Een omstreden monument

Het plan van de ArmeniŽr Nicolai Romachuk om in Assen een monument ter nagedachtenis aan de genocide op zijn volk te plaatsen, heeft voor veel beroering gezorgd. Grote delen van de Turkse gemeenschap reageerden als door een adder gebeten. Volgens Turkije heeft de massamoord op de ArmeniŽrs immers nooit plaatsgevonden. Een reconstructie.

Turkije heeft de genocide van 1915-1916 uit de geschiedenisboekjes geschrapt. De Turkse autoriteiten ontkennen iedere verantwoordelijkheid voor de systematische moord op 1,5 miljoen ArmeniŽrs. Men spreekt liever over mensvriendelijke verplaatsing, of over oorlogsdoden, waarbij men benadrukt dat er ook aan Turkse zijde slachtoffers vielen.

Het Ottomaanse regime vreesde destijds dat ArmeniŽrs en Koerden wel eens beslag konden gaan leggen op de oostelijke provincies. De oplossing voor dit probleem was 'turkificatie'. Turken en moslim-immigranten uit MacedoniŽ en Bulgarije - verjaagd als gevolg van eerdere oorlogen op de Balkan - werden gedwongen zich in het oosten te vestigen.

Dat kon alleen door ruimte te creŽren voor die groepen. Armeens eigendom werd massaal in beslag genomen en de genocide werd bureaucratisch geregeld. Voor de genocide waren er speciale legerdiensten. Niemand mocht ArmeniŽrs vermoorden zonder toestemming, wie ze op de verkeerde plek ombracht kreeg moeilijkheden. Twee miljoen Armeense christenen werden naar concentratiekampen langs de Eufraat in de Syrische woestijn gedeporteerd. Tijdens deze transporten vielen de meeste doden.

Naast ontkenning van de genocide, stelt Turkije het aantal slachtoffers constant ter discussie. Wetenschappers schatten het aantal slachtoffers tussen de 800 duizend en 1,5 miljoen. Turkije heeft altijd ontkent dat het een doelgerichte politiek was om de ArmeniŽrs uit te roeien. Als laatste, en misschien meest heikele punt, vindt Turkije dat zij, als in 1923 gestichte Turkse Republiek, niet verantwoordelijk gehouden mag worden voor het regime van het Ottomaanse rijk. Volgens Turkoloog EJ ZŁrcher zou dat hetzelfde zijn als Duitsland zou ontkennen iets te maken te hebben met de daden van het Duitse Rijk. De eerste schadeclaims van ArmeniŽrs zijn echter onlangs ingediend.

Gedenkteken

Van de 4 miljoen ArmeniŽrs die in de diaspora leven, wonen er ongeveer 5000 in Nederland, met Almelo als 'hoofdstad'. De Armeense gemeenschap bestaat uit migranten en vluchtelingen uit Turkije - waar zij nog steeds vervolgd worden - en tweede- en derde generatie ArmeniŽrs, kinderen van de overlevenden van de Turkse genocide op de ArmeniŽrs.

De ArmeniŽr Nicolai Romachuk, behorend tot de 200 zielen tellende Armeense gemeenschap in Assen heeft in de zomer van 1999 het plan opgevat om een gedenkteken te plaatsen. Het kruis van steen, uit de bergen van ArmeniŽ, moet geplaatst worden langs de openbare weg. Romachuk wil zijn vermoorde ouders, voorouders en landgenoten op de jaarlijkse herdenkingsdag 24 april, kunnen herdenken.

De gemeente Assen wil het verzoek afwijzen omdat, zo zegt gemeentevoorlichter Dorine Rensen "geen aantoonbare relatie bestaat tussen Assen en de Armeense gemeenschap". Maar door een 'ambtelijke fout 'geeft zij in een brief op 28 december toestemming voor het plaatsen van het gedenkteken. Na een pittig gesprek met Romachuk probeert de gemeente de schade te beperken en gaat Romachuk akkoord met een veel kleiner gedenkteken op begraafplaats De Boskamp en een aangepaste tekst, waarin het woord genocide niet voorkomt.†

Hetze

Vervolgens breekt een storm van protesten los vanuit de Turkse gemeenschap in Nederland. Het haalt ook direct de voorpagina's van de dagbladen in Turkije. Woordvoerder S. Gundogan van de Turkse Culturele Vereniging mobiliseert zijn aanhang. De Turkse ambassade in Den Haag en het Turkse consulaat in Deventer laten van zich horen. De 'landelijke Turkse delegatie' overweegt juridische stappen tegen het monument. Later blijkt het hier te gaan om het Inspraakorgaan Turken (IOT).

Een delegatie uit Utrecht spreekt met het Assense college van B & W, maar de gemeente Assen ziet geen kans meer om het besluit van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften, waar Romachuk gelijk van kreeg, terug te draaien. Mocht de gemeente het monument weigeren, dan betalen zij een fikse schadevergoeding. Het IOT overweegt een procedure aan te spannen voor de bestuursrechter door de Turkse vereniging Assen, een kort geding en zelfs een zaak voor het internationaal gerechtshof in Den Haag. Het bezwaar tegen de beslissing van B & W werd op formele gronden echter afgewezen door de rechtbank te Assen; de termijn was verstreken.

In het Turks-Nederlandstalige weekblad DŁnya wordt gesproken over het 'haat-monument' en opgeroepen voor een demonstratie op 13 mei. Ilhan Karacay van DŁnya probeert vervolgens te ontkennen dat zij een hetze heeft ontketend tegen de Armeense gemeenschap. Artikelen uit DŁnya werden vertaald en op internet gezet. Karacay noemt de Armeense initiatiefnemers 'schooiers' en burgemeester Van As-Kleywegt van Assen een 'dove Sultan'.

Bang

B & W van Assen stellen vervolgens nieuwe regels op voor de plaatsing van monumenten voor etnische minderheden. De gemeenteraad wordt eerst geraadpleegd.

Volgens DŁnya heeft de gemeente Assen gezegd dat Romachuk een nieuwe aanvraag moet indienen. Maar het enige wat er gebeurt, is dat de beslissing voor plaatsing van het monument vier weken ter inzage ligt, zodat mensen bezwaar kunnen maken. Het gaat echter alleen om plaats, vorm en tekst van het monument. Romachuk had eerder al de tekst aangepast: 'Ter herdenking van onze Armeense voorouders uit de periode 1910-1920.' Niets verwijst naar genocide van 1915-1916. Romachuk is inmiddels, na bedreigingen, verhuist en heeft een geheim nummer genomen.

Sosi Bayatian, lid van het Armeense comitť 24 april is verontwaardigd: "Zonder de tekst genocide betekent het monument niets voor ons. Waarom zeggen: het is niet gebeurd? Nederland heeft genoeg documentatie hierover. In Brussel, in Frankrijk, in Engeland, overal staat de term genocide op Armeense gedenkstenen. Ik snap niet waar de burgemeester van Assen zo bang voor is."

In mei dit jaar werd er een protestpetitie door de Turkse gemeenschap aangeboden. Het werd vergezeld van een persbericht dat zich keert tegen het initiatief van Romachuk en diens historische besef. "De Asser gemeenschap is een moderne samenleving waarin geen discussie past over wel of niet gepasseerde zaken uit het verleden", zo staat er te lezen.

De gemeente Assen is meer bezorgd over aanslagen, die zouden zijn gepland door de Grijze Wolven. Tot op heden is er niks gebeurd en de demonstratie van 13 mei werd afgeblazen. Ilhan Karacay dreigt in weekblad DŁnya wel om de steen weg te halen, als-ie geplaatst wordt. Voorzitter Mohammed Uysal van de Turks Islamitische Culturele Federatie (TICF) laat doorschemeren dat er wel eens gewelddadig optreden kan volgen als het monument er komt.

Handtekeningen

Op 24 april wordt alsnog het monument ingezegend, in de Armeense kerk in Almelo. Nu wordt er geprotesteerd door de Turkse verenigingen in Almelo. Volgens voorzitter Atabek van de vereniging AtatŁrk zal de komst van het monument de goede verhoudingen tussen Turken en ArmeniŽrs in Almelo flink verstoren.

In Assen gaan ondertussen de protesten door en na vier weken inzage in het besluit, zijn er 1907 bezwaren binnengekomen; 913 voor het monument, 994 tegen. Ondertussen had het comitť 24 april een brief naar minister-president Kok gestuurd, om hem een politieke uitspraak over de genocide te ontlokken. Hier is echter niets meer van vernomen.

In augustus sturen Turken uit binnen- en buitenland zogeheten mail-bommen naar de gemeente Assen, waardoor de gemeente haar email-adres moet veranderen. Ook diverse gemeenteraadsleden veranderden hun elektronische adres omdat hun computers thuis op hol raakten van de enorme hoeveelheid e-mail.

Op 18 augustus worden volgens de Turkse media 380 duizend handtekeningen aangeboden aan loco-gemeentesecretaris Simon van Midden van Assen. Deze handtekeningen zijn wereldwijd opgehaald, in Nederland zijn er volgens Uysal 200 duizend verzameld. Zelfs voorzitter Yavuz Kuscu van de Turkse gemeenschap in Oostenrijk en G. Geng van het Turks Forum in de Verenigde Staten waren naar Assen gekomen om protesthandtekeningen te overhandigen.

In de Drentse Courant van 23 augustus verklaart chef afdeling voorlichting van de gemeente Assen, Maarten Ton echter dat er maar zo'n vijfduizend handtekeningen zijn verzameld. Zo'n vierduizend zouden uit Nederland komen, vijftienhonderd uit Oostenrijk en er werd nog een diskette overhandigd. Ton geeft aan geÔrriteerd te zijn over de acties en houding van de Turken. Gundogan van de TCV Assen zegt dat de gemeente niet goed telt, volgens hem vertegenwoordigt iedere handtekening van een vereniging alle leden van zo'n organisatie.

Eind oktober komt de gemeentelijke commissie beroep- en bezwaarschriften met een advies aan B & W van Assen om strenge voorwaarden te verbinden aan de steen van Romachuk. De vergunning moet worden herzien, omdat Romachuk "aan het herdenken een ruimere strekking wil geven dan het college heeft bedoeld". De commissie vindt dat in de nieuwe vergunning, als die er al komt, moet worden opgenomen dat er geen herdenkingen mogen plaatsvinden bij de steen.

Als klap op de vuurpijl moet worden nagegaan of Romachuk wel daadwerkelijk familieleden heeft verloren in de periode 1910-1920. Het enige bezwaar (van de duizenden protesten, werden er 934 in behandeling genomen, waarvan er 26 volgens de wet direct belanghebbend waren) dat volgens de commissie gegrond mag worden verklaard, is die van de Turks Islamitische Culturele Vereniging in Assen. Op 24 november neemt de gemeenteraad van Assen een besluit of ze het advies van de commissie overneemt.

Dreigementen

Ook in de Verenigde Staten speelt de kwestie rond de erkenning van de genocide op de ArmeniŽrs. Toen de commissie Internationale Betrekkingen en Mensenrechten van het Huis van Afgevaardigden de resolutie goedkeurde, trok Turkije woedend aan de bel. Ze dreigde de vliegrechten op de basis Incirlik in Turkije, vanwaaruit de VS nog steeds bombardementsvluchten uitvoert op Irak, in te trekken en dreigden het olie-embargo tegen Irak te verbreken.

Het hielp, Bill Clinton en het Amerikaanse congres hielden de resolutie tegen. Eerder al had Turkije Frankrijk en IsraŽl onder druk gezet. Wel is het in de staat CaliforniŽ nu mogelijk voor nabestaanden van slachtoffers van de genocide om schadeclaims tegen verzekeraars in Europa en AziŽ in te dienen, die tijdens de genocide bezittingen van ArmeniŽrs verkochten.

Het Europees Parlement ging niet zover, in weerwil van een eigen resolutie uit 1987 dat de genocide erkend. Wel stelde het Europees Parlement bij krappe meerderheid op 15 november dat Turkije als voorwaarde voor toetreding tot de Europese Unie de genocide moest erkennen. Dit krijgt zeker nog een staartje.

In Berlijn demonstreerden half oktober vijfduizend Turken tegen de resoluties.

Een andere reactie van Turkije was het oprichten van een studie-centrum ter onderzoeking van de Armeense claims op de genocide begin oktober in Erzurum, Oost-Turkije. Hilmar Kaiser, een Duitse onderzoeker die op diverse congressen lezingen hield over de genocide op de ArmeniŽrs en het geplande, systematische karakter ervan, is de toegang ontzegd tot de Ottomaanse archieven in Istanboel.

Ook de vice-premier van Turkije, de Grijze Wolf Devlet Bahceli deed in Turkish Daily News (11 oktober 2000) een duit in het zakje: "Nooit zullen we hen vergeven die Turkije voor de ogen van de wereld belasteren en criminaliseren. (...) De problemen die we tegenkomen als de schadeclaims worden toegekend zijn enorm en de gevolgen zullen desastreus zijn. We zullen dan ook steviger maatregelen moeten nemen."

Ondertussen werd er in de Australische stad Sydney voor de 30 duizend leden tellende Armeense gemeenschap een genocide-monument geopend. Ondanks Turkse druk, een brief van president Necdet Sezer en een bezoek van een zware Turkse delegatie aan de Senaat, erkende de Franse Senaat de genocide op de ArmeniŽrs op 11 november jongstleden. Op dit moment speelt hetzelfde in ItaliŽ.

Spierballen

De NAVO-partner en het kandidaat-lid van de Europese Unie Turkije mag niet beledigd worden, zo blijkt uit de woorden van woordvoerder De Bruin van Buitenlandse Zaken: "We moeten hierbij de nadelen van een bevriende natie te beledigen afwegen tegen de mogelijke voordelen. En we hebben er nadeel bij als we een uitspraak doen over genocide." Dat staat haaks op de resolutie van het Europees Parlement van 18 juli 1987 waarin de genocide in Turkije heel expliciet erkend en veroordeeld wordt.

Turkije laat keer op keer blijken de beschuldigingen en historische feiten niet te kunnen weerleggen en slechts met het gebruik van spierballen en het dreigen met economische en militaire sancties, landen die de resolutie willen aannemen onder druk te zetten.†

De onverzoenlijke en intolerante houding van delen van de Turkse gemeenschap in Nederland is onacceptabel, ook al is het Turkse regeringspolitiek. De huidige machthebbers in Turkije, de 'sociaal-democraten' van Ecevit en de MHP-Grijze Wolven van Bahceli, zijn doodsbang voor schadeclaims van Armeense slachtoffers en toekomstige schadeclaims van bijvoorbeeld Koerden. Bovendien druist zo'n historische terechtwijzing in tegen de trotse, nationalistische, patriottische gevoelens van de meeste Turken, een gevolg van de indoctrinatie van de leer van Ataturk. Er zijn inmiddels afdoende wetenschappelijke en historische bewijzen dat de genocide heeft plaatsgevonden.

Als men wil werken aan verzoening tussen beide volkeren, zal Turkije de genocide moeten erkennen. Deze erkenning zou ook een democratiserende werking kunnen hebben op het huidige beleid van de regering. Ook de Turkse gemeenschap in Nederland zou daaraan kunnen bijdragen, in plaats van te blijven hangen in conservatieve en ultra-nationalistische haatgevoelens en zich als loopjongen van de Turkse regeringspolitiek te laten gebruiken. Een krachtig protest van anti-racisme organisaties in Nederland draagt wellicht bij tot een open discussie in Nederland, zonder haat en bedreigingen.

Jeroen Bosch

 

.Terug naar boven

Home