| 1ddRavagedigitaal
26 september 2008 d |
|
|
|
Hoe objectief zijn sportverslaggevers nog? Dat valt vies tegen, betoogt sportjournalist Guus van Holland. 'Wanneer Oranje wint, heerst er euforie; wanneer Oranje verliest, heerst er diepe ontgoocheling - zoals het echte supporters betaamt.' door Guus van Holland Nederland telt steeds meer mee als sportnatie en dat wil de Nederlandse sportjournalistiek weten ook. Elk succes van een man, vrouw of team in oranje wordt breed uitgemeten in de krantenkolommen, luidkeels bejubeld op de radiozenders en uitvoerig in beeld gebracht op alle televisiezenders. Alsof er geen buitenlandse sporters met uitzonderlijke talenten meer bestaan. De Nederlandse sportjournalisten gedragen zich meer dan ooit als supporters. Wanneer Oranje wint, heerst er euforie, wanneer Oranje verliest heerst er diepe ontgoocheling - zoals het echte supporters betaamt. De olympische medaillespiegel moet de dagelijkse leidraad zijn voor iedereen die zich Nederlander voelt. Alweer een plaatsje gestegen. Of: oei, twee plaatsen gezakt. Maar pas op, morgen komen onze wereldberoemde taekwondoka en onze sinds jaren populaire waterpolosters in actie, dan stijgen 'we hopelijk' weer als sportnatie. Wanneer een touwtrekteam, een zakkenloper of een koekhapper een gouden medaille in Peking zou hebben behaald (wat best had gekund), was Nederland vast en zeker tot de 'topvijf' doorgedrongen. ParalympicsDie tendens werd doorgetrokken tijdens de Paralympics. Wanneer een gehandicapte sporter goud had behaald, deed het er niet toe in welke sport, of tot welke handicapcategorie hij of zij behoorde. Ik las, hoorde en zag nergens of er nog andere deelnemers waren. Waren die er wel? Als ze er niet waren geweest, ook niet erg: alleen goud telt immers. Toen wielrenster Marianne Vos in de olympische wegwedstrijd om een of andere reden niet won (wat toch volgens de verwachtingen van alle media had gemoeten) werd alleen gememoreerd aan haar 'falen'. Wie de wedstrijd won, heb ik écht nergens gelezen. Het ging kennelijk alleen om ons meisje. Ons meisje dat baalde en net niet huilde. Had ze maar gehuild, dan was er tenminste een mooi verhaal geweest. Emoties overheersen steeds meer in de Nederlandse sportjournalistiek. Winnaars en verliezers die huilen, winnaars die groot leed hebben overwonnen, verliezers die er maar niet in slagen verliezer te zijn. In 1984 hebben de Amerikaanse media die trend ingezet. Op de Olympische Spelen in Los Angeles zochten alle Amerikaanse camera's naar emoties, liefst naar tranen. Inzoomen op de ogen was een nieuwe truc. Het
was een reactie op de kille communistische Spelen van Moskou in 1980.
Het deed er niet toe hoe werd gewonnen, het deed er slechts toe dat een
Amerikaan de aandacht trok. Wie als Amerikaan huilde en pruilde, een menselijk
drama kon vertellen, wist de camera's op zich gericht. VolksgevoelLaat de Nederlandse sportjournalistiek zich steeds meer de wet voorschrijven door de sportbeleidsmakers, door premier Balkenende en prins Willem-Alexander die zo graag, teneinde het positieve volksgevoel te bevorderen, de Oranje-polonaise om het gouden kalf leiden? Alsof er geen verliezers mogen bestaan in onze samenleving. Ziet de voetbaljournalistiek alleen nog Oranje voetballen? Volgt de wielerjournalistiek alleen nog de Rabobankrenners? Laten zij zich beïnvloeden door de voorlichters? Wie niet meedoet, meehuilt en meejuicht, krijgt immers geen toegang en wordt gestraft en verbannen. Wat dan ook, ik heb sterk de indruk dat het niet meer om sport gaat, maar om chauvinistische motieven. De motieven die oudere sportjournalisten jarenlang verfoeiden als ze Franse, Duitse, Italiaanse, Amerikaanse en Sovjet-media aan het werk zagen. Daar vierde chauvinisme en het zo gevaarlijke nationalisme hoogtij. Dat zou nooit in Nederland gebeuren. Maar toch… Nederland werd een echte sportnatie.
De Rabobankwielrenner Michael Rasmussen was een Deen. Toen hij zich onttrok aan afspraken in zake dopingcontroles, trokken bijna alle wielerjournalisten één lijn. Hij was een Deen, de Nederlandse ploegleiding trof geen blaam. Wie sprak de waarheid? Die Deen niet, zo was de algehele interpretatie. De Rus Denis Mentsjov is Nederlander zo lang hij als Rabobank-renner presteert, wanneer hij verliest is dat zijn eigen schuld – en niet die van de Nederlandse ploegleiding. De verslaggeving vanuit Peking was teleurstellend voor wie de wereld van de sport in het algemeen wil volgen. Deskundigheid was ver te zoeken. Potentiële deskundigen bleven in gebreke. Ze schreven en spraken slechts over Nederlands goud en gemist Nederlands goud. Politieke kwesties, items over mensenrechten die vooraf zo veel aandacht kregen, diepgaande beschrijvingen over trainingsprocessen, het belang van de Olympische Spelen in het algemeen en sport in het bijzonder kregen nauwelijks aandacht. Zoals eerder het EK-Voetbal werd verslagen, met name nadat Oranje niet meer meedeed. PlatitudesDe voetbaljournalistiek is wat dat betreft allerminst breed en internationaal georiënteerd, en blinkt vooral uit in kroegpraat over niks of niet-opgestelde Nederlandse spitsen. De sportjournalistiek doet weinig anders nog dan het opsommen van platitudes, het beschrijven van chauvinistische emoties en het optellen van Nederlandse successen. De sport in al zijn processen krijgt minder aandacht. Waar zijn de deskundige sportjournalisten, waar de zelfstandige, objectieve en kritische? Ze zijn er zeker, maar wat drijft hen hun opdracht te verwaarlozen? Topsporters verdienen diepgang, onderzoek, analyse. Dat is toch de taak van journalistiek? Supporters staan in de kroeg of het Holland Heineken House.
-
- - - - - - - - - - -
-
- - - - - - - - - - -
hghg
|