|
Voor
wat hoort wat
VS:
Verkiezingsstrijd der bedrijfsrobots
In
toenemende mate laten de Democraten en de Republikeinen zich voor hun
verkiezingscampagne betalen door het bedrijfsleven. Met name de wapenindustrie
speelt hierbij een cruciale rol. Uiteindelijk laten de investeringen zich
weer uitbetalen. Kerry en Bush drinken overigens uit dezelfde bron.
De
belangrijkste donateurs van John Kerry's presidents-campagne zijn bedrijven
of werknemers van bedrijven die banden onderhouden met een netwerk van
organisaties die tot doel hebben de koers van de Democratische Partij
naar rechts bij te stellen.
Deze
organisaties, waaronder the Democratic Leadership Council, de New Democrat
Network, en het Progressive Policy Institute, richten zich op een beleidsagenda
die hoge defensieuitgaven en een agressieve rol voor het Amerikaanse leger
wereldwijd nastreeft.
Kerry
onderhoudt historische banden met deze organisaties, en hoewel hij in
zijn campagne progressieve uitspraken doet, wijzen de details en nuances
erop dat Kerry nog steeds is toegewijd aan het opvolgen van hun conservatieve
agenda.
Citybank
De
grootste financiële bijdrages aan Kerry's verkiezingscampagne komen
van de werknemers van Citigroup, een groot bankbedrijf, dat ook royale
schenkingen gaf aan de Democratic Leadership Council en het New Democratic
Network. Maar ook de investeringsmaatschappijen Goldman Sachs en Morgan
Stanley - beide belangrijke ondersteuners van de Democratic Leadership
Council (DLC) - leveren Kerry behoorlijk wat dollars op.
John
Kerry heeft ook banden met een andere belangrijke sponsor van de DLC,
namelijk Raytheon, de op drie na grootste wapenproducent van de VS, en
trouw supporter van de Democraten in Massachusetts. De Democratische senators
en afgevaardigden van die staat, waaronder Kerry, wenden voortdurend hun
invloed aan om meer wapencontracten voor het bedrijf binnen te slepen.
In
augustus 2000 tekende Kerry de 'Hyde Park Verklaring' van de Democratic
Leadership Council. Een manifest waarin staat vermeld dat 'onze leiders
een progressief internationalisme moeten uitdragen, gebaseerd op de nieuwe
realiteit van het informatietijdperk: globalisering, democratie, Amerika's
vooraanstaande rol, en de opkomst van een nieuw soort dreigingen, variërend
van regionale en ethnische conflicten tot de verspreiding van raketten
en nucleaire, biologische en chemische wapens'.
Wapenindustrie
Geen
wonder dat één van de eerste en meest vrijgevige donateurs
van de DLC Bernard Schwartz was, directeur van wapenfabrikant Loral, en
lid van de raad van commissarissen van Lockheed-Martin, de grootste wapenfabrikant
ter wereld.
Alles
wijst er op dat de DLC bezig is om de banden tussen de Democraten en de
vredesbeweging te verbreken en de progressieve, anti-oorlogsgeluiden binnen
de partij te laten verstommen. Kerry ontving 163.971 dollar aan schenkingen
uit handen van de wapenindustrie.
Volgens
Mark Hand, redacteur van de internetkrant Press Action, zijn Kerry's opvattingen
over het buitenlandse beleid een afspiegeling van een recente publicatie
opgesteld door de denktank van de DLC, het Progressive Policy Institute
getiteld 'Progressief Internationalisme: Een Democratische Nationale Veiligheid'.
De
schrijvers van het rapport stellen dat zij trachten het 'harde internationalisme
en de sterke reputatie als verdediger van Amerika' te hervinden, zoals
die tijdens de havik-achtige Koude Oorlogspolitiek onder de presidenten
Harry Truman en John F. Kennedy werd vormgegeven. Een nalatenschap die
verloren ging nadat vele Democraten zich hadden afgewend uit weerzin tegen
de verschrikkingen van de Vietnam oorlog.
Vietnam
Personen
die werkzaam zijn voor de Wall Street Investeringsbanken, zoals Goldman
Sachs en Morgan Stanley, en grote banken als Citigroup steunen de boodschap
van de DLC en gelijkgestemde organisaties. Ze willen weliswaar dat hun
economische belangen door het Amerikaanse leger worden verdedigd, maar
beseffen tegelijkertijd dat in sommige gevallen Bush mogelijk te roekeloos
en te extreem is geweest.
John
Kerry's persoonlijke achtergrond maakt van hem de ideale kandidaat om
die boodschap uit te dragen. Mark Hand haalt Kerry aan: 'Als veteraan
van zowel de Vietnam oorlog als de protestbeweging, is mijn antwoord op
de verkeerde interpretatie van die oorlog door conservatieven en liberalen
dat het nu tijd is om ons er over heen te zetten en de Vietnam oorlog
te erkennen als een uitzondering, en niet als standaardvoorbeeld van militaire
interventies van de VS in de 20ste eeuw'.
Kerry
zoekt een manier om de Democraten die tegen de Vietnamoorlog waren, toe
te staan zich te ontdoen van de pijnlijke en moeilijke vragen die deze
oorlog opriep over de buitenlandse poitiek van de VS in ruimere zin. Hij
doet dit door de Vietnam oorlog gewoonweg af te doen als een vergissing
en een uitzondering - op dezelfde manier als hij de oorlog in Irak afdoet
als een gerechtvaardigde oorlog vol strategische missers.
Kerry
ondervindt groeiende steun van velen in het Amerikaanse bedrijfsleven
omdat hij de buitenlandse politiek een ander gezicht geeft, zonder iets
wezenlijks te veranderen.
Bush
campagne
Er
vallen twee dingen op bij de tien voornaamste sponsors van de Bush campagne.
Ten eerste zijn het allemaal investeringsmaatschappijen, boekhouders of
financiële dienstverleners. Bedrijven die niet zelf iets produceren,
maar winst maken door het beheren van het geld van mensen die welvarend
genoeg zijn om een deel van hun inkomen te kunnen investeren.
Op
de tweede plaats zijn veel van die bedrijven zijn ook belangrijke sponsors
van Kerry's campagne, maar gaven opmerkelijk guller aan diens tegenstander.
Bush heeft ook aanzienlijk meer geld ontvangen van bedrijven die rechtstreeks
winst maken door de oorlog in Irak dan Kerry. Bush ontving 648.388 dollar
uit handen van de wapenindustrie en Kerry 163.971 dollar. Uit de energie-sector
ontving Bush 3.895.938 dollar, Kerry daarentegen 'slechts' 367.892 dollar.
Uiteindelijk
zijn de overeenkomsten tussen de fondsen van de Bush en de Kerry-campagnes
groter dan de verschillen. Beide campagnes worden voortgestuwd door donaties
van bedrijven die enorme winsten maken in de huidige status quo. Geen
van beide campagnes zal inhoudelijk ver afwijken van de plannen die door
deze bedrijven zijn uitgestippeld. Hoe je er ook tegen aan kijkt, de bedrijven
winnen en wij verliezen.
Sean
Donahue
Bron:
Boston Independent
Naar boven
|