- Home
- Archief
- 1999

Uit: Ravage #279 van 5 maart 1999

Wie redt de nertsen?

Bont wint weer terrein

De tijden dat tv presentatrices zich schaamden voor het dragen van bont zijn voorbij. Het kan weer, al is het met mate. Kraagjes, mouwtjes, maar toch. Voorwendselen van een nieuw bonttijdperk? Voor de Nederlandse bontfokkers is het om het even. Zij zijn, als een na grootste producent te wereld, meer dan tevreden met hun in verre landen verworven afzetgebieden. Directe actie tegen deze vorm van bio-industrie speelt zich in dit land vooralsnog af in de studio van Endemol.

De jaren negentig gaan de geschiedenis in als het decennium waarin tal van principes bij het grof vuil werden gezet. Links is al geruime tijd links niet meer. De tweeverdienersportemonnee puilt voor een groot deel van de bevolking uit met plastic pasjes. We kopen ons gek en doen weer wat we jarenlang hebben moeten laten. Zoals het dragen van bont bijvoorbeeld.

De branche organisaties voor bont durven er de laatste tijd weer openlijk voor uit te komen. De verkoop van bont in dit land zit in de lift, raakt langzaam maar zeker uit de taboesfeer waarin het tientallen jaren heeft verkeerd door toedoen van pressiegroepen. Het dragen van bont wint geruisloos weer terrein. Niet met bontjassen tegelijk, maar subtiel, als garnering in de vorm van kragen, mouwen en voering.

Catwalks

Voor het tweede opeenvolgende jaar was er volop bont te zien op de Milanese en Parijse catwalks. Een grote groep internationale topontwerpers en modehuizen verwerkte bont in hun collecties. Ook in Nederland stijgt het aantal ontwerpers dat werkt met bont. Frans Molenaar, Edgar Vos en Sheila de Vries krijgen een indrukwekkende groep volgers. Nieuwkomers zijn onder andere Viktor & Rolf, Oscar & Süleyman, Peter George, D'Angelino Tap, Roel Schagen en Edwin van Tuyl.

In 1998 gingen voor het eerst zeven Nederlandse ontwerpers naar het prestigieuze Saga International Design Centre in Denemarken voor een masterclass in het werken met bont. Onder hen bevond zich een aantal studenten in het laatste jaar van de modeacademie. Als gevolg daarvan was er bont te zien op de podia van vier modeacademies. De nieuwe generatie heeft bont ontdekt als een inspirerend materiaal om mee te werken. Het werk van een nieuwe generatie ontwerpers heeft het beeld van bont veranderd. Bont is doorgedrongen in de collecties van vernieuwende en toonaangevende modemerken. Bont is daarom niet alleen meer te koop in bontspeciaalzaken maar ook in de betere damesmodezaken.

Volgens het Nederlands Bont Instituut (NBI), een overkoepelende organisatie van de bontbranche welke zich bezighoudt met de voorlichting over bont, worden damesmode speciaalzaken steeds belangrijker als verkooppunten van bont in Nederland. Dit blijkt uit de jaarlijkse door het NBI gehouden enquête onder 480 damesmode speciaalzaken in het midden tot hoge segment. Negentig procent van de respondenten gaf aan artikelen te verkopen waarin echt bont was verwerkt bijvoorbeeld als garnering of voering. Een klein aantal respondenten gaf aan ook mantels te verkopen die geheel zijn gemaakt van bont.

De toenemende rol van damesmode speciaalzaken in de distributie van bont is een logisch gevolg van het feit dat steeds meer kledingfabrikanten bont verwerken in hun collecties, in combinatie met andere stoffen zoals bijvoorbeeld zijde, leer en cashmere. Het gebruik van bont in creaties is een belangrijke modetrend van dit moment. De meest gebruikte bontsoorten voor bont/stof combinaties zijn vos, opossum, wasbeer en nerts.

Ook de reguliere bontmode speciaalzaken merken duidelijk een toenemende belangstelling voor bont. Voor het tweede achtereenvolgende jaar is er in het seizoen 1997/98 een ware toeloop ontstaan op de bontateliers, omdat consumenten hun oude mantels willen aanpassen aan het eigentijdse modebeeld. Ook de nieuwverkoop vertoonde een duidelijke opleving.

Bloeiende industrietak

Nederland kent een bloeiende bontfokkerij, de beruchtste vorm van bio-industrie. De nertsenfokkerij in Nederland heeft zich ontwikkeld tot een van de grootste in de wereld. Tweehonderd bontfokkerijen, verstopt achter hoge hekken en prikkeldraadversperringen, fokken jaarlijks ruim 2,6 miljoen nertsen en 20 duizend vossen. De meeste fokkerijen bevinden zich in Noord Brabant en op de Veluwe. Ons land staat hiermee hoog op de wereldranglijst van bontproducerende landen. Alleen in Denemarken worden per jaar meer nertsen gefokt.

Eind jaren tachtig werden wereldwijd meer dan 40 miljoen nertsen gefokt in bontfokkerijen. Door wereldwijde anti bontacties stortte de bontmarkt voor een belangrijk deel in. In 1993 was de nertsenfokkerij meer dan gehalveerd ten opzichte van 1988. Maar de bontindustrie zat niet stil. Toen de westerse consument bont steeds meer links liet liggen, gingen de bonthandelaren op zoek naar nieuwe klanten. Die vonden zij in Rusland, China en Japan. De helft van de Nederlandse bontproductie wordt inmiddels verkocht aan de Russische bontindustrie.

Nertsenfokkerijen zien er overal ter wereld hetzelfde uit. De kleine draadglazen kooien staan aaneengesloten in lange rijen onder een afdak, soms in meerdere lagen op elkaar. Vanwege de intensieve manier van fokken vallen de pelsdierhouderijen onder de bio industrie. In één kooi met een omvang van 30 x 86 x 40 centimeter, zitten twee of drie nertsen. Door de kooien aan elkaar te schakelen, hebben de bontfokkers de bezettingsgraad van de kooien flink opgeschroefd. Op deze manier kunnen zij op één vierkante meter elf nertsen houden.

In het voorjaar worden de jonge dieren in een kooi geboren. Na zeven maanden (als de dieren hun wintervacht hebben) worden ze gedood en gevild. Tijdens hun korte leven zitten de dieren in veel te krappe kooien. Ze kunnen niet rennen, zich verstoppen of vluchten. Zwem en viswater ontbreekt. In de kooi is slechts een drinknippel waar ze hun drinkwater uit krijgen.

Het voer dat de nertsen krijgen bestaat uit een klodder gemalen vis en kipslachtafval vermengd met meel die één à twee keer per dag boven op de kooi wordt gekwakt. Zodra nertsen hun wintervacht hebben, komt er een abrupt einde aan hun korte kunstmatige bestaan. Eerst worden zij met koolmonoxide vergast, daarna wordt het lijkje gevild.

Nestboxen en speelgoed

Nertsen zijn ongedomesticeerde roofdieren die dezelfde eigenschappen hebben als hun in het wild levende soortgenoten. Volgens de stichting Bont voor Dieren is het dan ook geen wonder dat zij gek worden van verveling en frustratie als zij in een klein kooitje leven. ,,Dat is ook te zien aan het abnormale gedrag dat nertsen in gevangenschap vertonen, zoals het eindeloos herhalen van zinloze bewegingen. Daarnaast bijten nertsen regelmatig hun eigen staart en vacht kapot. Ze lopen vaak langdurig in rondjes of draaien voortdurend met hun kopje rond de drinknippel.''

Op aandringen van de overheid stelde de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren (NFE), een vakorganisatie van de pelsdierenhouders die zetelt in Wijchen, in 1995 het 'Plan van aanpak nertsenhouderij' op. Het (tienjaren)plan van aanpak schreef nestboxen voor, speelgoed(!) en geschakelde kooien, waardoor de moeders langer bij de jongen kunnen blijven.

Op 3 februari meldde minister Apotheker aan de vaste Kamercommissie van Landbouw in een tussentijdse evaluatie dat het plan van aanpak "een duidelijk positief effect heeft op het welzijn van de nertsen. Het vermindert het voorkomen van afwijkend gedrag en bevordert het optreden van positief sociaal gedrag en spelgedrag bij met name jonge dieren."

De minister kreeg voor de evaluatie adviezen van de Algemene Inspectiedienst, de NFE, de Landbouwuniversiteit Wageningen en het Interfacultair Centrum Welzijn Dieren (ICDW) van de Universiteit Utrecht. Het ICDW deed vorig jaar praktijkonderzoek bij een aantal nertsenfokkers. ,,De omstandigheden waaronder de dieren leven zijn niet optimaal, maar ze gaan vooruit. Het siert de sector dat ze kosten wil maken om het welzijn van de dieren te verbeteren,'' zegt prof. Spruijt, projectleider bij het ICDW.
,,Zelfs als er geen enkel stereotiep gedrag meer waar te nemen valt, wil dat nog niet zeggen dat het dan goed zit met het dierenwelzijn van het pelsdier'', reageert Bont voor Dieren. ,,De dieren moeten dan nog steeds in een kooi een vreugdeloos, eentonig kortstondig bestaan leiden waarbij aan basale gedragsbehoeften zoals exploratie, beweging en spelgedrag niet wordt voldaan.''

Verbod

Bont voor Dieren, waarin ook de Dierenbescherming en de Stichting Faunabescherming vertegenwoordigd zijn, zet zich al ruim vijftien jaar in voor een verbod op de bontfokkerij. Mede door hun inspanningen heeft de Tweede Kamer in 1995 en 1997 besloten het fokken van respectievelijk vossen en chinchilla's vanaf het jaar 2008 te verbieden. Het fokken van nertsen gaat echter onverminderd voort.

Voor Bont voor Dieren is het onbegrijpelijk dat de regering het fokken van nertsen nog niet heeft verboden. Op 16 februari jl. overhandigde de actiegroep maar liefst 60 duizend ingezamelde handtekeningen aan minister Apotheker. Momenteel zijn de PvdA, GroenLinks, SP en RPF vóór een verbod op de nertsenfokkerij. Bont voor Dieren verlangt dat ook de overige partijen om zullen gaan. ,,Nederland moet nog deze eeuw een einde maken aan het dierenleed'', zo luidde de boodschap aan minister Apotheker.

"Wie tot drie kan tellen kan pelsdieren bevrijden!", zo meldt de homepage van 'Dierenbevrijdingsfront Informatiesite & Nieuwsservice' die onlangs op Internet werd gelanceerd. De samenstellers leggen er met klem de nadruk op dat de site bestemd is voor educatieve doeleinden en dat "het niet de bedoeling is dat personen aangezet worden tot het plegen van illegale activiteiten."

De bezoeker van de site weet echter met teksten als "het Dierenbevrijdingsfront kan de bontindustrie vernietigen" snel beter. De website bevat onder meer een complete handleiding voor het binnenvallen van pelsdierfokkerijen en het bevrijden van de pelsdieren. De noodzakelijke adressenlijst van pelsdierfokkerijen en bontwinkels ontbreekt niet.

Directe actie

In de jaren tachtig bevrijdde het Dierenbevrijdingsfront (DBF) talloze dieren uit laboratoria en pelsdierfokkerijen. Ook in Nederland kwam het DBF veelvuldig in het nieuws; met bivakmutsen getooide activisten lieten hun nachtelijke escapades gretig filmen door bevriende cameraploegen, zodat miljoenen mensen de bevrijdingsacties naderhand konden aanschouwen. Ook de methode spuitbus werd veelvuldig toegepast: de nertsen werden bespoten met verf, waardoor de vacht onverkoopbaar bleek.

In tegenstelling tot landen als Engeland, Zweden en Finland, werd er in Nederland over de afgelopen tien jaar zeer sporadisch directe actie gevoerd tegen de bontindustrie. Dit beperkte zich hoofdzakelijk tot het aanbrengen van vernielingen bij bontwinkels, die de publiciteit overigens nauwelijks haalden.

Stichting Bont voor Dieren bleef nijverig de legale weg volgen. Naast het verzamelen van donateurs, handtekeningen en lobbywerk bij de politiek wordt er steevast op werelddierendag ergens in het land geprotesteerd bij een pelsdierfokkerij. Dankbaar en zinvol werk maar het valt nauwelijks op. Het dragen van bont wordt langzaam maar zeker weer mogelijk.

De enige die recentelijk met directe actie nog wat leven in de brouwerij wist te brengen, was de tv actrice Kim, die september vorig jaar voor opschudding zorgde door in de populaire serie Goede Tijden Slechte Tijden acties te voeren tegen vlees en bont. Samen met een groep vrienden verstoorde ze een modeshow door de bontjassen te vernietigen met een spuitbus, een inspirerende en effectieve actievorm die navolging verdient.

Alex van Veen

Aan te bevelen websites voor educatieve/subversieve doeleinden:
www.animal liberation.net/netherlands/
www.bontvoordieren.nl
www.bontwijzer.nl

[kadertje] NERTSEN BEVRIJD

Het artikel 'Wie redt de nertsen?' was nog niet gedrukt, of het bericht kwam ons ter ore dat er in het Limburgse plaatsje Meyel ruim 4000 nertsen zijn vrijgelaten. De actievoerders hebben in de nacht van maandag 1 op dinsdag 2 maart kans gezien om ongehinderd, na eerst omheining van de pelsdierfokkerij te hebben uitgegraven, maar liefst 400 hokken open te breken.

Het personeel van de fokkerij is, in samenwerking met de brandweer en zestig vrijwilligers, de gehele dag in touw geweest om met vangnetten de kostbare nertsen te vangen. Uiteindelijk werden er enkele honderden pelsdieren terug in hun hok gezet. Tientallen pelsdieren overleefden hun eerste uren in vrijheid niet, daar die sneuvelden als gevolg van het voortrazende autoverkeer.

Hoewel er bij de pelsdierfokkerij geen leuzen of pamfletten werden aangetroffen, gaan zowel de eigenaar als de politie er vanuit dat de actie het werk is geweest van een dierenbevrijdingsgroep. Een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren (NFE) liet weten dat de actie het werk geweest moest zijn van een zeer goed georganiseerde actiegroep van minstens twintig personen. ,,Ze zijn waarschijnlijk urenlang bezig geweest met het uitgraven van de omheining en het openbreken van de hokken. Dat kan geen amateurclub geweest zijn. Hier is over nagedacht.''

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999