Uit: Ravage #297/298 van 17 dec 1999

CAMPAGNEVOEREN deel 2

Een Kat in het nauw...

De bewoners van het Amsterdamse kraakpand 'De Zwarte Kat' werden in 1994 opgescheept met een ontruimingsbevel. De rechter gaf hen zes weken de tijd om het pand vrijwillig te verlaten. Deze korte termijn was lang genoeg om een plan de campagne op te starten die vriend en vijand verbaasde.

,,Het heeft me altijd verbaasd dat bewoners van gekraakte panden in paniek raakten zodra ze, vaak na jarenlange bewoning, een brief ontvingen van de kadastrale eigenaar met de mededeling dat ze moesten vertrekken''. Aan het woord is Alex van Veen, voormalig bewoner van De Zwarte Kat, een pand aan de Reguliersgracht in Amsterdam dat in 1981 werd gekraakt.

,,Zo'n ontruimingsdreiging zie je toch van verre aankomen? Je hebt in wezen alle tijd om een draaiboek voor een campagne samen te stellen. Maar wat zien we in de praktijk? De krakers ontvangen een oprotbrief, reageren cool en voeren in het gunstigste geval op z'n snelst een week later de eerste actie. Terwijl je je tegenstander moet zien te overtroeven. Hoe? Door nog op de dag dat je de oprotbrief ontvangt met een flinke club sympathisanten en de pers op de stoep te staan bij de eigenaar. Desnoods een dag later. Hoe sneller je reageert, hoe banger ze van je worden. Je moet de aanval meteen pareren met een reeks tegenacties. Meestal hebben ze daar niet van terug.''

Op vergelijkbare adequate wijze heeft De Zwarte Kat zowel in 1986 als in 1988 een ontruiming weten de voorkomen. Totdat 1994 aanbrak, een jaar waarin de vernieuwde woongroep onderling sterk verdeeld was over te voeren acties en daarbij nauwelijks kon rekenen op voldoende steun van buitenaf. ,,Het draaiboek uit 1985 bleek zwaar gedateerd, véél te heftig. Al die jaren hebben we het nooit meer aangepast aan de wensen van de nieuwe bewoners en de politieke praktijk. In wezen kon het zo de prullenbak in'', vertelt Alex.

Begin '94 werd De Kat gedagvaard in kort geding, maar dat liep nog goed af. De eigenaar ging in hoger beroep met hetzelfde uit z'n duim gezogen verhaal, en hij won. Eind juli plofte er een pakketje vonnissen op de deurmat van het kraakpand, gericht aan negen personen die op het adres stonden ingeschreven. Binnen zes weken dienden de bewoners vertrokken te zijn. Zonder draaiboek en met een sfeer in huis ,,die aanvankelijk om te snijden was'' moest er een plan worden bedacht. ,,Het was aanvankelijk een deprimerende tijd'', vervolgt Alex, ,,de een wilde met vakantie, de ander ging op zoek naar vervangende woonruimte, terwijl een derde zich terugtrok op z'n kamer. Er bleek weinig actiebereidheid, ook bij mij niet. De kraakbeweging hing ook als los zand en rituelen uit het verleden aan elkaar. Wij hadden daar weinig binding mee. Toch wilde ik koste wat het kost zien te voorkomen dat we er een voor een tussenuit zouden knijpen, waarna het pand òf met stille trom verlaten zou worden òf mogelijk overgenomen zou worden door andere krakers die er dan een vesting van zouden maken. Het was óns huis, wij moesten het na dertien jaar dan ook maar ten grave dragen.''

Drie dagen na ontvangst van het vonnis lanceerde Alex het idee om van De Zwarte Kat een kraakmuseum te maken. ,,Niemand van ons had er zin in om het pand te gaan barricaderen, dat vonden we veel te defensief en deprimerend. Nee, we zouden naar buiten treden, onze deuren wagenwijd openzetten voor het publiek. Je had die koppies moeten zien op de huisvergadering, prachtig!'' Het plan werd uitgewerkt in de vorm van een scenario. Naar de buitenwereld toe zou de schijn worden opgewekt dat De Kat al sinds een jaar zou fungeren als kraakmuseum dat slechts te bezoeken was op afspraak. Alex: ,,Op 11 september, een week voor het ultimatum dat we vertrokken moesten zijn, zou het kraakmuseum met veel tamtam geopend worden. Die feestelijke dag beschouwden we intern als dé afscheidsdag van De Kat, waarvoor we tal van ex-bewoners zouden uitnodigen.''

Er werd snel een steungroep opgericht, want met vijf bewoners doe je niet zo veel. ,,Het werd een hectische tijd. Let wel, we hadden toen nog maar vier weken om acties te voeren, publiciteit te verkrijgen, het kraakmuseum gestalte te geven en het programma voor de feestelijke opening voor te bereiden. Daarnaast, en dat is beslist geen onbelangrijk detail, waren we als bewoners om z'n beurt bezig vervangende woonruimte te zoeken. Tijd om een goed uitgebalanceerde campagnegroep op te zetten was er niet.''

Vanaf het eerste kort geding, februari 1994, werden de buurtbewoners diverse malen ingelicht middels een huisaanhuis bezorgde nieuwsbrief. In de stad werden posters geplakt. Collegakrakers van de Zwarte Kat werden vanaf de eerste dreigbrief van de eigenaar tot en met de opening van het kraakmuseum vrij uitvoerig ingelicht met verhalen in de Grachtenkrant, een intern kraakperiodiek. Voor de tussentijdse acties werd gemobiliseerd met briefjes en via mond-op-mond reclame. Op de verzamelpunten werd dan uitgelegd wat de bedoeling was van de actie.

Half augustus werd het kantoor van de eigenaar in Amsterdam bezet, waarmee niet alleen deze man onder druk kon worden gezet, maar ook de nodige publiciteit werd verkregen voor de penibele situatie waarin het 'kraakmuseum' verkeerde. Alex: ,,Die actie was wel belangrijk. Je moet namelijk ook concrete pressie zien uit te oefenen tijdens zo'n kortstondige campagne. Achteraf gezien hadden we te weinig puf om meer van dit soort acties te voeren. Het hoofdproject, de totstandkoming van het museum, slokte teveel energie op.''

Enige dagen later werd een gemeentelijke commissievergadering bezocht met vijftig sympathisanten. Een door De Kat benaderde politicus pleitte vergeefs voor legalisatie van het kraakmuseum. Voor de verdere vervolmaking van het kraakmuseum werden een aantal kraakclubs benaderd, zoals het Staatsarchief, het Kraakspreekuur Centrum, SPOK en radio de Vrije Keyser. ,,Het doel hiervan was tweeledig: we wilden met het kraakmuseum ook aantonen dat de kraakbeweging nog lang niet uitgestorven is, maar het was voor de bewoners van de Kat tevens een maniertje om een bruggetje te slaan met de actieve krakers van dat moment.''

Zodra de maand september aanbrak stond het kraakmuseum vrijwel dagelijks wel in een of andere krant. ,,Dat vonden ze natuurlijk prachtig, een kraakbeweging die voor zichzelf een museum opricht. Maar dat het pand binnen korte tijd ontruimd zou worden, dáár hadden ze weer geen boodschap aan. Typisch.'' Op de feestelijke openingsdag van het kraakmuseum kwamen duizend mensen af, waaronder opvallend veel buurtbewoners. ,,We verkeerden in een soort van overwinningsroes. Dat hadden we met z'n tienen toch maar mooi eventjes klaar gespeeld.''

In de dagen na de opening, waarvan de beelden via CNN de wereld rondgingen, werd het kraakmuseum dagelijks door gemiddeld dertig mensen bezocht. ,,Het waren bizarre dagen. We groeiden in onze rol als kraaksuppoost, terwijl de deadline naderde. Bij het wijkteam van de politie werden ze bijkans helemaal gek, nadat een agent zonder dat hem een strobreed in de weg werd gelegd zomaar De Zwarte Kat, in hun ogen een lastig pand, binnen kon wandelen om het kraakmuseum te bezichtigen. En dat drie dagen voor de ontruiming!''

Uiteindelijk gelastte de afdeling Algemene Zaken de bewoners van De Kat voor een afspraak op het stadhuis. ,,Kregen we een week uitstel van ontruiming, niet omdat we zulke aardige krakers waren, maar om ons in de gelegenheid te stellen de spullen van het kraakmuseum in veiligheid te brengen.''

Naar buiten toe deed De Kat het voor komen dat het pand niet verdedigd zou worden op de ontruimingsdag. Maar intern was het plan om voor die dag zoveel mogelijk mensen op te trommelen, die vervolgens samen met de pers alle kamers, gangen en halletjes van het pand zouden gaan bezetten. ,,We gokten op 150/200 mensen. Daarmee zou de politie misschien wel een daglang bezig zijn geweest om het pand te ontruimen.''

Maar het pakte anders uit, hetgeen vooral te wijten was aan een gebrekkige mobilisatie. ,,Achteraf gezien bleken we het meeste kruit verschoten te hebben met het kraakmuseum. De rek was eruit, het hoogtepunt voorbij.'' Op 27 september ontruimde de ME vrij eenvoudig het museum. Voor het pand hadden zo'n vijftig personen een menselijk blokkade gevormd. ME te paard reed op de mensen in, hetgeen een hachelijke situatie opleverde. De dertig personen in het pand werden gearresteerd. ,,Dankzij dat kraakmuseum heb ik korte tijd gedacht dat we de ontruiming zouden kunnen tegenhouden. Dat een of andere rijke pief het pand zou kopen en het vervolgens aan ons zou schenken. Het kan geen kwaad om in een dergelijke gespannen situatie op zo'n verrassende ontknoping te hopen. Het sterkt je in je dagelijkse strijd met anderen. Je moet ervan overtuigd zijn dat je het onheil kunt verjagen, wilskracht tonen en dat ook uitstralen. Anders begin je niks met een campagne.''

Jeroen Schwartz

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999