- Home
- Archief
- 1999

Uit: Ravage #276 van 22 januari 1999

Markt van het uitgaan (53)

Het subversieve, dat ben je zelf

Een van de meest 'verborgen' schrijvers van deze eeuw is Edmond Jabès. Geboren in Caïro in 1912, emigreerde hij in 1957 naar Parijs om daar begin jaren '90 te overlijden. Jabès was een schrijver. Dat lijkt niet zo bijzonder, wel meer mensen noemen zich schrijver. Bij hem wordt schrijven weer wat het zou moeten zijn: een fonkelend ambacht. De (weinige) boeken dragen titels als: 'Ik bouw mezelf een behuizing', 'Het gaat zijn gang' en 'Het kleine, onopvallende boek van de subversiviteit'. De inhoud van dit laatste tot een slogan samengebald: het subversieve, dat ben je zelf.

Op 12 jarige leeftijd sterft zijn zus in zijn armen, een ervaring die zijn schrijverschap tekent. Jabès: 'Stervend sprak zij woorden die uit het diepste zwijgen leken te komen.' Jabès bekeert zich later tot een atheïstisch jodendom, niet gericht op God maar op een onbestemde openheid. Deze onbestemde openheid klinkt door in zijn gehele werk. Hij ontwikkelt een enorme gevoeligheid voor het woord. 'Het is noodzakelijk,' zegt hij, 'dat je naar een woord luistert alsof het er duizend zijn, zoals in de modulatie van het gezang in een synagoge'. Resultaat: gedichten, puntige bespiegelingen en dialogen die zich moeilijk laten duiden.

Vaak stuurt hij je het bos in. Af en toe valt een bundel licht naar binnen. Dan raak je ook meteen verlicht. 'Het morgenrood is niets anders dan een geweldige boekverbranding', schrijft hij ergens, een beeld dat je nooit meer vergeet.

Ik zou Jabès een anti fascist willen noemen, maar verzet vindt bij Jabès op ongewone wijze plaats. Op 24 jarige leeftijd wordt hij lid van een liga tegen antisemitisme; tijdens de Tweede Wereldoorlog nam Jabès deel aan het antifascistische verzet. Maar pas later in Parijs, zegt hij, wordt het hem duidelijk wat het betekent jood te zijn. Jabès: 'Mijn positie als jood komt overeen met mijn positie als schrijver.' Daarmee bedoelt hij: de positie van balling, van immigrant. En verwijzend naar Adorno's uitspraak "Na Auschwitz is er geen poëzie meer mogelijk", merkt hij op: "Het is niet waar dat er na 'Auschwitz' niets meer te zeggen valt, wel dat onze woorden erdoor veranderd zijn'.

Jabès' stellen van vragen is vergelijkbaar met hoe in het jodendom de Thora onophoudelijk wordt herlezen en becommentarieerd. 'De kritische vraag is onze enige redding', zegt hij. Zijn kritische geest gaat echter verder dan het bevragen van the powers that be; Jabès raakt de hele existentie met het puntje van zijn pen. En spaart daarbij zichzelf niet.

Opvallend is het ontbreken van een ik persoon; Jabès versplintert zich in personages als Sarah, Yukel en Yael. Soms verschijnt een poëtische uitspraak die de werking heeft van een manifest. Zoals: 'Eén stap in de sneeuw is voldoende om de hele berg te laten trillen'. Schrijven is voor Jabès: leven. Beiden vereisen zorgvuldigheid. Ieder woord is belangrijk. Ook het wit van de pagina: de woestijn, zegt hij.

Er is bij mijn weten (nog) geen werk van Jabès in het Nederlands vertaald. Er zijn geestverwanten: René Char, Maurice Blanchot, en Paul Celan. Zijn stem klinkt eenzaam, maar ongehavend, in de woordwoestenij van de 20e eeuwse literatuur.

Marc Hurkmans

Deze tekst is een ingekorte versie van een lezing die ik op 28 januari geef in café Bordelaise te Den Haag. Wie temidden van het millenniumgeschetter graag even in de schaduw van Jabès verblijft, is van harte welkom.

Opname van de lezing kan worden besteld via Ravage of via Outcast, postbus 6452, 1005 EL Amsterdam

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999