| 1ddRavagedigitaal
23 juni 2008d |
|
|
|
De laatste tijd komen er verhalen naar buiten van voormalig medewerkers van detentiecentra voor vreemdelingen die er niet om liegen. Zoals van Janneke die een jaar lang deelnam aan een bezoekgroep van uitzetcentrum Rotterdam. "Ik ben tot de conclusie gekomen dat mensen in vreemdelingenbewaring schandalig behandeld worden." door Alex van Veen We schrijven dinsdag 26 juni 2007. Vanmorgen is Janneke op bezoek geweest bij Fatima, een 23-jarige vrouw uit Marokko. Fatima heeft 7½ maand in Noorderzand, vreemdelingendetentiecentrum voor vrouwen en kinderen, gevangen gezeten. Hoewel ze het daar beter naar haar zin had dan op uitzetcentrum Rotterdam, kon ze het niet langer aan om voor onbepaalde tijd vastgezet te worden. Daarom gaf ze haar verzet op en werkt nu mee aan haar uitzetting. Na afloop van het bezoek krijgt Janneke een woordenwisseling met de portier van het uitzetcentrum. Directe aanleiding is een misverstand over de aanwezigheid van Jannekes paspoort in de bagagekluis voor bezoekers. Aanvankelijk dacht zij dat het ID-bewijs er niet langer lag, en verweet de portier op verontwaardigde toon dat het uitzetcentrum een gebrekkig kluisjesbeleid voert. De dienstdoende portier, die het al vaker aan de stok heeft gehad met haar, rapporteert dit voorval aan zijn chef. Twee dagen later wordt Janneke door de geestelijk verzorger telefonisch meegedeeld dat de directeur haar de toegang tot het uitzetcentrum met onmiddellijke ingang ontzegt. Hiermee komt voor haar abrupt een einde aan een jaar van bezoekregelingen. ExodusTwaalf maanden later besluit Janneke haar bevindingen tijdens haar frequente aanwezigheid in het uitzetcentrum op te schrijven. Inmiddels is haar uitvoerige en onthutsende verslag terug te vinden op de website Vrijheid van Beweging. Ze had het verslag eerder openbaar willen maken, maar onderhandelingen tussen Stichting Exodus, die de gang van bezoekgroepen naar detentiecentra coördineert, en de directie van het uitzetcentrum weerhield haar hier geruime tijd van. Even nadat Janneke de toegang tot het detentiecentrum ontzegd was, werd namelijk de gehele bezoekgroep waar zij deelnemer van was de toegang geweigerd. 'Dat er nu door de geestelijke verzorging van het uitzetcentrum geen gebruik meer wordt gemaakt van uw inzet, ligt in het gegeven dat er binnen korte tijd een groep zal worden opgestart waar zij zelf meer inbreng in zullen hebben', schreef directeur Th. M. van Benthem aan de bezoekgroep.
Er zal dus een nieuwe bezoekgroep worden geformeerd, die onder auspiciën komt te staan van Stichting Exodus Nederland. Voor zover bekend functioneert deze bezoekgroep nog steeds niet. "Exodus streeft er naar zoveel mogelijk bezoekgroepen bij detentiecentra onder zijn beheer te krijgen, en wil de werving en begeleiding van vrijwilligers volledig in eigen hand houden", zegt Janneke. "Als je lid wilt worden van een bezoekgroep onder leiding van Exodus, moet je een contract tekenen", zo vervolgt zij. "In dat contract staat onder andere dat je zwijgplicht hebt over alles wat je ziet en hoort binnen het uitzetcentrum. Maar je mag ook niet langer je naam en telefoonnummer geven aan gedetineerden en geen contact zoeken met familieleden van de gevangene. Bezoekgroep 'oude stijl' waar ik deel aan nam, is nooit aan dergelijke restricties onderworpen geweest." Praktische hulpOver deze restricties zijn een paar mensen van de voormalige bezoekgroep reeds langdurig in onderhandeling met Jan Eerbeek, hoofdpredikant in het uitzetcentrum die in dienst is van justitie en tevens landelijk voorzitter is van Exodus. Zij willen daarmee bereiken dat Exodus zijn bezoekgroep-contract aanpast, zodat ook dat de oude bezoekgroepleden het bezoekwerk weer kunnen voortzetten. Omdat de onderhandelingen veel te lang duren, besloot Janneke alsnog haar bevindingen op internet te zetten. "Als ik mijn verslagen in een eerder stadium naar buiten gebracht zou hebben, zou dit die onderhandelingen misschien negatief beïnvloed hebben", zegt ze. "Ik heb me lang ingehouden, maar de tijd is nu gekomen dat ik handel in het belang van de mensen zonder papieren, waarop jacht wordt gemaakt." De bezoekgroep waar Janneke deel van uitmaakte, bezocht tussen 22 maart 2006 en 26 juni 2007 regelmatig uitzetcentrum Rotterdam op vliegveld Zestienhoven. Eens per week nam de bezoekgroep deel aan de (christelijke) kerkdienst. Na afloop van de dienst was er een kwartiertje gelegenheid tot het drinken van een kop koffie en het maken van contact met gevangenen. De bezoekgroep kon aanvankelijk ook praktisch iets betekenen voor de gevangenen. Janneke: "We deelden telefoonkaarten uit, zorgden voor kleding en belden af en toe met advocaten. Later werden we steeds meer ingeperkt in onze activiteiten. Over alles moest strijd worden geleverd, tot het meenemen van koekjes toe. Uiteindelijk hebben we de strijd op alle fronten verloren, en is de bezoekgroep in zijn geheel 'uitgezet'." Slechte behandelingJanneke nam deel aan de bezoekgroep omdat zij graag te weten wilde komen hoe mensen in vreemdelingenbewaring worden behandeld. "Ik was voorheen lid van Amnesty International en vond het merkwaardig dat leden van deze mensenrechtenorganisatie zich wel bezig houden met de slechte behandeling van gevangenen in het buitenland, maar in het geheel niet met die van gevangenen in Nederland." Volgens Janneke is het altijd makkelijker om met een waarschuwend of beschuldigend vingertje naar andere landen te wijzen, maar de hand in eigen boezem steken en medeverantwoordelijk zijn voor eventuele misstanden in eigen land, is een stuk confronterender.
"Door veel te luisteren en te constateren ben ik tot de conclusie gekomen dat mensen in vreemdelingenbewaring schandalig behandeld worden", zegt zij. "Justitie wekt de schijn dat dit niet zo is, maar onder verhullende woorden gaat een meedogenloos beleid schuil. Een beleid dat doelbewust mensen zodanig breekt dat ze ten lange leste zullen meewerken aan hun uitzetting." Want uitzetting is het doel waarnaar justitie en in haar kielzog de IND, de Dienst Terugkeer en Vertrek en de vreemdelingenpolitie streven, weet Janneke inmiddels. "Daarbij wordt men geholpen door zogenaamd goedwillende instellingen als het Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), Vluchtelingenwerk Nederland, SAMAH, Cordaid, Nidos en anderen, die zich niet zozeer richten op gedwongen vertrek, maar op 'vrijwillig' vertrek." HangarUitzetcentrum Rotterdam werd juni 2003 geopend in een oude hangar aan de Airportbaan op het terrein van luchthaven Zestienhoven, waarin cellen voor gedetineerde mensen zonder papieren zijn gebouwd. Deze cellen, waarin geen direct zonlicht valt, vallen een stuk kleiner uit dan de cellen in bijvoorbeeld een huis van bewaring. In totaal verblijven er circa 220 gevangenen. De oppervlakte van de cellen - voor éénpersoonscellen 5 m² en voor tweepersoonscellen 12 m² - is erg klein. De éénpersoonscellen zijn zelfs twee keer zo klein als de standaardmaat voor éénpersoonscellen in een gevangenis. Luchten vindt plaats in kleine kooien, afgescheiden van de buitenwereld door gaas, met ondoorzichtig doek ervoor. De kerkdiensten vinden plaats in het kantoorgedeelte van het uitzetcentrum, een tegen het cellencomplex aangebouwde keet van drie verdiepingen. Daarin huist ook de medische dienst en hebben een aantal mensen hun kantoor, waaronder de geestelijke verzorging. Janneke vermoedt dat daar tevens de kantoren van de IND en het IOM zitten. Er zijn een aantal grotere ruimten die voor meerdere doeleinden gebruikt worden. Zo wordt de kantine voor het personeel en de ruimte ernaast ook wel gebruikt voor medische controles en presentaties van gevangenen aan afgevaardigden van ambassades. In uitzetcentrum Rotterdam zitten mensen opgesloten wiens enige 'misdaad' is dat ze zonder de juiste papieren in Nederland zijn. Ze zitten daar in afwachting van hun uitzetting uit dit land. "Het centrum vertegenwoordigt, samen met uitzetcentrum Schiphol-Oost, het laatste stadium van de Nederlands uitzetmachine. Alvorens in dit centrum te belanden hebben mensen al een periode, variërend van één dag tot 14 dagen, in een cel in een politiebureau doorgebracht, en hebben meestal ook in één of meer detentiecentra gevangen gezeten." Janneke beschouwt het woord 'detentiecentrum' als een eufemisme voor 'gevangenis'. "Het geeft een legaal vernisje aan het feit dat het merendeel van de mensen die in deze instellingen vast zitten, geen 'strafbaar feit' gepleegd hebben." Administratieve detentieNiet alle mensen in vreemdelingenbewaring, ook niet die op Zestienhoven, worden daadwerkelijk uitgezet. Een groot deel van de mensen wordt op straat gezet, met een brief waarin staat dat men binnen een termijn van 2 of 3 dagen het land dient te verlaten. Soms is de bewaring onterecht en wordt schadevergoeding toegekend. "Anders dan door de staatssecretaris wordt verteld, zitten in vreemdelingengevangenissen wel degelijk mensen die een asielaanvraag hebben lopen", aldus Janneke. "En vrijwel iedereen in het uitzetcentrum is nog in bezig met een procedure. Deze mensen zitten niet gevangen vanwege het plegen van enig 'crimineel' feit, deze mensen zitten gevangen onder de noemer: 'administratieve maatregel'."
In Nederland kun je dus ook 'administratief' gevangen zitten. Mensen die administratief gevangen zitten ervaren hun tijd in de gevangenis als extreem zwaar. "Om een paar voorbeelden te noemen: Het is voor mensen vooral onverteerbaar om opgesloten te worden terwijl ze geen 'strafbaar feit' gepleegd hebben. 'Ik heb niets gedáán!' hoor je vaak zeggen. Mensen in vreemdelingenbewaring wordt het gevoel gegeven dat ze niets (waard) zijn en dat ze verwijderd dienen te worden uit de Nederlandse samenleving." "Mensen in vreemdelingenbewaring hebben geen enkele zekerheid over de duur van hun detentie, die kan oplopen tot meer dan anderhalf jaar. Mensen in vreemdelingenbewaring zijn bang om uitgezet te worden. Of, als geen uitzetting volgt, bang om na vrijlating weer opgepakt te worden. Mensen zijn nooit echt vrij, alleen 'vogelvrij'." Mensen in vreemdelingenbewaring worden deels bewaakt door personeel van een particulier beveiligingsbedrijf. "Dit personeel heeft geen opleiding gehad om mensen op een juiste manier te bejegenen. Mensen in vreemdelingenbewaring kunnen niet werken en zijn verstoken van enige vorm van opleiding. Er wordt namelijk niet gedacht aan terugkeer in de maatschappij, maar terugkeer úit de maatschappij, naar een andere onveilige maatschappij." MisstandenGedurende haar werkbezoeken heeft Janneke heel wat schrijnende gevallen meegemaakt. Zoals op 25 mei 2006, toen zij in gesprek raakte met een Russisch echtpaar die zich dan al drie maanden in detentie bevinden. "Ze 'woonden' in een aparte afdeling voor gezinnen, in twee aan elkaar geschakelde cellen. In deze afdeling wordt men opgesloten van kwart voor vijf 's middags tot kwart over acht de volgende ochtend, en ook nog eens tussen de middag van kwart voor twaalf tot kwart over een. Uitgerekend komt dat neer op zeventien uur opsluiting per etmaal!" In het uitzetcentrum bevond zich in een man in een vergevorderd stadium van aids. Hij kon bijna niet meer lopen, een soort strompelend geraamte. Janneke sprak met hem. "Hij zou die dag bezoek krijgen, maar werd maar niet opgehaald door de bewakers. Nadat de zieke man navraag deed, kreeg hij te horen dat er geen bezoek was gekomen. 'Jawel', zei de man, waarop de bewakers onberispelijk met 'Nee!' antwoorden. Toen de man hen vroeg om het na te kijken, werd hem gezegd op te houden met zeuren anders zou hij in de isoleercel gegooid worden. Dit is walgelijk machtsmisbruik, hoe durven ze!"
Oktober 2006 ontdekte Janneke dat mensen die wegens de toenmalige renovatie van het uitzetcentrum daar niet terecht konden, tijdelijk werden ondergebracht in het Huis van Bewaring aan de Noordsingel in Rotterdam. Omdat daar geen extra cellen beschikbaar waren, had men sterk verouderde cellen in de kelder geopend die geen wc bevatten. Mensen zonder verblijfspapieren dienden een emmer te gebruiken voor hun ontlasting… Tijdens een kerkdienst in het uitzetcentrum ontmoette Janneke een vrouw uit Togo, met een dochtertje van hooguit een jaar. "De vrouw moest steeds huilen; ze had een advocaat die geen donder uitvoerde. Ik heb haar wat speeltjes gegeven uit de speelgoeddoos." Alle vrouwen bevonden zich op dat moment op de mannenafdeling, omdat op de vrouwenafdeling een sprinklerinstallatie werd geïnstalleerd. SluitingNa een andere kerkdienst vernam Janneke dat er een vrouw in het centrum verbleef die vijf maanden zwanger was. "Ze moest haar cel delen met een andere vrouw. Ze heeft astma, stikt 's nachts zo wat, maar er kon geen raampje open. Ze zat onder de uitslag: van de zenuwen, van de papieren handdoeken, van de papieren lakens. De dokter vertelde haar dat die uitslag niets te betekenen heef en schreef haar dan ook niets voor." Een doodzieke man vertelde Janneke dat hij zou worden uitgezet naar Azerbeidzjan. "Hij had hepatitis A, B en nog meer medische problemen. Na zijn vertrek zou hij hooguit nog zo'n twee à drie weken te leven hebben, omdat in Azerbeidzjan de benodigde medicijnen ontbreken. Hij had geen advocaat en dacht dat dit kwam omdat hij geen Nederlands sprak." Het zijn zomaar enkele voorbeelden van gevallen die Janneke mee heeft gemaakt. "Ik heb mensen gezien die zodanig kapot waren gemaakt dat ze alleen nog maar konden huilen. Of, alleen nog maar boos waren. Ik heb mensen zien veranderen in levende doden, waar geen contact meer mee te maken viel. Dit alles wordt veroorzaakt door het gevangenissysteem in al zijn facetten, en door de medische dienst." Janneke vindt het belangrijk dat de misstanden in het uitzetcentrum openbaar worden gemaakt. "Opdat het Nederlandse volk weet wat zich binnen de muren afspeelt, zodat ze niet meer klakkeloos de leugens, halve waarheden en mooipraterij van justitie voor zoete koek zullen aannemen." Zij wenst vurig dat alle vreemdelingengevangenissen onmiddellijk hun poorten sluiten.
hghg
|