UTRECHT,
6 DEC 2008 - De rechtbank van Utrecht heeft het beroep tegen de vrijheidsbenemende
maatregelen op basis van de Vreemdelingenwet van drie actievoerders ongegrond
verklaard. De actievoerders gaan tegen de uitspraak in hoger beroep.
Vijftien
actievoerders van AAGU (Anarchistische Antideportatie Groep Utrecht) werden
op 30 oktober jl. wegen verstoring
van een raadsvergadering in de gemeente Soest aangehouden. Ze protesteerden
tegen de gevangenhouding van mensen zonder verblijfsdocumenten in Kamp
Zeist, en eisen sluiting van dit detentiecentrum.
Omdat
drie van hen zich niet wilden identificeren, werden zij vastgezet op basis
van de Vreemdelingenwet. "Vrijheidsbenemende maatregelen op grond
van de vreemdelingenwet kunnen onder meer worden opgelegd indien van iemand
de identiteit niet onmiddellijk kan worden vastgesteld", zo meldt
de rechtbank in Utrecht in het vonnis
van 2 december.
Volgens
de rechtbank is wie zich niet wil legitimeren, zelf verantwoordelijk voor
de gevolgen daarvan. Dat kan ook betekenen dat je in bewaring wordt gesteld.
Daarvan was volgens de rechtbank sprake op het moment dat zij zich niet
konden legitimeren. De door de twee actievoerders gevraagde schadevergoeding
heeft de rechtbank als gevolg hiervan ook niet toegekend.
Het
was niet de eerste keer dat de politie van de regio Utrecht de vreemdelingenwet
gebruikt om mensenrechtenactivisten te gijzelen, door ze op te sluiten
op verdenking van illegaal verblijf in Nederland. Volgens AAGU hoopt men
hiermee te bereiken dat actievoerders "hun naam zullen geven, omdat
zij onder de Vreemdelingenwet voor onbepaalde duur kunnen worden vastgehouden."
"Het
recht om te zwijgen is in Nederland fundamenteel, behalve in de Vreemdelingenwet:
hier geldt de omgekeerde bewijslast", aldus AAGU.
De advocaat van de actievoerders gaat in hoger beroep. "In het verleden
is al bewezen dat het opsluiten van anonieme actievoerders in vreemdelingendetentie
onrechtmatig is."