- Home
- Archief
- 1999

Uit: Ravage #276 van 22 januari 1999

Marinus van der Lubbe - heilige van de negativiteit

Een moderne theorie legende

,,Jezus heb nooit bestaan. Daar ken je Rinus dus niet mee vergelijken.'' (Koos Vink)

Als we de verhaallijn van Hermann Broch volgen, kan een kleine ergernis bij het instappen van een drukke stadstrein op maandagmorgen nog voor de volgende halte zijn uitgegroeid tot een wereldcomplot op de drempel van zijn uitvoeringsfase. Er wordt tegen je aangeduwd op het perron en voor je er erg in hebt sta je het opblazen van het treinstel te plannen, dat daarna als een vonk overslaat en in een kettingreactie niets minder dan de wereldgeschiedenis tot explosie brengt. Zoiets krijgt het keurmerk van de gerechtvaardigde woede. Zodra je een keer toegeeft aan je opgehoopte vernederingen breekt de razernij los die de continenten op drift brengt. Trek de bevelsangel eruit en wat volgt is een pirotechnisch hoogstandje.

Dat hoeft niet altijd de Reichstag te zijn. Het kan ook blijven steken in een in de hens gestoken vuilnisbak, een flame war op je Internet, een granaat onder de BMW van een kunstenaar, een bad trip die in het hellevuur eindigt, irritaties in de relatiesfeer die uitlopen op het uitfikken van de gezinswoning, de aansteker die tevergeefs de bekleding van de busstoelen aftast. Het kan ook eindigen met de bibliotheek die in de as wordt gelegd, de smeulende sigaret die uiteindelijk het matras wil bereiken, de omvallende kaars die het werk van tien jaar in een keer doet wegsmeulen.

Al deze woede lijkt slechts zelden iets op te leveren. Maar deze economische kritiek van kosten en baten slaat uiteindelijk de plank mis. Als je de drempelwaarde van de gramschap gepasseerd bent zegt ook de legitimatieplicht je weinig meer. De vraag "waar hebt dat nou voor nodig?" behoort bij de wereld waarop men kwaad is en kan dus niet worden beantwoord, alleen afgestraft.

,,Ik dacht, rondlopen, eten en slapen is toch geen actievoeren.'' Aan het woord is Marinus van der Lubbe, die uitlegt geeft over het waarom van zijn prikactie aan de Platz der Republik op 27 februari 1933. ,,Mijn opvatting was dat er beslist iets moest gebeuren om tegen dit systeem te protesteren. Omdat de arbeiders toen niets wilden ondernemen, wilde ik gewoon wat doen. Ergens brand stichten hield ik voor een geschikt middel.''

Vroeger werd deze mentaliteit afgedaan als blind actionisme, alleen had de drang tot actie in dit geval wel degelijk effecten. Rinus van der Lubbe is de uitzondering op de regel die stelt dat geschiedenis niet gemaakt, maar enkel kan worden ondergaan door de eenling. Toch is hij erin geslaagd om in zijn eentje de Republiek van Weimar aan zijn einde te brengen en weerlegde hij daarmee het indertijd heersende idee dat de pias van een Hitler na een paar maanden vanzelf weer zou verdwijnen met alle gevolgen vandien.

Rinus staat hoog op de lijst van de honderd historische gestalten die deze eeuw zijn typische draai hebben weten te geven. Tot voor kort werd hij nog niet erkend als genie, kunstenaar, wereldschrijver, politiek filosoof danwel staatsman, maar nu weten we wel beter. Door onderzoek in de geopende DDR archieven is pas onlangs de waarheid aan het licht gekomen, en in deze tijd van media esthetiek is Marinus terecht getransformeerd tot een figuur waaraan je je kunt meten. Sta eens stil bij leven en werk van deze internationalist.

De eenzame drift is de kern van het oeuvre van Marinus van der Lubbe: ,,Ik ben zelf links georiënteerd en tot 1929 ben ik lid geweest van de Communistische Partij in Nederland. Het beviel me niet van die partij dat ze onder de arbeiders de leidende rol wil spelen en de leiding niet aan de arbeiders zelf wil overlaten. Ik sympathiseer met het proletariaat dat de klassenstrijd bedrijft. Zijn leiders moeten aan de spits staan. De massa moet zelf uitmaken wat ze doen of laten moet.''

Woede en ideologie staan op gespannen voet. Verheven gramschap zet zich af tegen de denkvoorschriften over wat en wie goed en vooral fout is. Zelfs de meest libertijnse variant van het anarchisme van de daad is te beperkend voor begrip van deze postideoloog avant la lettre. Het bleek de dubieuze taak van de Pannekoek aanhangers (voor buitenstaanders: radencommunisten) om de meme Van der Lubbe door de tweede helft van de twintigste eeuw heen te slepen maar thans staan wij aan de vooravond van de grote Van der Lubbe renaissance, met alle electronic merchandizing die daarbij hoort via http://vanderlubbe.com (met de Van der Lubbe t shirts en petten en authentieke remakes van zijn Kohlenanzuender - "die met de rode vlam").

Bezoek de virtual gallery met de Van der Lubbe schilderijen en objecten, de foto's, de MP3 files met voorgelezen Van der Lubbe gedichten. Of speel Cybermoker!, waarin je door een virtuele Reichstag rent, achternagezeten door Goering en Dimitrov, met het doel zoveel mogelijk brandhaarden te stichten. Zo krijg je een aardig beeld van Marinus in de late nineties.

Minder bekend is het nomadische leven dat Van der Lubbe leidde. Onze Vroeg Deleuziaan ondernam in 1931 een voetreis naar China om zich aan te sluiten bij het Rode Leger van Mao. Aanvankelijk kostte het hem moeite om Duitschland door te liften vanwege het ontbreken der Reichsautobahnen. Hij zat in Brechtesgaden vier dagen vast vanwege landloperij. Deze reis, die verliep via Klagenfurt, Vukovar, Belgrado loopt uiteindelijk vast aan de Bulgaarse grens. Een jaar later loopt zijn sport en studiereis naar de Sovjet Unie wederom vast, ditmaal in een Poolse gevangenis. Wat dat betreft lijkt hij sprekend op zijn tijdgenoot Franz Jung, die als literaire loser eveneens zijn oeuvre schreef in cellen, gaarkeukens en Maennerheimen.

Net als Anne Frank heeft Marinus alleen een (reis)dagboek nagelaten; een rijk document, rijp voor vele Hollywood adoptaties. Bezoekt na het Anne Frank huis aan de Prinsengracht in Amsterdam het Lenin huis aan de Uiterste Gracht 56 te Leiden, waar binnenkort een bezoekscentrum wordt geopend en ga vervolgens op pad...

Je bent revolutionair en je wilt wat. De woede heeft een enorme energie opgewekt die te groot is voor de bestaande politieke en culturele kanalisatie van het maatschappelijk ongenoegen. Je wilt daar zijn waar het gebeurt. In China, Rusland, Berlijn anno 1933. Het is nooit genoeg. Marinus wil nog verder, hij wil het continentale plat af en schrijft zich in voor de deelname aan de zwemtocht over het Kanaal.

Het zwerven maakt van Marinus een Onbenoembare, wiens vaagheid onbevattelijk blijft voor de journaille, de partijideologen, artsen, sympathisanten, de rechterlijke macht, tot aan de huidige kunstcritici aan toe. Wat Marinus ontdekt had, was dat je je eigen provincialisme alleen kunt bestrijden door de confrontatie aan te gaan met het provincialisme van anderen. Groot zijn in een kleine tijd vraagt om de strategie van het meta gaan, waarbij je door het overzien van varia micro politieken een eigen mega lijn gaat uitstippelen. Dit blijft niet beperkt tot een mentaal proces, cq. esthetische ervaring. Marinus besefte dat hij ook echt iets moest doen om het wonder te laten geschieden dat de wereld voorgoed zou veranderen.

Als er niets op te bouwen valt, ga je jezelf afvragen: "Valt er nog wat te slopen?" Dit existentieel politiek moment dreigt in het huidige neo-iberale PC-tijdperk van de goede bedoelingen in de taboesfeer terecht te komen. Nog extremer dan in voorafgaande decennia is deze Wil tot Vernietigend Commentaar ("het Consumeren der Faciliteiten") bij voorbaat in een criminele ambiance getrokken. Gangsta Rap is dan weer een esthetische verwerking van de overall cririminalisering van de gezonde drang om af toe te moeten kotsen. Voor de voor oorlogse generatie was geweld nog een sociaal vraagstuk. Voor de generatie van '68 verwerd het al snel tot een moreel dilemma.

Tegenwoordig is geweld geen inherente afwijking van de normaliteit meer, maar een boosaardige inbreuk van buitenaf. Het is de Ander, de alien, de moslim, de extremist, fundamentalist: al diegenen die niet langer geholpen kunnen worden, maar nog slechts dienen te worden uitgeschakeld. Levend onder het dictaat van het museum mag er niets meer worden gesloopt. Het idee dat er dingen om ons heen zijn die hoog nodig afgebroken moeten worden is tot achter de horizon verbannen.

De zucht tot therapie heeft zo'n groot bereik gekregen dat de dingen alleen nog maar van binnenuit gerenoveerd kunnen worden. Nooit zal de therapeut eens zeggen: pak dat pistool! Natuurlijk kan er van alles worden verbeterd aan de economie of het openbaar vervoer - maar wie durft er nog te pleiten voor de sluiting van de effectenhandel of van de ringwegen? Het is het tragische lot van de Deleuzianen dat de groep die het beste doorheeft waar Mille Plateaux over gaat de eigentijdse beursanalisten zijn. Geen enkele theorie of praktijk, hoe radicaal ze zich ook presenteert, is meer bestand tegen overname door de mainstream.

Is er nog hoop voor de negativiteit als elke kritiek, elke afwijzing kan worden omgeduid tot een eigen market opportunity? En hier geeft Marinus van der Lubbe opnieuw het goede voorbeeld. Er bestaan twee oerbeelden van Marinus. Het eerste is die van de jonge arbeider in gekreukeld werkpak, die met pet op en lucifers in de hand de zaak wel even in de hens zal zetten. Het tweede beeld is van Marinus tijdens zijn rechtszaak van april tot december 1933, waarbij hij nooit zijn rechters aankeek, maar altijd zijn hoofd omlaag gericht hield zo consequent zelfs dat toen hij op 17 november even wel opkeek, dit voorpaginanieuws was in de dagbladen.

Van der Lubbe was tot in maart trots op zijn daad en legde tegenover de politie ook een uitvoerige verklaring af hoe en waarom hij de Rijksdag in brand had gestoken. Dit was zijn heldenstadium. Toen hij zich half maart echter realiseerde dat zijn daad hem ontstolen werd door de fascisten en de communisten, die hem beide het werktuig noemden van een complot door de tegenpartij, en hij vermorzeld werd tussen de molenstenen van nationaal socialisme (Goering die het proces domineerde) en stalinisme (Dimitrov die als communist was opgepakt omdat hij Van der Lubbe zou hebben aangezet tot zijn daden) nam hij zijn voorovergebogen houding aan.

Ook van Che Guevara kennen we twee beelden: het stoere hoofd met de zwarte baret met rode ster, en het half ontblote lijk waarvan het willoze hoofd overeind is getrokken. Van der Lubbe nam intuïtief de houding aan van de onderworpen, gebroken arbeider die zijn onderdrukking heeft aanvaard, zoals die bijvoorbeeld ook te zien is bij de ongelukkige arbeiders in de onderaardse stad uit de openingsscenes van Fritz Langs Metropolis. Hij werd hierdoor meer dan een antiheld, hij drukte met zijn voorover hangende figuur niet alleen uit dat hij zich onderwierp aan de rechtsgang die hem zijn heldendaad weigerde, hij ging nog een paar verdiepingen lager het hele gebeuren interesseert hem geen ene moer meer. Van der Lubbe's gebogen houding drukt een ongeluk uit dat het ongeluk ver gepasseerd is, bodemloos is geworden, zo bodemloos dat Van der Lubbe de hele tijd omlaag blijft kijken om te zien waar de grond onder zijn voeten is gebleven.

Tegelijkertijd spreekt uit zijn trieste houding ook een enorme kracht want de totale afwijzing is het enige middel dat Marinus nog in eigen hand heeft. Zijn houding drukt de overwinning van de negatie uit, van het negatieve denken dat uitsluitend afwijst zonder één of ander constructief alternatief te bieden (dat toch altijd uitloopt op rampspoed zie het communisme en kapitalisme). Rinus van de Lubbe is de heilige van de negativiteit, vertolker van de volkomen, volmaakt geworden weerzin.

Eén keer gaf hij helemaal toe aan alle toorn die in hem ziedde, maar daarna was hij sterker dan zijn losgebroken razernij, en dat deed hij door zwakker te zijn dan het allerzwakste lam dat naar de slachtbank wordt geleid. Het is geen toeval dat de nazi's hem onthoofden, want dat hangende hoofd was de grootste steen des aanstoots, een sterker symbool van verzet dan de Rijksdagbrand die hij in zijn eentje had weten te stichten. Het hangende hoofd was een symbool dat werkelijk hun razernij opwekte (Dimitrov herkenden ze als hun gelijke en die werd dan ook vrijgesproken). Toen de valbijl op zijn hals neerkwam, sloeg hij ook zijn kin eraf, want zelfs onder de guillotine hield Rinus zijn hoofd gebogen. Marinus van der Lubbe dat is de Triumpf des Unwillens.

Bilwet

 

Naar boven
Naar overzicht dit nummer
Naar Jaargang 1999