- Home
- Archief
- 1999

Uit: Ravage #283 van 30 april 1999

Debat over klonen gemanipuleerd

Klonen, in de wetenschapswereld kloneren genoemd, is een nieuwe techniek die verregaande gevolgen kan hebben voor onder andere de morele status van embryo's, het ervaren van maatschappelijke verplichtingen door vrouwen en het beeld van een lichaam of lichaamsdelen als handelswaar. Onlangs vond er in Maastricht een openbaar debat plaats over reproductief en niet reproductief klonen, dat voor Herman van Wietmarschen van de kritische groep NoGen werd bijgewoond.

Het debat van 26 april (1999) was onderdeel van een serie hoorzittingen en debatten over klonen, georganiseerd door het Rathenau Instituut in samenwerking met andere organisaties. Hiermee wordt gepoogd de discussie omtrent klonen te verbreden en te verdiepen. Bij dit debat was bijvoorbeeld een burgerpanel aanwezig, als representatie van de invloed van de leek. Echter het leek gehalte van dit panel valt te betwijfelen, daar vier van de acht leden een academische opleiding voltooid hadden, hetgeen toch niet representatief genoemd kan worden voor onze samenleving. Wat misschien een beter beeld gaat geven van wat de samenleving wenst, is een enquÍte die het Rathenau instituut naar aanleiding van klonen aan het houden is onder de bevolking.

Een schokkende ervaring vond ik de opmerkingen tijdens het debat van dr. Ir. M. Hilhorst die pleitte voor vrijheid voor iedereen. Hij had niet zo veel vertrouwen in de overheid en vond dat deze zich niet zoveel zou moeten bemoeien met de voortplanting. Hiermee bedoelde hij dat mensen die een kloon van zichzelf wilden maken dat gerust zouden mogen doen. Drs. G. de Wert vond wel dat er een verschil in leeftijd moest zitten tussen de klonen, zodat er niet bijvoorbeeld drie identieke klonen van dezelfde leeftijd konden zijn omdat dit de identiteit van de klonen in gevaar zou kunnen brengen. Tegen mijn verwachting in is de ethische toelaatbaarheid van het klonen van mensen onder een aantal ethici al onderschreven.

Embryo's

Een belangrijke toepassing van het klonen ligt in het verkrijgen van cellen om te transplanteren in patiŽnten. Om specifieke cellen te krijgen die geschikt zijn voor transplantatie, moeten embryonale of normale stamcellen gebruikt worden. De technieken met embryonale stamcellen zijn het verst gevorderd. Deze cellen moeten dus verkregen worden uit embryo's die speciaal voor dit soort onderzoek worden gekweekt, of worden afgestaan door moeders die embryo's overhouden van IVF behandelingen.

Om afweerreacties tegen geÔmplanteerde cellen te voorkomen, wordt er gezocht naar manieren om van lichaamseigen cellen embryonale stamcellen te kweken die geschikt zijn voor transplantatie. Hiertoe worden lichaamseigen celkernen in eicellen gebracht die vervolgens worden opgekweekt tot embryo's. Daaruit wil men de embryonale stamcellen halen die vervolgens opgekweekt moeten gaan worden tot bijvoorbeeld spiercellen, hersencellen of levercellen. In de techniek waar nu het meest over gesproken wordt, moeten in ieder geval embryo's gemaakt of gebruikt worden.

Voor het verkrijgen van deze embryo's wordt door ethici, juristen en onderzoekers voortdurend gesproken over rest embryo's van IVF behandelingen. Echter een medewerkster van de IVF werkgroep in Utrecht en dr. C.L. Mummery vertelden dat er over hooguit twee jaar geen sprake meer is van rest embryo's vanwege de verbetering van IVF technieken. Dit betekent dat over twee jaar uitsluitend embryo's verkregen kunnen worden door ze speciaal voor het onderzoek te maken. Het is zeer de vraag of mensen wel zitten te wachten op een dergelijk instrumenteel gebruik van potentiŽle mensen. Een embryo kan heel gemakkelijk gezien gaan worden als een grondstof voor het verkrijgen van een biologisch product, transplanteerbare cellen.

Lichaam als handelswaar

Hierboven beschreef ik dat een embryo gezien kan worden als een grondstof. Een andere noodzakelijke grondstof voor klonen is een eicel. Dr. J.A. Gupta gaf een goed voorbeeld van de manier waarop mensen tegen eicellen aankijken kan veranderen. Op het Internet bieden vrouwen hun eicellen te koop aan. Daarbij maken ze een keurige schets van eigenschappen die hun product aantrekkelijk maken zoals: 'ik ben studente aan de Universiteit...' Dit laat zien dat onderdelen van een lichaam een handelswaarde gaan krijgen.

Raken we hier niet nog een stap verder verwijderd van het zien van een embryo of eicel als een potentieel levend mens? Ook de producten van kloon technieken krijgen een handelswaarde. De stamcellijnen en de producten ervan (spiercellen, hersencellen, levercellen, niercellen, enz) die onderzoekers trachten te maken zullen zeer gewild zijn bij patiŽnten, en daardoor een economische waarde krijgen. Geron Corp. en Advanced Cell Technology zijn voorbeelden van bedrijven die investeren in stamcel technieken, om hier later winst mee te kunnen boeken. Vandaag de dag worden er vrijwilligers die lijden aan de ziekte van Parkinson behandeld met dopamine producerende zenuwcellen die uit geaborteerde foetussen worden geÔsoleerd.

Een interessant punt dat werd aangesneden door dr. M. Kirejczyck is dat uitsluitend vrouwen de producenten zijn van eicellen en embryo's. Embryo's kunnen in een reageerbuis gemaakt worden. Maar er blijft een eicel nodig. De vraag die Kirejczyck stelt is of de behoefte aan eicellen als een maatschappelijke verplichting gevoeld gaat worden door vrouwen. Mogen we van vrouwen vragen een hormoonbehandeling te ondergaan en vervolgens eicellen te doneren?

Onlangs is er in Amerika een onderzoek uitgevoerd waarbij men een eicel van een koe gebruikte om een menselijke celkern in te transplanteren. Dit resulteerde in een normale ontwikkeling van een embryo. Echter het mitochondriale DNA wordt altijd geŽrfd van de moeder omdat het in een eicel aanwezig is. In dit experiment is het resulterende embryo dus gedeeltelijk mens en gedeeltelijk dier. De vraag is dan wanneer iets nog een mens is, en wanneer een dier, en wat voor effect dat heeft op de morele status van een dergelijk embryo.

Keuzen

Een onderwerp dat in de gezondheidszorg en medisch wetenschappelijk onderzoek vaker aan de orde komt, betreft de keuzen die het ontwikkelen van een techniek opwerpt. Als je bijvoorbeeld tegen klonen bent, maar je hebt wel een ziekte die op dit moment alleen verholpen kan worden door het transplanteren van embryonale stamcellen, dan moet je kiezen tussen doodgaan of gebruik maken van kloon-technieken. Iedereen zal het met me eens zijn dat de keuze om dood te gaan veel moeilijker te maken valt wanneer die technieken ontwikkeld zijn. Dus wie bepaalt er welke keuzen er aan mensen worden opgedrongen? En is er wel eens gekeken naar hoe goed mensen met dergelijke keuzen om kunnen gaan?

Hierboven werd al even genoemd dat stamcellen uit mensen ook gebruikt zouden kunnen worden om bepaalde celtypen uit op te kweken. Het leek er in het debat echter op dat de wetenschap moet kunnen beschikken over alle mogelijkheden, terwijl dit alternatief ook eerst grondig onderzocht zou kunnen worden.

Er werden tijdens de discussie veel kanttekeningen gemaakt bij het klonen. Wat mij opviel was dat er nauwelijks op gereageerd werd door wetenschappers. Voelen zij zich niet geroepen om hun experimenten te verantwoorden? Of verkeren wetenschappers in de machtspositie dat ze toch wel alles gedaan kunnen krijgen en daarbij geen verantwoording aan critici nodig achten? Dit gaf voor mijn gevoel een sfeer van praten in een lege ruimte en een gevoel van onmacht omdat er nauwelijks ingegaan werd op belangrijke punten.

Over een essentieel punt als hoe er aan eicellen gekomen moet gaan worden, werd alleen het fictieve idee geopperd door prof. J. Geraedts om uit afval eierstokken eicellen te halen en uit te laten rijpen. Ook werd er gedurende bijna het gehele debat uitgegaan van het verkrijgen van rest embryo's uit IVF behandelingen, terwijl dit over twee jaar op zal houden. Gaan de onderzoekers er vanuit dat in deze twee jaar hun onderzoek meer geaccepteerd wordt, zodat zelfs het kweken van embryo's makkelijker toegestaan zal worden? Het instrumenteel kweken van embryo's zal de morele status van een embryo ernstig aantasten.

Vernederend

Naast dit alles werd het debat geleid door prof. Dr. C. Spreeuwenberg die op een bijzonder irritante manier de argumenten tegen klonen belachelijk maakte. Aan het einde van het debat vroeg hij of er mensen in de zaal zaten die echt tegen kloneren waren, en of die dan wilden vertellen waarom. Ik had toen het gevoel dat hij mensen uit de tent aan het lokken was en om de mensen die tegen zijn in een hokje te stoppen. Op een vernederende manier probeerde hij de 'tegen' mensen hun stem te laten horen om dat ook in zijn notulen aan het parlement te kunnen sturen.

Er waren wel degelijk mensen tegen klonen in de zaal maar deze probeerden juist door middel van argumenten aan te tonen dat we op zijn minst moeten uitkijken met deze ontwikkelingen. Ik vond dat er wel degelijk argumenten genoemd en vragen opgeworpen werden om deze ontwikkelingen te stoppen of in ieder geval uit te stellen. Een oudere man liet zich verleiden om te vertellen waarom hij tegen klonen was, met het gevolg dat hij aan een kruisverhoor werd blootgesteld door onze voorzitter. Spreeuwenberg had zelfs het lef om de opmerking te maken dat het leek alsof hij in de spreekkamer zat (hij is huisarts), de alleswetende arts tegenover de hulpbehoevende nietswetende patiŽnt.

Het Rathenau Instituut gaat een verslag van dit debat presenteren aan de overheid. Alle argumenten voor en tegen het klonen zullen netjes opgeschreven worden. Er blijven echter wel een veelheid van vragen onbeantwoord. Wie neemt er verantwoordelijkheid voor deze kloon technieken? Waar ligt de grens van de wetenschap? Wordt het leven niet steeds verregaander gezien als een ziekte? Moeten we niet accepteren dat we een keer dood gaan?

Het was interessant om te horen wat er zoal gezegd werd maar het viel me tegen hoe weinig er over fundamentele vragen gediscussieerd werd. Ik was blij dat er kritische geluiden te horen waren. Wel vraag ik me af wat er met deze geluiden gaat gebeuren en of we over twintig jaar niet toch tussen de kloon zonen en dochters rondlopen.

Herman van Wietmarschen
Medewerker van NoGen en Alle Dieren Vrij!

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999