Liefste ….,

Weet je nog vroeger, toen ik in je mond mocht spugen, en jij zei dat geil te vinden? In die tijd had je werkelijk geen geheimpjes voor me. Je praatte graag over jezelf en kwam me stipt vertellen wanneer je diarree had, of schimmel aan je wintertenen, of ronduit ingebeelde ziekten aan je eierstokken, wat misschien nog het gênantst was. Die vervlogen intimiteit ligt nu voor goed achter ons. En jouw spuug heb ik nooit gemogen.

Dat je tijdens je hele studietijd een psychopathisch vriendje had met wie niks viel aan te vangen vooraleer hij een plens bier op had, zal ik je niet aanwrijven. Maar dat je er vijf volle jaren aan bleef plakken en al zijn vernederingen slikte, blijf ik opmerkelijk vinden. Was er soms iets met je zelfbeeld niet in orde, of lag het probleem elders? In elk geval trok je, zodra je gedumpt was, naar de gynaecoloog voor een knip of episiotomie.

Nadat je jezelf op korte tijd totaal onmogelijk maakte als wetenschappelijk onderzoekster, probeerde je op andere fronten roem en aanzien te vergaren. De Standaard en Knack wist je niet van je journalistieke kwaliteiten te overtuigen. Bij Humo heb je wellicht ook geschooid. Misschien zelfs bij De Morgen. Uiteindelijk werd je het liefje van iemand bij het tweemaandelijkse muziekblad Gonzo Circus.

Gonzo is een tijdschrift dat draait op vrijwilligers. En op 30.000 euro subsidie per jaar. Daarvan gaat het grootste deel naar jouw deeltijdse loon. Want jij krijgt als enige bij Gonzo boter bij de vis. In ruil daarvoor representeer je de "fris geschoren underground".

Maar hoe underground ben je eigenlijk, als je járen van je arbeidzame leven gespendeerd hebt aan het redigeren van een meer dan 500 bladzijden tellende pil over je favoriete merk van kloosterzusters? Of weet je tegenwoordig een profijtelijke draai te geven aan je tijd op dat katholieke documentatiecentrum?

In elk geval kan ik je niet beschuldigen van ziekelijke dierenliefde. Toen je het jonge poesje van de buren eens twee dagen na elkaar in de garage aantrof, ving je het in een kartonnen doos en bracht het spoorslags naar het asiel. Tegen de uitbaatster loog je dat je broer allergisch was voor katten. En dat benepen, achterbakse mengsel van laffe dwang en kleffe leugenachtigheid, typeert nog altijd je volledige denkwereld.

Dat uitgerekend iemand zoals jij zich intussen metterwoon gevestigd heeft in een (voormalig) kraakpand in Amsterdam, moet een geweldige opsteker zijn voor de autonome beweging aldaar. Of zullen wij die brave radicalen in de Kinkerbuurt maar liever niet vertellen dat jij in je thuisstad Leuven een knusse koopflat bezit die je rustig afbetaalt met geld van Gonzo?

Kusjes,