Netsjajev
was de schrijver van Catechismus van een revolutionair, een boekwerkje
dat eist van de revolutionair dat hij dag en nacht maar met één ding bezig
is: de permanente strijd tegen het onrecht, de vernietiging van de bestaande
orde. Liet de moordenaar van Louis Sévèke zich door deze man inspireren?
door
Bert van Wakeren
Ik
ben gek op geschreven teksten, verslind met graagte autobiografisch werk,
het liefst nog brievenboeken. Rommelmarkten struin ik er voor af, kruip
desnoods door duistere krochten. Op die manier kwam ik onlangs in bezit
van de correspondentie van een hotemetoot uit de actiebeweging.
Hij
schreef in een laatste brief: 'En mocht je de realiteit nog een beetje
volgen dan kun je zien, horen en lezen dat niet iedereen is afgehaakt
in de negatieve zin van het woord. En weet dat deze brief geschreven is
terwijl er nog steeds mensen zijn die zich actief verzetten tegen het
onrecht. Slaap verder.'
De
geadresseerde was iemand die ietwat van de beweging af was gaan staan,
en dat gaat blijkbaar zomaar niet. Deze had bondig gereageerd met: 'Het
is bij dit gedeelte dat ik wel degelijk afhaak, omdat je houding doorspekt
is van een moraliteit van "kijk mij eens goed zijn". Alsof er
niet talloze plekken zijn van waaruit tegen onrecht wordt gestreden, alsof
jouw plek de enige goede zou zijn. De wereld is, gelukkig, groter. Jouw
moraliteit, met haar enge en blikvernauwende kanten en daaruit voortvloeiende
gevaren, roept om een stevige therapie. Dus laten we maar in het midden
laten wie er nu slaapt of niet. Ten slotte bestaat er geen superieure
positie bij het verzetten tegen onrecht, de enige goede. De radicaal-linkse
beweging, van communistisch tot anarchistisch, heeft ook met haar claim
op het Juiste Inzicht een lange traditie: van zuiveringen tot en met rivieren
van bloed. En juist dat is het enge aan deze grondhouding!'
Het
Rechte Pad, of de superioriteit van het eigen gelijk, die feitelijk hand
in hand gaat met onverdraagzaamheid - daar is op zich niets nieuw aan.
Al in 1844 schreef Proudhon in een brief aan Karl Marx, nadat deze hem
allerlei ideologische avances had gemaakt: 'Laat ons toch niet, omdat
we aan het hoofd van een beweging staan, ons zelf tot de voormannen maken
van een nieuwe onverdraagzaamheid. Laten wij ons toch ook niet gedragen
als de apostelen van een nieuwe religie, ook al zou die religie dan de
religie van de logica en het verstand zijn.'
Marx
was niet gediend van dit antwoord - je zou zelfs kunnen zeggen dat hij
een ideologisch blauwtje had gelopen bij de grote Franse anarchist - en
verketterde daarop de kritische geest.
De
gevolgen van die vermeende Juiste Weg zijn nog wel het mooist beschreven
in Boze Geesten (ook wel Demonen getiteld) van Dostojewski
uit 1872, die uit eigen ervaring sprak, had het zelf allemaal van dichtbij
meegemaakt. In de roerige jaren rond 1848, toen
overal in Europa opstanden uitbraken, behoorde Dostojewski tot een kring
van revolutionaire samenzweerders in Sint-Petersburg. Hij werd opgepakt
en ter dood veroordeeld maar kreeg op het allerlaatste moment gratie.
Het vuurpeloton veranderde in een jarenlange dwangarbeid in Siberië.
Eenmaal
terug in Sint-Petersburg kwam hij opnieuw in contact met de beweging,
waarin inmiddels Bakoenin
een grote rol speelde. Zo kende hij Bakoenins woorden: 'De hartstocht
van de vernietiging is een scheppende hartstocht'. Deze vooraanstaande
anarchist had in vele vlammende pagina's, gewijd aan de revolutie van
1848, hartstochtelijk de vreugde van de vernietiging bezongen als 'een
feest zonder begin of eind.'
In
Boze Geesten is een hoofdrol weggelegd voor Werchowenski, gemodelleerd
naar Sergey Netsjajev, een maatje van Bakoenin. Dostojewski bestempelde
hun verhouding als: wie Bakoenins zaait, zal Netsjajevs oogsten. Sergey
Netsjajev was de schrijver van Catechismus van een revolutionair,
een boekwerkje dat eist van de revolutionair dat hij dag en nacht maar
met één ding bezig is: de permanente strijd tegen het onrecht, de vernietiging
van de bestaande orde. Daartoe zijn alle middelen geoorloofd: list, bedrog,
verraad, geweld, en uiteindelijk ook moord.
Consequent
als hij is, vermoordt Netsjajev met een gericht pistoolschot van dichtbij
een kameraad die zijn politieke integriteit in twijfel trekt. Netsjajev
wordt er uiteindelijk voor opgepakt en verdwijnt na een gevangenisstraf
van twaalf jaar in een tuchthuis. Daar schrijft hij een aantal politieke
traktaten, twee romans en een autobiografie.
In
de autobiografie komt hij terug op de structuur van de beweging, de zogeheten
cellenstructuur: 'cellen' van vier, vijf, maximaal tien personen. Hij
verzint daarvoor de meest fantastische namen: 'Russische Afdeling van
de Wereldwijde Revolutionaire Alliantie', 'Het Genootschap van de Bijl',
'Verbond van de Wraak van het Volk', 'Bureau van Buitenlandse Agenten
van het Russische Revolutionaire Verbond van de Wraak van het Volk', 'Volkswraak'.
Met
deze namen ondertekent hij de stortvloed aan verklaringen die hij over
Rusland uitstrooit. De meeste van deze 'cellen' hebben slechts één lid:
Netsjajev. Aan creativiteit heeft het nooit ontbroken in de beweging.
Netsjajevs
Catechismus
is in de jaren '80 van de vorige eeuw nog als roofdruk verschenen. In
menig linkse boekwinkel kwam het prominent in de kast naast andere, recent
uitgebrachte handleidingen voor bankovervallen, aanslagen en dergelijk
revolutionair geweld. Of Boze Geesten, een boek dat doorgaat als
een van de beste literaire beschrijvingen van de destructieve gevolgen
van fanatiek geweld, daar als waarschuwing naast stond, wens ik te betwijfelen.
Slechts literatuur tenslotte.
Uit
Boze Geesten blijkt dat deze revolutionairen vreselijk eenzaam
zijn, overhoop liggen met de hele wereld, zich laten leiden door de meest
waanzinnige complottheorieën en een verzengend wantrouwen koesteren tegenover
alles en iedereen. Ressentiment is hun leidraad: het gevoel dat de wereld
hun onrecht aandoet, hun fantastische inzichten negeert, eigenlijk hun
bestaan gewoon ontkent.
Dat
leidt tot een flinke dosis wraakzucht, de drang om dat onrecht te vergelden,
om eindelijk te laten zien wie ze zijn en de wereld te straffen voor haar
onrechtvaardigheid jegens hen. En ook dat er zoiets als een gerechtvaardigde
moord bestaat.
Die
bestaat echter niet! Niet op Van Gogh, en ook niet op Fortuyn. Na de moord
op Fortuyn waren het niet alleen Marokkaanse jongetjes die juichend rondsprongen;
ook menigeen in de beweging kon vreugdekreten niet onderdrukken. Dat maakt
de moord op Louis Sévèke misschien nog wel schokkender, en het zou ook
op zijn minst tot meer nadenkendheid moeten leiden.
Voor
velen in de twintigste eeuw is Netsjajev inspirerend geweest: De meester
van Petersburg van de Zuidafrikaanse Nobelprijswinnaar Coetzee, Netsjajev
is terug van de Spaanse grootheid Semprun en Camus' toneelbewerking
van Boze Geesten zijn slechts een aantal bekende voorbeelden. Maar
ook Andreas
Baader van de RAF liet zich door hem inspireren. 'Wij prediken de
verwoesting', schreef Netsjajev Bakoenin na. Baader verbasterde het tot:
'Macht kaputt was euch kaputt macht', 'Vernietig wat jullie vernietigt.'
In
de verklaring
na de aanslag op Basf in 1996, een aanslag die volgens eigen zeggen op
conto komt van de zelfverklaarde moordenaar van Louis Sévèke, staat letterlijk:
'De boodschap voor hun is dus duidelijk: we pakken jullie terug, waar
en wanneer we willen.' Het lijkt er dus op dat Dostojewki's woorden: wie
Bakoenins zaait, zal Netsjajevs oogsten, nu een vervolg heeft gekregen
met: wie Netsjajevs of Baaders zaait, zal Volkerts en Marcellen oogsten.