Uit: Ravage #284 van 14 mei 1999

Maatschappij kan niet zonder rellen

Binnenkort nieuwe relpiek

Hij spreekt van 'doelrellen' en 'vervelingsrellen', terwijl we om de dertig jaar een 'relpiek' mogen verwachten. En, rellen zijn noodzakelijk. Immers, ,,het bed van de overheid moet van tijd tot tijd flink opgeschud worden want anders krijg je vlooien'', vindt sociaal psycholoog Hans van de Sande. Ravage, dé rellenkrant bij uitstek, legde z'n oor te luister bij deze specialist in massa-psychologie.

,,Machthebbers zijn altijd bezig met het consolideren van hun eigen positie, ervoor te zorgen dat hun bedje steeds beter gespreid wordt. Wanneer ze het daarbij te dol maken, komt het volk in opstand. In een flink aantal gevallen bleek zo'n opstand een heilzame werking te hebben gehad. Een opstand is dan ook onderdeel van het spel der maatschappelijke krachten. Dat moet je niet willen sturen, maar z'n gang laten gaan.''

Aan het woord is Hans van de Sande (56), docent massa-psychologie op de Rijksuniversiteit Groningen. De boekenkast in z'n veel te krappe kamer puilt uit van de lectuur over volksopstanden en rellen. Van de Sande heeft z'n beroep gemaakt van het bestuderen van de wijze waarop mensen zich gedragen in grotere groepen, zoals bij feesten en rellen.

Van de Sande: ,,Je hebt rellen, opstootjes, opstandjes, opstanden en revoluties. Kenmerkend voor dat soort verschijnselen is dat de geldende normen dan ineens niet meer gelden. Bij een rel krijg je al gauw het idee dat daarbij mensen in het geweer komen zonder extern doel. Een voetbalrel typeer ik dan ook als een 'vervelingsrel'. Hierbij geldt slechts een intern doel, namelijk de persoonlijke kick. Sensatie is een heel wezenlijke drijfveer van de mens.''

De rel vorig jaar in Amsterdam Overtoomseveld, waarbij de Marokkaanse jeugd zich tegen de politie verweerde, zou hij daarentegen eerder als 'doelrel' willen typeren. ,,Naarmate er meer mensen uit andere culturen naar ons land komen, ontstaan er bepaalde natuurlijke processen die altijd plaatsvinden wanneer verschillende bevolkingsgroepen samen moeten leven. Hierbij raakt meestal een tweede generatie jongeren betrokken, waarvan een aanzienlijk deel wel eens eerder met de politie in aanraking is geweest.''

In Europa heb je minstens vijftien rassenrellen per jaar, waarbij hoofdzakelijk Noordafrikaanse jongeren betrokken zijn. Volgens Van de Sande zit er een vast patroon in. ,,Je kunt deze rassenrellen herleiden tot de primitieve oorlogsvoering tussen diverse stammen. De Noordafrikaanse jongens in Westeuropese samenlevingen komen van tijd tot tijd in eenzelfde soort toestand terecht, waarin onze Germaanse voorvaderen ooit terecht kwamen als ze de Romeinen weer aan zagen komen. Het is kruit wat onder onze samenleving ligt.''

Escalatieproces

De studentendemonstratie van 8 mei 1993 in Den Haag, die volledig uit de hand liep, noemt Van de Sande een duidelijke doelrel. Ondanks het feit dat de rel volgens hem geïnitieerd werd door een groep autonomen. ,,De autonomen voerden op een gegeven moment een aanval uit op de ME, die op hun beurt terug gingen slaan. En, zoals we allemaal weten, gebeurt dat zonder aanziens des persoons. Daarmee maak je vijanden. Jongeren, die aanvankelijk niets tegen de ME hebben, gaan uit woede ook stenen gooien. Dat zijn bekende escalatieprocessen.''

Dergelijke processen zie je volgens Van de Sande ook terug bij voetbalwedstrijden. ,,Er zitten lui tussen het publiek die niets om het voetbal geven, maar graag vechtpartijen willen zien.'' De lust tot vechten beschouwt Van de Sande overigens als een ,,redelijk respectabele menselijke aandrift''. ,,We hebben niet voor niets zoveel officieren rondlopen in het leger. Een heel gerespecteerd deel van de Nederlandse bevolking houdt zich bezig met geweld, dus waarom een deel van de jongeren niet? Voetbalvandalen zouden wellicht heel goed in het leger passen. Daarmee heb je meteen een goed leger.''

Van de Sande ziet een groot verschil in de op geweld uitzijnde anarchist/autonoom en de voetbalvandaal. ,,Autonomen komen veelal voort uit een andere cultuur. De autonomen die ik zelf destijds in het gekraakte WNC pand hier in Groningen heb leren kennen, die overigens nu uitzonderlijk brave jongens zijn geworden, hadden een bepaalde linkse ideologie in hun bagage. Hun strijd op straat maakte onderdeel uit van hun strijd tegen de staat. De voetbalvandaal daarentegen zoekt de confrontatie vanwege de kick. Het voetbalvandalisme kan min of meer vergeleken worden met een vorm van klassenstrijd. Dat is ook de reden dat het voetbal een ideale plek is om dit soort ongenoegens te uiten.''

,,Voetbalvandalen zijn in de regel niet zo anti agressie gesocialiseerd als kinderen uit de bovenklasse. Aanschouw de taferelen op de schoolpleinen van de volksscholen en de welgesteldere instituten die veelal in de binnensteden gesitueerd zijn. Op de volksscholen wordt er door de jongens aanmerkelijk meer gevochten dan op de scholen voor kinderen uit een beter opgeleid milieu. Het al dan niet toepassen van geweld is vooral het gevolg van vroege socialisatieprocessen.''

Relpieken

Volgens de sociaal psycholoog is het een misvatting om te veronderstellen dat er vandaag de dag sprake is van een orgie van geweld, zoals vaak wordt gesuggereerd. ,,Geweld is van alle tijden, al geef ik toe dat het er nu soms wel erg hard aan toegaat. In de jaren vijftig ging ik naar het voetbal kijken in Apeldoorn. De grootste attractie waren de gevechten op de tribunes. Ook messengevechten waren voor 1900 een geliefde volkssport.''

De Nederlandse bevolking heeft zich volgens Van de Sande vanaf 1900 enorm keurig gedragen. Dit heeft volgens hem veel te maken heeft met het drankgebruik. ,,Er is geen land ter wereld waar in de jaren zeventig zo weinig gedronken werd als hier. De laatste jaren zijn we per hoofd van de bevolking alweer bijna toe aan het niveau van vóór 1900. En hoe meer men drinkt, hoe valser men vecht.''

Aan de hand van onderzoeken, uitgevoerd door Rudolf Dekker ('Holland in Beroering' en 'Oproeren in Holland' van uitgeverij AMBO), kun je constateren dat er tussen 1600 en 1800 diverse relpiekperiodes plaats hebben gevonden. Dekker heeft in dat tijdsbestek alle rellen die zich afspeelden in de provincies Noord en Zuid Holland in kaart gebracht en in een database gezet. Vervolgens heeft hij het aantal rellen per jaar geteld en die van de voorafgaande twee en de twee daarop volgende jaren daarbij opgeteld en dat weer door vijf gedeeld.

De grafiek die daarop volgt maakt duidelijk dat er ruwweg om de dertig jaar sprake is van pieken en dalen. Vervolgens heeft Van de Sande een onderzoek van het Franse koppel Tilly en Tilly erbij genomen, die hetzelfde gedaan hebben maar dan alleen voor Frankrijk over de periode 1830-1960. Ook uit dit onderzoek blijkt er een rellencyclus van dertig jaar te zijn. Zet je de bevindingen per maand op een rij, dan blijken de meeste rellen plaats te vinden in de zomermaanden, terwijl de wintermaanden relatief rustig zijn gebleven.

Jeugdemancipatie

Een aanzienlijk deel van de rellen die we hier in de zeventiende en achttiende eeuw hebben gehad, waren voedselrellen. Deze voedselrellen vonden voornamelijk plaats in de maanden dat er nog wel voedsel, zoals aardappelen, voorhanden was, maar men wist dat er maanden van schaarste zouden volgen, bijvoorbeeld vanwege een mislukte oogst.

,,De mensen kwamen in opstand in een periode dat men inschatte dat het doel haalbaar was'', zegt Van de Sande. ,,Zo plunderden de vrouwen de wagons, waarin de aardappelen voor de export lagen opgeslagen.'' Ook dit waren doelrellen. De vervelingsrellen kwamen in deze periode veelvuldig voor op kermissen. Deze rellen liepen soms zo uit de hand dat het leger erbij werd gehaald. ,,Nou, dan werd er ook met scherp geschoten hoor. Het was geen uitzondering dat hierdoor op een kermisrel veel doden vielen.''

De meest recente relpiek hield dik tien jaar aan. Die begon in 1968 en hield tot 1985 aan. Dit was in heel Europa een periode waarin de oproerpolitie constant moest ingrijpen. Van de Sande, die de diverse oproeren heeft geanalyseerd, kwam tot de conclusie dat ze allen in het teken stonden van een jeugdgeneratie die druk bezig was zichzelf te emanciperen.

,,Je zag in de jaren zestig al heel sterk dat de jeugd zich, naar aanleiding van de Vietnam-oorlog, apart organiseerde en profileerde van de ouderen. Jonge mensen probeerden voor zichzelf een plaats te vinden in de maatschappij. De kraakbeweging is hiervan een duidelijk voorbeeld. De strijd tegen speculatie was in wezen een zijstraat. Maar ook het voetbalvandalisme mag je in dit kader niet te vergeten, wat in wezen de opstand van de arbeidersklasse genoemd mag worden.''

De geweldsspiraal van vandaag de dag, zich veelal afspelend in het weekend, en waarbij de politie in het nauw wordt gedreven, zijn in de ogen van Van de Sande de voorbode van een nieuwe relpiek. ,,Deze vrijwel wekelijkse conflicten halen lang niet altijd de pers. Hierdoor lijkt het alsof we in een relatief rustige periode leven. Toch heerst er een heel andere sfeer dan in de jaren zeventig en tachtig. In wezen leven we op de rand van een vulkaan.''

Preventie

Dat het politie apparaat zich steeds beter tegen geweld wil beschermen, bijvoorbeeld door preventieve maatregelen in te voeren, begrijpt Van de Sande wel. ,,Vanuit het gezichtspunt van de machthebbers bezien is het preventief oppakken van een groep in potentie openbare ordeverstoorders een uiterst lucratieve maatregel. Je kunt ze weer loslaten zodra het gevaar geweken is, het feest voorbij is. Maar het is tegelijkertijd een gevaarlijke maatregel. Want wat gebeurt er als de groep in kwestie een nobel doel nastreeft? Dan ontstaat er een vreemde botsing van belangen.''

In wezen komt de nieuwe maatregel van de overheid voort uit de methode Koppejan, waarbij in de jaren zestig groepjes provo's van straat werden geplukt en ver buiten de stad werden losgelaten.
,,Deze methode werd destijds onwettig verklaard, hetgeen in die tijd een novum was, want daarvoor kon feitelijk alles. Wat je tegenwoordig ziet is dat de privacy van de burger verloren gaat, als gevolg van het opleggen van steeds meer regels. We kunnen onze kont niet meer keren of ze weten wat we doen. Aan de ene kant is het zo dat onze vrijheid enorm wordt ingeperkt, terwijl onze rechten enorm worden uitgebreid. Deze ontwikkelingen bewegen zich zo naar elkaar toe, dat het individu bijna geen bewegingsvrijheid meer heeft.''

Volgens Van de Sande moet het wat de preventieve en repressieve maatregelen (zoals stillen en observatiecamera's) betreft nu ook weer niet te gek worden, want straks zijn er helemaal geen rellen meer. ,,Rellen zijn belangrijk voor de maatschappij. Het bed van de overheid moet regelmatig flink worden opgeschud anders krijg je vlooien. Buiten dat, rellen ontstaan vrijwel altijd door dom optreden van de ME.'' Hij verwacht dat het hier rond het jaar 2005 weer gierend uit de klauw zal lopen. ,,Maar als het vijf jaar eerder is, moet je niet vreemd opkijken.''

Als het aan hem ligt zal de jeugd zich massaal gaan keren tegen wat hij noemt het 'amerikanisme'. ,,Alles in het leven lijkt hier nog slechts om geld te draaien. Het consumentisme viert hoogtij. Wat dat aangaat leveren de krakers een goed voorbeeld. Zij tonen aan dat je ook met sobere middelen een goed leven kunt leiden, dat je af moet blijven van de oude gebouwen.''

Alex van Veen

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999