De economische groei zal dalen, zegt het Centraal Planbureau. Is dat erg?
Volgens veel bekende economen niet. Ze hebben het niet zo op het bruto
nationaal product. Dat blijkt uit het boek Moet groei?
door
Theo Ruyter
Het
is lang geleden dat ik met rode oortjes interviews over financieel-economische
vraagstukken heb gelezen. Me dunkt dat ik heel wat aflees op dat vlak
en ook veelvuldig mijn oor te luisteren leg bij andere media, maar geen
van de gevestigde namen in de polderjournalistiek heeft me de laatste
tijd zo bij mijn lurven gekregen als de twee jonge honden die het boek
Moet groei? hebben geschreven.
Het
gaat om het verslag van een zoektocht, deelt de uitgever op het omslag
mee. Helaas biedt de inhoudsopgave niet bepaald een helder beeld van wat
de lezer te wachten staat en ontbreekt ook een inleiding waarin de auteurs
hun werkwijze uit de doeken doen. Maar zodra je de sprong hebt gewaagd,
ontvouwt zich een road movie, compleet met flashbacks en
cliffhangers, en wordt het boek al gauw ook jouw zoektocht.
Het
meeslepende zit 'm waarschijnlijk in de manier waarop de auteurs Frank
Mulder en Freek Koster zich opstellen, namelijk als doorsnee consumenten
van het dagelijks nieuws die nu eindelijk wel eens willen weten hoe het
zit met die telkens terugkerende ophef over 'economische groei', als iets
dat we met z'n allen broodnodig hebben en dat per definitie goed en begeerlijk
is. Daar kan zelfs de grootste economische analfabeet in meegaan, tenzij
die geen greintje nieuwsgierigheid of reislust meer in zich heeft.
Groei
en geluk
In
het eerste deel van het boek leggen de auteurs uit waarom ze Moet groei?
een zinnige vraag vinden. Ze doen dit aan de hand van met name een drietal
gesprekken met achtereenvolgens een oud-minister van Economische Zaken
(Brinkhorst), een hoogleraar in de economie van de kunst en de cultuur
(Klamer) en een heuse professor Economische Groei (Van Ark).
De
jurist Brinkhorst laat merken dat hij de lesjes van zijn ambtenaren goed
onthouden heeft. Frank en Freek laten hem rustig zijn geloof in de absolute
noodzaak van groei belijden en verschieten zelfs niet van de kleur van
de opmerking: "Jullie hebben geen economie gestudeerd, denk ik?"
(Om hem later in het boek fijntjes maar genadeloos door de mand te laten
vallen.)
Klamer
staat lijnrecht tegenover Brinkhorst. Hij wijst erop dat het idee van
groei pas ongeveer twee decennia geleden ontstaan is en dat in die idee
na verloop van tijd veel te veel nadruk is komen te liggen op materiële
behoeftenbevrediging, waardoor met name allerlei sociale en culturele
waarden in de verdrukking zijn geraakt. Daar komt dan nog bij, zegt hij,
dat blijkens onderzoek het geluk van mensen helemaal niet toeneemt met
de welvaart.
Wanneer
Van Ark wordt geconfronteerd met de keerzijde van het dominante groeidenken,
draait hij Klamers argument gewoon om: "Noem me één land waar de
economie niet groeide, en waar de mensen wel gelukkiger werden. Dat land
bestaat niet." En wanneer de twee ondervragers de druk opvoeren,
doet hij zich opeens voor als een volleerd psycholoog met de vaststelling:
"Mensen worden ontevredener en ze gaan meer aan zichzelf denken,
als de economie niet voldoende groeit."
Werkgelegenheid
Zo
eindigt een eerste terreinverkenning, die nog lang geen uitsluitsel oplevert
- integendeel - maar meer dan genoeg aanwijzingen om doelgericht verder
te kunnen reizen. In het tweede deel worden zes argumenten voor de noodzaak
van groei op een rij gezet:
1.
we worden er gelukkig(er) van;
2.
hij is noodzakelijk voor de armen;
3.
het milieu is ermee gebaat;
4.
idem met de collectieve sector;
5.
hij is nodig voor de werkgelegenheid en
6.
zonder groei komt onze concurrentiepositie in gevaar.
Deze
argumenten worden een voor een gefileerd en uitgebeend met behulp van
een aantal specialisten, zoals de 'geluksprofessor' Ruut Veenhoven in
Rotterdam en de directeur van het Centraal Planbureau (CPB) Coen Teulings.
Veenhoven
geeft grif toe dat het moeilijk is een oorzakelijk verband aan te tonen
tussen economische groei en veranderingen in het geluksgevoel. Naar zijn
overtuiging is het vooral vrijheid waar mensen gelukkig van worden. Wat
hij ook heeft ontdekt is dat werkloosheid "één van de meest ongelukkig
makende factoren" is.
Dit
laatste roept de bewering van Brinkhorst in herinnering dat groei bepaalt
of er arbeidsplaatsen bijkomen. Op dit punt brengt Teulings de auteurs
in opperste verwarring met de uitspraak dat er helemaal geen verband bestaat
tussen groei en werkgelegenheid. Wanneer ze zich dit hebben laten uitleggen,
krijgen ze bovendien nog te horen dat economische groei in de zin van
een toename van het bruto nationaal product (BNP) voor het CPB helemaal
niet heilig is. De enige centrale vraag voor dit orakel uit de polder
is volgens Teulings: "Waar worden we gelukkig van?"
Mens
is het probleem
In
het derde en laatste deel worden eerst enkele (tussen)conclusies getrokken
uit het voorgaande en worden die vervolgens meegenomen naar vier nieuwe
gesprekspartners: de reclamemaker Andrew Hooke, Angelien Kemna (tot voor
kort Chief Executive Officer in Europa van de ING groep), de filosoofRutger Claassen en Bob Goudzwaard, een van de pioniers, zo niet
dé pionier op dit gebied in Nederland. De conclusie die centraal staat
is dat alle zes genoemde argumenten aanvechtbaar zijn en dat al met al
tijdens de tocht slechts één argument overeind is gebleven, te weten:
"Wij willen groei".
Het
is te begrijpen dat onze helden in dit laatste deel het best op dreef
zijn. Ze hebben immers in de voorafgaande etappes al heel wat opgestoken
en moeten langzamerhand eieren kiezen voor hun geld. Hoe het precies afloopt,
moet u zelf maar lezen. In ieder geval komt de aap uit de mouw dat groei
in dit boek uiteindelijk een metafoor is voor het leven en dat de hele
zoektocht dus eigenlijk de zin van het menselijk bestaan betreft.
Niet
voor niets eindigt het interview van Hooke met diens verzuchting: "De
mens is het probleem." Wat dit laatste betreft laten de auteurs zelf
zich kennen als ware kinderen van hun tijd, in de geest van een nadrukkelijke
uitspraak van - nota bene de enige vrouw die zij op hun pad zijn tegengekomen
- Angelien Kemna: "Het individu moet zijn verantwoordelijkheid nemen."
Mulder
en Koster hebben alles uit de kast gehaald om een 'onmogelijk' thema toegankelijk
te maken voor een breed publiek. De twaalf personen bij wie ze in de loop
van hun zoektocht op bezoek gaan, zijn zo gekozen dat telkens weer een
nieuw licht op het centrale thema geworpen wordt. Alsof een voor een de
luiken van een aanvankelijk pikdonkere kamer opengaan. Daarnaast is de
reeks interviews, de ruggengraat van het boek, gelardeerd met dagboekfragmenten
(Frank op reis in India) en andere running gags zoals tekeningen in de
stijl van een beeldverhaal en stukjes allegorische fictie.
Verklaring
van Tilburg
Natuurlijk
zijn niet alle gebruikte stijlmiddelen en uitdrukkingsvormen even geslaagd.
De twee zijn duidelijk meer journalist dan literator en in bepaalde gesprekken
slagen ze er onvoldoende in vervreemdend economenjargon terug te brengen
tot teksten van mensen van vlees en bloed. Om van een aantal verschrijvingen
en 'drukfouten' maar te zwijgen, maar die kom je tegenwoordig zelfs in
de meest pretentieuze literatuur tegen.
Het
is niet de minste verdienste van het boek dat de auteurs aan het slot
niet alleen de stelling betrekken dat 'ieder de keuzes moet maken die
bij zijn of haar leven passen', maar ook zeer openhartig - tot en met
een uit het (bedrijfs)leven gegrepen alternatief – vertellen wat dat voor
hen persoonlijk betekent. Bovendien zetten ze met het eerste woordje in
de zinsnede 'samen met anderen kiezen voor kwaliteit in plaats van kwantiteit'
de deur open voor de politiek, als de arena waar opvattingen met elkaar
botsen en belangen worden afgewogen.
Hiermee
sluit het boek naadloos aan bij de kritiek op het groeidenken in de zo
genoemde Verklaring
van Tilburg, die op 23 april - met een zeer gevarieerde groep ondertekenaars
- in Den Haag wordt gelanceerd. In die verklaring, gebaseerd op de resultaten
van de conferentie 'Een comfortabele waarheid' vanbegin dit jaar in de Universiteit van Tilburg, staat onder meer:
'De bevolking dient er langs diverse wegen (media, politiek, onderwijs)
op te worden voorbereid dat de onafgebroken sinterklaasavond van een doorgroeiende
materiele consumptie per hoofd van de bevolking en alsmaar uitdijen van
de fysieke investeringen voorbij is.'
Misschien
kunnen de opstellers van de verklaring samen met de schrijvers van Moet
groei? eens een omscholing op touw zetten voor die kudde van journalisten
en politici, die er maar niet toe kunnen komen hun tabberd te verruilen
voor een wat meer eigentijds kledingstuk.
Frank Mulder & Freek Koster, Moet groei? Bekende economen aan de tand
gevoeld over een (on)zinnige vraag, Uitgeverij
Pepijn, Eindhoven, 2008, ISBN: 978-90-78709-039
- - - - - - - - - - - -
-
- - - - - - - - - - -
Reageer
op dit bericht
May 30, 2008 at 02:00:42pm Anoniem
Geen bericht
May 30, 2008 at 01:59:18pm Anoniem
Geen bericht
May 12, 2008 at 11:10:00am martin schenkels
met verbazing heb ik dit bericht gelezen, en met nog groter verbazing eigenlijk de eindconclusie, nl de uitspraak van ene Angelien Kemna: het individu moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ofwel, alle economische wetenschap ten spijt, alle vele tienduizenden economen verder, zijn we dan nog niet verder als wat de oude Romeinen al wisten: je moet de economie niet van bovenaf willen regelen, want dat gaat niet in die zin dat het dan beter wordt. Hoe meer politiek in de economie, hoe slechter het voor de onderkant. Economische groei heeft geen effect op de armen hier in ons land en de rest van w-europa en ook voor de werkgelegenheid voor de massa aan de onderkant heeft het geen zin, want alleen al de instroom van Polen, Bulgaren, Roemenen, etc verhindert dat.
De werklozen en armen als individuen zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen ? Dat kan eigenlijk niet, want om verantwoordelijkheid te kunnen nemen moet je rechten hebben. Economische rechten, Sociale rechten en politieke rechten. Maar die hebben werklozen en armen niet. De enige oplossing daarvoor is dat de armen en werklozen gaan SAMENWERKEN om eigen zelfhulp-organisaties op te zetten, daarbij geholpen door mensen als die dit webportaal maken. Samenwerken in sociale coöperaties, niet in commerciele coöperaties, want die gaan ten onder aan de wereldwijde concurrentie. Wat overal wordt weggelaten is het belang van concrete organisatie, gebaseerd op de ervaringen in het verleden en in allerlei culturen. Zonder intelligente samenwerking kunnen de problemen van massa werkloosheid en massa-armoede in W-Europa niet worden opgelost. Het individu moet weer leren dat samenwerking nodig is. En dat samenwerken niet eenvouidig is, zeker als je er geen ervaring in hebt. Eigenlijk zouden cursussen samenwerking nodig zijn, en dan wel samenwerking van mensen die nu geen betaalde baaan hebben of in een of andere uitkering zitten.
Zie verder: www.sociale-cooperatie.nl en ook: www.zelfvoorziening.nl zoek naar Werk Scheppings Coöperatie.
April 27, 2008 at 09:46:24am Anoniem
Geen bericht
April 27, 2008 at 09:45:19am Anoniem
Geen bericht
April 13, 2008 at 01:26:36pm Tony
Interressante recensie, die mij raakt en verrast om hier op Ravage te lezen. Heel lang geleden ben ik een tijdje in het links-radicale circuit terecht gekomen omdat ik antwoorden op wereldproblemen zocht. Uit onvrede ben ik daar weggegaan omdat de antwoorden die daar gegeven werden op wereldproblemen geen empirische grondslag hadden. Met andere woorden: de Internationale Socialisten konden niet wetenschappelijk aantonen dat hun oplossingen de mensheid significant gelukkiger zouden maken. Jaren later heb ik via mijn studie (als economiestudent!) het heuse wetenschapsveld van de gelukswetenschap gevonden van onder andere de heer Veenhoven waarin mensen worden gevraagd in hoeverre zij tevreden met hun leven zijn en dat aan allerlei indicatoren worden gekoppeld en ik hoop mij verder in dit wetenschappelijke veld te specialiseren.
Om op het boek terug te keren: -Economische groei maakt zeker gelukkig voor arme landen (onder de 20.000 dollar inkomen pp per jaar) -Economische groei maakt voor rijke landen slechts heel erg weinig extra gelukkig en misschien wel ten koste van arme landen en toekomstige generaties (uitputting milieu)
Probleem met de huidige maatschappij is dat deze geleid wordt door politici, bedrijven, journalisten, lobbygroepen en zelfs wetenschappers die niets van het meetbare begrip "subjective well-being", met andere woorden geluk en de onderliggende processen weten. Indien men niets van geluk weet en niet weet hoe het tot stand komt kan men slechts denkbeeldig indenken dat economische groei of bepaald beleid (bijvoorbeeld een socialistische heilstaat gelukkig maken) Dat is ook het grote probleem met alle politici, bedrijven en lobby groepen. Zij doen zich voor als grote religeuze leiders en die voor hun eigen macht de burger voorhouden dat zij het recept hebben uitgevonden voor de gelukkige mens in de moderne Westerse maatschappij. In feite zijn het allemaal leugenaars (zoals eerder hier op ravage geconcludeerd) omdat ze niet wetenschappelijk empirisch kunnen verantwoorden dat de mensen significant gelukkiger worden van economische groei (of hun beleid) in de Westerse Wereld. De enige waaraan ik waarde hecht zijn wetenschappers zoals Ruut Veenhoven die kennis hebben van het begrip geluk.
April 12, 2008 at 08:04:33pm Richard Reekers
Beste Theo en Jonnie et all,
Dank voor de review en reactie daarop met betrekking tot het boek van Koster & Mulder. Ik ga het bestellen.
Spreek ik voor mijzelf dan ben ik het met jullie eens. Genoeg = genoeg [en] er zijn andere waarden. Maar bij de problemen/uitdagingen die we onderkennen, heb je niet alleen te maken met jezelf. Zeker in het Westen is het de meerderheid die bepaalt. En tegenwoordig vallen de meerderheid en "de massa" bijna met elkaar samen.
Elk individu is bijzonder, maar de massa bestaat uit schapen. Trend- en Tijdvolgers als we allemaal zijn. De één op wat meer thema's dan de ander. Leef je maar in: in de (zwart/wit-)wereld van Charlie Chaplin en vergelijk dan met nu.
Vanuit cultureel-evolutionair perspectief hebben we te maken met de "massa". Echte wezenlijke veranderingen moeten daar vandaan, van binnenuit, komen. Anders is het: eng, wonderbaarlijk of vreselijk. Anders gezegd: één man/partij, Interventie [en/]of mega-natuurramp.
We hebben dus te maken met de massa, wij maken er deel van uit op deelthema's. Zoals iedereen. Diezelfde massa wil het vandaag volgend jaar eenvoudigweg "beter" hebben.
Define: "beter"... Ja, en dit is dus de vraag. Hoe krijg je een ander "beter" in de samenleving? Voor het individu, de massa, de sameleving.
Ik moet het boek nog lezen, maar gegeven de huidige situatie en kijken we naar de uitdagingen die voor ons liggen, denk ik dat je heel concreet kan oproepen voor een oplossing. Of voorbeeldprojecten naar een andere samenleving.
Bewustwording is één ding, er iets mee doen is natuurlijk beter (dan niets volgend jaar).
Het zal jullie niets verbazen dat ik zo'n oplossing uit de hoed tover. Nou ja 'toveren'; ben al een decennium+ hiermee aan het oefenen.
Stel je eens voor: Ravage opent een forum om te zoeken naar concrete antwoorden op het groei-vraagstuk. Met een beetje moderatie laat ik op zo'n e-plek graag het achterste van m'n tong zien. En ik kijk natuurlijk uit naar andere richtingen & ideeën!
Hoe dan ook: het onderwerp heeft de wind mee! (En dit terwijl de climate change-storm toch wel afneemt.)
Graag doe ik aan zoiets mee. Ik hoor het wel als het wat is. In elk geval: het beste for all.
Richard (office AT evolutieplan.nl)
April 12, 2008 at 05:08:30pm Jonnie Camp
Als we de mens beschouwen als de levende soort die de speerpunt is van de evolutie van het leven op onze planeet dan is het vanzelfsprekend dat wij als mensen wezenlijk behoefte hebben naar evolueren. Dank zij onze hersenen kan die wezenlijke behoefte zich veruiterlijken op zeer uiteenlopende manieren. Streven naar economische groei is slechts één mogelijkheid. Een zoektocht ondernemen naar zelfkennis, naar zelfbewustzijn, naar levenswijsheid is ook één mogelijkheid. Het bewustzijn bevorderen van onze wezenlijke behoefte, van onze levensdrang en van het feit dat het menselijk gedrag met die benadering kan begrepen worden zou onze vrijheid verruimen om te kiezen op welke wijze wij die levensdrang willen, wensen te veruiterlijken. Is het niet zo dat nu de mens nog te veel het voorwerp is van zijn levensdrang? Dat geboorte, milieu, omstandigheden, de maatschappij voor de mens beslissen op welke wijze zijn levensdrang zich zal veruiterlijken? Met andere woorden is die keuze werkelijk vrij, werkelijk met zelfkennis en zelfbewustzijn beslist?