| |
|
Uit: Ravage #297/298 van 17 dec 1999
'Sociale bewegingen zijn altijd versnipperd geweest'
Het is alweer ruim acht jaar geleden dat er een studie verscheen over hedendaagse Nederlandse sociale bewegingen. Terwijl elders de publicaties elkaar in rap tempo opvolgen blijft het in Nederland, op een paar historische studies na, stil. Heeft dit te maken met een drastische afname van bewegingsactiviteiten in ons land? We legden deze vraag voor aan een bewegingsonderzoeker.
"Ondanks ups en downs is de lange-termijntrend er nog altijd een toename van bewegingsactiviteit, of we nu kijken naar het aantal acties, naar de aantallen deelnemers of naar de ledentallen van bewegingsorganisaties". Dit schreef Ruud Koopmans in 1992 in de studie Tussen verbeelding en macht: 25 jaar nieuwe sociale bewegingen in Nederland. Nu, eind jaren negentig, zal menigeen bij deze opmerking toch even de wenkbrauwen fronsen. Vooral in radicale kringen vindt men het de laatste jaren maar een matte zooi. Het is allemaal te versnipperd. Voor acties of campagnes zijn maar moeilijk mensen te mobiliseren. Van massa-bewegingen zoals de anti-kernenergiebeweging en vredesbeweging van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, was dit decennium al helemaal geen sprake. De vrouwen- en homobeweging doen vrijwel alleen nog van zich spreken op hun 'eigen' dag op respectievelijk vrouwendag en roze zaterdag. Gekraakt wordt er nog steeds, maar de huidige kraakbeweging staat in geen verhouding tot die van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Hein-Anton van der Heijden, als politicoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en een van de redacteuren van Tussen verbeelding en macht geeft toe dat er nu anders over sociale bewegingen zou worden geschreven. ,,De situatie eind jaren zeventig, begin tachtig met een grote kraakbeweging en de acties in Dodewaard was vrij uniek. Er bestond een grote infrastructuur van mensen en groepen die elkaar kenden. Maar deze structuur heeft maar een korte periode bestaan. Na 1985 is deze eigenlijk verdwenen. De radicale beweging was alleen begin jaren tachtig heel actief. Daarbij werden de grote antikernwapenacties niet georganiseerd door radicale groepen - hoewel ze wel deelnamen - maar door het IKV die al haar lokale groepen wist te mobiliseren.'' Toch is Van der Heijden niet zo negatief over de jaren negentig. ,,Er is in de jaren heel veel gebeurd. Vooral de Nederlandse milieubeweging maakte in tegenstelling tot andere landen een ongekende groei door. In andere landen zie je tot 1992 een stijging van het aantal leden van milieuorganisaties, daarna hollen ze achteruit. In Nederland blijft het aantal stijgen. Greenpeace had in 1992 in de VS meer dan anderhalf miljoen donateurs en nu nog maar tweehonderdduizend. In Nederland is dat gelijk gebleken rond de zeshonderdduizend. In 1992 hadden alle georganiseerde milieuorganisaties bij elkaar 2 miljoen leden en nu 3,5 miljoen. De meeste zitten natuurlijk bij het Wereldnatuurfonds, Natuurmonumenten en Greenpeace. Je kunt je afvragen wat dit met sociale bewegingen te maken heeft. Het zijn vooral ledenorganisaties. Maar de radicale poot van de milieubeweging is in de jaren negentig ook gegroeid. Zowel het aantal actiegroepen als het aantal acties dat zij voerden is gestegen. Het aantal blokkades, bezettingen en brandstichtingen is veel groter dan in de jaren tachtig.'' Groene polder Het groene poldermodel heeft dus vooralsnog niet tot een afname van het aantal milieuacties geleid. Integendeel, de laatste jaren neemt het aantal acties significant toe. Vooral radicale groepen als het Earth/Animal Liberation Front en Groen Front! zijn hiervoor verantwoordelijk. Maar ook Milieudefensie en Greenpeace dragen hun steentje bij. De combinatie van grote geïnstitutionaliseerde milieuorganisaties en daarnaast radicale groepen is typisch Nederlands. Volgens Van der Heijden bepaalt de politieke mogelijkhedenstructuur in een land wat voor soort sociale bewegingen er komen. ,,Nederland heeft in vergelijking met andere Westeuropese landen een hele sterke staat. Deze is uitgebalanceerd en repressief als het nodig is. Als je niet al te radicale middelen gebruikt en mee wilt praten ben je van harte welkom: kom zitten, neem koffie, enzovoorts. Vervolgens kun je rekenen op een substantiële subsidie. Maar als je wilt praten en radicale methoden blijft gebruiken, dan volgt repressie. Politiekorpsen van een aantal plaatsen in Nederland zijn al bezig met onderzoek naar een meer geïntegreerde bestrijding van het radicale milieuactivisme.'' Deze criminalisering heeft ook haar neerslag in de berichtgeving over radicalere acties. Wanneer je Amerikaanse en Nederlandse kranten vergelijkt, zie je volgens Van der Heijden dat er in de VS veel meer aandacht wordt besteed aan de motieven die bijvoorbeeld achter een aanslag schuilgaan. In Nederland heeft men het al snel over criminelen. ,,Dat zag je ook weer in de wijze waarop er over Seattle werd bericht: dat ging over oproerkraaiers, relschoppers, enzovoorts. Terwijl CNN het had over demonstranten en aandacht besteedde aan hun motieven.'' Omdat Van der Heijden de enige wetenschapper in Nederland is die zich met de milieubeweging bezighoudt, wordt hij vaak gevraagd om voor het Journaal of actualiteitenprogramma's commentaar te leveren als er weer eens een aanslag of andere actie is geweest. ,,Ik heb nu als voorwaarde dat ik dat alleen maar doe als tenminste de helft van de vragen gaan over de motieven achter een actie. Bovendien weet ik niks van de strategieën van clubs als het ALF en hoe ze politie weten te ontwijken.'' Volgens Van der Heijden onderscheidt het beleid van de Nederlandse overheid zich door een vurig verlangen om de onzekerheid te reduceren. ,,Het effect van sociale bewegingen zit hem in het uitdagen van de autoriteiten, het creëren van onzekerheid en solidariteit tussen de deelnemers. Voor een overheid is onzekerheid iets om getikt van te worden. Ze weten dan nooit wat ze kunnen verwachten. Daarom wordt het groene poldermodel zo gepusht. Een beweging wordt daarmee voorspelbaar, hanteerbaar en overzichtelijk. De onzekerheid wordt gereduceerd. Die drang was er al in de jaren tachtig is in de jaren negentig sterker geworden. Wijnand Duyvendak, campagneleider van Milieudefensie, werd een paar jaar geleden in De Telegraaf nog uitgemaakt voor staatsvijand nummer één. Nu praat hij in de hoogste regionen mee. In het hypothetische geval dat het ALF zou aanbieden om mee te praten over scherpere wetgeving op het gebied van nertsenfokkerijen, ligt er een paar dagen later een uitnodiging in de bus.'' In Engeland is zoiets volgens Van der Heijden ondenkbaar: ,,Er is daar door de overheid nauwelijks contact gezocht met de anti-road movement en het heeft ook vrij lang geduurd voordat de politie repressief ging optreden.'' Opheffen De Engelse anti-road movement is wel succesvol gebleken. De regering Blair heeft bij haar aantreden een groot aantal geplande wegenbouwprojecten geschrapt. Ook de acties tegen de jacht en de verbouw van genetisch gemanipuleerde gewassen lijken succes te boeken. De vraag dient zich aan of in het groene poldermodel vooral de overheid als winnaar uit de bus komt. De grote milieuorganisaties houden de mensen van straat en geven hen tegelijkertijd het idee dat ze iets voor het milieu doen, door maandelijks een tientje over te maken. Tegelijkertijd zullen door de criminalisering mensen zich niet snel bij een actiekamp van Groen Front! aansluiten. Van der Heijden: ,,De successen die Natuur & Milieu en Milieudefensie boeken door deel te nemen aan overlegstructuren zijn vooral procedureel. Men mag overal over meepraten, maar inhoudelijk levert het bijna niets op. Natuur & Milieu voorzitter Van de Biggelaar zal er mee schermen dat hij er voor heeft gezorgd dat een convenant een iets radicale inhoud heeft gekregen door hun inbreng. Maar ja wat betekent dat? Hoe groot is de waarde daarvan? Of je de uitbreiding van Schiphol tegenhoudt met deze vorm van overleg vraag ik me af. Dat de noordtak van de Betuwelijn niet doorgaat heeft vooral financiële redenen, hoewel ik nog wel wil verdedigen dat deze zonder het verzet van lokale milieu- en bewonersgroepen wel door zou zijn gegaan.'' Zou het voor de milieubeweging niet beter zijn als de grote organisaties zich opheffen? Van der Heijden: ,,Dat doen ze natuurlijk niet. Natuur & Milieu wil door onderhandelen kleine successen bereiken, niet met acties. Die kant gaat Milieudefensie inmiddels ook op. De groene polderaars hebben het volkomen gewonnen. Daarom is die fusie tussen Natuur & Milieu en Milieudefensie ook logisch. Vijf jaar geleden had je daar echt niet mee aan moeten komen, maar ja dat is de bekoring van het pluche.'' Van der Heijden verwacht niet dat de kerngroepen van Milieudefensie de fusie zullen accepteren. ,,Het zal me niks verbazen als veel groepjes eruit stappen en weer overgaan tot directe actie.'' Dat de versnippering, die binnen de actiebeweging al zo groot is, alleen maar groter zal worden is volgens Van der Heijden geen probleem. ,,De actiebeweging is altijd versnipperd geweest. Alleen de acties van de kraakbeweging begin jaren tachtig en de acties in Dodewaard kwamen vanuit dezelfde groepen voort. Dat was de laatste niet versnipperde golf. Alles daarna, na 1982, is versnippering. Het Dierenbevrijdingsfront opereerde los van andere groepen, dat geldt nu ook voor het ELF, ALF en Groen Front!'' Coalities Een belangrijke ontwikkeling in de jaren negentig is de verplaatsing van acties van nationaal naar supranationaal niveau. De enige massale actie in de jaren negentig vond tijdens de Eurotop in Amsterdam plaats. Deze trend zie je ook elders. Neem de acties tegen het IMF in Berlijn en de recente acties tegen de WTO-top in Seattle. Het positieve aan acties als deze is volgens Van der Heijden dat ze niet tegen een concrete maatregel zijn gericht, maar op de maatschappij en de cultuur. ,,De vrijhandel stond ter discussie, niet een aspect daarvan. Dit garandeert een maximum aan publiciteit en is heel gemakkelijk communiceerbaar. Daarbij is een niet-ideologische uitdrukking van anti-kapitalistisch verzet. Niet op basis van een marxistische analyse, maar gewoon heel simpel: "wereldvrijhandel is slecht voor het milieu en kost banen". ''In tegenstelling tot het anti-kapitalistische verzet in de jaren '70 en begin '80, dat nogal eens in het marxistische keurslijf werd gedwongen, is dit meer een post-moderne variant van verzet waarin verschillende redenen om je te verzetten naast elkaar kunnen bestaan. Van der Heijden vindt dit een positieve ontwikkeling: ,,Daardoor worden coalities mogelijk. De geschiedenis van de nieuwe sociale beweging is er altijd een geweest van gelegenheidscoalities. De grote bewegingen in Nederland, de vredesbeweging en de anti-kernenergiebeweging waren coalitie-bewegingen. Hét succesverhaal van de jaren negentig in de VS bijvoorbeeld is de Enviromental Justice Movement waarin raciale en milieustijd samen gingen. Deze beweging ontstond na de ontdekking dat driekwart van de afvalstortplaatsen in zwarte woonwijken of steden was gevestigd. Die coalities zijn altijd tijdelijk, maar noodzakelijk voor het behalen van succes.'' Freek Kallenberg Naar boven Naar Jaargang 1999 |