HOME       OPROEPEN      ARCHIEF       CONTACT      LINKS               

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Onttovering
 

12 juli 2012

Toen ik buiten stond, besefte ik dat ik getuige was geweest van zijn ondergang. Als geen ander was de gitarist in staat gebleken om mij het rijk van de verbeelding binnen te leiden. Door de klanken op het juiste moment uit de snaren te toveren, met de nagels van de hand waarin hij zijn plectrum had, riep de magere gestalte met zijn oude 'stratocaster' een haast religieuze sfeer op in het rokerige kroegje. De schokkerig bewegende figuur in het diffuse podiumlicht gaf als een medium boodschappen door uit een andere wereld.

Soms voelde ik een golf van jaloezie opkomen, die ik met moeite kon onderdrukken. Maar op die zomeravond in 1981 was dat voorbij. Die avond trok hij met een ruk de mystieke sluier, die zijn muzikale ziel verborg, van hem af. Door zijn drang naar faam en vooral geld probeerde hij alleen nog te imponeren en ging zich te buiten aan technische hoogstandjes – achter zijn rug werd al gauw gesproken over 'gitaristische gymnastiekoefeningen'. Zijn gitaarloopjes werden vlak en voorspelbaar en hij zong zijn longen uit het lijf. Alsof hij al op jacht was naar een plaatsje in de finale van The voice of Holland.

Op weg naar huis was ik aangedaan door het schouwspel, maar zijn neergang stemde mij toch ook wel tevreden. Tenslotte was hij nu mijn rivaal niet meer en ik hoefde weinig medelijden te hebben, want hij was onuitstaanbaar arrogant. Vanaf dat moment zou er van artistieke excellentie weinig meer terecht komen. Wellicht zou hij weldra opgesloten raken in de wereld van de commerciële contracten. Hij zou alleen nog maar elektronisch bloemetjesbehang breien op bruiloften en partijen. Bij deze wraakzuchtige gedachte moest ik schaterlachen, terwijl ik in het donker over een brug van de Amstel liep.

Toen ik onlangs op de televisie zag hoe de Tweede Kamer overhoop lag met de heiligheid der getallen, zag ik het dramatische optreden in het Amsterdamse bluescafé weer voor ogen. Het gevolg van 'de onontkoombare macht van het getal', zouden de filosofen Max Horkheimer en Theodor Adorno in hun tijd gezegd hebben over deze voorvallen. Met hun idee over 'het getal als de nieuwe canon' waren zij schatplichtig aan de socioloog Max Weber, die beweerde dat de mens met zijn hang naar wetenschappelijke cijfers het leven van zijn mystiek heeft ontdaan.

'Doelrationeel handelen van de mens' en zijn 'berekenbaarheid en efficiëntie', zo beweerden Horkheimer en Adorno, zou de mythe met haar verbeelding van het voetstuk hebben gestoten. Geen slechte analyse. Er kwam wel een fanatiekere verering voor in de plaats. Die van de kijkcijfers, bedrijfscijfers met als sluitstuk een grote collectebus van het Europees Noodfonds waar de burgers verplicht hun euro's in storten, voor het geval de beursgoden slecht geluimd zijn.

En hoe liep het af met de gitarist van het afgewaaide bluescafé aan de gracht? Wat speurwerk op het internet maakt duidelijk dat hij als geen ander de kunst blijkt te verstaan van het zich aanpassen. Hij maakte furore en is nu een veelgevraagd artiest. Eerlijk is eerlijk, 31 jaar later, na het beluisteren van wat covers van de verplichte bluesgrootheden, slecht is hij niet.

Ron Kretzschmar



Meer Achter de Coulissen 2012

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Geef je mening:

Naam:

Bericht:  



Home


 

.

.