|
Ravage #8, 9 juni 2000 Urban Exploration Gaan waar je niet hoort te gaan Achter de decorstukken van het hedendaagse stadslandschap gaat een wildernis schuil die uitnodigt tot spannende ontdekkingsreizen. In de Verenigde Staten, Canada en Australië werden in de jaren tachtig al de eerste stadsexpedisten gesignaleerd. Inmiddels is de 'urban exploration' ook naar ons land overgewaaid.Nu de verste uithoeken van de wereld in kaart zijn gebracht en via de tv, het vliegtuig en internet binnen handbereik liggen, keert de avonturierslust zichzelf binnenstebuiten. De blik wordt verplaatst van verre en exotische oorden naar de nabije en alledaagse omgeving en men ontdekt dat daar heel wat te beleven valt. Vol overgave geeft men zich over aan de lust tot dolen achter de decorstukken van het hedendaagse stadslandschap. Avonturiers eigenen zich het recht toe zich vrij door de ruimte te bewegen zonder zich daarbij iets aan te trekken van waarschuwingsborden, veiligheidsbeambten, woeste hoogten of onpeilbare dieptes. Oude riolen, eindeloze tunnels, hoge brugconstructies, verlaten of in aanbouw zijnde gebouwen, maar ook dure hotels, steriele ziekenhuizen en lift‑ en leidingschachten worden met een bezoek vereerd. Het is de kunst om zover mogelijk door te dringen in plaatsen die doorgaans als ontoegankelijk worden beschouwd en deze te ontdekken en te verkennen. Meestal zijn het kleine groepjes vrienden die samen tochten onder, achter of boven de eigen stad maken. In plaats van een trotse diaserie in huiselijke kring, waarbij exotische verre oorden achteraf aan intimi worden getoond, worden de ontdekkingen tijdens deze stadsexpedities wereldwijd verspreid. Veel stadsavonturiers houden elkaar op de hoogte door middel van zines en sites vol foto's, reisverslagen, tips en kaartmateriaal omtrent hun laatste triomfen. Een korte surftocht over het Net levert je intieme informatie, inspirerende verhalen en prachtige plaatjes op over de ingewanden van steden van over de gehele wereld. Tunnels Een club oude rotten in het vak ‑ en daardoor ook een van de bekendste groepen die met urban exploration bezig is ‑ is Infiltration uit Toronto, Canada. Zij verslaan en onderscheiden uiteenlopende soorten expedities en beschrijven hun bevindingen tot in het detail. Zoals in veel andere steden lopen er onder Toronto lange rioolgangen die dienen om het regenwater op te vangen en weg te laten stromen. Deze gangen zijn soms wel meer dan honderd jaar oud en bestaan uit uiteenlopende soorten ruimtes. Nadat je jezelf toegang hebt weten te verschaffen tot deze onderwereld moet er soms een eind op de knieën worden voortgekropen, sprongen in het diepe worden gemaakt of langs smalle laddertjes omhoog worden geklommen. Hoogtevrees is hierbij geen welkome eigenschap. Deze ontberingen leggen prachtige ronde gangen bloot waar het fantastisch wandelen is. Dit "tunnelen" is niet geheel zonder risico. Tijdens regenbuien lopen de riolen nog wel eens onder water en sommige tunnels zijn onverwacht complex van structuur of bevatten plotselinge gaten of dieptes. In de urban exploration zines worden minutieus de toegangsplekken tot deze tunnels beschreven evenals de manieren om putten of deuren open te krijgen. Bij de explorersclub Cave Clan in Australië kan je zelfs speciale sleutels bestellen waarmee je putdeksels eenvoudig open kunt krijgen. Naast rioolgangen worden ook woestenijen als leegstaande fabrieken en in aanbouw zijnde gebouwen bezocht. Sommigen maken er zelfs een sport van grote bruggen of hoge gebouwen te beklimmen. Zwemmen Niet alleen deze ruige stadaders genieten de belangstelling van stadsexpedisten. Zo vond ik, wederom bij Infiltration, een verslag van een onderzoek naar de zwemmogelijkheden in diverse hotels in de stad. De vaak luxueuze en dure hotels zijn eveneens een vrijwel ontoegankelijk terrein waar heel wat te verkennen valt. Hetzelfde geldt voor ziekenhuizen, overheidsinstellingen en bedrijfsgebouwen. Stadsexpedities op dit soort lokaties vergen extra vaardigheden van de expedist omdat hij vrijwel zeker medemensen tegen zal komen die niet in de gaten mogen krijgen wat de ware identiteit van de incognito ontdekkingsreiziger is. Dit vergt improvisatievermogen, een vlotte babbel en de juiste lichaamstaal. Heb je je die toegeëigend dan gaat er een wereld vol luxe zwembaden, sauna's en andere delicatessen voor je open. Denk bijvoorbeeld aan het onuitgenodigd bezoeken van sjieke directiefeestjes waar meestal heel wat luxueus te drinken en te eten valt. Vervolgens is het een kleine stap om ook binnen gebouwen op zoek te gaan naar verborgen ruimtes. Leidingschachten, installatieverdiepingen en liftschachten zijn een logisch vervolg op rioolstelsels en metrotunnels. Deze ruimtes vormen vaak een onzichtbaar circuit die in grote gebouwen meestal ruim en groot genoeg zijn om te betreden ‑ er moet immers af en toe onderhoud gepleegd worden ‑ of te verdwalen. Kortom, de ouderwetse survivaltocht door een woeste natuur heeft een nieuw te ontginnen terrein gevonden in haast ontoegankelijke ruimtes die nog niet verziekt zijn door handleidingen en massatoerisme. Men ervaart er de spanning van het klimmen, de uitdaging van het oriëntatievermogen en de verbazing over onverwachte ontmoetingen. Zaken als zaklantaarns, zakmessen en soms zelfs klimtuigjes zijn onontbeerlijk. Jargon Als vanzelfsprekend ontstaat er met deze relatief nieuwe sport ook een eigen jargon met eigen mythes. Zo heeft het Engelse "burning" een extra betekenis gekregen. Namelijk iets verpesten voor anderen door gebrek aan subtiliteit: "some guys burned the new tunnels by tagging everywhere, now they're kept locked". "Vadding" is een ander woord voor exploring en komt voort uit de hackerswereld en het adventurespel. Het woord staat voor real‑world hacking. "Skunneling" betekent skate‑boarden in tunnels en "buildering" staat voor het beklimmen van gebouwen, reclamezuilen of bruggen. De "water moccasin" is een giftige slang die zich in de riolen van de zuidelijke Verenigde Staten schijnt op te houden, en de "mole people" zijn de honderden of duizenden mensen die volgens een boek met dezelfde naam van Jennifer Toth in de tunnels onder New York wonen. Het dolen en dwalen in de nabije en alledaagse omgeving is geenszins een nieuw fenomeen. De doolzucht in de mens is van alle tijden. Het lijkt familie van de situationistische dérive en de dadaïstische excursies. In de jaren vijftig ondernamen situationisten zwerftochten door de stad als kritiek op de kille en berekenende stedenbouw, die slechts oog heeft voor droge functionaliteit en bekrompen economie. "Wanneer een of meerdere personen zich aan het ronddolen (dérive) wijden, zien zij voor kortere of langere tijd af van hun normale verplaatsings- of handelingsmotieven, van hun eigen relaties, werk en vrijetijdsbesteding, om zich over te geven aan de prikkels van de omgeving en de daarmee gepaard gaande ontmoetingen", aldus Guy Debord in de 'Theorie van het ronddolen'. Het beleven van de gebouwde omgeving en het openstaan voor "toevallige gebeurtenissen" werden centraal gesteld. Ongeveer dertig jaar eerder, in 1921, organiseerden dadaïsten uit Parijs een excursie naar de weinig bekende en verlaten kerk St. Julien le Pauvre. "Guides were (among others) Breton, Eluard, Picabia and Tzara. Posters advertised the event throughout the city. They promised that the Dadaists would remedy 'the incompetence of suspect guides and cicerones', offering instead a series of visits to selected sites, 'particularly those which really have no reason for existing'. (what else do we do during urban exploration?)", aldus Petr Kazil op zijn site, Minder lang geleden plaatste John Körmeling een kaartjesautomaat met gratis museum‑uitgangskaarten in het Schräg Landesmuseum te Bonn (1990). Waar vindt men immers mooiere beelden dan gewoon in de stad? En dan nog gratis ook! Daar zijn geen kunstenaars voor nodig. Rotterdam Ook in Nederland heeft de nieuwe sport beoefenaars gevonden. Zo is er een boeiende site over de ins en outs van Rotterdam, waar naast foto's en beschrijvingen ook teksten te vinden zijn over kunstenaars die verwantschap met de urban exploration vertonen. Ook kom je er te weten op welke punten je in Rotterdam bijvoorbeeld het verst kunt kijken. De maker van deze site, Petr Kazil, maakt zijn tochten uit liefde voor de stad. ,,Deze stad is mijn thuis, ik probeer ervan te genieten op elke manier die bestaat'', aldus Kazil. Ieder gebouw, brug en billboard vormen voor hem een klimuitdaging. Verder verkent Kazil verlaten gebouwen in de Rotterdamse haven, evenals desolate plaatsen als fly‑overs, spoorwegkruisingen, viaducten en parkeergarages. Hij kwam op het idee voor dergelijke tochten naar aanleiding van een krantenfoto waarop Jan van der Meulen een gebouw beklom. Kazil: ,,Ik kon niet geloven dat dat in mijn eigen stad gebeurde! Ik zocht toen op het Net naar "buildering" en stuitte op de site van Infiltration. Ik ontdekte dat ik niet de enige was met deze belangstelling. Vanaf dat moment heb ik van urban exploration een actieve hobby gemaakt.'' Twee Rotterdammers inspireerde hem in het bijzonder. Lou Vlasblom, die hij beschouwt als de onbewuste vader van de Hollandse urban exploration omdat hij op 14 januari 1933 van de Hef (spoorwegbrug) dook en daarmee een tijdelijk hoogte record van 67 meter pakte. Terwijl hem daarvoor eigenlijk de toestemming was geweigerd. En Jan van der Meulen, die vele gebouwen in Rotterdam illegaal beklommen heeft en een eigen gedeelte op Kazil's website heeft. Kazil: ,,Ik vind het heerlijk om nieuwe plekken te vinden die weinig anderen kennen en beschouw deze plaatsen vaak als 'mijn eigen' geheime ruimtes. Zo wordt deze stad 'mijn eigen' collectie van zo veel mogelijk 'verborgen plaatsen'. Ik blijf me verbazen over de grootte en complexiteit van een enkele stad. Daardoor voel ik niet zo snel de drang om andere steden buiten Rotterdam te verkennen. Het gaat om creativiteit, hoeveel avontuur kan je in je eigen omgeving persen? Momenteel ben ik alle wilde planten bij mij in de buurt aan het inventariseren. Dat is een ander soort urban exploration, niet zo avontuurlijk maar wel erg interessant.'' Tramtunnel Ook in Den Haag gaan er af en toe stadsexpedisten op ontdekkingsreis. Zij bezochten onlangs de in aanbouw zijnde tram‑en parkeertunnel in het centrum van Den Haag. Dit omstreden en grote bouwproject ligt al maanden stil vanwege onoplosbaar lijkende lekkageproblemen. Tijdens een zonnige koopzondagmorgen daalden de stadsexpedisten af in de tunnel en maakten er een mooie ondergrondse wandeltocht. De lekkageverhalen kwamen er tot leven in de vorm van een waterval en druipsteengrot‑achtige taferelen, die een vreemd contrast vormden met hun super stedelijke omgeving. Aan het einde van de tunnel bleek achter een rond gat in de muur een steile ladder in een nauwe holte te leiden naar het middelpunt van een druk verkeerskruispunt. Daar keek niemand er raar van op toen drie personen lachend uit de putdeksel tevoorschijn krabbelden. De ontdekkingsreizen waar sommigen duizenden kilometers voor reizen liggen eigenlijk gewoon bij jou om de hoek. Iris S. Stichting ter Ontginning van Onbegaanbare Gronden
|
||