Uit: Ravage #3, 21 februari 2003

Een ster heeft meerdere kanten

'De schaduw van de ster' van Peter Edel heeft tot felle reacties geleid. Een antisemitisch boek, zo vond menig recensent. Milo Anstadt kan zich hier niet in vinden. Maar iets meer aandacht voor de humanitaire boodschap van het judaïsme, het idealisme en de opofferingsgezindheid van de zionisten, zou geen kwaad kunnen.

De te vroeg gestorven journalist, Louis Velleman, heeft mij eens in een niet geheel welwillende recensie een maverick genoemd. Misschien deed hij dat niet helemaal ten onrechte. Ik ben me ervan bewust dat ik met de mededeling het boek van Peter Edel 'De schaduw van de ster' met zowel belangstelling als gemoedsrust te hebben gelezen, Louis' oordeel een maverick te zijn nog wat kracht bijzet.

In onze tijd zijn zionisme en antizionisme geen onderwerpen die een rustige en afstandelijke oordeelsvorming mogelijk maken. Ze hebben een zodanige impact dat wie ermee geconfronteerd wordt, er al gauw toe neigt zijn standpunt te verinnerlijken, zodat het een emotionele lading krijgt en vervolgens tot dogma versteent. Ik wil niet beweren dat mijn oordeel over deze materie vrij is van partijdigheid. Daarom meen ik dat de lezer van onderhavige recensie er recht op heeft bij voorbaat te weten wat mijn uitgangspunten in deze problematiek zijn.

Ik ben geen zionist, maar ook geen principiële antizionist. Kritiek op de grondslagen van het zionisme kan ik, ondanks mijn joodse afkomst, heel goed verdragen. Anderzijds beschouw ik de joodse staat Israël als een gegeven feit; hij is de resultante van een dramatisch en complex historisch proces.

Zijn ontstaan en bestaan komt voor mijn gevoel niet voor een schoonheidsprijs in aanmerking, maar in dit opzicht is Israël geen uitzondering. Hoeveel staten zijn er niet ontstaan via oorlog, geweld, onderdrukking, religieuze en andere ideologische aberraties? Om maar een sterk voorbeeld te noemen: de Verenigde Staten, gesticht door nieuwkomers uit Europa die de autochtone Indianen hebben verdreven en uitgemoord. Mijn morele beoordeling van zulke feiten is vers twee en komt nog wel aan de orde.

Critici

Om te beginnen wil ik vaststellen dat het boek van Peter Edel enorm veel interessante wetenswaardigheden bevat die ik helemaal niet of slechts oppervlakkig kende. Het beeld dat hij van de geschiedenis van het zionisme schetst, is er niet bepaald een van bewondering. Dat mag en dat kan. Geschiedschrijving is immers een ordenen van historische gegevens naar bepaalde gezichtspunten.

De wetenschapsfilosoof Karl Popper had het erover dat er verschillende geschiedenissen van de mensheid kunnen worden geschreven: van heldendom en van lafheid, van opofferingsgezindheid en van criminaliteit, van humane acculturatie en van barbarij, etc. Zo hebben tal van historici de geschiedenis van het bolsjewisme behandeld. Sommigen zakten door de knieën van verering, anderen kwamen bijvoeglijke naamwoorden tekort om hun walging uit te drukken. En van ieder van hen viel wel wat te leren.

Wie meent dat men historische beschouwingen uit een gezichtspunt van waarheid en onwaarheid dient te benaderen, maakt in zoverre een vergissing dat die in Reinkultur niet bestaan. Vooroordelen brengen met zich mee dat de waarheid van de schrijver de leugen van de lezer kan zijn en dat de laatste daardoor in hevige opwinding kan raken.

Ten opzichte van het boek van Edel is een aantal critici zo hoog in de gordijnen geklommen dat het bijna nodig leek een paar ziekenbroeders te laten komen om hen eruit te halen. Tot hen behoorden de recensenten Gie van den Berghe en Yoram Stein, die wel aangeschoten wild leken. Als de schrijver een onderscheid maakt tussen joden en zionisten en het zionisme als een droeve teistering van een stuk Midden-Oosten beschouwt, dan mag hij erop rekenen woede op te wekken bij allen die hun 'identiteit' met dat zionisme hebben vervlochten.

Frits Barend van RTL4 hoefde zelfs geen letter in 'De schaduw van de ster' te hebben gelezen om, gealarmeerd door een recensie van Stein in Trouw, als door een slang gebeten heel Nederland in rep en roer te brengen.

Messias

Edels boek bevat een analyse van de geschiedenis der joden als consequentie van de joodse religie, waarbij hij zich vooral richt op de idee van de uitverkorenheid der joden door God, zoals die uit de bijbel naar voren komt. Het overleven van de joden in de diaspora heeft ongetwijfeld met de specifieke joodse religie te maken. De verwachting van de komst van de Messias en de terugkeer naar het 'beloofde land' waren de belangrijke elementen die de hoop levend hielden en daarmee de geslotenheid en de isolatie hielpen bevorderen.

De schrijver probeert aan te tonen dat de joden altijd de gelijkwaardigheid van volkeren hebben betwijfeld en van de superioriteit van het joodse volk zijn uitgegaan. Hij vindt voor die mening steun in tal van historische bronnen. Maar hij had aan het judaïsme ook tegenovergestelde opinies kunnen ontlenen. Bijvoorbeeld dat de hele mensheid uit de schepping van die ene Adam voortkomt en dat uitgaande van deze enige stamvader, alle verschillen tussen mensen hun principiële gelijkwaardigheid onaangetast laten. Edel had joodse wijzen kunnen aanhalen die aan deze overtuiging een humanitaire boodschap aan het joodse volk verbinden. Hij heeft het niet gedaan en daardoor is zijn keuze van bronnen discutabel.

Racisme

Edels betoog is duidelijk: het zionisme wortelt in de denkbeelden van bijbelse uitverkorenheid en kon daarom gemakkelijk aansluiting vinden bij de rassentheorieën die in de 19e eeuw waren opgekomen. Het zionisme is volgens hem een joodse variabel van het racisme. Hij heeft in zoverre gelijk dat het zionisme een loot is aan de boom van de 19e eeuwse romantiek, waarin volkeren ineens een ziel werd toegedicht en de ene ziel al imposanter was dan de nadere. Zo sprak een Duitser de hoop uit dat de wereld aan het Duitse wezen zou genezen. Anderen verkondigden dat de Europese volkeren bedreigd werden door het 'rationalistische, destructieve joodse ras'.

Het is waar dat er joden waren die in beginsel affiniteit hadden met bepaalde aspecten van de rassentheorie. Die gaf hun immers de mogelijkheid de eigen bijzonderheid en voortreffelijkheid in het licht te stellen, en eigenlijk vanuit het defensief de gedachte te ontwikkelen dat het niet nodig was op de Messias te wachten teneinde terug te keren naar het land van herkomst.

Daar waar Edel aandacht besteedt aan de speculatieve ideeën uit de romantiek en haar mystieke en zwakzinnige wanen, is hij voor mij het interessantst. Zijn waarnemingen zijn ongetwijfeld juist, maar hij maakt het zichzelf moeilijk door vervolgens wat halsstarrig aan de term racisme vast te houden en die wat al te gemakkelijk op het politieke beleid van Israël te projecteren. Ras, rassentheorie en racisme zijn begrippen die een eeuw lang door warhoofden en demagogen zodanig zijn misbruikt dat wie ze nu nog zonder nauwkeurige explicatie bezigt, de verdenking op zich laadt met die woorden te knoeien.

Waar is dat vele zionisten het Israëlische volk superieur achten ten opzichte van Palestijnen en andere Arabische volkeren. Dat soort zelfverheerlijking is echter zo verbreid dat ze hoogstens spot verdient. Bush spreekt herhaaldelijk over 'dit geweldige Amerikaanse volk'. Duitsers voor Hitler beschouwden hun landgenoten als 'het volk van dichters en denkers.' Joden pronken graag met het intellect van Marx, Freud, Einstein en Kafka.

Als het erom gaat de bronnen van heerszucht aan de kaak te stellen dan zijn er toepasselijker beschuldigingen dan 'racisme'. Geslaagder acht ik de opmerking van Benno Bernard (in diens Huizinga-lezing), dat "het staatkundige jodendom een verregaande vorm van assimilatie tentoonspreidt aan het cynisme van de wereldpolitiek".

Kritiek

Edel doet zijn uiterste best te overtuigen en gebruikt een overdaad aan voorbeelden om aan te tonen hoe demagogisch, arrogant, inhumaan en onderling verdeeld de zionisten gedurende hun geschiedenis zijn geweest. Hij maakt er vooral veel werk van de relaties bloot te leggen die zionisten hebben gezocht en onderhouden met nazi-Duitsland, in hun streven naar allerlei profijt, zoals joden vrij te kopen, de positie van de joden in Israël te versterken, maar ook zich individueel te verrijken. Er is daarover te vaak gefluisterd dan dat ik aan de feitelijkheid van die geschiedenissen zou kunnen twijfelen.

De verwijten die Edel worden gemaakt dat zijn bronnen niet betrouwbaar zouden zijn, neem ik op dat punt niet al te serieus. Daarvoor zijn ze te talrijk en te verscheiden. Best mogelijk dat niet elke informatie goed door hem is gecheckt en dat hij hier en daar een fout maakt. Soms is een tweede druk nodig om een dergelijk boek van onjuistheden te zuiveren.

Als ik dan toch kritiek op Edel heb dan is het in de eerste plaats dat hij te weinig aandacht heeft besteed aan het idealisme en de opofferingsgezindheid van zovele kolonisten die zich ten doel hebben gesteld een veilig tehuis voor vervolgde joden te bouwen. Dat er onder hen ook nationalistisch-fascistoïde krachten waren die het streven hebben gecorrumpeerd, ontsloeg hem mijns inziens niet van de taak ook uitgebreid op de humane, positieve elementen te wijzen die ook nu nog indrukwekkende voorbeelden van karakter demonstreren. Doordat hij dat niet in voldoende mate heeft gedaan is er onevenwichtigheid ontstaan in zijn verhaal. Dat neemt niet weg dat ik zijn bijdrage tot de discussie over het Israëlisch-Palestijns conflict van belang acht.

Anachronisme

Blijft over de visie op de toekomst als schier onoverbrugbaar probleem. Edel houdt zich uitvoerig bezig met de onaanvaardbaarheid van het zionistische beginsel, dat is uitgemond in een joodse staat. Hij acht een staat van joden voor joden een anachronisme en hij is in die opvatting moeilijk te bestrijden. Hoogstens kan men aanvoeren dat er nog een aantal overleefde islamitische fosielen is die staatsrechtelijk bestaan rekken. Wat men echter ook wil of doet, spanningen tussen rationaliteit en irrationaliteit zijn dikwijls onoplosbaar en leerstellige recepten dragen eerder tot toespitsing dan tot opheffing van conflicten bij.

Het historisch verloop heeft zich ontegenzeglijk hoogst onrechtvaardig getoond tegenover de Palestijnen, maar de tragiek is nu eenmaal niet weg te filteren uit het bestaan van individuen en volkeren. Zij bezit een oncontroleerbare macht over de werkelijkheid en er is geen politieke oplossing voor dit deel van de wereld denkbaar die een definitief eind kan maken aan de pijn van grote groepen van mensen die door welke 'oplossing' dan ook worden getroffen. Onder die omstandigheden is het realistisch de minst kwade en meest uitvoerbare constructie na te streven.

Edel pleit voor een seculiere democratie in het hele Palestijnse gebied, met volledige rechten voor alle inwoners, joden en Palestijnen. De verwerkelijking van die heilvolle droom lijkt mij voorlopig ergens in de wolken te liggen. In onze weerbarstige realiteit zou zo een staat en zo een bestel alleen tot stand kunnen komen door massieve interventie van de wereldmachten, zowel politiek als militair. Wie daarvoor ergens de voorwaarden aanwezig acht lijkt mij een fantast. Er blijft dan toch niets anders over dan met diplomatieke en economische middelen de tweestaten-oplossing af te dwingen.

Milo Anstadt

Peter Edel: 'De Schaduw van de Ster - Zionisme en antizionisme'; met een voorwoord van Karel Glastra van Loon. Uitgeverij Epo, ISBN 9064452644, 328p., e.22,50, 2002.



Naar boven

 

 



Ravage
Archief
Overzicht 2003
Overzicht #3

..