| 1ddRavagedigitaal
12 oktober 2008 d |
|
|
|
Vanzelfsprekend mogen Nederlandse media de term 'populisme' gebruiken, maar ze zouden vaker moeten aangeven wat ze hiermee exact bedoelen. Vooral ook zouden ze zich kritischer moeten opstellen tegenover de constructie 'populisme' die door de spindoctors van het Politiek Middenveld is vervaardigd. door August Hans den Boef Zondag 28 september hield Oostenrijk zijn Nationalratswahl. De FPÖ van Heinz-Christian Strache werd de derde partij in het parlement en de BZÖ van Jörg Haider (inmiddels dodelijk verongelukt -red.) passeerde de groenen als vierde partij. Dezelfde dag hadden de Beieren hun Landtagswahl. Historisch nieuws daarbij was het verlies van de absolute meerderheid door de christen-democratische CSU in het parlement van de vrijstaat. Een beetje in de schaduw daarvan bleef de winst voor de Linke van Oskar Lafontaine: van het niets op 4,3 procent; bijna de kiesdrempel gehaald. Voor zowel FPÖ, BZÖ als Linke gebruiken Nederlandse media frequent de term 'populisme', zij het soms voorafgegaan door het adjectief rechts of links. In Nederland heten PVV, TON en SP populistisch. PalinEr
zit weinig systeem in het gebruik van deze term. Sarah Palin zou je vergeleken
met Rita Verdonk een 'hyperpopulist' moeten noemen. Dat gebeurt echter
niet. Palin heet 'verfrissend'. De enige keer dat je op LexisNexis
haar naam direct gekoppeld ziet aan de term 'populisme' is in Wel als populistisch werden de Amerikaanse leden van het House of Representatives gekwalificeerd die tegen de crisisplannen van Bush stemden. Onverantwoordelijke lieden die slechts aan hun komende herverkiezing dachten. Populisten. Terwijl een aantal van de congresleden argumenten gaf voor de tegenstem. Waarom zouden bedrijven en rijke ondernemers in hemelsnaam belastingverlaging krijgen? Waarom sluist de regering het geld niet direct door naar de gedupeerden in de vorm van renteloze leningen? Aan bonafide, hart werkende huizenbezitters voor wie de hypotheek te hoog is geworden? Aan mensen die buiten hun schuld werkeloos zijn geworden? Aan al die Amerikaanse gemeentes die door de dalende huizenprijzen minder inkomsten krijgen, maar wel tegen een hogere rente bij de bank moeten lenen en daardoor allerlei investeringen niet meer kunnen betalen en binnenkort zelfs geen lopende zaken? Wat is daar populistisch aan? AfwijkenAls er een systeem zit in de kwalificatie populisme, zetelt dat vooral in het afwijken van de norm van het politieke midden. Na de tijden van verzuiling en vervolgens polarisatie bloeide in Nederland het poldermodel, een model van politieke consensus waarbinnen het Middenveld onder elkaar alle lakens uitdeelde. Dit Middenveld bestond behalve uit werkgevers en vakbonden uit de met hen via veelsoortige lijnen gelieerde politieke partijen CDA, PvdA en VVD. Volgens hun marketeers drie brands die respectievelijk staan voor markt & religie, markt & solidariteit en markt & individu. Meer had Nederland aan het eind van de vorige eeuw immers niet nodig. CDA, PvdA en VVD zijn dan ook de drie partijen die sinds jaar en dag regeren. In wisselende combinaties weliswaar, maar daarmee geven ze de kiezer telkens weer het idee dat hij werkelijk iets heeft te kiezen. Zeker omdat er de laatste decennia altijd een bijwagentje nodig is, willen twee van de drie grote brands op een (comfortabele) kamermeerderheid kunnen steunen.
Nu is dat ChristenUnie, maar als de reformatorische christenen teveel hun conservatieve zedentrommeltje blijven roeren, kunnen ze uiteraard weer afgelost. Waarschijnlijk door GroenLinks, dat als polderpartij onder Femke Halsema c.s. op de PvdA ging lijken zoals de Kleine Zaal van het Concertgebouw op de Grote Zaal. Door de electorale overwinning echter in 2002 kon de Lijst Pim Fortuyn getalsmatig geen bijwagen meer genoemd worden. Jan Peter Balkenende moest in zijn eerste kabinet deze omvangrijke LPF als coalitiepartner opnemen, wat het verdwijnen van het poldermodel symboliseerde. Eens maar nooit weer, heeft het Politiek Middenveld toen gedacht. Toen de SP eind 2006 nog groter werd dan de LPF vier jaar daarvoor, gold deze partij per definitie als een onaanvaardbare coalitiepartner voor Balkenende. Niet alleen omdat Marijnissen - ook volgens collega Wouter Bos – veel te links was, maar vooral omdat een kabinet met de SP de verdwijning van het poldermodel zou bestendigen. FlankenUitstel van executie. Als er nu verkiezingen zouden zijn, halen de drie partijen van Balkenende IV nauwelijks zestig zetels, een trend die al enige tijd in de peilingen valt waar te nemen. Het Politiek Middenveld lijkt structureel een kwijnende minderheid te worden: geen drie grote partijen meer, maar vijf of zelfs zes middelgrote. Gevolg: in de toekomst zullen altijd meer dan drie partijen nodig zijn voor een stabiele parlementaire steun. De onderhandelingen over zo'n kabinet zullen zich dan ook niet meer bewegen via het poldermodel en evenmin louter de belangen van het Politiek Middenveld beogen. Kortom, na de ontzuiling begroeten we de ontpoldering, een proces dat veel media helaas nog beschrijven volgens de normen van het poldermodel zelf. Zij hebben daarbij een weinig kritisch oog voor de manier waarop het Politiek Middenveld zijn best doet om het beeld van zijn onmisbaarheid uit te dragen. Daarin gelden partijen buiten het Politiek Middenveld, uitgezonderd de beproefde bijwagentjes, als 'de flanken', zoals Bos dat onlangs kwalificeerde. Deze flanken heten vaak – SP, PVV, TON – 'populistisch'. In plaats van dankbaar de zegeningen van het Politiek Middenveld te roemen, stellen zij die juist ter discussie. Omdat zij de laatste tijd kiezers weglokken van de polderpartijen, dienen de 'flanken' te worden gediskwalificeerd. CDA-topman Doekle Terpstra startte zelfs een heuse volksbeweging tegen zijn concurrenten Wilders en Verdonk. Die angst voor electoraal verlies hebben de spindoctors van het Politiek Middenveld vertaald in een (negatieve) constructie van het populisme. De 'flanken' beschikken daarin over louter negatieve eigenschappen. Geen van deze partijen beschikt over regeringservaring. Ze willen ook helemaal niet 'mee'-regeren, maar liever het nobele kabinet op een onredelijke manier aanvallen. Ze zijn de slechte stuurlui aan wal en schreeuwen politieke eisen die ondoordacht, onhaalbaar, wereldvreemd, radicaal, extremistisch of misschien wel staatsgevaarlijk zijn. Hun electoraat bestaat in het gunstigste geval uit misleide proteststemmers, maar vaker uit rancuneuze kleinburgers, louche sujetten, randfiguren, querulanten, negativisten, cynici, ignoranten, naaktlopers, hele en halve criminelen en vooral laaggeschoolden. Of zoals tegenwoordig: laaggeletterden. OnderschattingDie constructie van een losgeslagen, populistisch electoraat klopt absoluut niet met wat wetenschappelijke onderzoekers als André Krouwel al jaren rapporteren. Want wanneer het om electorale verschuivingen gaat, voltrekken die zich meestal binnen een beperkt cluster. Kiezer twijfelt tussen CDA, VVD en PVV. Een ander tussen PvdA, SP en GroenLinks. Een derde tussen CDA, CU en SGP. De onvrede over acht jaar Kok vertaalde zich in 2002 in de stedelijke gebieden in een stem op de LPF en in de provincie op het CDA. Twee partijen die destijds voor de kiezer tot hetzelfde cluster behoorden. Desondanks nemen media vaak de populisme-constructie over van het Politiek Middenveld. Een voorbeeld: pas toen de SP meer kamerleden had dan de VVD, werd ze serieus genomen en sommige media doen dat nog steeds niet. Deze attitude van het vanzelfsprekend onderschatten en soms zelfs diskwalificeren van de 'flanken' is echter heel wat anders dan inhoudelijk kritiek uiten op hun standpunten. Wilders een gevaarlijk ongeleid projectiel noemen en de akelige standpunten van zijn partij fileren, bevordert waarschijnlijk een gezonde democratie. Dat is echter heel wat anders dan het per definitie kwalificeren van zijn PVV (c.q. SP, TON, PvdD) als tweederangs omdat die buiten het Politiek Middenveld opereert. Vooral voor journalisten is het poldermodel geschiedenis en zij dienen zich daarom in de concurrentiestrijd tussen het traditionele middenveld en de nieuwkomers op te stellen als nieuwsgierige waarnemers, vooral niet als deelnemers. Analyseer kritisch de (populistische) programma's en praktijken. Genadeloos, maar wel via dezelfde objectieve criteria die op het Politieke Middenveld worden toegepast. Een van de bevindingen zal zijn dat populisme ook binnen dit Middenveld voorkwam en nog steeds voorkomt. En dat wij dat vroeger anders noemden.
hghg
|