HOME       OPROEPEN      ARCHIEF       CONTACT      LINKS               

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Dylan is gek'

Ravage 23 juli 2011


Over weinig rocksterren zijn er meer boeken en publicaties verschenen dan over Bob Dylan (al doen we hem met het predikaat 'rockster' al meteen tekort zoals later zal blijken). Een groot deel daarvan moet Patrick Roefflaer tot zich hebben genomen om te komen tot zijn eigen bijdrage aan die immer groeiende bibliotheek met zijn
Bob Dylan In De Studio.


door
Theo de Grood


Veel lezers hebben de goede gewoonte om bij een nieuw boek eerst de laatste pagina's te controleren teneinde zich vooraf te vergewissen van de al dan niet goede afloop van het verhaal. Bij dit boek is die afloop vooralsnog ongewis (de protagonist is immers nog alive and kicking), maar het oog valt daarbij wel op een immense bibliografie bestaande uit een veertigtal boeken, meer dan zestig tijdschriftpublicaties en een dito aantal websites, gevolgd door een 14 pagina's tellend namenregister.

Tel daarbij de 38 officiële lp's/cd's die Dylan tot dusver uitbracht alsmede een ontelbaar aantal albums met outtakes, bootlegs en andere semi- dan wel illegale producten, daarbovenop nog de talloze eigen interviews en mailwisselingen van de auteur met betrokkenen... dan heb je zo ongeveer de ingrediënten die Patrick Roefflaer gebruikte om 50 jaren van Bob Dylan's doen en laten in de opnamestudio te documenteren.

Patrick Roefflaer woont in Genk en is werkzaam als architect voor het provinciebestuur van Hasselt. Wat heeft dat alles met Bob Dylan te maken? In het geheel niets, maar Roefflaer is een fan, en dat is al meteen het eerste verfrissende kenmerk van dit boek. Geen fan in de zin van krijsende concertbezoeker, zelfs niet van kritiekloze bewonderaar, maar iemand die een groot deel van zijn leven oprecht gefascineerd is door de muziek van die rare knorrige Amerikaan.

En daar heb je meteen de tweede opsteker van dit boek: het gaat over de muziek en niet over irrelevante bijzaken, waarmee veel biografieën voor een aanzienlijk deel gevuld zijn. De auteur begon zijn analyses via internetblog 'Peerke's Plaatjes' en heeft deze stukken verzameld, gebundeld, aangevuld en samengevoegd tot het 340 pagina's tellende standaardwerk dat het nu al is.

De protagonist

Wellicht overbodig maar voor de volledigheid: Robert Allan Zimmerman alias Bob Dylan werd in 1941 geboren in Duluth, Minnesota en is onlangs zeventig geworden. Een halve eeuw geleden maakte hij zijn eerste plaat Dylan (1962), en ondanks zijn gebrekkige zangkunst en sobere gitaar- en harmonicaspel maakte deze nog sterk in Amerikaanse folklore en arbeidersmuziek gewortelde plaat veel indruk. Voornamelijk gevuld met traditionals, slechts enkele songs zijn van eigen hand.

Deze plaat wordt gevolgd door nog drie solo-albums, The freewheelin' Bob Dylan (1963), The times they are a-changin (1964) en Another side of Bob Dylan (1964), waarbij 's mans songschrijven zich gaandeweg ontwikkelt: alle tracks op die albums zijn van eigen hand en verbazen in toenemende mate door zowel de poëtische en vaak cryptische kant van zijn woorden als de scherpte waarmee hij met name de rechtse USA-hobby's van de jaren '60 op de korrel neemt.

In 1965 volgt een ommekeer: voor het eerst komen er behalve een producer ook begeleidingsmuzikanten de studio in. Dylans veel beschreven overgang van akoestische folk- en protestzanger naar elektrische poëet is een feit. Er verschijnen dat jaar twee albums die niet alleen tot de hoogtepunten van Dylan's eigen oeuvre behoren, maar inmiddels worden bestempeld als absolute iconische albums aller tijden: Bringing It All Back Home (1965, hier uitgebracht als Subterranean Homesick Blues) en Highway 61 Revisited (1965).

Vanaf hier gaat het in een zeer wisselvallig en grillig traject door tot 2009 wanneer Dylan's tot dusver laatste album, de kerstplaat (!!) Christmas In The Heart uitkomt. In de decennia daartussenin is hij niets uit de weg gegaan: rock 'n roll, soul, sentimentele muzak, kinderliedjes, religieuze liederen en gospels, filmmuziek, country, jaren '30 en '40 songs, blues.

Zijn repertoire door de jaren heen is een enorme ratjetoe die je nauwelijks aan één persoon zou kunnen toeschrijven. Hoogte- en dieptepunten volgen elkaar naadloos op en er is waarschijnlijk geen enkele Dylanfan ter wereld die al zijn muziek met droge oren kan aanhoren. En we zijn nog niet van hem af.

Dylan en de studio

In evenzovele hoofdstukken wordt de ontstaansgeschiedenis van Dylan's 38 studioalbums door Roefflaer nauwgezet onder de loep genomen. Hij trekt daarbij een scherpe grens bij de muren van de studio en omschrijft, een enkele relevante uitzondering daargelaten, de meestal moeizame en omslachtige weg waarop de albums tot stand zijn gekomen.

Zonder al te veel uit het boek te willen verklappen: dat zijn veelal zware bevallingen. Aan de honderden muzikanten (vaak grote namen) die hem in de loop der tijd hebben begeleid (of dat hebben geprobeerd) werd praktisch nooit een houvast geboden door de meester, die overduidelijk vaak zelf ook niet wist wat hij wilde.

Het is tenenkrommend om te lezen hoe Dylan ze behandelde: er was zelden voorbereiding, er werd geen toonsoort of akkoorden aangegeven, niet afgeteld, er was vaak geen tekst voorhanden of hij moest hem nog schrijven. Soms werden er à l'improviste wat lukrake covers gespeeld waarna Dylan weer vertrekt, zonder er nog ooit op terug te komen. Muzikanten worden aangenomen en ontslagen naar ogenschijnlijk volstrekte willekeur, en ook de producer, die doorgaans bij een opnamesessie het creatieve proces aangeeft en stroomlijnt, had vaak geen idee van wat His Bobness nou eigenlijk van plan was.

En als er dan met veel moeite wat materiaal was opgenomen was het maar de vraag of daar nog ooit verder iets mee gedaan zou worden. Deze non-communicatie leidde bij veel musici tot desinteresse en weerzin voor dit gestoorde gedrag van hun werkgever, evenzovele anderen zagen in deze opstelling juist een uitdaging om in alle vrijheid hun bijdrage te kunnen leveren.

Dat moeizame proces verklaart de wisselvalligheid van de uiteindelijke producten. Vaak heeft het ongeïnspireerde en lamlendige albums teweeggebracht, maar evenzeer heeft juist deze ongewisheid en vrijheid geleid tot platen waarvan tot op heden het spelplezier, de inspiratie en de emotie bijna tastbaar zijn.

Het fraaie van Roefflaers beschrijvingen van de sessies is dat je door het lezen steeds weer aangespoord wordt je oude Dylanmeuk weer uit de kast te trekken om de vele anekdotische voorvallen die op de plaat terecht zijn gekomen terug te luisteren. Daarnaast is de documentatie dermate nauwkeurig dat je je als fly-on-the-wall in de studio waant die deze soms beschamende en vaak fantastische sessies bij kan wonen.

Geen kletskoek

Een toegevoegd plezier voor de muziekliefhebber is dat je alleen wordt geconfronteerd met Dylan's muzikale bestaan. Geen uitweidingen over privéleven, relaties (behalve wanneer die iets in de studio te doen hebben), motorongelukken, bekeringen of andere sensationele kost waaromheen veel biografieën geschreven zijn. Het gaat bij Roefflaer over Bob Dylan, zijn muziek, zijn muzikanten en het ontstaan van de albums. Precies wat de titel belooft.

Een verademing tussen alle kletskoekverhalen en duimzuigerij van vaak gerenommeerde journalisten. Dank aan Patrick Roefflaer dat hij veel van die verhalen voor ons heeft gelezen en een selectie heeft gemaakt van de werkelijk relevante zaken, waarbij je al lezende gaandeweg de contouren gewaar wordt van de persoon Bob Dylan, zodat zich op het eind van het boek toch een behoorlijk nauwkeurig uitgetekend, zij het grillig karakterbeeld heeft gevormd van de artiest.

Dat de schrijfstijl een beetje houterig overkomt, detoneert daarbij allerminst. Het is een behoorlijk zakelijk boek geworden, bijna een naslagwerk, dat desondanks vanwege de vele citaten, interviewtjes en anekdotes leest als een tierelier. Al vind je maar één plaat van Dylan subliem, dan nog kopen en lezen dit boek.

Ook muzikanten die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van de creatieve kant van studio-opnames gedurende de laatste halve eeuw, kunnen hier de nodige informatie in terugvinden, van mono tot ProTools (een digitaal audiomontagesysteem waartoe Dylan zich met enige moeite toch heeft laten overhalen). Vooraan in het boek wordt een aantal begrippen uit de studio verklaard maar verder worden al te veel technische bespiegelingen vermeden.

We want more

Wie wil weten hoe die Dylan nou eigenlijk tikt en waarom hij doet wat hij doet, wordt uit deze studie van Patrick Roefflaer ook niets wijzer. Maar dat werden we ook al niet uit de vele meters boekenplank die door zijn voorgangers volgeschreven zijn. Wat bij Roefflaer duidelijk wordt is dat juist dat ongrijpbare Dylan boeiend maakt. Hij heeft in zijn beginjaren al genoeg intrigerende en prachtige muziek gemaakt om hem voor eeuwig krediet te verschaffen.

De vroege bewonderaars die teleurgesteld, zelfs geërgerd afhaakten na het afschuwelijke Self Portrait (1970) werden daarvoor even later weer gevoelig afgestraft met het sublieme Blood On The Tracks (1975) en zo is het door de jaren heen steeds door blijven gaan. Dit boek zet aan tot waakzaamheid in deze en Patrick Roefflaer zal hopelijk nog menig supplement moeten aanleveren. Goede afloop verzekerd.

 

 

 

titel: Bob Dylan in de studio
auteur: Patrick Roefflaer
uitgeverij: EPO, 2010
uitvoering: paperback (17 x 21 cm)
344p, geïllustreerd
isbn: 978 90 6445 727 2
prijs: € 23.50



 



Meer achtegrond

 

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Geef je mening:

Naam:

Bericht:  

Christy - December 18, 2011 - 08:53 pm
Ya learn smeotihng new everyday. It's true I guess!




Home


 

.

.