- Home
- Archief
- 1999

Uit: Ravage #280 van 19 maart 1999

Ondernemers onder elkaar

De economische elite van Nederland in kaart gebracht

Onlangs kwamen vrijwel tegelijkertijd twee boeken uit over de economische top van Nederland. Waar de auteurs van XXL zich vooral druk maken over de kwaliteiten van Nederlandse topondernemers, wordt in de Atlas van de Macht hun machtspositie ter discussie gesteld. Ravage sprak met Jan Müter, betrokken bij het onderzoek dat de basis vormt voor de atlas.

Behalve het uiterlijk, heeft de Atlas van de macht ook de schematische indeling van een atlas. Naast een aantal bedrijfsschetsen en de opsomming van de functies van dertig invloedrijke ondernemers, wordt in het boek veel ruimte gegeven aan grafische voorstellingen van de netwerken rond ondernemers. In eerste instantie was de bedoeling van het boek om tot een soort actuele '200 van Mertens' te komen. Vakbondsbestuurder Mertens stelde al in 1968 dat de Nederlandse economie in handen is van 'rond de tweehonderd personen'. Vanuit Stichting Opstand(*) die het vooronderzoek voor het boek verrichtte werd het idee ingebracht om er een economische atlas van te maken en zo verbindingen en netwerken rond ondernemers in beeld te brengen. ,,Opsommingen van functies van ondernemers zijn eigenlijk saai, zonde van het vele papier. Gegevens over ondernemers gaan pas leven als ze worden geplaatst in netwerken van bedrijven, zoals nu in het boek is gedaan'', aldus Jan Müter destijds betrokken bij het vooronderzoek.

Deze aanpak leidt in de atlas tot een 'Top 50 van bedrijven' en een 'Top 100 van ondernemers', waartussen uitgebreide netwerken bestaan. De talloze nevenfuncties van ondernemers en hun onderlinge samenwerking in formele verenigingen als 'Nederland Distributieland' zorgen voor wonderlijke structuren. Met bestuurders als tussenstukken blijken verzekeringsmaatschappijen, politici, banken en het bedrijfsleven innige banden met elkaar te onderhouden. VVD er Wiegel heeft bestuurlijke functies bij Douwe Egberts en Zorgverzekeraars Nederland en blijkt voorzitter te zijn van de Raad van Commissarissen bij zeven grote bedrijven. Jan Kalff (ABN AMRO) doet het met onder andere Calve, Schiphol en het Concertgebouw. 'Recordhouder Nevenfuncties' blijkt Jaap Peters (AEGON), met 48 bedrijven en verenigingen (variërend van DAF Trucks tot Stichting Red de Kinderen) waar hij actief bij betrokken is of is geweest.

Tomaat?

De Atlas van de Macht is geschreven in opdracht van de Socialistische Partij. Naast veel feitelijke informatie wordt partijjargon niet achterwege gelaten. Zo lezen we in de inleiding dat "(belangrijke) verschuivingen in hoge mate ten goede komen aan (...) ondernemers" en "in alle opzichten is de samenleving (...) ondernemersvriendelijker geworden". Afgezien van het feit dat dergelijke uitspraken moeilijk kunnen worden weerlegd, rijst de vraag in hoeverre de medewerkers aan het boek onafhankelijk hun gang konden gaan. Dit blijkt een gevoelig punt tussen het toenmalige Opstand en de eindredactie, die onder leiding van de SP stond.

Jan: ,,Waar het gaat om het kritisch in de openbaarheid brengen van mensen die normaal achter de schermen de economische macht in handen hebben, zijn de ideeën gelijkluidend. Er blijkt alleen verschil te liggen in de verdere uitwerking. Bij de SP bestaat de neiging om ondernemers verdacht te maken, ze moreel te veroordelen. Daar kan ik een eind in mee gaan, maar ik vind dat je eerst concreet moeten onderzoeken wat ze op hun kerfstok hebben, wat hun bedrijven precies uitspoken.''

Een groot deel van de atlas bestaat uit overzichten en opsommingen, waarin met punten de machtspositie van ondernemingen wordt weergegeven. Dit geeft zowel een erg statisch als statistisch beeld van de economische machtsverdeling in Nederland. Jan Müter is hier zelf ook niet onverdeeld gelukkig mee; het heeft volgens hem mede te maken met de manier waarop de atlas tot stand is gekomen. Na een maandenlange speurtocht door jaarverslagen, lexicons en vakbladen en het bedenken van een methode om alles te schiften werd door Opstand een berg feitenmateriaal op tafel gelegd. De eindredactie van het boek heeft deze informatie vervolgens versleuteld tot cijfermateriaal. ,,Een bedrijf kreeg een puntenaantal op basis van omzet, personeelsbestand en eigen vermogen. Bepaalde functies in de bedrijfstop - zoals lidmaatschap van de Raad van Commissarissen - kregen vervolgens een factor waarmee dat puntenaantal werd vermenigvuldigd. Op die manier is onderscheid aangebracht in macht van bedrijven en ondernemers'', aldus Jan.

Volgens hem is door de eindredactie teveel tijd gestoken in ingewikkeld gecijfer: ,,Je zet mensen op het verkeerde been door te suggereren dat je macht precies kunt aanwijzen. Het blijft gegoochel met getallen: hoe eigen vermogen, omzet en personeelsbestand zich tot elkaar verhouden wordt niet uitgewerkt. Bovendien is het moeilijk vergelijkingsmateriaal; de hoeveelheid personeel van een bedrijf zegt bijvoorbeeld niets. In Nederland bestaan veel holdings die alleen maar aandeelbeheer uitvoeren. Daar werken tien mensen terwijl er miljarden in omgaan. Ook de punten die bepaalde functies, zoals 'lid van de raad van commissarissen', in de atlas krijgen zijn uitsluitend gebaseerd op intuïtie. Er zal wel enige relatie met de realiteit zijn maar het blijft een lakmoesproef, een soort model. Om geldige uitspraken te kunnen doen over concrete macht kom je er niet ver mee. Je kunt zeggen dat het aannemelijk is dat een ondernemer veel macht heeft, maar over hoe die macht eruit ziet zegt dat niets.''

Macht

Politicologen en sociologen hebben boekenkasten vol geschreven over macht en machtsrelaties. In de inleiding van de Atlas van de Macht wordt aan veel discussie voorbij gegaan en het begrip macht omschreven als "het vermogen om iemand anders, zo nodig tegen diens wil, dingen te laten doen, en het vermogen om de omgeving (natuurlijk, maatschappelijk of politiek) te beïnvloeden en te veranderen".

Met deze definitie heeft Jan moeite: ,,Waar dat laatste uit voorkomt is voor mij een raadsel. Ik denk dat het vooral te maken heeft met de wens om dingen in 'alledaags taalgebruik' te zeggen. Maar de begrippen 'natuurlijk', 'maatschappelijk' en 'politiek' die ze tussen haakjes zetten, zijn verschrikkelijk ingewikkeld. Door ze zo gemakkelijk te noemen word je naar mijn idee het bos ingestuurd; als je gaat nadenken over de manier waarop deze begrippen met mensen te maken hebben kun je hoofdpijn krijgen. Omdat 'macht' in dit project zo'n centraal begrip is, zou er preciezer mee om mogen worden gegaan.''

De genoemde machtsdefinitie is volgens Jan ook op een andere manier problematisch:
,,Een punt uit de definitie, waar de atlas aan voorbij gaat is de zinsnede 'tegen diens wil''. Als je nu om je heen kijkt, ook in de economie, lijkt het alsof de meeste mensen geloven in wat ze doen; er is juist zelden sprake van openlijke dwang. We zien dat mensen 'graag' de kooltjes uit het vuur halen voor bijvoorbeeld Shell, omdat ze er belang bij denken te hebben en zich volledig lijken te identificeren met de belangen van het bedrijf. Er is wel sprake van macht, maar je moet in de definitie van het begrip 'macht' meenemen dat mensen zich ook láten gebruiken. Dit is ook een probleem van de linkse beweging: hoe komt het dat bij uitbuiting en uitsluiting van democratische processen mensen gewoon achter alles aan blijven hollen? De zaak ligt complexer dan de atlas ons voorschotelt, alsof er een kleine groep 'doerakken' is die het 'volk' met macht onder de duim houdt.''

Nadat het manuscript voor de atlas door Opstand was geschreven, heeft het nog ruim een jaar geduurd voordat het boek in de winkel lag. Volgens Jan ontstond veel verwarring over de manier waarop de atlas moest worden geschreven: ,,Wij hebben in het vooronderzoek feitelijk gegevens en een groot deel van de tekst bij elkaar gebracht. In eerste instantie ging de eindredactie ermee akkoord, later trokken ze dat weer in. De eindredactie heeft buiten ons om nieuwe gegevens toegevoegd en tekst aangepast op een manier waar ik niet altijd gelukkig van werd. Er staan stellingen in het boek die eerst onderzocht moeten worden. Zo ontstaat er stemmingmakerij die de inhoud van het boek op sommige punten onderuit haalt.''

Jan haalt als voorbeeld een passage over Hoogovens aan: 'De vele netwerken dienen ongetwijfeld ter ondersteuning van de afzetmarkt (...)'. Volgens hem is deze uitspraak ofwel een open deur ofwel onzin: ,,Voor zover ik de netwerken rond Hoogovens ken is het even aannemelijk dat het andersom werkt; ondernemingen en banken houden een vinger aan de pols bij Hoogovens, om met kennis over de gang van zaken in de staalindustrie hun eigen bedrijfsproces bij te kunnen sturen. Dit soort kennis is van wezenlijk belang bij grote beslissingen. Het is bijvoorbeeld erg toevallig dat de familie Fentener van Vlissingen twee jaar geleden, juist voor de Azië crisis SHV verkocht. Precies toen de aandelenmarkt op zijn top zat hebben ze hun zaakje verzilverd en hun koers verlegd. Zo'n besluit wordt gebaseerd op informatie die in netwerken wordt opgedaan.''

Mertens' 200

Eerder werd al gerefereerd aan de '200 van Mertens'. Afgaande op het in de atlas bijeen gebrachte materiaal kun je gemakkelijk gaan geloven in economische complottheorieën. Jan: ,,Als je het hebt over de zeggenschap over economische ontwikkelingen, kom je met de honderd ondernemers die in de atlas staan een eind op weg. Het gaat er niet zozeer om of je met nummer 1 of met nummer 200 te maken hebt, maar wel dat een select gezelschap buitengewoon veel invloed heeft op economische processen.''

Op de vraag hoe groot deze invloed is in verhouding tot de invloed van politici, stelt Jan dat dit afhangt van de uitsnede van de maatschappij waar je het over hebt. Waar het gaat om economische processen schat Jan de inbreng van de ondernemerstop zeer groot: ,,Als ik meega in het noemen van percentages, schat ik dat deze top via alle mogelijke gekonkel voor 70 procent bepalend is bij economische beslissingen die via het parlement worden afgewikkeld.''

Om dit te illustreren noemt hij het volgende fenomeen: ,,Onlangs werd door een aantal coryfeeën uit de economische top het zogenaamde 'Poldermodel' gedefinieerd als 'consensus over een Arbeid Kapitaal quote van 80/20'. Dat betekent dat van elke gulden die in de industrie wordt verdiend 80 cent naar loon gaat en 20 cent naar het kapitaal onder andere naar aandeelhouders. Bij die 80/20 verdeling kunnen ondernemers naar believen hun zakken vullen terwijl voor de lonen van arbeiders ook een stuk koek is gereserveerd. Het is aan de politiek om te bepalen hoe die 80 procent loon, bijvoorbeeld via belastingschijven, wordt verdeeld. Maar die 80 procent bestaat slechts bij de gratie van het feit dat het kapitaal zich van 20 procent verzekert daar ligt dus concreet macht in de handen van de ondernemers besloten."

XXL

Enkele weken nadat Atlas van de Macht uitkwam, verscheen een boek op de markt dat op het eerste gezicht precies hetzelfde onderwerp als de atlas aansnijdt; het reilen en zeilen van de Nederlandse ondernemerswereld en de feiten en cijfers over de top van ondernemers en ondernemingen. Anders dan de atlas heeft XXL - zowel qua uiterlijk als inhoudelijk - meer de opzet van een boek. Wat in de atlas soms wordt verhelderd met behulp van plaatjes en schema's, bestaat in XXL voornamelijk uit tekstblokken en opsommingen. Inhoudelijk en tekstueel is XXL voor de 'gemiddeld geïnteresseerde' al snel taaie kost, en de lay out maakt het er niet beter op.

Het boek kent een langdradige verhaalwijze waarin de uitwisseling van functies tussen ondernemingen wordt uitgelegd en bevat talloze biografieën vol oninteressante feiten. Zo lezen we dat Cor Boonstra (Philips) doopsgezind is opgevoed en een jaar als lichtmatroos op zee heeft rondgedobberd. Maarten van Veen (Hoogovens) is "bescheiden, correct en zelfs wat verlegen", maar speelt tegelijkertijd klarinet en "heeft een voorliefde voor dixieland muziek". Managers krijgen in het boek een rapportcijfer, op basis van factoren die omgerekend zijn vanuit het eigen vermogen en de beurswaarde van een bedrijf.

De combinatie van materiaal over wat het bedrijfsleven uitspookt, de culturele achtergrondfeitjes en de schoolse 'rapportcijfers' lijken erop te wijzen dat de auteurs van XXL zoeken naar de legitimiteit van ondernemers. Ze stellen zich de vraag of ondernemers de kwaliteiten hebben die ze nodig zouden hebben om te functioneren (minder dan 5,5 = onvoldoende). Het boek ademt ook een soort 'Ons kent ons' sfeer uit, waarbij wordt aangesloten bij de culturele achtergrond en de leefwereld van ondernemend Nederland. In die zin lijken stukken uit het boek rechtstreeks overgenomen te zijn uit populaire managementbladen als Quote. Dit is gezien de achtergrond van de auteurs misschien niet vreemd: Jos van Hezewijk schrijft columns voor managementbladen en geeft cursussen in netwerk en sociale relatiebeheer.
Het lijkt overdreven dat zoveel tijd en energie is gestoken in twee in dezelfde maand, onafhankelijk van elkaar verschenen, boeken met vrijwel identiek materiaal. Aan Jan Müter de vraag of, de verschillende invalshoeken ten spijt, niet beter samengewerkt had kunnen worden.

Volgens hem zou dat heel moeilijk zijn: ,,In de beginfase van ons project hebben we wel contact gehad met Jos van Hezewijk; hij heeft in opdracht van de SP ons manuscript gecontroleerd. Hij heeft een enorme hoeveelheid informatie tot zijn beschikking, waarvan een deel ook via zijn internet site gekocht kan worden. De insteek van XXL is echter wezenlijk anders dan die van de atlas. Atlas van de Macht is duidelijk kritisch; er wordt aangegeven wie de mensen zijn die ter verantwoording moeten worden geroepen. In XXL lees ik tussen de regels door ontzag en respect voor mensen die hoog aan de top zijn gekomen; hoewel via 'slechte rapportcijfers' wordt aangegeven dat een groot deel van die top slecht presteert. Het succes van een bedrijf is dus blijkbaar niet de enige manier om aan macht te komen. Ik denk dat komaf en netwerk heel belangrijk zijn.''

Ook met de stelling van de auteurs van XXL dat er grenzen zijn aan de macht van ondernemers, zoals bijvoorbeeld uit de Brent Spar kwestie rond Shell zou blijken, is Jan het niet eens: ,,Wat ondernemers doen zou volgens XXL dus gebeuren met instemming van de bevolking. Daar kun je volgens mij grote vraagtekens bij zetten.''

Treitercampagnes

Rest nog wat het praktische nut is van het in de openbaarheid brengen van de gegevens die in beide boeken zijn verwerkt. ,,Het politieke doel van de atlas is volgens mij om het kapitalisme een gezicht te geven'', aldus Jan. ,,Verder staat in het boek een oproep tot het verzamelen van informatie over machtsstructuren en netwerken. Als je machthebbers uit hun anonimiteit haalt kunnen ze doelwit worden van politieke actie. Zo kan op lokaal niveau bijvoorbeeld een beeld worden gevormd van de connectie tussen een projectontwikkelaar, lokale politici en banken. Daar kan dan gerichte actie op worden gevoerd. Begin jaren '80 had je de club Macht en Elite, die bij de toenmalige 'top' vuilniszakken leeg haalde in de hoop belastend materiaal op te duiken dat in openbaarheid kon worden gebracht. Dat gebeurde vanuit een methode die 'klein geweld' werd genoemd; de elite mocht via allerlei treitercampagnes best het leven een beetje zuur worden gemaakt.''

In hoeverre Atlas van de Macht in die zin nuttig kan zijn voor actiegroepen is voor veel organisaties de vraag. In oktober '98 organiseerde Opstand een workshop met organisaties als Corporate Europe Observatory, X Y, het SPOK en Solidariteit. Op de vraag 'in hoeverre de "linkse beweging" gebruik kan maken van openbaarheid van gegevens was het antwoord niet eenduidig.

Jan ziet er zelf wel degelijk een functie in. Hij wijst op de voordelen die progressieve groepen kunnen hebben van kennis over de netwerkomgeving van ondernemers:
,,Neem als voorbeeld de campagne die het Birma Centrum Nederland voert tegen IHC Caland; een bedrijf dat op het punt staat om installaties te bouwen voor de kust van Birma. Anders dan Shell, dat rechtstreeks producten aan consumenten levert, is IHC ongevoelig voor een consumentenboycot. Het bedrijf levert alleen aan multinationals en overheden en de directie spreekt duidelijk uit dat ze kan investeren waar ze wil. IHC kan echter kwetsbaarder zijn dan ze zelf wil geloven. Als je kijkt naar het netwerk rond dit bedrijf, dan blijkt bijvoorbeeld dat mensen uit de top nevenfuncties hebben op universiteiten, of in het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Daar komen ze mensen tegen uit politieke partijen en vakbonden die hun ongenoegen uitspreken over investeringen in Birma. Vanuit het Birma Centrum worden nu de pijlen gescherpt op het netwerk rond de topmensen uit IHC, waar ook mensen van 'politiek gewicht' rondlopen. Studenten zouden ook een rol kunnen spelen, met acties op de universiteit bij zo'n IHC topman die een nevenfunctie op hun faculteit bekleedt. Hoe je dat tactisch precies vormgeeft is een volgende stap, maar dit kan wel een effectieve werkwijze zijn.''

Bas

Noot
(*) Sinds kort is Stichting Opstand van naam veranderd; de stichting gaat voortaan door het leven als Searchweb

Atlas van de Macht, Nico Schouten e.a. Papieren Tijger/Ketch Up Press, 1998, fl. 39,90
XXL. De macht, het netwerk, de prestaties en de wereld van de Nederlandse topmanagers. Door Jos van Hezewijk en Marcel Metze. Uitgeverij SUN, 1998, fl. 39,50.

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999