Uit: Ravage #282 van 16 april 1999

Voedselgigant Cargill roept verzet op

In de jaren veertig voerden Indiërs actie tegen de Engelsen onder het motto 'Quit India'. In 1992 gaf de Indiase boerenorganisatie KRRS het startsein tot een nieuwe campagne onder dezelfde naam. Dit keer krijgen zaad firma's en andere agrarisch industriële bedrijven het dringende advies India te verlaten. Vooral voedselgigant Cargill is doelwit van talloze acties. Waarom Cargill?

Meer dan vijfhonderd leden van de grote Indiase boerenorganisatie Karnataka Rajya Raitha Sangha (KRRS) bestormden 29 december 1992 het Cargill kantoor in Bangalore, Zuid India. Zij smeten alle paperassen naar buiten en staken deze in brand. Het kantoorpersoneel liet de activisten ongemoeid. De actie was een protest tegen Cargills poging de Indiase landbouwmarkt binnen te dringen via de verkoop van zaden. Ook het aandringen van Cargills topmanagers om de GATT snel te ondertekenen, was bij de Indiase boeren in het verkeerde keelgat geschoten.

Op 13 juli 1993 was het opnieuw raak. KRRS activisten braken met ijzeren staven en blote handen gebouwen van een Cargill zaadhandel af. In september dat jaar zag Cargill na heftige acties van de plaatselijke bevolking af van de bouw van een zoutfabriek aan de haven van Kandla in het Noordwesten van India. De fabriek bedreigde het werk van 25 duizend plaatselijke zoutmakers. Wat is dat voor een bedrijf dat zoveel Indiërs op de kast weet te jagen?

Het relatief onbekende Cargill is 's werelds grootste agrarisch industriële voedselgigant. Deze Amerikaanse firma, verreweg het grootste familiebedrijf ter wereld, is niet alleen de grootste graanhandelaar, maar ook de grootse verwerker van landbouwproducten. Zo is Cargill de belangrijkste producent van voedings oliën en vetten, en behoort ze tot de grootste fabrikanten van cacao, veevoeder, maïsproducten (o.a. zoetstof), vruchtensappen, vlees en zout. Het bedrijf is een belangrijke handelaar in koffie, katoen, rubber en suiker. Verder bezit het staalfabrieken en verleent het financiële diensten.

Cargill heeft ruim 80 duizend werknemers in dienst, bezit een duizendtal fabrieken en kantoren in 65 landen en drijft handel met bijna 200 naties. De jaaromzet bedroeg in 1998 51 miljard dollar en de winst 450 miljoen.
Ook in ons land is Cargill actief. Nederland is zelfs een van de belangrijkste vestigingslanden, met elf 'plants', verschillende handelskantoren en het Benelux hoofdkantoor. In totaal werken daar ruim 1300 mensen.

Verarming

In de nabije toekomst zullen een handvol conglomeraten de dienst uitmaken in de wereld van de agro bedrijven. Een daarvan zal waarschijnlijk Cargill/Monsanto zijn. Deze agro bedrijven leveren de boeren kunstmest, zaden en bestrijdingsmiddelen. Zij bemiddelen bij kredietverlening en kopen de meeste landbouwproducten op.

Door specialisatie zal ieder conglomeraat op zijn eigen gebied praktisch een monopoliepositie bezitten. Zodoende kunnen de agro bedrijven steeds zelfstandiger de prijs bepalen en de boeren steeds dwingender voorschrijven wat zij moeten verbouwen. Het ligt voor de hand dat dit zal leiden tot hogere kosten en lagere opbrengsten voor de boeren. Vooral voor kleine boeren is dit funest.

Grotere boerenbedrijven zullen het hoofd boven water trachten te houden door nog sterker te mechaniseren en zich te richten op variëteiten met een hoge opbrengst. Juist dit type gewassen vraagt veel water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen met alle problemen van dien. In veel landen beschermt de overheid haar boeren via importheffingen en quota en wetten die de macht van agro firma's aan banden leggen. De continue druk van de Wereldbank, het IMF en de WTO om te liberaliseren breekt deze bescherming af. Zodoende wordt de speelruimte van grote buitenlandse bedrijven steeds groter.

Als Cargill en de andere agro-multinationals hun zin krijgen, zal ook het Zuiden in een ras tempo voortgaan op de weg van de grootschalige, gemechaniseerde exportlandbouw. Deze vergt veel water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Dit gaat ten koste van de kleinschalige, arbeidsintensieve en milieu en cultuurvriendelijke landbouw die produceert voor de lokale markt.
Door de mechanisatie zullen talloze boeren, pachters en landarbeiders (volgens sommige deskundigen zelfs 80 procent) hun werk, land, voedsel en inkomen verliezen. En masse zullen zij naar de grote steden trekken op zoek naar banen die er nauwelijks zijn.

Wanneer de boeren uit het Zuiden steeds meer produceren voor de exportmarkt en steeds minder voor lokale markt, wordt de Derde Wereldbevolking steeds afhankelijker van voedselimporten. Met alle gevaren van dien bij een plotselinge devaluatie, of bij hoge wereldmarktprijzen door tegenvallende oogsten.

Invloedrijk

Behalve agro multinational is Cargill ook de grootste verwerker van landbouwproducten en zodoende de belangrijkste leverancier van grondstoffen en halffabrikaten aan de voedingsindustrie. Een zestal wereldbedrijven beheerst deze markt. Zij bepalen voor een belangrijk deel wat voor een soort produkten er in de supermarkt komen te liggen, en tegen welke prijs.

Niet alleen is Cargill een zeer machtig bedrijf omdat het handelt in het meest strategische product voedsel. Het is ook op praktisch alle terreinen en in alle landen waar het actief is, zo groot dat het de toon kan zetten. Daarnaast hebben topmedewerkers van Cargill tal van invloedrijke nevenfuncties. Zo is president directeur Micek voorzitter van de Emergency Committee for American Trade, een koepelorganisatie van 53 van Amerika's grootste bedrijven met in totaal vier miljoen werknemers en een gezamenlijke omzet van meer dan duizend miljard dollar. Verder is Micek lid van de 'President's Export Council' die Clinton adviseert over de uitbreiding van de export van de VS. President Nixons belangrijkste handelsadviseur was Cargills vice president William Pearce. Voormalig Cargill topman Daniel Amstutz schreef het VS voorstel voor de landbouwparagraaf van de GATT.

Hoewel Cargill een enorme invloed heeft op het voedselpakket in de supermarkt, op de landbouw en op de Derde Wereld politiek, schuwt de bedrijfsleiding contacten met de pers. Zo moest het ondernemersblad Fortune, dat een uitgebreide reportage aan het bedrijf wilde wijden, drie jaar lang soebatten. Cargill hoeft als familie bedrijf geen financiële jaarverslagen uit te brengen en doet dit ook niet. Enkele keren per jaar komt het met zeer globale, niet te controleren, cijfers over de totale omzet en winst.

Topmensen van Cargill pleiten keer op keer voor 'vrijhandel'. Zo verklaarde president directeur Ernest Micek vorig jaar februari in The Cargill Bulletin: "We moeten de grote voordelen voor velen van de handel binnenhalen door agressief te onderhandelen om markten open te stellen en barrières uit de weg te ruimen." (...) "Uitbreiding van de handel leidt tot algemene economische groei. Van dat voordeel profiteren alle handelspartners. Zo kan de hele wereld erop vooruit gaan, omdat een beter leven, verbonden door de handel, een investering in vrede is."

In juli zei Micek: "Er zijn ongeveer vijf miljard mensen in de ontwikkelingslanden die behoefte hebben aan ons voedsel en aan andere produkten afkomstig uit de landbouw van de Verenigde Staten. Maar het politieke klimaat is zo vijandig aan het worden voor vrijhandel dat ik vrees dat we de wereld niet zo kunnen bedienen als eigenlijk mogelijk zou zijn."

Vooral de groeimogelijkheden in Azië doet de Cargill directeuren watertanden. Vice president voor de Azië Pacific regio, Alan Tennessen: "Het inkomen per hoofd van de bevolking steeg in de periode 1970 tot 1995 met 32 procent. In Azië is deze inkomensverhoging gebruikt om de eetgewoonten te verbeteren. (..) Eenvoudige pap van plaatselijke granen en peulvruchten wordt vervangen door brood gebakken van gekocht tarwemeel."

Onrust

Niet iedereen is enthousiast over het 'uit de weg ruimen van barrières' voor de handel in landbouwproducten, zoals dat in de GATT vastgelegd werd. Zo demonstreerden in oktober 1993 in Bangalore honderdduizenden boeren tegen het ontwerp van dit verdrag.

In 1994 organiseerden alle Indiase politieke partijen, behalve de regerende Congrespartij, door het hele land demonstraties, bijeenkomsten, burgerlijke ongehoorzaamheidsacties en studiekampen tegen de GATT. Ajmer Singh Lakhowal, voorzitter van de grote boerenorganisatie BKU Punjab (Noord India) verklaarde: "De kleine boer met minder dan vier hectare land zal het loodje leggen." (...) "In Punjab heeft meer dan tachtig procent van de boeren minder dan twee hectare grond."

Het liberaliseringsbeleid dat India sinds 1991 voert heeft tot resultaat dat de armsten armer geworden zijn en de middenklasse rijker. Deze middenklasse besteedt inderdaad meer geld aan Westerse produkten en luxer eten.

Door genetische manipulatie wordt het in de nabije toekomst mogelijk gewassen verder aan te passen aan de wensen van de agro multinationals en de verwerkende industrie. De agro concerns zullen de boeren nog preciezer voorschrijven wat ze moeten verbouwen. Speciale gewassen zullen in meer regio's verbouwd kunnen worden. Met als gevolg dat door de grotere productie de wereldmarktprijzen verder zullen inzakken.

Kleine en arme boeren zullen uit de boot vallen omdat zij de kostbare zaden en de bijbehorende bestrijdingsmiddelen niet kunnen kopen en niet voldoende krediet kunnen krijgen.

Bovendien brengen deze splinternieuwe technieken grote risico's met zich mee. Zo zijn heel wat deskundigen bang dat bepaalde soorten gen tech maïs en katoen insecten resistent kunnen maken zodat er insectenplagen uitbreken. Ook zouden oliehoudende zaden van gen tech katoen, die in veevoer verwerkt worden, giftig kunnen zijn. Inheemse gewassen zouden steriel kunnen worden door stuifmeel van bepaalde gen tech planten. Zoals gebruikelijk in de landbouw dragen de boeren persoonlijk praktisch alle risico's en blijven de agro bedrijven grotendeels buiten schot.

Monsanto

De agro concerns hebben de consument niet geraadpleegd, toen zij besloten de gen techniek te ontwikkelen. Geen enkele consument zit op genetische manipulatie te wachten. Er zijn voor hem simpelweg geen voordelen aan verbonden. Wel maken heel wat mensen zich ongerust over de gezondheidsrisico's van deze nieuwe, ingrijpende en slecht onderzochte techniek. Niettemin leveren bedrijven als Cargill de voedingsindustrie halffabrikaten als soja olie, gedeeltelijk gemaakt van gen tech gewassen. Zelfs een duidelijke aanwijzing op het etiket, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is, kan er nauwelijks af.

Cargill werkt intensief samen met zaad en gen tech reus Monsanto. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het de gevaren van genetische manipulatie bagatelliseert. Op de vraag of gen tech soja veilig is, antwoordt Cargill met een volmondig "Ja". "De Roundup Ready sojaboon is het resultaat van tien jaar wetenschappelijk onderzoek en is uitvoerig getest via veldproeven." (...) "Roundup Ready soja is veilig, zowel bij de verbouw als bij de consumptie door mens of dier. Het toegevoegde gen tast noch de aard, de voedingswaarde of de kwaliteit van de sojaproducten aan", aldus Cargill.

Naar aanleiding van een actie van Greenpeace, begin 1997, verklaarde Cargill dat de genetisch gemanipuleerde soja niet apart aangeleverd kan worden, omdat "boeren uit de hele Verenigde Staten velden met gemodificeerde sojabonen naast velden met traditionele bonen hebben liggen. Zij oogsten die in één keer, omdat er geen enkele reden is om ze apart te oogsten."

In India groeit het besef dat het tijd wordt voor een nieuwe onafhankelijkheidsbeweging, om de agro multinationals kwijt te raken. In de veertiger jaren voerden Indiërs actie tegen de Engelsen onder het motto 'Quit India'. In 1992 gaf de KRRS het startsein tot een nieuwe 'Quit India'-campagne. Dit keer krijgen zaad firma's en andere agro-bedrijven het dringende advies India te verlaten.

Om los te komen van de agro-concerns bepleit de leiding van de KRRS een herwaardering van de traditionele landbouwtechnieken, zonder kunstmest, bestrijdingsmiddelen en high tech zaden. De boerenorganisatie heeft een proefboerderij, een zaadbank van inheemse zaden en een eigen zaadhandel opgezet. Op 5 maart dit jaar startte een platform van 1500 kleinere en grotere Indiase organisaties hun zaad satyagraha, een burgerlijke onghoorzaamheidscampagne in Gandhi stijl. Een jaar lang zullen zij zoveel mogelijk dorpen bezoeken om te pleiten voor een "multinationalvrije, chemievrije en zaadpatentvrije landbouw."

Jan Paul Smit

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999