1ddRavagedigitaal 21 oktober 2008 dPrint deze pagina

Eerdere artikelen:

05-01-09
Russisch gasconflict draait om meer dan dollars
04-01-08
Europa de straat op voor Palestijnse zaak


Archief 2008


Archief 2007

Archief augustus - december 2006


Archief januari - juli 2006

Het Amerikaanse politieke systeem wordt democratisch genoemd, omdat we de leiders in vrije en open verkiezingen kunnen worden gekozen. Maar als democratische instelling moet het verkiezingsproces hoognodig en grondig worden bijgewerkt en gerenoveerd.


door
Michael Parenti

Generaties lang hebben beroepspolitici het 'politieke apparaat' in bedrijf gehouden door kleine gunsten te verlenen aan kleine mensen en grote gunsten aan vastgoedspeculanten, aannemersbedrijven en de partijbonzen zelf. De partijleidingen hielden zich meer bezig met het winnen van de verkiezingen dan met het streven naar sociale rechtvaardigheid. In sommige steden kun je nog wel zo'n ouderwets politiek apparaat tegenkomen, maar in de loop van de jaren zijn de partijorganisaties kleiner geworden. Daar zijn verschillende redenen voor.

Ten eerste bepalen de wetten op de campagnefinanciering dat de federale verkiezingsfondsen direct naar de kandidaten gaan, niet naar de partijen. Daardoor is de invloed van de partijorganisaties afgenomen. Ten tweede zijn er nu in zoveel staten voorverkiezingen dat de kandidaten de partijorganisatie niet langer nodig hebben. Ze nemen deel aan voorverkiezingen en proberen op eigen kracht genomineerd te worden.

Op de derde plaats komen de kandidaten met televisiespots in alle huiskamers. Er is minder behoefte aan mensen die in de wijken stemmen, gaan werven voor een kandidaat. De moderne presidentskandidaat moet rijk zijn of voldoende geldschieters hebben om de dure mediacampagnes te kunnen betalen, compleet met de opiniepeilers en pr-consultants die de thema's bepalen en de verkiezingsstrategie ontwerpen.

Waspoeder

De kandidaten geven kapitalen uit om zichzelf te verkopen in pakkende spotjes, net zoals ze waspoeder zouden verkopen aan consumenten die geconditioneerd zijn voor dergelijke bombardementen. Zoals iemand ooit zei: 'Je kunt niet iedereen de hele tijd voor de gek houden, maar als het je één keer lukt, zit je goed voor vier jaar.'

Soms steunen de kiezers een kandidaat uitsluitend omdat ze bang zijn dat de andere het alleen maar erger zal maken. Het minste van twee kwaden kiezen is voor veel kiezers een gangbare reden om te gaan stemmen. Sommige kiezers hebben het gevoel dat ze niet echt een keus hebben, maar gedwongen worden te kiezen. Zij stemmen niet zozeer voor de ene als wel tegen de andere kandidaat. Als er echter een keus mogelijk is bij een bepaalde kwestie, kunnen de kiezers doorgaans best het onderscheid maken tussen de kandidaten. Hun portemonnee of persoonlijke voorkeur bepaalt dan voor wie ze kiezen. [1]

Het is niet helemaal juist om te zeggen dat de Amerikaanse verkiezingen lood om oud ijzer zijn. De Republikeinen en Democraten zijn niet helemaal gelijk en nemen soms sterk uiteenlopende standpunten in. Maar bij een aantal fundamentele onderwerpen zijn de overeenkomsten zo groot dat je de verschillen niet meer ziet.

Zowel de Democraten als de GOP [2] zijn voor het behoud van de kapitalistische economie. Allebei willen ze de winst van de ondernemingen opkrikken met subsidies, belastingontheffingen en vrijhandelsovereenkomsten. Ze zijn voorstander van een enorm budget voor het leger en van een duur en vervuilend ruimtevaartprogramma. Ze willen allebei geweld gebruiken om de hegemonie van de transnationale ondernemingen te verdedigen. De twee partijen worden vaak 'niet ideologisch' genoemd. In zekere zin klopt dat ook, omdat ze bijna nooit openlijk zeggen dat ze (zulke) overtuigde en toegewijde voorstanders zijn van het internationale kapitalisme.

Ideologische verschillen

In de laatste tien, twintig jaar zijn sommige ideologische verschillen tussen de twee partijen echter verscherpt. De Republikeinse Partij spreekt zich nu sterker uit voor de privatisering en de afbraak van de sociale zekerheid, voor afschaffing van milieumaatregelen, belastingverlaging voor de superrijken, een verbod op abortus en het homohuwelijk, militaire interventies in andere landen en deregulering.

De Democraten, althans de wat meer progressieve onder hen, zijn voor consumentenrechten, een algemene ziektekostenverzekering, sociale zekerheid, bescherming van werknemers en leefmilieu, belastingen naar draagkracht, verlaging van de militaire uitgaven en gelijkheid tussen man en vrouw en tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

Over het algemeen scoren de Republikeinen hoger bij conservatieven, bij blanke mannen, inwoners van de buitenwijken, plattelandsbewoners, fundamentalistische christenen en andere kerkgangers, managers, carrièremakers, mensen met een inkomen van meer dan 100.000 dollar en bij hoger opgeleiden.

De Democraten doen het het beste bij progressieve kiezers, vrouwen, stadsbewoners en werknemers, bij zwarten en joden, bij mensen met een inkomen van minder dan 20.000 dollar en bij zowel de laagopgeleiden als de hoog opgeleiden, dat wil zeggen: mensen zonder diploma en academici.

Permanente controle

De leiding van de Republikeinse Partij, georganiseerd in het Republikeinse Nationale Comité, is een gedisciplineerde eenheid die de partij van bovenaf bestuurt en de lagere comités stevig in de hand houdt. Om de conservatieve ideologie te versterken lanceert de leiding systematisch campagnes, die zich zowel op thema's als op personen richten. Het doel is permanente controle te krijgen over de wetgevende macht door herindeling van kiesdistricten, door grote investeringen in de campagnes en de benoeming van rechtse rechters.

De Democratische Partij daarentegen heeft geen centraal bestuur en geen ideologische aanvalsmethode. Het lijkt erop dat de Democraten niet voortdurend nadenken over hoe ze de controle over het verkiezingsproces en de regeringsorganen kunnen behouden. De Democraten vormen een losse coalitie van groepen - met plaatselijke en nationale comités die vaak hun eigen gang gaan - en onafhankelijke organisaties die zich met een of ander thema bezighouden.

Ook tussen de kiezers en activisten van beide partijen zijn er verschillen. In 2000 waren de afgevaardigden voor de Nationale Conventie van de Republikeinen conservatiever dan de meeste geregistreerde Republikeinse kiezers. Een op de vijf afgevaardigden gaf een eigen vermogen op van meer dan een miljoen dollar. De meeste afgevaardigden waren blanke mannen van middelbare leeftijd, die gekant waren tegen hervorming van de campagnefinanciering, tegen positieve discriminatie, tegen rechten voor homo's, tegen progressieve belastingen, tegen strengere milieumaatregelen en de legalisering van abortus.

Ze waren wel voorstander van een federale wet om het bidden op school verplicht te stellen, maar ze verzetten zich tegen het optrekken van federale fondsen om het onderwijs te verbeteren. De kans om een Republikeinse afgevaardigde te vinden met een gezinsinkomen van minder dan 25.000 dollar was 1 op 50. Bij de Nationale Conventie van de Democraten was die kans iets groter, 1 op 14, maar dat is nog steeds niet representatief voor de totale bevolking. [3]

Het monopolie van de partijen

Uit een nationale opiniepeiling in 2006 bleek dat 53% van de respondenten vond dat er een derde grote politieke partij zou moeten zijn in de VS. [4] Maar in alle vijftig staten zijn er wetten, geschreven en afgedwongen door Democratische en Republikeinse ambtenaren, die het een derde partij bijzonder moeilijk maken om toegang te krijgen tot het kiessysteem.

Kandidaten van een andere partij of onafhankelijke kandidaten moeten soms een groot aantal handtekeningen verzamelen en hoge registratiekosten betalen. Of ze krijgen maar een week om de handtekeningen te verzamelen, waardoor het vrijwel onmogelijk is om het vereiste aantal te halen. En dan weer is het verboden om te stemmen in een voorverkiezing en tegelijkertijd te tekenen voor een onafhankelijke kandidaat. [5]

In de loop der jaren heeft de rechter een deel van de oneerlijke beperkingen voor derde partijen afgeschaft. Maar daarvoor hebben ze hard moeten knokken. Alleen al in 2004 werden er in minstens 26 staten door kandidaten van kleine partijen of onafhankelijke kandidaten 42 processen aangespannen over toegang tot het kiesstelsel. [6]

Het Hooggerechtshof bevestigde de wet van de staat Washington die van kandidaten van kleine partijen eist dat ze ten minste 1 procent van alle stemmen in de voorverkiezing krijgen. De meeste kandidaten vallen daardoor af. [7] In Iowa moesten de burgers zich vanaf juli 2006 registreren bij een politieke partij met een registratieformulier waarop alleen de twee grote partijen vermeld stonden. [8] (Hierover loopt nog een proces.) Er zijn wetsvoorstellen ingediend bij het Congres om de toegang tot het kiessysteem te vereenvoudigen en te standaardiseren in alle vijftig staten, tot nu toe zonder succes.

Smak geld

De wet op de federale verkiezingscampagnes kent de twee grote partijen miljoenen dollars aan overheidsgeld toe om hun nationale conventies, voorverkiezingen en presidentscampagnes te financieren. Maar de overige kandidaten krijgen pas geld na een verkiezing en alleen als ze 5 procent van de stemmen hebben verzameld. Dat is vrijwel onmogelijk zonder een smak geld en veel publiciteit. Het komt hierop neer: de kandidaten krijgen het geld niet als ze geen 5 procent van de stemmen behalen, maar ze behalen geen 5 procent van de stemmen, omdat ze geen geld hebben om voldoende zendtijd te kopen.

De kleine partijen krijgen dus vrijwel niets van de federale overheid, maar moeten wel aan dezelfde administratieve eisen voldoen. De federale kiescommissie, die overeenkomstig de wet is samengesteld uit drie Republikeinse en drie Democratische leden, houdt zich vooral bezig met het controleren van de boekhouding van kleinere partijen en onafhankelijke kandidaten en met ze voor de rechter te dagen. Twee politieke partijen hebben derhalve de wettelijke bevoegdheid om de activiteiten van alle andere partijen zo te reguleren dat hun eigen monopolie gehandhaafd blijft.

Het kiesstelsel zelf is ook discriminerend ten opzichte van de andere partijen. De twee grote partijen worden kunstmatig versterkt, omdat er in de VS maar één winnaar is in elk district - the winner takes all. De partij die het grootste aantal stemmen krijgt (ook al is dat geen absolute meerderheid), krijgt de enige afgevaardigde. De andere partijen worden niet vertegenwoordigd, hoeveel stemmen ze ook hebben gekregen. Omdat er maar weinig districten zijn waarin de kleine partijen de meeste stemmen krijgen, hebben ze automatisch een groter percentage verloren stemmen en krijgen ze minder of helemaal geen zetels.


Bovenstaande is een bewerking van een hoofdstuk uit het boek 'Democratie voor de elite' van Michael Parenti.


Democratie voor de elite

Michael Parenti
Uitgeverij EPO, Berchem, 2008
ISBN 978 90 6445 475 2
Paperback 15 x 22,5 cm
432 pagina's
€ 24,50 euro

 

Noten:

1. Over het vermogen van de kiezers om onderscheid te maken tussen de kandidaten, zie de enquête in New York Times, 25 juli 2000;
2. GOP staat voor 'Grand Old Party', een bijnaam van de Republikeinse Partij. Anderen zeggen dat het staat voor 'Gaggle of Plutocrats' (gesnater van plutocraten);
3. New York Times, 11 augustus 1999; 
4. Enquête Princeton/Pew Research Center, 25 april 2006.
5. Zie Ballot Access News, verschillende maandnummers 1999 tot 2006;
6. Richard Winger, ‘How Many Parties Ought to Be on the Ballot?’, Election Law Journal, vol. 5, nr. 2, 2006;
7. Munro contra Socialist Workers Party (1986);
8. Zie Ballot Access News, verschillende maandnummers 1999 tot 2006.

 


- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Reageer op dit bericht



November 03, 2008 at 11:44:55am
NV Eén jaar voorverkiezingen, één jaar verkiezingen; daarna één jaar zoeken naar een target en daarna nog een jaar oorlog en dan hopen opnieuw herkozen te worden :Z

November 02, 2008 at 11:38:53pm
N.v.t. Samengevat: één jaar voorverkiezingen, één jaar verkiezingen; daarna één jaar voorbereidingen (demoniseren) van een land om oorlog te beginnen en daarna nog één jaar oorlog voeren. Daarna te hopen dat je het nog eens mag overdoen. :Z

October 27, 2008 at 09:22:53pm
De Frogertjes De Frogertjes doen een maand lang als of ze van de Bijstand leven.
Te zien op RTL. Zie eventueel RTL site Programma gemist. Het volgende
project voor de Frogertjes : aantonen dat Nederland een democratie is en geen vazal staat
van het Rijk van het Kwaad of te wel Schurken staat VS. De Frogertjes op de publieke tribune van de Tweede Kamer; de Frogertjes
op stage bij Balk, enzv.
Het begin is er al : Froger die zich hard op af vraagt hoe dat toch mogelijk is voedsel banken in Nederland. Het antwoord moeten de kijkers zelf bedenken. Nog even een hint : constante bezuinigingen op de Bijstand sinds de tachtiger jaren en geen verhoging. De WWB de de nekslag betekend voor Bijstanders zie boete beleid en alle dwang maatregelen in die WWB.
Ik wil honderd procent mee praten en 100 procent mee beslissen als inwoner van Nederland. Je weet wat dat betreft is het hier in Ned. net zo hopeloos als in de VS.
Aangezien de meederheid van de Nederlanders conservatief is en de
gevestigde orde steunt moet je oppassen met zo'n ideaal. Uiteindelijk word je opgesloten daar voor niet als dissident maar
als patient. Pas je dus maar aan ??

October 22, 2008 at 12:28:32pm
Maarten
En de ondemocratische krachten lijken ook dit maal alleen maar te kunnen winnen. Dat spreekt voor zich als McCain wint, maar ook als Obama wint (grote als) dan zul je dus over vier jaar horen: "Change? We tried that and it didn't work."


...Naam:

..
....Bericht:

Anti-spam pincode:
7336

Vul hier de bovenstaande pincode in:






« 1 »

 

 

:) :)

:G :)

:O :(

:D :D

:P :P

:V :V

:M ;M

:( :(

:B :(

:H ;H

:R :R

:Z :Z

:W :C

:C :C


Voer de code van de smilies in je bericht om ze te gebruiken. Na het plaatsen van je bericht worden ze zichtbaar


 

Naar boven

 

 

 

 

hghg