| 1ddRavagedigitaal
8 oktober 2008 d |
|
|
|
Berichtgeving over conflicten en in conflictsituaties is geen eenvoudige taak. Desondanks maken invloedrijke media in ons land te vaak gebruik van onzorgvuldig taalgebruik. Met hun berichtgeving zonder context wekken zij, bewust of onbewust, de indruk dat Palestijnen vooral aanvallen en Israël vergeldt. door Arjan El Fassed Op 6 augustus kondigde Sacha de Boer een item in het 8 Uur Journaal aan over Oost-Jeruzalem. "Dat sinds 1967 bij Israël hoort", zei ze erbij. In hetzelfde item, gemaakt door correspondent Sander van Hoorn, zegt voormalig minister van Defensie van Israël, Moshe Arens, hetzelfde. De matig geïnformeerde nieuwsconsument zou dus denken dat Oost-Jeruzalem inderdaad bij Israël hoort. Maar dat is niet het geval. Het staat onomstotelijk vast dat Oost-Jeruzalem sinds 1967 bezet is; de internationale gemeenschap bij monde van de Veiligheidsraad heeft Israëls annexatie van Oost-Jeruzalem dan ook nooit erkend. In 1980 werd die annexatie veroordeeld en alle lidstaten van de VN werden opgeroepen om als strafmaatregel hun ambassades uit West-Jeruzalem te verplaatsen naar Tel Aviv. Vrijwel alle landen, ook Nederland, gaven hier gehoor aan. Bovendien heeft de internationale gemeenschap sindsdien alle maatregelen die Israël in Oost-Jeruzalem heeft genomen ten koste van de Palestijnse inwoners van de stad veroordeeld. ContextHet onzorgvuldige taalgebruik in het Journaal staat niet op zichzelf. Eind juli schreef Ton van Brussel, de NOS Ombudsman, naar aanleiding van klachten over de berichtgeving op Teletekst dat het 'met name in korte berichten moeilijk is nieuws in een juiste context te zetten' en dat alleen al daarom 'afgezien moet worden van een eenzijdig gebruik van negatieve kwalificaties als extremistisch en duidingen als een vergeldingsactie'. Hij meldde tevens dat externe adviseurs signaleerden 'dat anders de indruk kan ontstaan dat het Israëlische perspectief in de berichtgeving van de NOS domineert, zonder dat van moedwil sprake is'.
Een ander voorbeeld. Op 17 maart beschrijft correspondent David Poort in het Algemeen Dagblad de nederzetting Har Homa, gebouwd op de Westelijke Jordaanoever, als een 'joodse wijk'. Hoewel hij Oost-Jeruzalem ziet als bezet gebied, omschrijft hij nederzettingen rond de stad als 'joodse wijken' of 'joodse delen'. Dit is niet verwonderlijk. Poort neemt de terminologie over van de Israëlische premier Ehud Olmert die in hetzelfde stuk wordt geciteerd. Olmert zegt: 'Iedereen weet dat Israël nooit een wijk als Har Homa zal opgeven.' Als de perceptie is dat Oost-Jeruzalem bij Israël 'hoort', lijkt het voor de hand liggend dat een 'wijk' ook geen kwaad kan. De context is dat Oost-Jeruzalem bezet is en dat die 'wijk' een 'nederzetting' is, illegaal volgens internationaal recht en dat het daarmee vanzelfsprekend is dat er protest tegen wordt aangetekend. Op het eerste gezicht lijkt het een technische fout of feitelijke onjuistheid, maar door het ontbreken van context krijgt een dergelijk begrip een andere betekenis. Het is nog steeds zo dat de berichtgeving zonder context doet vermoeden dat Palestijnen aanvallen en Israël vergeldt. Eenzijdige duidingVan nieuwsmedia mag je verwachten dat gebeurtenissen worden geduid, maar vaak wordt een gebeurtenis eenzijdig geduid, namelijk met de Israëlische versie van gebeurtenissen. Zo berichtte correspondent David Poort in het eerdergenoemde artikel in Algemeen Dagblad dat gesprekken tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit waren opgeschort na Palestijnse protesten tegen de bloedige inval van het Israëlische leger in de Gazastrook. 'Daarbij werden ruim 120 Palestijnen gedood, onder wie veel burgers. De inval was een vergelding voor de aanhoudende raketaanvallen vanuit het gebied'. Hij meldde niet dat de inval volgens Israëlische woordvoerders een 'vergelding' was, noch dat de aanleiding een dode in Sderot was. Dezelfde manier van berichtgeving gebeurde op 17 april in enkele regionale kranten. Daarin werd vermeld dat 'Israëliërs' regelmatig bombardementen uitvoeren op de kuststrook 'om te voorkomen dat radicale Palestijnen het Israëlische grondgebied met zelfgemaakte Qassem-raketten bestoken of aanslagen uitvoeren. Ook vallen Israëlische militairen soms de strook binnen om extremisten uit te schakelen'.
Op basis van een eigen onderzoek door de buitenlandredactie van de NOS, de ombudsman en externe deskundigen vielen twee patronen op. De eerste is het hierboven geschetste voorbeeld dat als Israël doelen met raketten bestookt, in de berichtgeving wordt vermeld dat dit een 'reactie' of 'vergelding' is op eerdere aanvallen van Palestijnen terwijl als Palestijnen Israëlische doelen bestoken daar doorgaans geen reden voor wordt opgegeven. Een tweede patroon is volgens de NOS dat in berichtgeving over Palestijnen gebruik wordt gemaakt van kwalificaties als 'militant', 'extremistisch' en 'radicaal', terwijl in berichtgeving over Israël dergelijke kwalificaties ontbreken. 'Deze twee patronen laten zien dat de redactie met twee maten meet. Daarmee laadt de redactie de verdenking op zich de Israëlische houding begrijpelijker te vinden dan de Palestijnse', schrijft Van Brussel. Plichtmatige balansEen derde patroon is dat er nog steeds een plichtmatige balans plaatsvindt in berichtgeving. Zo worden beschietingen met zelfgemaakte raketten vanuit de Gazastrook op de Israëlische stad Sderot gebalanceerd met Israëlische militaire aanvallen op de Gazastrook. Dat de Israëlische aanvallen grootschaliger zijn en veel meer (materiële en menselijke) schade veroorzaken, komt de nieuwsconsument meestal niet te weten. Redacties kiezen vaak de ene dag voor een 'Israëlisch' verhaal om dat vervolgens te compenseren met een 'Palestijns' verhaal. Dit gebeurt ook andersom. Maar in een asymmetrische situatie ondermijnt het balanceren de waarheidsvinding juist. Hoe hangen gebeurtenissen samen en wat is de context? Wanneer de context wordt weggelaten, terwijl die essentieel is voor het inzicht van de nieuwsconsument, wordt de berichtgeving vaak eenzijdig. Context - zoals de militaire bezetting, het ontstaan van Israël, de ongelijkheid tussen de bevolkingsgroepen die tussen de Middellandse Zee en de Jordaan wonen, de daadwerkelijke invloed die de Palestijnse Autoriteit heeft op het dagelijks leven van Palestijnen, de verkiezingsuitslag van 2006 waarbij Hamas de meerderheid van de zetels in de Palestijnse Wetgevende Raad haalde, het gebrek aan bewegingsvrijheid van Palestijnen, de feitelijke militaire macht van het Israëlische leger ten opzichte van Palestijnse militanten, het verschil dat wetgeving maakt tussen Palestijnse en Israëlische burgers, de invloed van het leger op de Israëlische samenleving en historische verantwoording - bepaalt voor een belangrijk deel het handelen van actoren in dit conflict. Zonder context wordt de nieuwsconsument het bos ingestuurd en wordt hij of zij gedwongen zelf maar uit de tekst of het bericht op te maken hoe de verhoudingen in dit conflict liggen. VS contra HamasEen recent voorbeeld. Hoewel veel media hebben bericht over de interne strijd tussen Fatah en Hamas, waarbij meestal Hamas werd beschuldigd van de 'machtsovername' in de Gazastrook, maakten alleen dagblad De Pers op 6 maart en weekblad De Groene Amsterdammer op 14 maart gewag van het feit dat de VS hebben geprobeerd de democratisch gekozen Hamas-regering na de verkiezingen omver te werpen.
Waarom zouden Nederlandse media dit gegeven, dat veel zegt over het ontstaan van de strijd tussen Hamas en Fatah en de invloed van de Amerikaanse buitenlandse politiek op het conflict, weglaten in de berichtgeving, terwijl zij wel uitvoerig over de interne strijd tussen Hamas en Fatah berichten? Wat ook de redenen mogen zijn, de nieuwsconsument is er in ieder geval niet bij gebaat. Berichtgeving over conflicten en in conflictsituaties is geen eenvoudige taak. Gelukkig is de hedendaagse nieuwsconsument niet meer afhankelijk van één nieuwsbron en nemen redacties in toenemende mate zichzelf de maat, zoals blijkt uit het onderzoek door de NOS Ombudsman. Meer verantwoording over berichtgeving is belangrijk en een groeiende trend. Zo kunnen feitelijke fouten in de toekomst worden voorkomen en stelt berichtgeving de nieuwsconsument beter in staat om te begrijpen wat er gebeurt.
hghg
|