|


Zaken in Afrika is het persoonlijke verhaal
van een jonge idealiste. Het boek zal tot de verbeelding spreken van
de zogenoemde doe-het-zelvers, die de laatste jaren in groten getale
de wijde wereld in trekken om persoonlijk een steentje bij te dragen
aan de wereldwijde armoedebestrijding.
door Theo Ruyter
Als de filantropie niet door christelijke gelukzoekers uit Europa was
meegenomen naar Noord-Amerika, zou ze ongetwijfeld in de US of
A zijn uitgevonden. En dan niet zozeer om naastenliefde of barmhartigheid
gestalte te geven, maar als smeermiddel om het kapitalistisch systeem
wereldwijd ingang te doen vinden en zelfs geliefd te maken.
Deze
gedachte drong zich op, toen ik eenmaal het autobiografische boek Zaken
in Afrika van de jonge veertiger Jacqueline Novogratz uit had. Novogratz
wortelt namelijk onmiskenbaar in de Amerikaanse traditie van de filantropie,
die wordt gekenmerkt door een strikte scheiding tussen geld verdienen
en geld uitgeven en die al zoveel grote namen van Andrew Carnegie tot
Bill Gates heeft opgeleverd.
Tegelijkertijd
wordt ze geobsedeerd door de vraag hoe ze die aloude filantropie een
heel ander gezicht kan geven (p.296) en boven wat ze zelf 'de liefdadigheidssfeer'
noemt (p.363) uit kan stijgen.
Blauwe
sweater
De
oorspronkelijke titel van het boek The Blue Sweater dekt eigenlijk
veel beter de lading dan de titel van de Nederlandse vertaling. Die
verwijst regelrecht naar een persoonlijke ervaring van de auteur en
weerspiegelt in het algemeen haar neiging zaken die haar overkomen op
te vatten als een vingerwijzing of welkome levensles.
De
blauwe sweater slaat op een cadeautje van een oom, waar ze jaren lang
mee rondgelopen heeft. Op de voorkant stond de afbeelding van een Afrikaans
landschap en op het merkje aan de binnenkant had ze haar naam geschreven.
In het begin van de middelbare school, toen ze een keer was uitgelachen
vanwege die sweater, bracht ze hem naar een tweedehands winkel voor
het goede doel. Jaren later, in 1987 in Kigali (Rwanda), zag ze opeens
tijdens het joggen een magere jongen ermee lopen. Ze hield hem staande
en ja hoor, haar naam stond erin (p.17).

Viering
van het 8-jarig bestaan van Acumen Fund
Novogratz
had ondertussen, na haar afstuderen, drie jaar gewerkt voor de Chase
Manhattan Bank en bedacht dat ze - als geboren idealist en wereldverbeteraar
- de bakens in haar carrière maar eens drastisch moest verzetten. Ze
benoemde armoedebestrijding als haar hoofddoel en beschouwde, vanuit
haar ervaring in de (commerciële) bankenwereld, microfinanciering als
hét instrument bij uitstek waarmee ze uit de voeten kon. Zo belandde
ze, via een non-profitorganisatie voor vrouwen in New York, voor het
eerst in Afrika.
Na
een fnuikende ontgroening in het elitaire milieu van de Afrikaanse ontwikkelingsbank
in de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan vestigt ze zich in Nairobi, waar
ze begin 1987 haar eerste grote opdracht aanneemt in een microfinancieringsorganisatie
voor vrouwen. Ook die draait uit op een fiasco. Dan vindt ze pas echt
haar plek in Rwanda, waar het klikt met bepaalde mensen. Ze heeft een
groot aandeel in de oprichting van een 'bank' voor vrouwen op basis
van microcredietverlening (Duterimbere).
Wijze
lessen
Rwanda
- ze blijft er twee jaar hangen - is in haar geval het land, waar de
herprogrammering plaatsvindt die nodig is wil een westerling zich in
Afrika thuis voelen en daadwerkelijk samen met mensen ter plaatse iets
uitrichten. Vandaar dat de auteur later telkens weer, in gedachten of
in werkelijkheid, naar dat land terugkeert. Dat geldt met name voor
de periode van de massamoorden in 1994. Ze neemt zich dan voor elk jaar
terug te keren om beter te begrijpen wat daar is gebeurd en om te zien
wat het met haar bekende mensen heeft gedaan (p. 227).
Twee
van de lessen die haar 'voor altijd dankbaar' (p.285) stemmen ten opzichte
van Rwanda is dat microfinanciering niet dé maar wel een belangrijk
deel van de oplossing is en dat armoede niet door traditionele liefdadigheid
alleen kan worden opgelost. Die lessen neemt zij mee in haar constante
zoektocht naar mogelijkheden om zelf het verschil te maken in deze wereld.
Eerst vooral in Afrika, maar allengs ook steeds meer daarbuiten. De
tocht mondt uit in de oprichting van de eigen organisatie Acumen
Fund, op 1 april 2001 geregistreerd als publieke liefdadigheidsinstelling
(p.293).
Op
dat moment heeft Novogratz op grond van haar bedrijfsplan al acht miljoen
dollar bij elkaar, waarvan vijf miljoen geschonken door de Rockefeller
Foundation en twee miljoen door de Cisco Foundation. Het is de bedoeling
dat geld, zowel in de vorm van leningen en aandelen als bij wijze van
subsidie, te investeren in (op winst gerichte) bedrijven en non-profitorganisaties.
Novogratz
omschrijft haar aanpak bij voorkeur in bewoordingen als 'durfkapitaal
voor de armen' en benadrukt dat armen moeten worden gezien als klanten,
voor wie 'sociale ondernemers' markten kunnen scheppen. Acumen Fund
had in 2008 al meer dan 40 miljoen dollar geïnvesteerd in ruim 40 ondernemingen,
die zich op de een of andere manier met armoedebestrijding bezig houden.
De organisatie is vooral actief in India en Pakistan en Oost- en Zuid-Afrika.

Novogratz
in Kenia
De
centrale vraag die ze zich telkens weer stelt is: hoe kan tegen zo laag
mogelijke kosten worden voorzien in de behoefte van mensen aan fundamentele
producten en diensten, waarmee de kwaliteit van hun leven verbeterd
en hun eigen productiviteit verhoogd wordt. Voorbeelden zijn, afgezien
van financiële dienstverlening, de behandeling van staar op het Indiase
platteland, de introductie van druppelirrigatie in Pakistan en India
en de toepassing van Japanse technologie voor de productie van klamboes
in Tanzania.
Typerend
voor de benadering van Acumen Fund - in de naam klinkt dat al door -
is ook het belang dat wordt gehecht aan leiderschap. In de jaren '90
deed Novogratz daarmee veel ervaring op binnen de Rockefeller Foundation,
als gangmaker van een project onder de naam Next Generation Leadership
(p.213). Vandaar het trainingsprogramma voor potentiële leiders, waarmee
Acumen Fund in 2006 van start ging (p.369).
Verademing
Zaken
in Afrika is een verademing in de stroom boeken van allerlei geleerden
(doorgaans mannen), die met elkaar wedijveren in ontoegankelijk taalgebruik
en hun inzichten en meningen verpakken in een stortvloed van voetnoten
en literatuurverwijzingen. De persoon achter de auteur is daar vaak
ver te zoeken, laat staan dat je erachter komt wat voor fouten hij heeft
gemaakt of wat voor twijfels en onzekerheden hij kent.
Jacqueline
Novogratz maakt van haar hart geen moordkuil en hoewel ze meestal goed
weet wat ze wil, kan ze zichzelf ook prima relativeren. Wie ooit heeft
geprobeerd voor langere tijd zijn draai te vinden in Afrika (of in andere
warme landen), zal zich vaak herkennen in de situaties die ze beschrijft
en de rollen die ze daarin speelt.
Haar
boek moet dan ook zeker tot de verbeelding spreken van de zogenoemde
doe-het-zelvers, die de laatste jaren in groten getale de wijde wereld
in trekken om persoonlijk een steentje bij te dragen aan de wereldwijde
armoedebestrijding. Het is te hopen dat ze dan ook tot de ontdekking
komen dat je heel wat keren op je bek moet gaan, voor je echt kunt zeggen
dat je bijdrage iets voorstelt.
De
grootste beperking van het boek is in mijn ogen dat de auteur - ondanks
haar schat aan praktijkervaring en haar uitdrukkelijk streven de filantropie
opnieuw uit te vinden - geen brug weet te slaan tussen het eigen filantropisch
universum en de omringende buitenwereld. Heel af en toe maakt ze melding
van actualiteiten op een bepaald tijdstip of een bepaalde plaats, maar
een arena waar belangentegenstellingen worden blootgelegd en strijd
wordt gevoerd voor de afbakening van wat wel en wat niet in 'het algemeen
belang' is, bestaat voor haar niet, althans niet in dit boek.
Politieke
processen en gebeurtenissen zijn eigenlijk niet meer dan een onderdeel
van het decor op het toneel waar Novogratz en honderden andere individuele
mensen de sterren van de hemel spelen. Tussen de regels door zou je
kunnen lezen dat zij een rol voor zichzelf en anderen ziet weggelegd,
waar of omdat de overheid of de staat in gebreke blijft.
Maar
zelfs dat maakt ze niet expliciet. In dat opzicht is ze trouw aan de
filantropische traditie van haar vaderland. Waar en hoe je daar rijk
geworden bent doet niet ter zake, als je maar luid en duidelijk een
deel van je bezit weggeeft. Op die manier ben en blijf je altijd een
deel van de oplossing en hoef je nooit een deel van het probleem te
worden.

Titel: Zaken in Afrika; belevenissen
van een westerse zakenvrouw met een missie
Auteur:
Novogratz, Jacqueline
Uitgever:
Artemis & Co, 2009
ISBN:
9789047201267
Prijs:
€ 22,50
-
- - - - - - - - - - -
-
- - - - - - - - - - -
Geef
je mening:
100% kierewiet - December 26, 2009 - 04:48 pm dit verhaal maakt niet zoveel indruk op me. Mensen die de hemel op aarde willen brengen, brengen vaak de hel mee.
Deze mevrouw snapt niet wat genade is. Laat ze eerst zichzelf maar eens helpen en haar directe familie door de genade van Jezus te accepteren. Activisten zijn heel erg wettisch bezig. En dat is nu net waar Jezus ons van bevrijd heeft.
.
Naar
boven
Naar
homepage
|