| 1ddRavagedigitaal
08-04-08d |
|
|
|
Religieus fanatisme of diepe armoede zijn niet de echte oorzaken van het wereldwijd escalerende terrorisme. Het is het grote aantal jongemannen, zonder behoorlijke opleiding en zonder zicht op werk, dat de oorzaak is voor onrust, terrorisme en oorlog. door Wouter Hiemstra Gunnar Heinsohn is een vooraanstaand genocide-expert die zich voornamelijk bezig gehouden heeft met het onderzoeken en documenteren van de vele massaslachtingen die de geschiedenis rijk is. Zijn docenten konden hem echter nooit antwoord geven op de vraag waarom mensen elkaar uitmoorden, en ook als professor moest Heinsohn zijn studenten het antwoord op deze vraag schuldig blijven. Met het onlangs in Nederlandse vertaling verschenen boek Zonen grijpen de wereldmacht komt Heinsohn met het antwoord. De kern van zijn betoog is dat een zogenaamde youth bulge, een bevolkingsexplosie die leidt tot een onevenredig grote hoeveelheid jonge mensen onder de bevolking, de oorzaak is van de problemen. Er is sprake van een youth bulge als minstens dertig procent van de bevolking in de leeftijdsgroep 15- tot 29-jarigen valt. Het probleem is dat een samenleving een dergelijke groep geen ontwikkelingsmogelijkheden kan bieden, geen carrière. De jongeren uit de youth bulge kunnen weliswaar geschoold zijn en genoeg te eten krijgen, als zij geen werk vinden gaat het mis. Heinsohn richt zich hierbij uitsluitend op de zonen; in uiteenlopende conflicten vormen vrouwen altijd een minderheid als het gaat om geweld. Zonen overschot De tweede en derde zonen hebben meerdere uitwegen uit hun overtollige bestaan, van emigratie tot staatsgreep, van burgeroorlog tot volkerenmoord. Zo ontstaat al snel het beeld van jonge mannen zonder toekomst, als aanjager van allerhande ellende. Natuurlijk is er een heel scala aan factoren dat een rol speelt bij dergelijke conflicten. Heinsohn stelt echter dat als de demografische component niet in het geheel wordt betrokken, er geen afdoende verklaring kan worden gegeven. Sterker nog, de bevolkingsexplosie is vaak de enige variabele; zij is de enige factor die verandert.
Een overschot aan zonen is geen alles verklarende factor, maar zij is in sterke mate de oorzaak van escalatie op grote schaal. Met name de combinatie van een youth bulge met een slechte economische situatie is desastreus. Conflicten kunnen dus ook pas ophouden als het geboortecijfer normaliseert; tot die tijd is ingrijpen zinloos. Voor wie dit af wil doen als onzin, laat Heinsohn zien dat in de afgelopen vijftig jaar, 60 van de 67 landen met een extreme bevolkingsgroei te lijden hebben gehad onder volkerenmoord of burgeroorlog. Wat de theorie van Heinsohn interessant maakt, is dat er een aspect in wordt belicht dat tot nu toe helemaal niet in verband werd gebracht met de conflicten die we kennen. Zo schetst hij het beeld van een jongerenleger dat door bevolkingsexplosies in Irak en Afganistan klaar staat om de strijd aan te binden met de westerse troepen. De aanwezigheid van een leger van Amerikaanse en Europese enige-zonen kan niet op tegen de Taliban of het Iraakse verzet dat veel grotere reserves heeft om op terug te vallen. Reserves die bovendien geen toekomst hebben en zich daardoor sneller in het conflict mengen. VerbandenOok met betrekking tot de kolonialisatie van een groot gedeelte van de wereld door het huidige West-Europa legt Heinsohn een interessante en overtuigende relatie. Hoe konden immers enkele Europese landen met relatief weinig inwoners, maar met een enorme bevolkingsexplosie, na 1492 een koloniaal rijk opbouwen? Natuurlijk waren zij technisch sterk en meedogenloos, maar het waren vooral de hordes jonge mannen die thuis geen toekomst hadden. Zij zaten te springen om een kans om elders een toekomst op te bouwen en roem te verwerven. Heinsohn is zo overtuigd van de doorslaggevende rol van de youth bulges, dat hij overal verbanden gaat leggen die voorheen in de gangbare geschiedschrijving ontbraken. Hierdoor boet zijn betoog aan overtuigingskracht in. Zo schildert hij de grootschalige heksenvervolging in de middeleeuwen af als een bewust ingezette campagne om tot bevolkingsgroei, en daarmee (militair) overwicht, te komen. Het zou hierbij gaan om een strijd van de kerk tegen vroedvrouwen met kennis van anticonceptie. Zo plaatst hij de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie in de context van de toen aanwezige youth bulges en koppelt hij de opkomst van Hitler aan het toenmalige zonenoverschot in Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog zouden er geen grootschalige conflicten in Europa hebben plaatsgevonden, omdat er geen extra zonen meer beschikbaar waren. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog was er echter al geen sprake meer van een dergelijk zonenoverschot, terwijl dit wel een van de meest gewelddadige en genocidale conflicten uit de recente geschiedenis is. Het lijkt hier veel aannemelijker dat nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie miljoenen jonge mannen, steeds vaker enig zoon, de dood in konden jagen door hun misdadige en autoritaire karakter. OntwikkelingshulpNa meerdere, interessante maar afleidende, zijpaden in zijn boek te hebben bewandeld, komt Heinsohn uiteindelijk bij de huidige internationale politiek aan. Volgens Heinsohn helpt eigenlijk niets tegen een youth bulge en daarmee tegen de conflicten die daaruit voortvloeien. Hij is dan ook een tegenstander van militaire interventie en ontwikkelingshulp.
In het geval van ontwikkelingshulp stelt hij onomwonden dat mensen die honger hebben, anderen niet lastig vallen. Honger leidt niet tot militaire dreiging. Zodra mensen genoeg te eten hebben, maar geen baan, dan beginnen de echte problemen pas. Het enige wat gedaan kan worden is wachten op een normalisering van het geboortecijfer en zorgen dat conflicten nationaal blijven. Een dergelijke boodschap heeft Heinsohn veel kritiek opgeleverd, zoals onlangs ook bleek tijdens een debat in Nijmegen. De daar aanwezige algemeen directeur van Oxfam Novib, Farah Karimi, stelde dat ontwikkelingshulp wel degelijk een verschil kan maken. Zo gaat scholing en (economische) ontwikkeling vaak vooraf aan economische groei en urbanisatie en dat leidt op zijn beurt weer tot lagere geboortecijfers. En kan het niet zo zijn dat scholing en ontwikkeling in het algemeen een rem op conflicten zijn? Karimi staat niet alleen. Zo legt ook de toonaangevende econoom Jeffrey Sachs een duidelijk verband tussen armoedebestrijding, economische ontwikkeling en het afnemen van het geboortecijfer. Het gaat hier niet zozeer om de vraag óf ontwikkelingshulp werkt, maar meer om de vraag op welke manier zij het beste werkt; aan de zijlijn afwachten is voor beide geen optie. Ondanks deze en andere kritiek biedt Zonen grijpen de wereldmacht een verfrissende kijk op de stand van de zaken in onze wereld en de conflicten waar we in toenemende mate mee te maken (zullen) krijgen. Juist dat maakt het een interessant en lezenswaardig boek.
hghg
|