| 1ddRavagedigitaal
30-01-08d |
||
|
|
Het International Film Festival Rotterdam is inmiddels voor de helft gepasseerd. Toch blijft er tot aan de laatste ademzucht heel wat te zien. Waar andere Nederlandse filmfestivals uit gaan als een nachtkaars, dendert Rotterdam vrolijk voort. Om onderweg vele slachtoffers te maken, 'wat ben ik moe' verzucht menigeen. Vijf films per dag voor de ware fanaten gaat uiteindelijk zwaar meewegen. Rotterdam barst van de aanstormende filmtalenten. Uit alle hoeken en windstreken van de wereld, zijn ze gekomen om de resultaten van hun noeste arbeid onder de aandacht te brengen.
De Nederlandse filmmaker David Verbeek wist bij voorbaat een koortsachtige verwachting te wekken met zijn nieuwste film Shanghai Trance. Voor zijn film reisde hij naar China, gebruikte Chinese acteurs en de Nederlandse Tygo Gernandt. Het is een ambitieuze zedenschets geworden van het in een razend tempo veranderende Aziatische werelddeel. Gesitueerd in het immense metropool Shanghai, handelt het over een stel twintigers die proberen te overleven in deze helse stad. Verloren liefdes, eenzaamheid en het zich een plaats bevechten in een harde maatschappij staan centraal. Maar ook de tergende eenzaamheid en de botsingen tussen oude en jonge generaties worden geschetst. Shanghai Trance is schitterend gefilmd; het bijna futuristische stadsdecor met de gigantische wolkenkrabbers geven het geheel een plastische kracht. Maar op de een of andere manier blijft het allemaal tamelijk afstandelijk. Verbeek noemt Aziatische filmers als Jia Zhang-ke, Tsai Ming-liang en Hou Hsiao-hsien als zijn grote inspiratiebronnen. De grote klasse van deze regisseurs is dat ze de toeschouwer op een subtiele wijze hun films intrekken. Misschien had Verbeek meer zijn eigen visie in de film moeten verwerken, meer zijn eigen weg moeten gaan. Zoals hij eerder deed met zijn eigenzinnige en tegendraadse Beat. De veel te lang (twee uur) durende rolprent ontbeert bovendien de noodzakelijke compactheid. Daarmee komt het menselijk drama onvoldoende tot leven.
De Vlaamse filmmaker Felix van Groeningen is met zijn Dagen zonder lief juist dicht bij huis en bij zijn eigen ervaringen gebleven. De handeling speelt zich af in Sint Niklaas, een slaperige provinciestad gelegen tussen Gent en Antwerpen. Evenals Verbeek is dit zijn tweede lange speelfilm, handelend over twintigers die worstelen met de liefde en die proberen zich een plaatsje onder de zon te veroveren. In tegenstelling tot de grandeur van Verbeek heeft Van Groeningen gekozen voor een intimistische benadering van het onderwerp. De clichématige uitdrukking 'uit het leven gegrepen' is hier zeker van toepassing. Ondanks het feit dat hij theateracteurs heeft gebruikt, wordt er uiterst naturalistisch en op film toegesneden geacteerd. De gevraagde mengeling van pathos en humor is hierdoor perfect gerealiseerd. Het groepje vrienden heeft moeite om hun vriendschap stabiel te houden. De zelfmoord van een van hen heeft hun vriendschap een traumatische lading gegeven. Dat er overspel en bedrog heeft plaatsgevonden onderling zet de boel op scherp. De neiging van de een naar een avontuurlijker levenswijze, en de ander naar een burgerlijk bestaan, maakt het moeilijk om de jeugdvriendschap nieuw leven in te blazen. Het gebruik van een onpersoonlijke buitenwijk als locatie, geeft de pijnlijke nostalgie van Dagen zonder lief een onvermoede kracht. Van Groeningen heeft een bijzonder fraaie film gemaakt, waar weinig op af te dingen valt. Deze film is tot nu toe niet aangekocht, maar zou het Nederlandse filmpubliek niet onthouden mogen worden. Gek trouwens, dat Shanghai Trance wel onderdeel uitmaakt van de VPRO Tiger Awards competitie, terwijl Dagen zonder lief niet goed genoeg bevonden werd voor deze competitie.
|
|