- Home
- Archief
- 1999

Uit: Ravage #283 van 30 april 1999

Borst informeert Kamer wel vaker onjuist

Op 14 april 1999 debatteerde de Kamercommissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) met de bewindslieden Borst (VWS) en staatssecretaris Faber (LNV) over gentechnologie. Directe aanleiding waren de 49 vragen voor de commissie over voedselveiligheid en keuzevrijheid, met betrekking tot genetisch gemanipuleerde voeding. Het debat, dat mogelijk in juni een vervolg krijgt, verliep teleurstellend.

Het RPF Kamerlid Dik Stellingwerf was de stuwende kracht achter deze vragen. Daarnaast had Marijke Vos (GroenLinks) nog vragen gesteld over het onderzoek van Dr. Pusztai. Minister Borst was erbij vanwege de betrokkenheid van haar ministerie bij het beoordelen van de voedselveiligheid van gemanipuleerde voeding.

Van de kant van de ministeries was de 'Tweede Voortgangsrapportage Biotechnologie en Levensmiddelen' gepubliceerd. Enige dagen voor het debat was bekend geworden dat meer dan twintig belangrijke maatschappelijke organisaties in een petitie om een moratorium (= tijdelijke stop) hadden gevraagd op proefvelden met het verbouwen, produceren en importeren van transgene gewassen, veevoer en voedingsprodukten. Onder de ondertekenaars bevinden zich de NOVIB, St. Natuur & Milieu, de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen, de Dierenbescherming, Greenpeace en het Nederlands Platform Gentechnologie.

Stellingwerf opende het debat met een pleidooi voor een moratorium. Borst antwoordde met de mededeling dat zij van verschillende patiëntengroepen verontruste brieven had ontvangen die vroegen om vooral geen stop in te stellen. Ook de minister wilde van geen stop weten. Integendeel, moderne biotechnologie moest juist worden gestimuleerd. De argumenten voor haar houding komen in essentie neer op het volgende. Moderne biotechnologie belooft veel goeds, vooral in de medische sector. Een moratorium zou de dreigende achterstand op de VS en Japan bevestigen en zou de Nederlandse handelsbelangen bechadigen.

In de begeleidende brief naar de commissie stellen de bewindslieden dat "uit de stukken blijkt dat er goede en betrouwbare procedures gelden voor de toelating van genetisch gemodificeerde organismen en de producten daarvan. Ook blijkt dat de voorgeschreven procedures zorgvuldig doorlopen worden. Deze geruststellende conclusies lijken..."

Andere stellingen van de bewindslieden zijn: de normen voor mileu introducties van gemanipuleerde organismen kunnen versoepeld worden; de overheid gaat een kader ontwikkelen voor wat G(enetisch) G(emanipuleerd) O(rganisme) vrij genoemd kan worden, maar realisatie daarvan wordt geheel aan het bedrijfsleven overgelaten. Geheel gentechvrije voeding wordt zo goed als onhaalbaar, vervolgen de bewindslieden, en hoewel keuzevrijheid belangrijk is, zijn de mogelijkheden van de regering om deze te bewerkstelligen gering. Ten slotte moet er een drempelwaarde geformuleerd worden wat inhoudt dat een bepaald percentage van de GGO "vrije" voeding, besmetting met GGO's mag bevatten.

De posities van de bewindslieden werden door de commissieleden zeer verschillend beoordeeld, maar overeenstemming was er over één punt: zelfs de VVD vond dat een GGO vrije keten niet geheel aan de marktwerking kan worden overgelaten. Deze partij was het voor het overige met de minister eens, evenals D66. Teleurstellend was de houding van het CDA, dat ook geen moratorium wil, maar het ja mits, nee tenzij beleid wil volgen en geheel de lijn van de Land en Tuinbouw Organisatie (LTO) aanhoudt. De LTO probeert iedereen te vriend te houden maar geeft ondertussen wel volledig toe aan de druk van de gentechindustrie. Zelfs herbicide resistente gewassen worden niet meer afgewezen.

PvdA, GroenLinks, SP en de klein christelijke partijen voelen wel voor een moratorium. Zorgen om de voedselveiligheid, milieu, biodiversiteit en de positie van boeren in zuidelijke landen spelen daarbij een rol. Verbazing was er bij de kamerleden over de poging van Borst om het moratorium verzoek te koppelen aan medische toepassingen van de moderne biotechnologie. Daar werd namelijk met geen woord over gerept. Borst verdedigde haar standpunt met de opmerking dat door de ontwikkeling van zgn. functional foods, waarbij ook vaak van gentechnologie gebruik wordt gemaakt, de scheidslijn tussen voeding en geneesmiddelen steeds meer vervaagt.

De commissie kon hier door tijdgebrek niet meer op reageren, maar het debat krijgt nog een vervolg, waarschijnlijk in juni. Dat betekent dat er nog wat extra tijd is om door te lobbyen en actie te voeren. Het Nederlands Platform Gentechnologie zal zeker nog het een en ander op touw zetten want er mankeert van alles aan de antwoorden van de bewindslieden op de commissievragen.

Zo voerde Borst aan dat de voedselveiligheid van GGO's door de Gezondheidsraad wordt bekeken en dat alle stukken daarvan in te zien zijn, iets wat pertinent onjuist is. De opmerking dat de Nederlandse bevolking positief ten opzichte van het gebruik van moderne biotechnologie zou staan, is een verregaande verdraaiing van de werkelijkheid. Ook veel commissieleden waren verre van tevreden en bij sommigen "kwam het stoom uit de oren". Dat belooft wat.

Wytze de Lange

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999