| 1ddRavagedigitaal
3 oktober 2008 d |
||||
|
|
Meer dan welke andere Nederlandse dichter in de Gouden Eeuw heeft Joost van den Vondel deelgenomen aan de politieke en godsdienstige strijd in een samenleving die worstelde met haar identiteit. In Vondel. Het verhaal van zijn leven schildert Piet Calis het leven in de zeventiende eeuw en dat van Vondel in het bijzonder. door Carl Versteeg Waar denkt de modale Nederlander aan bij de naam Vondel? Aan een standbeeld in het Vondelpark in Amsterdam? Aan toneelstukken die zo stijf en eentonig worden opgevoerd, dat ze uitstekend geschikt zijn als slaapmiddel? Aan boeken die bij bejaarden en bibliotheken in de kast staan, waarbij de laag stof er bovenop bewijst, dat ze de afgelopen decennia niet zijn aangeraakt? De Joost van den Vondel die Piet Calis tot leven wekt in zijn biografie Vondel, het verhaal van zijn leven, voldoet allerminst aan dit beeld. Calis' Vondel doet de hedendaagse lezer eerder denken aan een verre voorvader van Theo van Gogh, André Manuel of Gregorius Nekschot: Een felle provocateur, die zich verschrikkelijk druk kon maken om maatschappelijke misstanden en daardoor vaak in conflict raakte met het establishment. Zozeer zelfs dat hij meermaals voor zijn leven moest vrezen. OnderduikenCalis
begint de biografie met een hoofdstuk over een dramatisch voorbeeld op
dit gebied: Naar aanleiding van zijn toneelstuk 'Palamedes oft Vermoorde
Onnooselheijd', moest Joost van den Vondel in 1625 enige tijd onderduiken.
Op het eerste gezicht leek dit toneelstuk zich af te spelen in de Griekse oudheid. De toenmalige lezers en toeschouwers merkten echter al snel, dat de bad guy in dit drama, een oorlogszuchtige koning, in allerlei details verbazend veel leek op Prins Maurits van Oranje. Terwijl zijn slachtoffer, de hoofdpersoon Palamedes, verdacht veel leek op raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt, die een paar jaar eerder door Maurits, na een schijnproces, ter dood was veroordeeld. De Oranjefans reageerden hierop woedend. De Oranjegezinde overheid in Den Haag eiste letterlijk Vondels hoofd. Gelukkig besloot de Amsterdamse overheid, dat ze de dichter niet uit zouden leveren: ze wilden hem zelf berechten. Vondel kon daarop zijn onderduikperiode beëindigen en kwam er met een boete vanaf. Een andere bedreigende periode die Calis uitvoerig beschrijft, volgde in 1646 op de publicatie van het toneelstuk 'Maria Stuart'. Vondels tegenstanders reageerden schuimbekkend van woede op dit werk. De straten hingen vol met pamfletten tegen Vondel, met poëtische regels als 'Gij die tot tweemaal hebt verdiend een rechte strop!', 'Roeit uit, o Amstelland! roeit uit het hoofd der guiten' en: 'Hij heeft lang de dood verdiend/ Hij dong jong om deez’ straf'. EngagementWaar kwam het felle maatschappelijke engagement van Vondel vandaan? Hij werd in 1587 geboren in Keulen, als kind van Vlaamse asielzoekers. Zijn ouders waren doopsgezinden, die op de vlucht waren voor de inquisitie. Toen hij acht jaar was, moest zijn familie ook de nieuwe woonplaats ontvluchten voor godsdienstige vervolgingen. Na een lange zoektocht vonden ze uiteindelijk asiel in Amsterdam. Vondel zou deze stad hier altijd dankbaar voor blijven. Uit zijn werk sprak vaak een diepe liefde voor Amsterdam en vooral voor haar geestelijke klimaat: in verhouding met de rest van de wereld, was er indertijd in Amsterdam extreem veel vrijheid voor de verschillende bevolkingsgroepen, om hun eigen levensovertuiging uit te kunnen oefenen. Vondel doorzag echter dat de rest van het toenmalige Nederland veel minder tolerant was. Hij was daarbij vooral een felle criticus van de calvinisten. In theorie vochten die, tijdens de Opstand tegen de Spaanse bezetter, zij aan zij met alle andere bevolkingsgroepen, onder meer voor meer gewetensvrijheid.
In de praktijk bleek echter dat de calvinisten in de gebieden waar zij het voor het zeggen hadden, verdacht weinig van werkelijke vrijheid wilden weten. Het liefst legden zij, met dwang, iedereen hun bekrompen wereldbeeld op. Een wereldbeeld waar Vondel van walgde. In het verlengde van zijn allergie tegen het calvinisme, stond Vondels haat tegen Het Huis van Oranje. In de loop der jaren begon hij steeds meer te doorzien dat deze familie een verzameling machtswellustig tuig was, die ook nog eens fundamentalistisch schijnheilig was. Zo hingen zij officieel het orthodox-calvinisme aan, maar Vondel wist dat ze dit slechts deden om politieke redenen: Die geloofsrichting was immers de machtigste groep in het toenmalige Nederland én was vaak het meest geneigd tot oorlogsvoering. Het aanstichten van een mooie veldslag op z'n tijd, behoorde tot de favoriete hobby's van toenmalige Oranje-aanvoerders als Maurits en Willem II. Katholiek?Een ander opvallend politiek standpunt van Vondel betrof de VOC. Hij doorzag al heel vroeg dat deze organisatie, die in theorie opgericht was om handel te voeren, zich in de praktijk al snel richtte op uitbuiting en onderdrukking van de inwoners van Oost-Indië. Vondel fulmineerde hier vurig tegen in zijn gedichten. Het controversiële imago van Vondel werd nog extra versterkt door een religieuze keuze die vriend en vijand verbaasde: Op z'n 51e trad Vondel toe tot de Rooms Katholieke kerk. Voor de hedendaagse lezer zal die keuze al bijna net zo absurd lijken, als voor veel van zijn intellectuele tijdgenoten, die juist zo blij waren dat Nederland zich indertijd dankzij de Opstand en de Reformatie ontworstelde aan het juk van die kerk. Wat moest iemand als Vondel, die voor geestelijke vrijheid en tolerantie streed, bij zo'n hiërarchische organisatie als de Kerk van Rome? Vondel bekende meermaals dat hij inderdaad moeite had met bijvoorbeeld de autoriteit van de paus. Maar blijkbaar waren er redenen die voor hem zwaarder wogen. Calis geeft in zijn boek een lange reeks argumenten, waarom Vondel toch tot deze overstap kon besluiten. Zo was zijn keuze voor de katholieke kerk indertijd ook een keuze voor de onderdrukte massa. Maar liefst 40 procent van de Nederlandse bevolking was in de 17e eeuw katholiek. En toch hadden zij, sinds de calvinisten aan de macht waren, nog nauwelijks rechten om hun geloof uit te kunnen oefenen. Ze werden gezien als tweederangs burgers. Daarnaast zag Vondel in die ene, grote, internationale katholieke kerk een waarborg tegen versnippering en oorlog. Indertijd werd Europa namelijk verscheurd door talloze burgeroorlogen, tussen allerlei protestante sekten, die in de slipstream van de Reformatie van Luther en Calvijn waren ontstaan. Een andere reden die Calis geeft voor Vondels overgang naar de katholieke kerk, was dat de Roomse cultuur indertijd erg open stond voor theater en andere kunstvormen. Terwijl de calvinisten en andere toenmalige prominente protestantse kerken, ten diepste eigenlijk kunst haatten. Monumentale statusDe politieke en religieuze standpunten van Vondel waren in zijn tijd dus erg omstreden. Toch hadden zelfs zijn grootste vijanden geen twijfel over zijn literaire kwaliteiten. Eén van de absolute pluspunten van Calis' biografie is dat hij zijn verhaal veelvuldig doorspekt met citaten uit het oeuvre van Vondel. De lezer kan daardoor telkens weer geïmponeerd raken door Vondels schitterende taalgebruik en diens ongeëvenaarde soepele rijmgebruik. De eeuwige rebel Vondel overleed in 1679, op 91-jarige leeftijd. De felle, controversiële, tegenstrijdige, moeilijke persoon Vondel was dood, maar zijn geniale oeuvre leefde natuurlijk voort. Postuum werd het daarom voor veel mensen ineens veel makkelijker om zijn werk in het openbaar te eren. Vondel werd een onbetwistbaar literair monument. In het verlengde daarvan, besloot het katholieke volksdeel –helaas- om hem postuum op te eisen als hun Grote Dichter. In de loop der eeuwen viel de openbare Vondel-verering daarom vaak ten prooi aan allerlei vrome katholieke priesters en kwezelige professoren, die zijn werk kapot analyseerden, op allerlei theologische manieren. Binnen het grote oeuvre van Vondel kozen deze katholieken ook expliciet een canon van werken, die het best in hun denkwereld pasten. De katholieke geschiedschrijving deed tot in de vorige eeuw zelfs haar best om te ontkennen dat Vondel allerlei felle stukken, waarin hij bijvoorbeeld de katholieke kerk de Hoer van Babel noemde, daadwerkelijk zou hebben geschreven. Met succes schaafden ze zijn imago zo bij. SaaiheidWaar de naam Vondel tijdens zijn leven altijd garant stond voor felle polemieken, werd zijn naam postuum in de loop der jaren steeds meer een synoniem voor saaiheid. Een gevolg van dat imago was dat er vele generaties Neerlandici opgroeiden, die graag bereid waren om Vondel onze grootste dichter te noemen, op voorwaarde dat ze zijn werk alsjeblieft niet hoefden te lezen. Voor latere generaties lezers werd het ook steeds moeilijker om de omvangrijke werken van Vondel te lezen en op waarde te schatten. Niet alleen door taalveranderingen, maar ook door de talloze verwijzingen naar Griekse, Romeinse en Bijbelse verhalen, en bovenal door de vele toespelingen op de 17e eeuwse actualiteit. Gelukkig is er nu echter de geweldige biografie van Calis, die de hedendaagse lezer aan de hand neemt en de toneelstukken van Vondel verklaart en plaatst in hun historische context. De lezer zal hierin veelvuldig merken dat Vondel zijn eigen immense grootheid bewijst, doordat hij inhoudelijk op heel veel punten -na 400 jaar- nog altijd pijnlijk actueel is. Tegen
godsdienstfundamentalisten. Voor gewetensvrijheid. Tegen imperialisme.
Voor eerlijke wereldhandel. Tegen oorlogshitsers. Voor vrede. Het lijkt
dan ook geen toeval dat Calis juist in 2002 aan dit boek begon. Zoals
hij in een interview
met het NRC-Handelsblad zei: 'Ik roep met Vondel om tolerantie'.
hghg
|