| 1ddRavagedigitaal
20 december 2008 d |
|
|
|
door Natasha Gerson Daders kunnen uit een beweging of scene worden verstoten ('uitgekotst'), met de nek worden aangekeken en nergens meer welkom zijn, maar daarmee zijn ze nog niet werkelijk gestraft of verdwenen. Meestal blijkt ook uit de praktijk dat zij, net als hun slachtoffers trouwens, omringd en beschermd worden door medestanders dan wel apologeten. Hierdoor ontstaan er twee groepen die elkaar in de praktijk weer tegenkomen waarbij kwesties jarenlang doorzieken in kampen en schisma's, de grotere beweging verzwakken en ondermijnen, gevoed door leugens over en weer, achterklap en stokerij die maken dat juist diegenen afhaken en verdwijnen die je het minst kwijt zou willen raken. Daders verstoten, hoe zou je dat eigenlijk willen doen in de anarchistische maatschappij waar je naar streeft? Dat het onzin is om te beweren dat daders in de beoogde utopie niet zullen bestaan, is wel duidelijk. De ruimte inschieten soms? Rechtspraak'Rechtspraak' in deze is sowieso een heet hangijzer. Hoe zit het bijvoorbeeld met bewijslast? Mogen verzachtende omstandigheden worden aangevoerd of worden die weggehoond? Wie zullen en mogen het zijn die oordelen over de ander – en zijn daarbij vrij genoeg van 'eigen zonden' om dat te doen? Maar ook: Hoe worden zwakkeren, minder populaire lieden, of zelfs maar de non-conformisten en de 'lastpakken' beschermd tegen de willekeur van de groep, tegen klakkeloze antipathieën en beschuldigingen dan wel overdrijvingen (bijvoorbeeld van verraad of disfunctionaliteit), of tegen de bons met de grootste muil met zijn of haar eigen agenda? In de reguliere maatschappij is recht en rechtspraak, op basis van wetten en regels die voor iedereen geacht worden te gelden, vaak al onbevredigend genoeg: Slachtoffers gaat het vaak minder om de 'straf' en/of compensatie – naar hun idee zelden hoog genoeg - als om erkenning. Geloofd worden, ook waar de bewijslast juridisch ontoereikend is. Om de wens te horen dat de dader werkelijk spijt heeft, en dat ook te kunnen geloven. En om er, in elk geval zeker van te kunnen zijn niet opnieuw tegen daders op te hoeven lopen of opnieuw slachtoffer te worden, of van wraak door medestanders voor het aanhangig maken van wandaden. Maar dit kan zelden allemaal worden bewerkstelligd. Bovendien geldt helaas nog altijd het recht van de sterkste en de beste verdediging. Zo mag dat in een alternatieve scene natuurlijk niet zijn. En al helemaal niet érger dan in de reguliere maatschappij en rechtspraak. Maar hoe moet het dan wel? DoodzwijgenHelaas blijkt in de praktijk de geijkte 'oplossing' om het ideaal niet te verstoren en om tegenstanders niet in de kaart te spelen, maar al te vaak te zijn dat men simpelweg negeert dat er iets onoorbaars gebeurd is. Doodzwijgen. In het belang van het grotere goed moeten slachtoffers van geweld, intimidatie of haatcampagnes hun lot maar simpelweg dragen, al dan niet gesteund door moedige vrienden. Zoals er zoveel doodgezwegen wordt. En dat kan, deze dagen, zo niet langer. Wat bedoel ik met 'deze dagen'?. Daarmee bedoel ik this day and age van toenemende repressie (en ook de veelal afgunstige roep óm die repressie ten aanzien van hen die 'buiten de orde' staan) waar (buitenparlementair) links constant onder vuur ligt. Maar ook: Waar een sterke (en dus veerkrachtige, variabele maar eensgezinde, dus niet-rigide en reflexmatig opererende) buitenparlementaire beweging harder nodig is dan ooit tevoren.
Maatschappelijke spanningen en racisme, de deplorabele staat van de burgerprivacy, milieu en klimaat, maatschappelijke tweedeling, vertrutting in de ruimtelijke ordening, enzovoorts schreeuwen daar niet alleen om, maar maken ook dat veel meer mensen die beweging heel hard nodig hebben dan zich er nu mee wensen in te laten, en wel om de redenen hierboven aangekaart. Het besef dat die beweging of scene in veel opzichten dogmatischer en minder flexibel is dan de 'buitenmaatschappij', dat gedrags- en uniformiteitsdwang (kleding, gedrag, 'pakket'meningen) universeel zijn, eigenbelang van sommigen regeert en niet ter discussie gesteld mag worden, geschraagd door een grote-bekkencultuur, en vooral dat deformatie ten aanzien van geweld een gegeven is, vooral, houdt 'oude' en 'nieuwe' mensen er van weg. PleisterplaatsenTerwijl er weinig tot geen alternatief voor wegblijvers is, omdat de ruimte daarvoor, letterlijk, ingenomen en ingevuld is. Dát mag de scene zich primair realiseren. Dat hun pleisterplaatsen (en het gedogen van status aparte daarvan) ontleend is aan meer dan eigen inzet en volharding. De pleisterplaatsen zijn ontleend aan de inzet en de geschiedenis van velen, ook de (semi-)afhakers, waarvan velen zich nog steeds op andere wijze inzetten voor waar de beweging voor staat of zou moeten staan. En dus alleen gecontinueerd kan worden door representatief én toegankelijk te blijven voor die veel grotere groep. Anders verworden die pleisterplaatsen met hun privileges tot niet meer dan clubhuizen voor een willekeurige coterie van overblijvers, niets anders dan Hells Angels honken of woonwagenkampen, en door de buitenwereld ook zo gezien, maar dan met een rap slijtend suikerlaagje van politieke rechtvaardiging. Geweldsdeformatie is een ernstig probleem binnen veel 'afgesloten' maatschappelijke segmenten, niet in de laatste plaats intern geweld, waarbij het bijkomende probleem is dat klokkenluiders altijd verraders ten opzichte van de boze buitenwereld zijn, maar vooral in de autonome scene waar velen ook door jarenlange externe geweldsbeleving (en dreiging) losgezongen zijn van de normaliteit ten opzichte van geweld en (secundaire) wapens. VerantwoordelijkheidAutonomie en solidariteit vallen of staan met het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid. Niet alleen is het persoonlijke politiek, ook de politiek kan persoonlijk zijn. Verantwoordelijkheid kan alleen maar door een groep gedragen worden wanneer opgebouwd uit ieders persoonlijke verantwoordelijkheid, en niet een vervanging is daarvoor. Dat betekent dat eenieder ook instaat voor fouten en schade, hoe onbedoeld ook. Want moedwilligheid is geen voorwaarde voor daderschap. Dus wanneer iemand op een bepaald ogenblik tot dader verwordt, en een ander permanent beschadigd blijkt door diens handelen, dient hij of zij zich te realiseren dat het zijn verantwoordelijkheid is om alles te doen wat in zijn vermogen ligt om die schade te ondervangen en te minimaliseren voor het slachtoffer. In een functionerende autonome groep zou dit de primaire maatschappelijke taak van een dader moeten zijn, ook al gaat dit ten koste van eigen toekomstbeelden of idealen, groot of klein. Zoals die het slachtoffer ook in dat ene onfortuinlijke moment afgenomen zijn. Het slachtoffer dient op dezelfde wijze een eventueel eigen aandeel daar tegenover te zetten, of te bedenken of hij of zij zelf op zeker moment dader had kunnen zijn.
Aldus er samen uitkomend, kunnen dader en slachtoffer zich richten op het gezamenlijk te realiseren doel, namelijk praktische oplossingen van de schade, en met elkaar en het gebeuren in het reine komen. En hopelijk uiteindelijk weer van elkaar af te komen. Pas wanneer het slachtoffer deze mogelijkheid wordt geboden en het op kan brengen om de dader van zijn taak te ontheffen, is de schuld vereffend. Daders die niet tot deze persoonlijke verantwoordelijkheid komen of te bewegen zijn, en deze schouderophalend afschudden met zwijgen en jijbakken, verloochenen de enige weg tot werkelijke autonomie en solidariteit en verdienen het niet om in bescherming genomen te worden. ZigeunerwetDeze aanpak van geweld, zonder tussenkomst van politie en justitie, fungeert al honderden jaren als centraal ankerpunt in een wereldwijde gemeenschap, de Roma en Sinti, oftewel zigeuners. Er bevinden zich geen politieagenten en rechters in de Divano (vergadering) onder de Roma. Zelfs de Shero Rom, de stamoudste is slechts toehoorder hierin. Het voornaamste principe in de 'zigeunerwet', iets dat het liefst als vermijdbaar gezien wordt, is het verklaren van iemand als 'marimé' (bezoedeld, onrein). De ergste vorm van marimé is uitsluiting: De persoon wordt verbannen, waarbij hij niet alleen geen deel van zijn kumpania (groep zigeuners –red.) meer uitmaakt, maar als zigeuner overal 'dood' verklaard is. Hij bestaat eenvoudigweg niet meer. Iedereen begrijpt dat een dergelijke maatregel zoveel mogelijk vermeden moet worden. Om die reden lossen de Roma het liever anders op. Een voorbeeld: door een gevecht kan een van de twee kemphanen niet lopen. Wil hij ergens heen, zal de dader hem moeten dragen. Kan hij niet werken of scharrelen, zal de dader de familie moeten voorzien van geld en eten. Het gebeuren wordt zo, zonder verdere waardeoordelen, teruggebracht tot iets praktisch. De uitkomst, de schade, wordt zo gedeeld, en de dader, zo lang als het duurt, net zo gehinderd in zijn plannen, bezigheden en activiteiten als het slachtoffer. In plaats van dat, zoals in onze cultuur gebruikelijk is, dader en slachtoffer op een artificiële manier uit elkaar gehouden worden (waarbij het slachtoffer zich blijft afvragen of de dader spijt heeft, en de dader misschien gestraft, maar nooit daadwerkelijk met de dagelijkse gevolgen van zijn handelen geconfronteerd), zijn dader en slachtoffer binnen zigeunerstammen min of meer aan elkaar vastgebonden. JertimosBinnen dit principe zijn allerlei varianten mogelijk. Hoe beter de dader zijn best doet in het ter wille zijn van het slachtoffer, hoe sneller hij er weer van af zal zijn. Ook het slachtoffer heeft geen belang een en ander langer te laten duren dan nodig is: Die wil op een gegeven moment ook verder, en van de verbinding met de dader af. Bovendien wordt redelijkheid, het vermogen los te laten, of in te zien dat men in elkaars schoenen had kunnen staan, toegejuicht vanuit de gemeenschap. Aan het eind van de rit hoeven beiden geen vriendjes te zijn, maar soms is retributie werkelijk reconciliatie geworden, En de groep blijft, leunend op een goede uitkomst, maar loslatend als 'genoeg genoeg is' ongespleten. En dat wordt vervolgens groots gevierd, op beider kosten, met speciale liederen: Jertimos. Ik wens de actiebeweging Jertimos toe.
hghg
|