Uit: Ravage #14 van 31 oktober 2003

Leve de repressie

Pogingen om het kraken te verbieden zijn in de geschiedenis van de kraakbeweging een regelmatig terugkerend fenomeen geweest, al heeft het zeker niet altijd een negatieve uitwerking gehad.

In het begin van de jaren zeventig is kraken een betrekkelijk nieuw fenomeen. Zowel politie en justitie als de krakers verkeren nog in een juridisch schemergebied. Op basis van de toen bestaande wetgeving en jurisdictie weet eigenlijk niemand precies waar hij aan toe is.

Dat weerhoudt de krakers niet van het veroorzaken van de eerste kraakgolf die vanaf het voorjaar van 1970 over het land spoelt. Allerlei groepen die zich hebben gelieerd aan de Kabouterbeweging kraken volop panden.

Hoogtepunt in deze campagne is de eerste nationale kraakdag op 5 mei 1970 waarop tientallen panden worden gekraakt. De meeste panden worden diezelfde dag nog, na enkele felle botsingen tussen krakers en ME, ontruimd. In Amsterdam worden hierbij 138 mensen gearresteerd.

Naar aanleiding van een op de nationale kraakdag gekraakte woning in Nijmegen spant het openbaar ministerie een proefproces aan. De juridische haarkloverij die hierop volgt leidt uiteindelijk begin 1971 tot de uitspraak van de Hoge Raad: krakers genieten wel degelijk bescherming door de wet als ze kunnen aantonen het pand ook daadwerkelijk in gebruik te hebben genomen. Vanaf dat moment gaan krakers nooit meer zonder een tafel, een stoel en een bed op pad.

Protesten

In reactie dringen de rechtse Tweede-Kamerfracties in 1971 in een motie bij de toenmalige minister van Justitie Van Agt, de latere premier, aan op een totaal kraakverbod. Van Agt voert de motie uit en presenteert in 1973 een wetsvoorstel voor de Anti-Kraakwet.

Met name vanuit de (alternatieve) jeugdhulpverlening komt er felle kritiek, die zowaar door de Tweede-Kamercommissie wordt overgenomen. Bovendien maakt de Raad van State bezwaren tegen het wetsvoorstel. Van Agt moet zijn huiswerk overdoen. Pas drie jaar later, in 1976, wordt het aangepaste wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen.

Als gevolg van de protesten tegen de invoering van de Anti-Kraakwet hebben allerlei kraakgroepen in het land zich verenigd. Er wordt zowel op lokaal als landelijk niveau regelmatig vergaderd en in Amsterdam ontstaan aan buurten gelieerde kraakgroepen.

De structuren die in 1976 door de strijd tegen de Anti-Kraakwet in het leven worden geroepen vormen de basis voor de succesvolle en grootschalige campagne die de kraakbeweging enkele jaren later tegen de woningnood inzet.

Leegstandswet

Het protest tegen de Anti-Kraakwet gaat, ook nadat de wet door de Tweede Kamer is aangenomen, gewoon door en blijft in de beginjaren van de georganiseerde kraakbeweging een motiverende en bindende factor. De strategie is nu gericht op de behandeling van de wet in de Eerste Kamer.

Het CDA neemt, net als in 2003, een sleutelpositie in. Het zijn dan ook allerlei kerkelijke groeperingen met wie de krakers onverwachte coalities sluiten. Een centrale rol is weggelegd voor de Raad van Kerken. In een hoorzitting voor de Eerste Kamer, begin 1978, licht de Raad zijn rapport Kraken in Nederland toe. Ze pleit hierin tegen het kraakverbod en voor de aanpak van de leegstand. Uiteindelijk resultaat is dat de Eerste Kamer besluit om de Anti-Kraakwet niet in behandeling te nemen, waarmee het onverkorte kraakverbod van de baan is.

In reactie op het besluit van de Eerste Kamer kondigen de Tweede Kamer en de regering nieuwe voorstellen aan die het bemoeilijken van het kraken combineren met de aanpak van de leegstand. De eerste voorstellen voor de Leegstandswet worden in 1980 gepresenteerd. Maar ook nu is er volop maatschappelijke druk en heeft de Raad van State weer van alles op te merken. Keer op keer worden de wetsvoorstellen terugverwezen.

Uiteindelijk lukt het pas om de Leegstandswet in 1987 in te voeren. Van de concrete maatregelen die het kraken aan banden zouden moeten leggen is uiteindelijk niet meer overgebleven dan dat het voor eigenaren mogelijk wordt om krakers anoniem te dagvaarden. De aanpak van de leegstand is van vanaf het begin blijven steken in administratieve rompslomp.

Op 1 januari 1994 wordt de Leegstandswet opgevolgd door de nu nog geldende Huisvestingswet. Ook hierin heeft men het niet aangedurfd om een volledig kraakverbod op te nemen. Kraken is nog steeds niet verboden als een gebouw een jaar heeft leeggestaan.

Nieuw elan

De geschiedenis leert dat met het aannemen van de motie voor een kraakverbod van bedrijfspanden voor de kraakbeweging nog niets verloren is. Integendeel zou je bijna zeggen. Het protest is pas begonnen en heeft een lange adem nodig.

Het parcours dat nu door de Tweede Kamer is ingezet, kan, net als in de jaren zeventig, een onverwachte wending nemen en leiden tot een algehele maatschappelijke mobilisatie tegen de woningnood. De kraakbeweging zal er zeker garen bij kunnen spinnen. Er is zelfs een voortrekkersrol voor haar weggelegd wanneer ze in staat blijkt uit haar subculturele schulp te kruipen en weer op zoek gaat naar allerlei medestanders buiten de haar zo vertrouwde omgeving.

Als de voortekenen ons niet bedriegen lijkt inderdaad een nieuw elan aan de oppervlakte getreden. Door het hele land hebben krakers elkaar weer opgezocht en er wordt van alles georganiseerd. Ook over aandacht voor het krakersstandpunt in de media valt niet te klagen. Dat heeft die CDA-er toch maar mooi voor elkaar gekregen.

Eric Duivenvoorden




Naar boven

 

 






Ravage
Archief
Overzicht 2003
Overzicht #14

..