Uit: Ravage #282 van 16 april 1999

Grijze Wolven bestaan nog altijd

Ondanks alle commotie in 1997 rond de extreem-nationalistische beweging Grijze Wolven zijn er op regeringsniveau nauwelijks maatregelen genomen om de invloed van deze extreem rechtse Turken in te dammen. Op lokaal niveau ontstonden een paar dappere initiatieven, maar de passiviteit in de Nederlandse gemeenten overheerste. De gemeente Utrecht subsidieerde jaren lang een mantelorganisatie van Grijze Wolven in Nederland, het Turks Cultureel Centrum Utrecht.

Zondag 17 maart 1979 maakte Utrecht voor het eerst kennis met de Grijze Wolven. Een moord op een 27 jarige Turk uit Utrecht tijdens een partijtje voetbal tussen twee Turkse teams, leidde tot de discussie in hoeverre de moordenaar lid was van de Grijze Wolven. Deze organisatie werd destijds in het Utrechts Nieuwsblad omschreven als "een als fascistische bekend staande Turkse terreurorganisatie". Op het proces dat volgde verklaarde de moordenaar te zijn misbruikt door de Grijze Wolven. Hij zou zijn opgenaaid tegen zijn slachtoffer door leden van "de militante fascistische organisatie Grijze Wolven, de gewapende arm van de Turkse politieke partij MHP".

Burgemeester Vonhoff van Utrecht riep destijds om actie tegen de Grijze Wolven en cultureel antropoloog Penninx bevestigde tijdens de rechtszitting dat Grijze Wolven via infiltratie in sport en jeugdverenigingen leden proberen te werven. Er werden daadkrachtige stappen geëist van het gemeentebestuur door een breed spectrum van progressieve en democratische Utrechtse organisaties. Een verklaring in het Utrechts Nieuwsblad stelt: "Ook in Utrecht zijn de Grijze Wolven in toenemende mate actief. Regelmatig worden er vergaderingen gehouden in een kerk, onder het mom van een voetbalvereniging. Op een ander plaats worden op gezette tijden fascistische films vertoond, gekoppeld aan scholing in de fascistische theorie. Progressieve Turken worden bedreigd en geïntimideerd. De Grijze Wolven spelen vooral in op de gevoelens van onzekerheid van de Turkse jongeren. Door hun nationalistische propaganda geven zij deze jongeren, die tussen twee culturen in leven, een (vermeend) gevoel van zekerheid. Dat de Turkse jongeren een gemakkelijke prooi zijn voor fascistische organisaties wordt mede veroorzaakt door een falend overheids- en gemeentebeleid waardoor de onderwijskansen nihil zijn, de huisvestingssituatie zeer slecht is, mogelijkheden voor werk zeer gering en recreatieve voorzieningen nauwelijks aanwezig. Wij vragen de gemeente Utrecht dan ook zeer dringend om nu eindelijk met concrete plannen te komen en een duidelijk standpunt en maatregelen te nemen tegen Grijze Wolven en andere fascistische organisaties".

Uiteindelijk besloten Vonhoff en zijn gemeenteraad niets te doen 'omdat een verbod van een politieke organisatie het eerste middel is waar een dictatuur naar grijpt'. Wat ze wel gingen doen om de invloed van Grijze Wolven in te dammen is nooit duidelijk geworden. Toenmalig Minister van Justitie De Ruiter verklaarde zelfs dat Grijze Wolven in Nederland niet bestonden.

Susurluk

Op vrijdag 5 november 1982 kreeg Utrecht voor de tweede maal te maken met een door Turkse politieke motieven bedreven moord in de stad. De 22 jarige Armeniër Nubar Yalimyan werd in zijn Utrechtse woning aan de Pijlsweerdstraat doodgeschoten.
Vrijwel direct worden er door de Armeense vrienden van Yalimyan beschuldigingen aan het adres van de Turkse geheime dienst MIT geuit. Hoe raak die beschuldigingen waren, blijkt als in november 1996 door het ongeluk bij het Turkse stadje Susurluk de banden tussen de Turkse staat, de maffia, de Grijze Wolven en de geheime dienst MIT aan het licht komen. In het onderzoeksrapport Bandenrepublik Türkei?, samengesteld door Kutlu Savas, onderzoeker van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken, staat onder andere te lezen dat Abdullah Çatli nauw bij de activiteiten van de MIT betrokken was. Çatli was één van de beruchtste fascistische moordenaars van Turkije en ex leider van de jeugdorganisatie van de MHP. Hij is omgekomen bij het Susurluk ongeluk (in het bezit van een diplomatiek paspoort), en werd door de MIT benaderd om met zijn groep Grijze Wolven aanslagen op Armeniërs en Armeense doelen in Europa uit te voeren. In het rapport worden in Nederland de volgende aanslagen genoemd: "Op 5 november 1982 in Utrecht/Nederland de moord op Nubar Yalimyan, op 7 juli 1983 in Hengelo/Nederland de beschieting van het Armeense café Sariz en op 8 juli 1983 in Hengelo/Nederland een bomaanslag op de Armeense jongerenorganisatie en hun accommodaties."

Cultureel Centrum

Na de turbulente jaren in Utrecht, eind jaren zeventig begin jaren tachtig, besluiten Grijze Wolven zich anders te organiseren en zich meer volgens de democratische regels van het Nederlandse systeem te gaan gedragen. Men richt verenigingen op en poogt subsidie banden aan te knopen met de betreffende gemeentes.

Uit het rapport Het kalf en de put van M. Kemal Belli van de Nederlandse politie academie blijkt dat in Utrecht in 1986 het Turks Cultureel Centrum (TKC) wordt opgericht. "Dit centrum is opgericht in 1986 door de aanhangers van de Turks Nationalistische Partij", aldus Kemal Belli.

Op 12 mei 1987 treed het TKC voor het eerst officieel naar buiten. Ze schrijft een brief naar de gemeenteraad van Utrecht met haar doelstellingen, begeleid door een stapel handtekeningen. Hierop staan overigens mensen die niets met Grijze Wolven van doen hebben en ook nooit zouden hebben getekend als ze wisten dat het gebruikt zou worden ter ondersteuning van de oprichting van het Grijze Wolven Centrum.

In de brief staat ook een analyse van de problemen waarin Turkse gastarbeiders in Utrecht zich bevinden: "Wij zijn ook op de hoogte van de hulp die U tot nu toe heeft gedaan en teven dat nog voort zullen zetten. Tot nu toe zijn enkele verenigingen niet in geslaagd om de problemen van de Turkse gastarbeiders op te lossen. Dit soort stichting van verenigingen zijn er tot nu toe niet in geslaagd en zullen nooit slagen om samen te werken met de Turkse gastarbeiders. Een goed voorbeeld is dat tot nu toe de problemen van de Turkse gastarbeiders naar mate niets vermindert maar steeds oploopt. De financiering die U tot nu toe heeft gedaan voor dit soort verenigingen heeft niets opgeleverd en zal ook niets opleveren."

In 1989 ontvangt het Turks Cultureel Centrum Utrecht voor de eerste maal een incidentele eenmalige subsidie van de gemeente Utrecht, "in afwachting van een door ons in dit najaar te starten onderzoek naar het functioneren van zelforganisaties". Tot op heden is dit onderzoek onvindbaar. Overigens wordt in dezelfde toekeningsbrief ook maar direct de incidentele subsidie voor het jaar 1990 toegekend, wat na diverse afrekeningen uiteindelijk een bedrag van f 4.170,- oplevert voor het Turks Cultureel Centrum.

Op 13 november 1990 ontvangt de gemeente Utrecht een verzoek van het TKC om een reis van bestuursleden naar Azerbeidzjaan met een bedrag van f 7.000,- te financieren. Bijgevoegd is een in het Nederlands vertaald Turks pamflet, dat begint met de volgende woorden: "De grote Turkse natie! Voor het oog van de wereld worden de Azerbeidzjaanse Turken onder de Russische tanks verpletterd en het bloed stroomt overvloedig. De Russen en de Amerikanen die miljoenen dollars uitgeven om het leven van een paar walvissen te redden, hebben nu in overeenstemming met elkaar het plan om de Turkse wereld te vernietigen bij de onderhandelingen in Malta afgebakend. (...)" Het pamflet sluit af met de leuzen: "De Turkse natie is een ondeelbaar geheel. Leve de onafhankelijkheidsoorlog van het Turkendom in de wereld. Azerbeidzjaan is onze ziel. Wij gunnen ons bloed van harte aan haar. Er is geen grens bij Khazar en Aras; zij kan Turken niet van de Turken scheiden. Weg met de samenwerking van Amerika Rusland EEG Armeniërs!

In een voetnoot staat dat het Turks Cultureel Centrum Utrecht zorgt voor een bus om er gezamenlijk heen te gaan. "Het doel is de heilige strijd niet zonder steun te laten en is een noodkreet aan de mensheid in de wereld. Wij nodigen al onze landgenoten uit voor deze heilige plicht... Grijp herder, grijp, laat je eigendom niet achter! Nachtegaal laat de Turk in den vreemde niet alleen!"

Onlangs werd door een woordvoerder van het TKC heftig ontkend dat het pamflet iets te maken heeft met het TKC. Ondanks het stempel, de naam en handtekening van de toenmalige voorzitter en het TKC als vertrekplaats voor de bus en als contactnummer om je op te geven. ,,Dit is nog niet het einde van het verhaal, ik span een kort geding aan tegen de gemeente dat zij dit pamflet in ons dossier hebben opgenomen!'', zo eindigde de woordvoerder van het TKC het gesprek.

Conferentie

Het hoofd van de afdeling Welzijn van de gemeente Utrecht laat aan het TKC weten dat dergelijke activiteiten niet subsidiabel zijn. Het past niet in het gemeentelijk beleid en de gemeente Utrecht mist de financiële middelen om dergelijke activiteiten te subsidiëren. Geen woord over de op zijn minst dubieuze inhoud van het pamflet. Goed, laat het dan een waarschuwing zijn voor de denkbeelden die binnen het TKC spelen, mochten ze dat niet al uit eerdere bronnen vernomen hebben. Maar nee, in 1991 en 1992 krijgt het TKC f 14.842,- subsidie, waaronder een bedrag van f 2.199,- voor het organiseren van een conferentie op 16 oktober 1992, waar de Turkse schrijver Ilhan Bardakci gastspreker is. Bardakci is een oude bekende van de MHP, de Partij van Nationalistische Actie. Hij is al jaren één van de partij ideologen en schreef voor en na de staatsgreep van 1980 in Turkije voor de krant van de MHP. Hij is nu nog steeds een prominent lid van de MHP. In 1991 organiseerde het TKC ook een conferentie. Hier spraken M. Erkal, journalist en al jaren MHP'er, redacteur van het blad van de MHP toen Alparslan Türkes in de gevangenis zat, Y. Bakiler, partijdichter, al jaren lid van de MHP en de schrijver A. Karakoc, ook MHP'er uit Turkije.

De gemeente Utrecht vergoedt dus de reis- en verblijfskosten van prominente Turkse fascisten die hier voor hun geloofsgenoten en fascisten in spé hun ideologieën komen uitleggen.
In 1995 krijgt het TKC een project subsidie toegekend van f 2.200,- onder andere voor kadertraining van bestuursleden. Het bedrag wat daarvoor wordt gevraagd is f 1.750, . Degene die een bonnetje uitschrijft is een oude bekende; Fedai Eken, algemeen coördinator van de Hollanda Türk Federasyon, de Turkse Federatie Nederland uit Amsterdam.
In 1996 krijgt het TKC voorlopig voor de laatste keer subsidie. Voor 10 voorlichtingsbijeenkomsten ontvangt het TKC een bedrag van f 3.000,- van de gemeente Utrecht.

Een jaar later wordt een subsidie verzoek voor een voorlichtingsbijeenkomst afgewezen omdat de aanvraag geen inzicht geeft in de kosten van het project. Voor een saz cursus wordt doorverwezen naar de Gemeentelijke Muziekschool. Uit latere correspondentie blijkt dat de gemeente Utrecht geen subsidie verstrekt aan mensen die uit Turkije komen om hun expertise los te laten op de Turken hier. Genodigden moeten ter plekke deskundig zijn, zo stelt de Dienst Welzijn.

Dit plaatst de eerdere subsidies voor de conferenties met louter deelnemers uit Turkije wel in een ander licht. Kortom, de gemeente Utrecht wordt wat strenger, maar het is niet uit te sluiten dat het TKC weer een keer in de prijzen valt. De gemeente Utrecht heeft nauwelijks middelen om een subsidie aanvraag op principiële gronden af te wijzen. Daarom moet men vluchten in formele afwijzingen. Dit houdt bij het TKC de hoop hoog dat er subsidie te halen is, mits ze zich wat naar de subsidie regels schikken. Op deze manier komt er geen enkel signaal over de onwenselijkheid van het functioneren van een dusdanige organisatie in de stad Utrecht. En geen enkele discussie over de (on)wenselijkheid van het subsidiëren van een fascistische organisatie door een gemeentelijke overheid.

Gemeenteraadsverkiezingen

Even leek het erop dat een daadkrachtiger beleid gestalte zou krijgen. Naar aanleiding van de publicatie van het boek Grijze Wolven, een zoektocht naar Turks extreem rechts, waarin het TKC een aantal keer wordt genoemd, werd er gedebatteerd in de Utrechtse gemeenteraad. Toenmalig Burgemeester Opstelten antwoordde dat zij als gemeenteraad beter af konden gaan op informatie van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en de politie inlichtingendienst. Dat het hier een politieke zaak en geen politionele zaak betreft wilde er bij Opstelten niet in.

De wethouder van Welzijn beloofde een inventarisatie van de diensten binnen de gemeente die subsidies verstrekken aan dat soort clubs. Tot op heden heeft dit overzicht het licht nog niet gezien. Na wat over en weer gepraat, waaruit blijkt dat geen van de fracties in de Utrechtse gemeenteraad een idee heeft wat er leeft binnen de Turkse gemeenschap in de stad, besluit Opstelten met de woorden dat dit onderwerp nog een vervolg krijgt. Tot op heden is hier echter niets van gebleken.

De laatste keer dat gemeenteraadsleden, weliswaar buiten de raad, over het onderwerp Grijze Wolven praten is in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. De fractievoorzitters reageren eenstemmig afkeurend op de kandidatuur van Güven Isci voor de gemeenteraadsverkiezingen van 4 maart 1998. Isci maakte er geen geheim van dat hij sympathiseerde met de Grijze Wolven en dat hij bij het Turks Cultureel Centrum actief is. Maar toen de verkiezingskoorts was gezakt, Isci het niet had gehaald, daalde de aandacht van de Utrechtse gemeenteraad weer snel. Waarschijnlijk wist de grote meerderheid in de raad niets van de subsidie relatie van de gemeente Utrecht met de Grijze Wolven van het Turks Cultureel Centrum.

Wat het Komitee Utrecht tegen Racisme en Fascisme (KURF) betreft zou de gemeente Utrecht democratische organisaties van Turken in Utrecht moeten steunen en via allerlei projecten samen met Turken moeten trachten de invloed van de Grijze Wolven te stoppen. Hierover zouden maatschappelijke organisaties in Utrecht een keer van gedachten moeten wisselen met de gemeente teneinde de huidige situatie een halt toe te roepen.

Jeroen Bosch

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999