Ravage #10, 21 juli 2000 Debat gentechnologie in de doofpot Sinds januari dit jaar is er een projectgroep bezig om te komen tot een breed maatschappelijk debat over gentechnologie. De maatschappij weet echter nog van niks. Zo'n maatschappelijk debat wordt volgens Trix Kruger ook steeds moeilijker met de smaak van gentech reeds in de mond. Meteen na de vrijwel geruisloze introductie van de gentechsoja in 1996 in Nederland werd door zowel voor‑ als tegenstanders met cijfers gesmeten over de publieke opinie die hun standpunten moesten onderbouwen. Wat daarbij niet vermeld werd is dat deze cijfers sterk afhankelijk waren van de manier van vraagstelling. Bovendien bleken de cijfers in tegenspraak met elkaar. De cijfers bleken van generlei waarde. Hoe moest de gemiddelde Nederlander zich een beeld kunnen vormen over gentechnologie als ze nog niet geïnformeerd was op een neutrale manier door een onafhankelijke partij? Dat had bijvoorbeeld een platform kunnen zijn waarin alle disciplines van een samenleving vertegenwoordigd zijn die iets te melden hebben vanuit hun eigen expertise en die daar onderling mee in interactie zijn. Een dergelijke partij was er destijds nog niet en dat is het bedrijf Monsanto en de zijnen hun redding geweest. Tot nu toe. Strategie Ten tijde van de introductie van gentechsojabestanddelen, zoals olieën, vetten, koolhydraten (zetmeel en suiker) en eiwitten bijgemengd in 60 procent van alle bewerkte voedingsproducten in Nederland was er, met uitzondering van de Alternatieve Konsumentenbond, nog geen milieu‑ of andere idealistische organisatie structureel bezig met het onderwerp gentechnologie. In het maandblad Milieudefensie nr 3 van maart 1998 valt te lezen hoe van de onwetendheid werd geprofiteerd: 'vooral geen slapende honden wakker maken en vaak vertellen dat het toch zo goed voor je is.' Om de introductie van de genetisch gemanipuleerde soja destijds zo gladjes mogelijk te laten verlopen, nam Monsanto (zie kader) in de verschillende landen een PR‑bureau in dienst. In Nederland viel de keuze op Schuttelaar & Partners ‑ Adviesbureau voor maatschappelijke communicatie, mede vanwege zijn enorme kennis van de milieuscene. Inmiddels eten we al jaren van het spul en "zeg nou zelf, ik heb er nog niemand van zien doodvallen" denkt nu menige Nederlander. "Dus is er niets aan de hand" denken de niet verder dan het hier en nu denkende Hollanders. Niet wetende dat op de lange termijn wellicht je immuunsysteem aangetast wordt door het spul. En dat derdewereldlanden de mislukte oogsten mogen incasseren gelijk alle andere bijkomstige narigheid voor het milieu, zoals het stijgende pesticidengebruik waar het de chemieconcerns allemaal om begonnen is. Waarom zou je er anders miljarden in investeren? Roundup Monsanto voelde de trend naar biologische en milieuvriendelijkere landbouwbedrijven ook goed aan aan en presenteerde het zogenaamd milieuvriendelijke bestrijdingsmiddel Roundup aan de wereld. Op een wijze alsof het hoogstpersoonlijk dé oplossing bedacht had voor talloze milieuproblemen. De gensoja van Monsanto is bestand tegen Roundup, waardoor je als boer minder vaak en dus alleen nog maar met Roundup hoeft te werken. En het is helemaal niet erg als het op de plant komt, beweert Monsanto. Maar een slokje van het middel leidt al tot de dood. Om nog maar te zwijgen van de verhoogde residuen-concentraties in de sojabonen, omdat het middel zich snel in de plant verspreidt. Als je minder vaak hoeft te spuiten per hectare dan is het milieuvriendelijk, zo redeneert Monsanto. Het concern vergeet te melden dat er mondiaal wel steeds meer hectare landbouwgrond bespoten wordt met dit middel. Zo stond er vorig jaar van de 40 miljoen hectare gentechplanten, 20 miljoen hectare Roundup Readysoja in Amerika; de helft van alle gentechgewassen. Als dat geen waarborg voor de toekomst is van een chemiegigant... Dit is nog niet het hele bespoten areaal; in Nederland is het in sommige gemeenten vrij normaal om kinderspeelplaatsen en stoepen met het kankerverwekkende Roundup te bespuiten. Tijdens een onlangs gehouden discussiebijeenkomst in Amsterdam, georganiseerd door Milieudefensie, werd aan Marcel Schuttelaar de vraag voorgelegd waarom hij als communicatieadviseur in zee was gegaan met Monsanto maar momenteel geen opdrachten van het concern meer uitvoert. Schuttelaar: "Er werd verwacht dat de gentechsoja milieuvriendelijker zou zijn dan voorheen. Dit bleek niet bewezen, dus zijn we ermee gestopt." De inkomsten zijn binnen en het doel van Monsanto is bereikt. Een win‑win situatie, zoals dat zo lekker bekt in Nederland. Polderen In een (openbaar) rapport van Piet Schenkelaars, toen nog medewerker van Schuttelaar & Partners, valt in 1997 te lezen: 'De import van Amerikaanse transgene soja in Europa is een mooi voorbeeld van een issue dat moet worden gemanaged. Identificeer groepen die zich met het onderwerp bezig houden, analyseer hun belangen, posities en beoordeel hun zwakke en sterke kanten. Zoek steun bij andere partijen, neem tegenstanders serieus en verschaf de juiste informatie aan de juiste mensen op het juiste tijdstip.' Met andere woorden: verschaf jezelf inzicht in de psychologie van het brede maatschappelijke krachtenveld en doe ermee wat je commercieel goed uitkomt. Zorg dat tegenstanders zich 'gehoord voelen' zodat ze zich suf lullen en op gegeven moment tenminste hun mond houden. Het poldermodel dus. Maar dan alleen waar 'nodig'. En hou de belangrijkste prikkel tot debat buiten beeld; Monsanto leek van de voorgrond te zijn verdwenen. Dat was een sluwe strategie. In de plaats van Monsanto werd het Productschap Margarine, Vetten en Olieën naar voren geschoven als woordvoerderorganisatie. Deze mocht op initiatief van Monsanto een fact finding mission naar Amerika organiseren waaraan mensen uit het Nederlandse bedrijfsleven, ambtenaren van de ministeries van Volksgezondheid, Economische Zaken en Landbouw én de Consumentenbond meededen. Na het bezoek aan Monsanto, zorgvuldig uitgekozen sojaboeren en het Amerikaanse Landbouwministerie was het doel wel gehaald: een groepsproces en betrokkenheid was gecreëerd en het gemeenschappelijke standpunt over de transgene soja hield in dat het veilig was. Zo kwam het hele gezelschap terug naar Nederland, om bezorgde boeren, consumenten en milieukundigen af te troeven met de nieuw opgedane kennis. Volgens Schenkelaars was het voor Monsanto heel belangrijk dat er nu ook een scheiding was opgetreden tussen de Consumentenbond enerzijds en milieuorganisaties anderzijds. De bond liet de soja toe en vroeg slechts om een aanduiding op het etiket wat opnieuw de legitimatie van de technologie moest versterken. Wetenschap Omdat 'wetenschap een belangrijke partner in communicatie is' en om de te verwachten kritiek van milieuorganisaties te pareren, liet Schuttelaar vervolgens het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) een onderzoek doen naar de transgene soja. Voor een deel gebaseerd op gegevens van Monsanto, concludeerde het CLM 'op korte termijn geen onaanvaardbare risico's te verwachten voor milieu of gezondheid', maar dat er op de langere termijn te veel onzekerheden zijn om daarover uitspraken te doen. De eerste conclusie werd door Schuttelaar naar buiten toe benadrukt. Schuttelaar: "Het idee was om ruim voor de eerste importen van de Roundup‑resistente soja een discussie in de media te krijgen, zodat wanneer de eerste scheepsladingen gensoja zouden arriveren, journalisten al over het onderwerp verslag uitgebracht zouden hebben. Op het moment dat milieuorganisaties met hun campagnes zouden beginnen, zouden ze er niet meer zo'n trek in hebben omdat het persmoment al voorbij was en ze afhankelijk zou worden van eenzijdige informatie van de milieuorganisaties." Gelukkig werkt de onmacht van de wetenschappelijke kennis ook andersom. Dit wordt duidelijk na lezing van het gelijknamige artikel uit de Staatscourant van 27 april van dit jaar: 'Resultaten van wetenschappelijk onderzoek spelen slechts een rol voor zover ze in het straatje passen van voor‑ of tegenstanders. Is dat niet het geval, dan zijn de onderzoekers verdacht omdat ze aan de leiband van de opdrachtgever lopen. De wetenschap met zijn aureool van objectiviteit is een arena geworden waarin de politieke strijd wordt voortgezet, zij het met andere middelen.' Doodzwijgen In het onlangs door de Raad voor het Milieu‑ en Natuuronderzoek (RMNO) uitgebrachte rapport Willens en Wetens, onder redactie van raadsvoorzitter prof. dr. R.J. in 't Veld, wordt verslag gedaan van vier casestudies naar het gebruik van natuur‑ en milieukennis bij grote projecten (Schiphol, Betuwelijn, mestbeleid en Leidsche Rijn). Voor mensen die de wetenschap nog steeds zien als een onbevooroordeelde scheidsrechter, die in het publieke debat waarheid en verdichting weet te ontrafelen, stemmen de verslagen van In 't Veld niet tot vrolijkheid. In het overheidsbeleid wordt slechts zeer selectief gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek. Het komt er grofweg op neer dat alles wat niet in het straatje past, wordt verzwegen. Of, als dat niet mogelijk is, verdacht wordt gemaakt. Hoe herkenbaar is dit als je het vergelijkt met het gentechdebat. De Britse professor Arpad Puzstaï is een bekend voorbeeld van een wetenschapper die keihard werd neergesabeld nadat hij met een boodschap kwam die negatief uitviel voor de gentechnologie. Onlangs is ook de wetenschapper die een gentherapie‑studie coördineerde die het leven van een achttienjarige patiënt heeft gekost, ervan afgestapt om nog langer experimenten met mensen uit te voeren. Het prestigieuze gentherapie‑onderzoek is in omvang enorm teruggelopen. De bewuste onderzoeker, Dr. James M. Wilson, zal zijn werk beperken tot moleculaire en celbiologiestudies op dieren. Als niet goed uitgevoerde onderzoeken iets niet laten zien, worden die breed uitgemeten. Mij zegt een onderzoek dat iets aantoont meer dan een onderzoek dat dit niet doet. Wellicht is er iets in het laatste geval niet goed onderzocht of zijn er verkeerde parameters/criteria gebruikt. In het eerste geval weet je het tenminste zeker: je vindt iets. Bij het laatste kan er sprake zijn van misleiding; als je iets niet kan vinden wil het nog niet zeggen dat het er ook niet is (alleen met een UV‑bril kan ik UV zien, zonder zie ik het niet, maar is het er wel!). Voorlichting Begin 1999 begonnen het Voedingscentrum (waarin het vroegere Voorlichtingsbureau voor de Voeding is opgegaan) en de Stichting Consument en Biotechnologie van de Consumentenbond de voorlichtingscampagne 'Meer weten over veilig eten'. Over onder andere moderne biotechnologie; (zij noemen het biotechnologie, maar daar valt bijvoorbeeld ook kaas‑, wijn‑ en bierbereiding onder. Wij hebben het hier over moderne biotechnologie = gentechnologie). Doel van de voorlichtingscampagne is volgens Els van Gurp van het Voedingscentrum "biotechnologie gewoner te maken, te bereiken dat het niet langer als iets vreemds of griezeligs wordt gezien". Dat klinkt niet bepaald "objectief" en "onafhankelijk", zoals het Voedingscentrum zichzelf noemt. Desgevraagd vertelt Van Gurp dat Schuttelaar voor het Voedingscentrum werkt: "Hij gaat misschien ook een communicatieplan opstellen voor de campagne over veilig eten". Is het niet merkwaardig om voor een 'objectieve' campagne over moderne biotechnologie een bureau in te schakelen dat de PR doet voor een groot gentechnologie‑bedrijf? Miriam van Gool van Greenpeace: "Dit is nu exact een goed voorbeeld van een foute manier waarop er in Nederland informatie over gentechnologie wordt verspreid." "De vraag of je het leuk vindt of niet is, net als bij informatietechnologie, minder relevant: gemodificeerde gewassen zijn niet langer tegen te houden", zo laat Marcel Schuttelaar weten. Projectgroep Dit is zo'n beetje de atmosfeer waarin de Tweede Kamer precies een jaar geleden besloot tot het vormgeven aan een breed maatschappelijk debat over moderne gentechnologie bij voedselproductie. Sinds januari dit jaar is er een projectgroep, bestaande uit Schuttelaar & Partners, het Centrum voor Landbouw en Milieu, Consument en Biotechnologie en Milieudefensie, bezig met het uitvoeren van een Tweede Kamer‑motie om te komen tot een breed maatschappelijk debat over gentechnologie. Terwijl het kabinet een Integrale Beleidsnotitie Biotechnologie voorbereidt, stuurt Schuttelaar en Partners een schriftelijk verzoek aan veertig maatschappelijke organisaties waarin gevraagd wordt om een omgevingsanalyse bloot te geven en ook om het standpunt van de organisatie en de werkwijze met betrekking tot gentechnologie prijs te geven. Dit zou de input moeten leveren voor de nota, zodat de maatschappelijke discussie al een beetje gevoerd is voor deze begint. Inmiddels is de nota van minister Pronk er nog steeds niet. Om de maatschappelijke discussie nog negatiever te beïnvloeden liet minister Jorritsma in januari van dit jaar weten voor 100 miljoen gulden extra beschikbaar te stellen voor nieuwe gentechbedrijven in Nederland. Op deze manier durft bijna geen burger nog zijn mond open te doen over het onderwerp. Doe mee Het lijkt de laatste jaren sowieso not done om in Nederland nog ergens tegen te zijn of een negatieve boodschap te brengen over de consequenties van iemands gedrag en/of besluit. Je mag elkaar absoluut niet voor het hoofd stoten. Ondertussen mag je eigen gedrag wel als consequentie hebben dat anderen in de wereld in grote ellende komen te zitten vanwege jouw kleine te verwachten welvaartsvoorsprong. Zo typical dutch (lees: duf)! We zijn overgeorganiseerd en worden als gevolg daarvan subsidiegestuurd... waardoor samenwerking en eensgezindheid bemoeilijkt wordt. Maar het 'maatschappelijke debat' is niet slechts bedoeld voor organisaties. Bemoei je ermee. Voel je niet beperkt doordat je niet alles weet, dat doet niemand. Als je je laat weerhouden, zal de verkeerde optie zeker zegevieren en ben je alsnog de klos. Verdiep je in de materie. Laat bedrijven weten dat je ongerust bent, gentech-ingrediënten afwijst. Bel hun gratis telefoonnummer, e‑mail ze, schrijft het antwoordnummer. Laat ze hun standpunt opsturen. Stel lastige vragen, laat je vraag desnoods door een ander beantwoorden, vraag naar de bedrijfsleider! Trix Kruger Werkzaam voor het Nederlands Platform Gentechnologie en Milieudefensie.
.Terug naar boven
|
||