PARIJS,
2 februari 2007 (IPS) - Wetenschappers die kritiek formuleren op het vandaag
verschenen rapport van het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering
(IPCC) kunnen rekenen op een beloning van 10.000 dollar van het American
Enterprise Institute (AEI). Het AEI wordt grotendeels gefinancierd door
ExxonMobil.
De
mens is 'zeer waarschijnlijk' de veroorzaker van de opwarming van de aarde.
Dat staat in het nieuwe klimaatrapport van de Verenigde Naties, dat vrijdag
in Parijs is gepresenteerd. In het vorige rapport, uit 2001, was de formulering
nog 'waarschijnlijk'. De vierde editie van het IPCC-rapport geldt als
de wetenschappelijke basistekst voor verdere discussies over het klimaat.
Het
is de vrucht van zes jaar onderzoekswerk door 600 wetenschappers uit verschillende
disciplines in een veertigtal landen. Voor de publicatie werd het rapport
twee keer onder de loep genomen door 630 recensenten en in de voorbije
week werd het nog eens regel per regel doorgenomen in het bijzijn van
vertegenwoordigers van 113 regeringen.
In
zijn brief aan de wetenschappers schrijft het AEI niettemin dat het IPCC
'ongevoelig is voor redelijke kritiek en afwijkende meningen'. Het noemt
de conclusies van het rapport 'summier en onvoldoende gesteund door analyse'
en doet een oproep voor artikels die 'de beperkingen van klimaatmodellen
op doordachte wijze onderzoeken'. In ruil biedt het AEI een vergoeding
en een tussenkomst in de reiskosten aan.
Het
AEI ontving meer dan 1,6 miljoen dollar van Exxon Mobil, meldt The
Guardian, en meer dan twintig
mensen die er werken, waren ooit consultant voor de regering Bush. Een
gewezen topman van de oliereus, Lee Raymond, is vice-voorzitter van de
raad van bestuur van de denktank.
De
brieven werden verstuurd door Kenneth Green, een academicus die als 'klimaatspecialist'
aan het instituut verbonden is. Volgens Green is het de bedoeling wetenschappers
te vinden die de sterke en zwakke kanten van het IPCC-rapport willen analyseren.
Hij noemt het huidige debat 'gepolariseerd' en 'niet nuttig voor een intelligent
beleid'.
Bij
het vierde IPCC-rapport werden nieuwe en meer geavanceerde meettechnieken
en klimaatmodellen gebruikt dan bij het derde, dat dateert uit 2006. Afhankelijk
van hoe ons energiegebruik zich ontwikkelt, verwachten de wetenschappers
tegen 2100 een gemiddelde temperatuurstijging van 1,8 tot 4°C. In het
meest optimistische scenario is er een variatie mogelijk tussen 1.1 en
2.9°C, in het meest pessimistische tussen 2.4 en 6.4°C. Een temperatuurstijging
van minder dan 1,5 graad wordt 'extreem onwaarschijnlijk' genoemd.
Het
rapport
is ook explicieter in het toeschrijven van de klimaatveranderingen aan
menselijk oorzaken. 'De meeste gemiddelde temperatuurstijgingen in de
tweede helft van de twintigste eeuw zijn hoogstwaarschijnlijk te wijten
aan de waargenomen stijging van concentraties door mensen geproduceerde
broeikasgassen', zo meldt het rapport. Hoogstwaarschijnlijk betekent in
dit geval 'meer dan 90 procent kans'.
De
wetenschappers stellen ook vast dat de smeltende ijsmassa’s van de Zuidpool
en Groenland de verwachte stijging van de zeespiegel tussen 1993 en 2003
hoger hebben doen uitvallen. Het IPCC heeft de smeltende ijsmassa's echter
nog niet helemaal in haar voorspellingen geïntegreerd, omdat 'de basis
in de gepubliceerde wetenschappelijke literatuur ontbreekt' en omdat het
smeltproces in de toekomst 'kan toenemen of afnemen'.