De
crisis in de financiële wereld stort veel mensen in diepe ellende,
maar op de lange termijn biedt het de mogelijkheid om op zoek te gaan
naar een alternatieve, meer duurzame economie.
door
Lou Keune
In
het publieke debat over de kredietcrisis overheerst de opvatting dat
die heel erg is. En die 'ergernis' wordt versterkt door de paniek die
een aantal spelers (o.a. beurshandelaren en beleggers) bevangen lijkt
te
hebben.
Opeens
blijkt het mogelijk om met initiatieven te komen waarvoor door mensen
gepleit werd die al sinds de jaren zeventig zeer kritisch waren over het
neoliberale model. De econoom John Kenneth Galbraith, om iemand te noemen,
is uit zijn graf opgestaan, in de persoon van zijn zoon. Wie had kunnen
denken dat nu zelfs bankiers zouden pleiten voor nationalisatie? Nog breder
is de stroom van voorstellen die gaan in de richting van verregaande controle
op het financieringskapitaal. Daarbij wordt ook bepleit om de werkingssfeer
van banken en andere financiele ondernemers te beperken, bijvoorbeeld
hun bevoegdheid tot creatie van geld aan banden leggen.
En
plots is er geld genoeg, verregaande en miljarden verslindende ingrepen
worden mogelijk gemaakt nu de toestand als zeer ernstig en bedreigend
wordt ervaren. In de melee van geluiden wordt ook afstand genomen van
het neoliberalisme. Toen wij eind jaren negentig begonnen met het initiatief
'Voor de Verandering - Alternatieven voor het neoliberalisme' waren er
heel wat mensen, ook uit linkse hoek, die dat afwezen alleen al vanwege
het gebruik van de term 'neoliberalisme'. Het waren toen de hoogtijdagen
van de ICT boom, en de bomen groeiden tot in de hemel en verder.
Hoezo
inperken? Privatiseren, dereguleren, liberaliseren, fuseren, dat waren
de parolen. Natuurlijk waren er mensen als Eveline Herfkens die oog hadden
voor de mogelijke negatieve bijeffecten. Maar ja, dat was ook voor haar
geen reden om het model ten principale ter discussie te stellen. Integendeel,
het model was goed, en voor dergelijke bijeffecten moesten er vangnetten
en zo komen. Leve de WTO!, leve de Wereldbank!, leve het IMF!, leve de
EU-grondwet! en leve al die ondernemers die zeiden zich in te zetten voor
maatschappelijk verantwoord ondernemen!. Wat daar bij komt is dat nu van
alles als betrekkelijk wordt beschouwd. Honderden miljarden euro's en
dollars en yens verdampen in een week. Hoe dikwijls hebben mensen als
Willem Hoogen- dijk niet betoogd dat al die creatie van geld, en de daaruit
voortvloeiende groeidwang, averechts werkt, schijnwelvaart oplevert.
Volgens
berekeningen van de VN is zo'n 30 % van het Nederlandse
nationale inkomen overbodig, althans uit oogpunt van welzijn. Maar ja,
die 100 % 'welvaart' legt wel voor de volle 100 % en meer beslag op
mensen en de natuur. Vandaar dat de mondiale inkomensongelijkheid
alsmaar groeit, vandaar dat als wij zo doorgaan wij over enkele decennia
een tweede aardbol nodig hebben. Hoezo is dat neoliberale model een
succes? Een mislukking, kun je beter zeggen.
Is
dat reden om ons, vroege critici van het neoliberalisme, te wentelen
in ons grote gelijk? Natuurlijk niet. Want deze crisis brengt, zeker op
de korte termijn, veel mensen in grote problemen. Zie maar al die mensen
in de VS die uit hun huizen gezet zijn en nu op een van die desolate
campings wonen of nog erger. Denk aan al die mensen die hun baan
verloren hebben of dreigen te verliezen. Hoeveel mensen in Nederland
liggen nu 's nachts in hun bed te piekeren? Hoeveel mensen in
ontwikkelingslanden komen nu van de regen in de drup omdat hun
economieën verstrengeld zijn geraakt met die van de 'oude'
centrumlanden.
Zelfs
reuzen als China en Brazilie voelen het spook naderen, in China zijn de
eerste fabrieken van consumentenartikelen al gesloten. Overigens is het
de vraag in hoeverre deze crisis op den duur niet een zegen kan worden
voor veel ontwikkelingslanden. De loskoppeling van de wereldeconomie na
de depressie in de jaren dertig en veertig leidde tot positieve impulsen
voor de interne ontwikkeling, zoals de eigen industrie. Vandaar dan ook
dat bijvoorbeeld Argentinië na de Tweede Wereldoorlog tot de rijke
landen werd gerekend. Daarvan is nu dankzij de toename sinds de jaren
vijftig van de externe handels- en investeringsafhankelijkheid niet veel
meer over. Misschien leidt ook deze crisis tot nieuwe alternatieven voor
het schadelijke 'exportgeleide' ontwikkelingsmodel.
Een
tweede reden dat wij ons niet moeten wentelen in ons gelijk is dat
deze crisis ons voor een nieuwe verantwoordelijkheid stelt. Wij hebben
natuurlijk veel mooie ideeën over een andere economie en over hoe
het
anders zou moeten en kunnen. Voor een deel praktiseren wij die ideeën
ook. Maar wat zeggen wij als ons gevraagd wordt wat te doen? Wat te
antwoorden als Bos of Balkenende belt en advies wil? Wat, als de
buurvrouw zegt radeloos te zijn en om raad vraagt? Die en andere vragen
moeten wij kunnen gaan beantwoorden, en dan niet meer alleen in de eigen
parochies maar ook in het echte publieke debat.
Lou Keune is verbonden aan de Universiteit van Tilburg, en lid van de Werkgroep
Voor de Verandering - Alternatieven voor het Neoliberalisme.
Dit
stuk verscheen afgelopen zaterdag in Het Brabants Dagblad