|


Vlaams regisseuse Dorothée van de Berghe heeft een fraai tijdsbeeld
van het roerige Amsterdam uit de jaren '70 gemaakt. De jeugdige Karo
heeft het maar moeilijk met de opgelegde vrijheid uit die tijd.
Na
haar gevoelige portret van een jong meisje met haar speelfilmdebuut
Meisje (2002) heeft Dorothée van de Berghe met My
Queen Karo alweer een portret van een meisje gemaakt. Spelend in
een roerig Amsterdam, toen er nog revolutionair elan in de lucht hing,
is de film een poging om de krakerswereld uit die tijd te verbeelden.
De regisseuse gebruikte haar eigen ervaringen als tiener in Amsterdam
uit die tijd.
De
handeling wordt voornamelijk door de ogen van de 10-jarige Karo beleefd.
Haar Vlaamse hippievader Raven en Franstalige moeder hebben een zogenaamde
vrije liefdesrelatie, waarbij de vader zijn seksuele egoïsme hoogtij
laat vieren, en de moeder zich gaandeweg verbitterd terug trekt in haar
geïmproviseerde naaiatelier. In deze schijnwereld van vrijheid verlangt
het jonge meisje wel degelijk naar grenzen en zekerheden.
Geborgenheid
vindt ze eigenlijk alleen bij haar benedenbuurvrouw die uiteraard een
hoer met een hart van goud is. En met zwemmen kan het meisje zich vrij
voelen. De film toont op intrigerende wijze hoe ingewikkeld vrijheid
eigenlijk is; de vrijheid van haar ouders en hun medekrakers bezorgen
Karo voor de nodige onvrijheid om zich te ontplooien.

Wanneer
zij met krijtstrepen letterlijk haar eigen domein wil afschermen, werkt
haar dogmatische vader deze afbakening tegen. In een dergelijke leefgemeenschap
was het uit den boze om jezelf terug te trekken. Alles moest gemeenschappelijk,
alles moest samen gebeuren en samen beleefd worden, inclusief de liefde.
Dat vrijheidsideaal had wel degelijk een fnuikende invloed op de persoonlijke
vrijheid.
Het
is niet bepaald een idyllische visie op het vrije krakersleven in Amsterdam
rond 1974. De vertelling toont overtuigend de schaduwzijden van een
dergelijke levenswijze. Tegelijkertijd toont de film een revolutionair
elan aan bij de krakers en actievoerders, die de barricades opgingen
om te protesteren tegen de aanleg van een metrolijn. Activisme was indertijd
nog geen vies woord.
In
My Queen Karo wordt geen politieke agenda afgewerkt,
al vliegen er hier en daar wat slogans rond, bijvoorbeeld over herverdeling
van rijkdom. De film is in de eerste plaats een sfeerschets van een
vergane tijd, toen er nog volop idealen waren, hoop op een betere wereld
was. Omdat de vrijheidsidealen van toen een loze indruk maken, geeft
dat het verhaal een bittere lading.

De
film maakt vooral indruk als karakterstudie van een opgroeiend meisje.
Karo wordt prachtig gespeeld door Anna Franziska Jaeger. De wijze waarop
het kind heen en weer geslingerd wordt tussen haar ouders levert hartverscheurende
momenten op.
Dat
een Vlaamse regisseuse een typisch Nederlands onderwerp behandelt, is
op zich opmerkelijk. Van den Berghe deed haar research op het Instituut
van Sociale Geschiedenis in Amsterdam, beluisterde radioprogramma's
uit die tijd, en bekeek de documentaire De stad was van ons van
Joost Seelen. Foto's van Ed van der Elsken en Johan van der Keuken zorgden
voor inspiratie bij het maken van de kostuums.
De
nauwkeurige reconstructie van die roerige tijd heeft een fraai gedetailleerd
en gestoffeerd tijdsbeeld opgeleverd. Toch blijft het persoonlijke drama
van het jonge meisje Karo het gevoelige centrum van de vertelling.
Ulrik
van Tongeren
My Queen Karo (Filmmuseum), vanaf 11 februari in de bioscopen.
De officiële website.
-
- - - - - - - - - - -
-
- - - - - - - - - - -
Geef
je mening:
.
Naar
boven
Naar
homepage
|