HOME       OPROEPEN      ARCHIEF       CONTACT      LINKS               

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Solidair met Vietnam
 

3 juli 2012

De Amerikaanse bommen op Vietnam leidden eind jaren '60 tot grote verontwaardiging, ook in Nederland. Er ontstond een brede solidariteitsbeweging, zoals het Komitee Wetenschap en Techniek voor Vietnam, Laos en Cambodja.


door
Hans Beerends


De jaren '60 van de vorige eeuw stonden in het teken van verontwaardiging, politieke actie en verzet tegen de elite. Of, in het jargon van die jaren, verzet tegen de autoritaire paternalistische zelfgenoegzame en hypocriete gezagsdragers. De Amerikaanse bommen op Vietnam leidden aan het eind van dat decennium tot grote verontwaardiging. In Nederland ontstond een brede solidariteitsbeweging die hulp bood aan de Vietnamese bevolking.

De napalmbombardementen waren voor de protestgeneratie het ultieme bewijs dat het heersende gezag en de oudere generatie die dit gezag steunde van geen kant deugde. Er volgden initiatieven als Vietnam-demonstraties, Vietnam-teach-ins, een Vietnambulletin, jongeren voor Vietnam, inzamelingsacties als fietsen voor Vietnam, breien voor Vietnam, medicijnen voor Vietnam en nog heel veel meer groepen die zich allemaal voor de Vietnamese bevolking gingen inzetten.

KWT

Twee van die solidariteitsgroepen bestaan nog steeds: het Medisch Comité Nederland Vietnam (MCNV), opgericht in 1968, en het Komitee Wetenschap en Techniek voor Vietnam, Laos en Cambodja (KWT) uit 1971. De oprichting van het KWT was een initiatief van het uit 1946 stammende Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers (VWO) en de Bond van Wetenschappelijke Arbeiders (BWA) uit 1969. Vooral de BWA, de naam zegt het al, was een uit de studentenbeweging voortgekomen kritische organisatie met een hoog klassenbewustzijn.

Doel van het KWT was 'het uitdenken, (doen) uitvoeren, coördineren en ter beschikking stellen van wetenschappelijke en technische arbeid ten behoeve van de Democratische Republiek Vietnam en de bevrijdingsbewegingen in Zuid Oost Azië'. Studenten en staf van verschillende hogescholen ontwikkelden in de daarop volgende jaren draagbare operatieverlichting met handdynamo, sterilisatiesets voor chirurgische instrumenten, geluidsversterkers, super 8 filmprojectoren en een compleet filmlaboratorium.

Vorig jaar bestond het KWT veertig jaar. Peter de Goeje, vanaf 1971 tot de dag van vandaag betrokken bij het komitee, schreef een verslag over het wel en wee van al die jaren. Het boek Met solidaire groet is een chronologisch en minutieus verslag van de belevenissen van het komitee. Alle projecten en bezoeken van Nederlandse delegaties aan Vietnam en Vietnamese delegaties aan Nederland passeren de revue.

Het boek is tevens een beschrijving van het leven van Peter de Goeje. Maar bovenal schept het een beeld van de idealistische mentaliteit die vanaf eind jaren '60 tot begin jaren '80 hoogtij vierde in Nederland, alsmede van de verschuiving naar het zakelijke individualistische marktdenken in de jaren daarop volgend.

Het produceren van operatielampen in de jaren '70 bijvoorbeeld werd niet alleen belangrijk gevonden voor de door oorlog geteisterde bevolking van Vietnam. Minstens zo belangrijk was het dichterbij brengen van een socialistische meer rechtvaardige samenleving in Nederland. Door gezamenlijke arbeid en het betrekken van buurtbewoners bij de idealistische zelfarbeid hoopte men dat de vonk zou overslaan naar het ijveren voor woningverbetering, de strijd voor werkgelegenheid etc. Kortom, strijd voor Vietnam moest samenvallen met strijd voor de buurt.

Amsterdammers in beweging brengen voor de volkeren uit Indo-China uit menslievendheid, zo lees je in geciteerde discussiestukken, 'is meegenomen maar beter is het vanuit politieke overtuiging want daar heb je ook wat aan als het om de tegenstellingen in Nederland zelf gaat'. Ook subsidieverstrekker NCO of de Cie Claus, zoals zij bij haar oprichting in 1970 genoemd werd, eiste dat informatie, actie of geldwerving voor Vietnam (en dat gold ook voor Angola, Zuid-Afrika etc) gekoppeld werd aan mondiale bewustwording van de doelgroep via vormingswerk.

Wind in de rug

Met het aantreden van het kabinet Den Uyl (1973-1977) kreeg het Komitee Wetenschap en Techniek voor Vietnam, Laos en Cambodja de wind in de rug. Het KWT ontving van minister Pronk 1.1 miljoen gulden voor de financiering van een tractorrevisiewerkplaats en een filmlaboratorium in Vietnam. Dat een dergelijk klein komitee van een kapitalistische staat geld ontving, wekte enige verbazing. Pronk ging er vanuit dat het komitee het bedrag tot de laatste cent goed zou besteden.

Aangemoedigd door dit succes vroeg men het jaar daarop 1.650.000 gulden aan bij de overheid, welk bedrag eveneens goed werd gekeurd. Men had bij die tweede aanvraag, zeer waarschijnlijk met succes, gerust ook een post salaris voor een coördinator in Nederland kunnen indienen. Maar, zo schrijft De Goeje, zoiets deed je niet. Geld verdienen aan de strijd in Vietnam was in die jaren taboe.

Als rechtgeaard activist was De Goeje dan ook niet voor de wet getrouwd en al helemaal niet voor de kerk. Hij woonde ook niet samen maar was lid van een woongroep. Door te kiezen voor een 'gezinsdoorbrekende' woonvorm zette men zich af tegen het traditionele, beklemmende en vrouwonderdrukkende huwelijk. Met zijn vriendin en twaalf studenten en afgestudeerden, allemaal politieke activisten, kochten ze in Amsterdam een oude timmerfabriek en werkten een jaar lang gedurende weekenden en vakanties aan het opknappen van het pand.

Samen wonen, samen actie voeren en samen de kosten dragen voor wonen en eten, dát was het ideaal. De helft van de deelnemers aan de woongroep had een goed betaalde baan, veelal op universitair niveau. De afspraak was dat 'veelverdieners' meer geld in de gezamenlijke pot stopten dan de 'weinigverdieners'. Dat leidde soms tot ideologische discussies. Ter illustratie een passage uit het boek betreffende discussie over een voorstel van Trudie, waarbij de 'hoogstverdieners' werd gevraagd vijfmaal, of op zijn minst driemaal zoveel in te leggen dan de 'laagstverdienders'.

Trudie: "In de huidige maatschappij worden mensen gewaardeerd naar de hoeveelheid geld die ze verdienen. Ik ga er vanuit dat wij dat juist niet willen. Dat wij mensen beoordelen op hun integriteit en maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel."

Suzan: "Soms gaat geld verdienen samen met verantwoordelijkheidsgevoel."

Gerard: "Het gaat om het principe dat mensen met meer inkomen meer moeten betalen."

Alex: "Dat is ons uitgangspunt, maar de kwestie is hoe we onderling de lasten verdelen."

Trudie: "Ik ga door met mijn verhaal. Als we onszelf bekijken, mogen we denk ik stellen dat we ons allemaal inzetten voor de maatschappij, ieder op zijn of haar manier. Vinden we het dan terecht dat de een veel meer geld heeft dan de ander omdat we nu eenmaal onder kapitalistische verhoudingen werken? Of corrigeren we deze financiële ongelijkheid volgens onze maatstaven?"

De 'hoogstverdieners' droegen verder nog argumenten aan als dat driemaal zoveel toch ook redelijk was, maar als anderen vijfmaal wilden konden ze zich daar ook wel in vinden.

Universitaire samenwerking

Na de overwinning van de Vietnamezen in 1975 ijverde het komitee voor het opzetten van samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse universiteiten en de universiteit van Hanoi. Na enkele jaren lobbyen lukte dat ook, waarna De Goeje in dienst trad bij Buro Buitenland van de Universiteit van Amsterdam (UvA) (overigens na nauwgezet gewetensonderzoek of hij wel geld mocht verdienen aan Vietnam).

Gedurende die jaren kreeg de sympathie voor Vietnam bij publiek en politiek een flinke knauw door berichten over 'Vietnamese bootvluchtelingen' en de massamoord in Cambodja door de Rode Khmer. In 1983 stelde ontwikkelingsminister Schoo (VVD) voor de financiering van de universitaire samenwerking te beëindigen. Na veel discussie in de Tweede Kamer werden 14 van de 17 projecten afgekeurd.

De universiteiten van Amsterdam en Wageningen besloten vervolgens de afgekeurde projecten uit eigen middelen te financieren. De projecten waren gered, maar de besluitvorming binnen de universiteiten en tussen de diverse afdelingen kreeg te maken met onderlinge competentie, politieke verschillen en veel bureaucratie.

Over deze vorm van universitaire samenwerking had Pronk in 1985, tot vreugde van De Goeje, nog betoogd dat deze vooral gezien moest worden als een uitdrukking van academische solidariteit. Maar een paar jaar later stelde Karel Jan Gevers, voorzitter van het college van bestuur van de UvA, dat de samenwerking niet zozeer een kwestie was van solidariteit, maar meer het belang van de universiteit moest dienen.

Teloorgang idealisme

Voor De Goeje brak een moeilijke tijd aan. Solidariteit werd een belegen begrip, de rechtvaardige socialistische maatschappij waar hij en zijn vrienden voor gevochten hadden, was verder weg dan ooit. De woongroep was uit elkaar gespat en ook in zijn tweede woongroep werd na veel discussies het gemeenschapsideaal ingeruild voor een individuele, zakelijke opstelling. De Goeje moest zo goed en zo kwaad als dat ging schipperen tussen individuele belangen, politieke visies en strategische opstellingen.

Dit voorkwam niet dat hij in verschillende conflicten verzeild raakte. In 1989 liep zo'n conflict met zijn directe baas gigantisch uit de hand. Het leek, zo schrijft De Goeje, 'of de frustraties uit mijn hele leven in één keer naar boven kwamen. Ik knalde uit elkaar van woede en schreeuwde nog voor iemand anders had kunnen reageren: je bent een laffe draaikont. Een kwakende kikker, Kermit de Kikker, zo weggelopen uit Sesamstraat, een klootzak. Je moet nu meteen opsodemieteren anders gooi ik je deze kamer uit'.

Vanaf 1990 krijgt de universitaire samenwerking nog meer een zakelijk karakter. Nederlandse universiteiten gaan verdienen aan het uitvoeren van projecten en De Goeje is verplicht zijn eigen salaris terug te verdienen uit datgene wat de Vietnamprojecten financieel opbrachten. Rond 2000, na de zoveelste samenvoeging van diverse faculteiten, vond professor Hoogland ontwikkelingssamenwerking van geen belang voor de nieuwe faculteit Natuurwetenschappen. Vanuit deze gedachte hief hij het Bureau Buitenland op.

Bestaande universitaire samenwerkingsprojecten gingen, als een faculteit dat per se wilde, nog wel door. De Goeje kon vanuit een zijdelingse positie nog wel invloed uitoefenen. In de nieuwe eeuw, zo schrijft hij in het laatste hoofdstuk, is het bestuderen van ontwikkelingsproblemen door de universiteit al lang uit haar doelstelling verdwenen. De universiteit hecht nu vooral belang aan welke plaats zij inneemt op de ranglijst van universiteiten in de wereld.

Toen Peter de Goeje in 1971 samen met anderen het KWT oprichtte, was hij 27 jaar. Bij het 40-jarig bestaan van het komitee moet hij 67 jaar ziin geweest. Hij is inmiddels gepensioneerd naar ik aanneem, alhoewel dat nergens wordt vermeld. Waarschijnlijk ziet hij zich zelf ook niet als een gepensioneerde activist en werkt hij nog steeds als vrijwilliger aan een of ander Vietnamproject. Om met een song uit de jaren '60/'70 te eindigen: 'Old soldiers never die they just fade away'.

 

 

 


titel:
Met solidaire groet; Technische en wetenschappelijke hulp aan Vietnam

auteur: Peter de Goeje

uitgave: Paperback, 320 pagina's

isbn: 978 94 6022 206 1

prijs: € 24,50

uitgever: KIT Publishers (inkijkexemplaar)


 

 


Meer achtergrond 2012

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Geef je mening:



Home


 

.

.