt soms tot vertederende uitingen van betrokkenheid.

Ik weet nog goed dat twee vrouwen na een vakantie in Bolivia aan mij vroegen wat zij konden doen voor een weeshuis dat zij hadden bezocht. Zij waren er zo van onder de indruk dat zij iets wilden doen. Al jaren verzamelen zij nu op de meest vreemde manieren geld in en betrekken vrienden en familie in hun passie. Ze keerden ook een aantal keer terug om te kijken hoe het met het huis gaat. Betrokkenheid, passie, verbondenheid, vriendschap; die vrouwen voelen dat allemaal. Zij zullen van zichzelf vinden dat zij solidair zijn met de Boliviaanse weeskinderen. Maar is dit solidariteit? Of is het goedbedoelde charitas?

Nicaragua

Verstokte Nicaragua-gangers zullen wijzen op het essentiële verschil in de bewogenheid van die vrouwen en de 'sandalistas', de deelnemers aan tientallen brigades in Nicaragua. Deze maakten onderdeel uit van de ondersteuning van de revolutie van de Sandinisten. Nee, het waren geen avontuurlijke werkvakanties, het waren reizen die een hoger doel aanhingen. Ik ben ook gegaan. Ik voelde me wel degelijk een avonturier. Nog nooit was ik zo ver van huis geweest en alleen de cultuurschok al deed mij bedenken of het überhaupt mogelijk was deze te overbruggen.

Zeker de revolutie was voor mij een drijfveer om daar te gaan werken aan de verdere opbouw van bijvoorbeeld het onderwijs. Maar ook de mensen, het samenwerken en samenleven in een dorp met verscheurde families (familieleden die bij de Contra's en familieleden die in het Sandinistische leger vochten).

En toen, de verkiezingen. De Sandinisten verloren en de rechtse coalitie UNO ging de regering vormen. Enkele dagen na de verkiezingsoverwinning reden de eerste uit Miami geïmporteerde auto's door de straten van Managua. Veel mensen uit de solidariteitsbeweging waren teleurgesteld, sommigen voelden zich zelfs verraden door de mensen die zij hadden ondersteund. Zij keerden hen de rug toe. De Nicaragua-beweging raakte in het slop en werd ingehaald voor de stedenbanden. Laagdrempelige ontwikkelingshulp van dorp tot dorp en van stad tot stad. Een beetje wat die twee vrouwen met het weeshuis in Bolivia doen.

Mensen uit de Nicaragua-beweging voelden zich solidair met het Nicaraguaanse volk. Nachten werden er doorgewerkt om genoeg geld op te halen voor een vrouwenhuis of coöperatie, een brochure over de oorlog tegen de Contra's te schrijven, tentoonstellingen in elkaar te zetten, een benefiet te organiseren en ga zo maar door. Nee, inzet voldoende, betrokkenheid te over.

Sommigen omschreven Nicaragua als hun tweede thuis. Jarenlang was de Nicaragua-beweging het hart van de solidariteitsbeweging en in één dag sloeg dat om. De mensen op de coöperaties veranderden niet. Misschien hebben zij er zelfs niet eens bij stilgestaan wat het stemmen zou betekenen voor hun relatie met de internationale vrijwilligers. Solidariteit had een duidelijke politieke kleur. Maar is dat solidariteit? Of is het eigen belang, de eigen wens, de eigen behoefte aan een revolutie?

Balkan

De jaren negentig kende opnieuw een golf van betrokkenheid. De oorlog op de Balkan, een kluwe van conflicten waaruit niet zomaar één-twee-drie een dader en een slachtoffer viel te destilleren. Vluchtelingen waren de slachtoffers, maar zij hadden verschillende nationaliteiten. Geen slechte Contra's, yanks en goede Sandinisten.

Vanuit een steunpunt voor vredesgroepen in voormalig Joegoslavië besloten we mensen naar vluchtelingenkampen in de regio te sturen voor allerlei hand en spandiensten. Het initiatief kwam van het antioorlogscentrum in Zagreb (Kroatië) en was bedoeld om de verschillende nationaliteiten die in die kampen verbleven nader tot elkaar te brengen. Joegoslavië, dichtbij, mediaoorlog. Er melden zich tientallen mensen. Zij wilden iets doen, voelden zich machteloos en kregen nu de mogelijkheid om iets 'voor' de vluchtelingen te doen. Zij waren solidair. Voor hen bezat solidariteit geen politieke kleur. Vluchtelingen waren vluchtelingen en niet Kroaten, Serven of Bosniërs.

Bij één van de eerste groepen vrijwilligers zat een vrouw die na een verblijf van enkele weken in een vluchtelingenkamp besloot daar voor langere tijd te blijven. Na een jaar kwam zij terug en ik ontmoette haar op het kantoor. Zij had een duidelijke verklaring over de oorlog. De Serviërs waren de slechten en de Bosniërs en de Kroaten de goeden. Zij was niet de enige die zo terugkeerde. Velen gingen haar voor en volgden haar.

Wat als vredesinitiatief van start was gegaan, verzandde in een charitatief project waarbij niet geschroomd werd stelling te nemen. Verschillende pogingen om de discussie over de oorlog bij vrijwilligers naar een politiek inhoudelijk niveau te tillen mislukten. Zij waren solidair met de vluchtelingen die het meest in de knel zaten. In Nederland kon rationeel nog wel een verhaal worden gehouden over de schuld of niet-schuld die alle partijen in het conflict hadden. Afgereisd naar de Balkan, tussen de tenten in de verschillende kampen ontbrak het velen aan de moed en overtuiging om te zeggen dat de Serviërs ook slachtoffers waren. De Joegoslaviëgangers gingen niet alleen uit charitatieve motieven naar de Balkan. Ze schaarden zich achter een partij in het conflict.

Los van de vraag of die keuze te rechtvaardigen is, werd het uitgangspunt van het initiatief en dat van vredesgroepen in voormalig Joegoslavië door die keuze teniet gedaan. Zij stelden namelijk het contact tussen de verschillende nationaliteiten voorop. Is dit dan nog wel solidariteit te noemen? Het is geen charitas, ook geen eigen behoefte aan revolutie, eerder een te grote identificatie met het slachtoffer. Door het gebrek aan afstand zijn zij partij geworden. Solidariteit met mensen elders lijkt een onmogelijke opgave en is dat ook. Meestal zitten eigen fantasieën en behoeften in de weg. Of dat nu een wens tot revolutie is of de verklaring van een oorlog. Wat solidariteit zo moeilijk maakt zijn de gelijkwaardigheid en wederkerigheid die het van een beweging verwacht. Gelijkwaardigheid en wederkerigheid die er meestal niet zijn. Hier is het geld, het tempo, kennis, technologie, contacten. Daar is geen geld, weinig contacten en veel meer drempels.

Het resultaat is dan een soort eenrichtingsverkeer van hier naar daar. Brigades die daar gaan werken, onderzoek doen, een congres van een beweging bijwonen, koffieplukken, enzovoorts. Incidenteel komt een verdwaalde vertegenwoordiger of 'leider' van daar hierheen. Het programma van de desbetreffende persoon is overladen met bezoekjes aan fondsenorganisaties in Europa. De korte tijd die hij of zij hier verblijft moet maximaal worden benut. Men komt hier namelijk niet zo vaak.

Rick van Amersfoort

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999