HOME       OPROEPEN      ARCHIEF       CONTACT      LINKS               

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Licht in de tunnel der crisis
 

17 januari 2011

Pogingen om de crisis te bezweren, die nu al enkele jaren rondwaart in het 'westers' deel van de wereld, zetten geen zoden aan de dijk. Tenzij ze berusten op het inzicht dat eindeloze groei op een planeet met eindige hulpbronnen een illusie is.


door
Theo Ruyter


Dat is de boodschap van de Amerikaanse onderzoekjournalist Richard Heinberg in zijn boek The End of Growth (2011), waarvan eind 2011 reeds de Nederlandse vertaling verscheen (Einde aan de groei). Op het eerste gezicht het zoveelste boek over groei, sinds de Club van Rome zich in 1972 onsterfelijk maakte met The Limits to Growth. Bij nader inzien echter een uitzonderlijk en veelzijdig boek, dat de crisis in een nieuw daglicht plaatst en aantoont dat het einde van het groeitijdperk geen dagdroom is maar realiteit.

Heinberg is verbonden aan het Post Carbon Institute, een denktank in Santa Rosa (Californië) die niet alleen onderzoek doet naar de noodzaak en effecten van een nieuwe economie maar ook mensen en groepen die daaraan werken met raad en daad ter zijde staat. De kiem voor zijn nieuwe boek werd gelegd tijdens een studiedag met bankiers kort na de ineenstorting van Lehman Brothers in september 2008. Daar drong het namelijk tot hem door dat het nu wel eens gedaan kon zijn met de soort groei, die de afgelopen twee eeuwen het ijkpunt bij uitstek werd van vooruitgang en de status verwierf van volstrekt noodzakelijke voorwaarde voor het menselijk voortbestaan.

De auteur heeft naar eigen zeggen bijna een jaar geaarzeld of hij de verantwoordelijkheid voor zo'n subversieve boodschap wel op zich moest nemen. Nog afgezien van de vraag of ze veel effect zou hebben, want hij wist hoeveel bagger de Club van Rome decennia lang over zich heen gekregen had en kon uit het verloop van de crisis - van de Amerikaanse hypotheken tot de euro - opmaken dat de powers that be de ontkenningsfase nog lang niet voorbij zijn. Tenslotte is hij als een gek aan de slag gegaan en heeft hij alles wat hij wist en vinden kon bij elkaar geveegd om in een onwaarschijnlijk korte tijd de klus te klaren.

Even doorbijten

Na een inleiding waarin de 'magie van de vrije markt' (p. 27) uit de doeken wordt gedaan en de traditionele groei als een achterhaalde vanzelfsprekendheid wordt geplaatst tegenover 'het nieuwe normaal' van een stagnerende of dalende lijn, opent Heinberg met de geschiedenis van de economie en de economische wetenschap. Het is misschien even doorbijten, maar je hebt er meteen plezier van wanneer in het volgende hoofdstuk de huidige crisis wordt ontrafeld en de opeenvolgende interventies van overheden en centrale banken de revue passeren.

Het derde hoofdstuk gaat over de andere dan financiële factoren die het 'herstel' van de economie - doorgaans gelijkgesteld aan een hervatting van de groei - belemmeren. Hier gaat Heinberg met name in op de toenemende schaarste aan natuurlijke hulpbronnen, om in het volgende hoofdstuk in te zoomen op de begrippen efficiency en substitutie, die door de groeilobby stelselmatig worden ingezet om de schaarste te camoufleren. Het deel probleemstelling wordt dan in hoofdstuk vijf (De slinkende koek) afgesloten met een vooruitblik op een wereldeconomie die zich aanpast aan de nieuwe situatie.

Niet toevallig is in dit hoofdstuk een hoofdrol weggelegd voor China, al jaren wereldwijd het lichtend voorbeeld van de zegeningen van 'onze' traditionele economische groei en het 'bewijs' dat vergroting van de (materiële) welvaart tot in lengte van dagen haalbaar én zinvol is. Juist omdat we gezamenlijk ons plafond hebben bereikt, verwacht de auteur de komende decennia een 'nietsontziende jacht op een zo voordelig mogelijke uitgangspositie binnen de wereldeconomie' (p. 223) om zich - tot in de verste uithoeken van de aarde - de laatste restjes groei toe te eigenen.

In het tweede deel van het boek, de hoofdstukken zes en zeven, concentreert Heinberg zich op de verschillende handelingsperspectieven van overheden enerzijds en burgers anderzijds. De hamvraag is hier of 'men' bijtijds en uit eigen beweging de bakens zal verzetten en daarmee aanstuurt op een zachte landing in een nieuw tijdperk, of dat men de financiële en ecologische grenzen zal blijven negeren met alle risico's van dien.

Heinberg schakelt voortdurend heen en weer tussen wensdenken en realiteitsbesef. Prioriteit nummer één is naar zijn vaste overtuiging met onmiddellijke ingang de hervorming van het financieel-monetair systeem. Hij geeft tal van aanzetten in die richting, van min of meer utopische tot uiterst praktische waar mensen al ervaring mee hebben opgedaan of hier en nu mee zouden kunnen beginnen (zie ook deze website). Maar tegenover alle denkbare oplossingen zet hij nadrukkelijk een uitgewerkt 'bankroetscenario', omdat hij er een hard hoofd in heeft dat mensen op de korte termijn bereid én in staat zijn tot de nodige veranderingen.

Typerend voor de brede en open benadering van het boek is dat Heinberg ook een poging doet te verklaren waarom mensen vaak niet doen wat ze zouden moeten of kunnen doen. Zo verwijst hij niet alleen naar Paul Ehrlich en Robert Ornstein, die al in 1989 kwamen met het boek New World New Mind, maar ook naar de neuropsychiater Peter C. Whybrow die in 2005 de stelling innam dat de evolutie ons in het algemeen - en de white Anglo-Saxon American in het bijzonder - speciaal heeft toegerust om status en nieuwigheden na te jagen, en aan overdadig consumentisme verslingerd te raken (p. 304).

Nederlandse context ontbreekt

Het is spijtig dat de Nederlandse uitgever (Jan van Arkel) en de Belgische sponsor (Oikos) niet de moeite hebben genomen om dit boek wat dichter bij de Nederlandstalige lezer te brengen. In een kort voorwoord parafraseert Dirk Holemans met instemming de centrale boodschap - 'We staan voor de transitie van een fossiele brandstofgestookte groeieconomie naar een economie die zich voegt naar de grenzen van onze eindige planeet' - en maakt hij gewag van 'de fenomenale uitdaging die voor ons ligt'. Maar daar blijft het bij, afgezien van een enkele voetnoot, zoals de mededeling dat de transitiebeweging ook in Nederland en Vlaanderen wortel geschoten heeft.

Gezien het bedenkelijke niveau waarop het publieke debat over de crisis zich in ons land bevindt - van de zoutzakken in de Commissie-De Wit tot de televisiepresentatoren die zich telkens weer door hun 'deskundige' tafelgasten laten bevestigen in hun eigen vooroordelen en onwetendheid - had een aanhangsel over de stand van zaken in de Lage Landen de waarde van het boek nog aanzienlijk kunnen vergroten. Heinberg onderstreept niet voor niets de noodzaak van een sociale infrastructuur om mensen te betrekken bij en voor te bereiden op de aanstaande veranderingen in economie en samenleving. (Zie o.a. deze website)

Tenslotte zou ik niet uit het oog willen verliezen dat The End of Growth voor alles een westers antwoord is op de crisis, met een Noord-Amerikaans stempel. Heinberg heeft weliswaar oog voor de belangen van andere landen en gaat ook expliciet in op het conventionele ontwikkelingsdenken dat de welvaartskloof tussen landen in de hand heeft gewerkt, maar je hoeft slechts het notenapparaat (ruim 400) in te kijken om te beseffen dat zijn inspiratie en kennis nogal eenkennig zijn. Vandaar dat hij bijvoorbeeld veel te gemakkelijk stelt dat voor arme landen van nu af aan het belang van concurrentie op de wereldmarkt afneemt, omdat zij zich gesteld zien voor 'de primaire uitdaging om zich te voegen naar het nieuwe economisch nulgroeinormaal en de almaar verergerende milieuproblematiek' (pp. 260-1).

In dit verband lijkt het me niet verkeerd de inzichten van Heinberg eens te toetsen aan anders gekleurde antwoorden op de crisis. De crisis mag in de huidige fase dan vooral in het Westen onrust en verwarring zaaien, de wereldeconomie is allang geen overwegend westerse aangelegenheid meer. Des te relevanter zijn de wereldbeelden die in andere culturen verankerd liggen. Ik denk dan bijvoorbeeld - dicht bij huis - aan het recente pleidooi voor een universele verklaring inzake het Common Good of Humanity (zie), Latijns van oorsprong en veel ideologischer van aard dan gebruikelijk in de Angelsaksische invloedssfeer. In de analyse van de problemen komen heel wat overeenkomsten tot uiting, maar waar het aankomt op politieke keuzes en strategieën gaapt een wereld van verschil.

 

 

 

titel Einde aan de groei: Ons aanpassen aan de nieuwe economische realiteit

auteur Richard Heinberg

uitgeverij Jan van Arkel, Utrecht 2011

uitvoering paperback, geïllustreerd, 400 pp.

prijs € 14,95

isbn 978 90 6224 507 9



 

 

 

 

 

Meer achtergrond 2012

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Geef je mening:

Naam:

Bericht:  



Home


 

.

.