LONDEN,
30 december 2007 - Er gaat steeds meer aandacht naar een gezonde voeding.
Voor de productie worden echter steeds meer dierproeven uitgevoerd. Dat
blijkt uit cijfers van het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken.
De
cijfers van het ministerie geven aan dat er in 2006 welgeteld 4.038 proeven
op dieren werden gedaan, tegenover 862 het jaar daarvoor, en dat allemaal
om voedingssupplementen of alternatieven voor suiker te ontwikkelen. Volgens
de Sunday
Times een stijging van maar liefst 300 procent in een jaar.
In
veel gevallen gaat het om proeven die pijnlijk zijn, waarbij verwondingen
worden toegebracht aan de proefdieren of waarin die uiteindelijk worden
gedood, om zo de effecten van de voedingsmiddelen te kunnen nagaan. Zo
werd bij een test aan de universiteit van Glasgow aan knaagdieren frambozensap
toegediend, waarop de dieren werden gedood zodat kon worden gezien waar
dat sap in de hersenen, lever en nieren was opgeslagen.
Bij
een ander experiment, in een Londens ziekenhuis, werden ratten gedwongen
vissupplementen te eten. En in Aberdeen kregen ratten twee weken lang
rauwe, heel even gekookte kool te eten. Ook die proefdieren werden gedood
om te zien wat dit dieet had gedaan met de lever.
Naast
knaagdieren werden ook honden en konijnen gebruikt om producten en voedingswaren
uit te testen die de mens gezond(er) zouden moeten maken. Zo kregen in
Amerika levende konijnen een extract van groene thee in de ogen gespoten.
Want groene thee wordt zoals bekend verondersteld heel goed te zijn voor
de gezondheid van de mens.
Michelle
Thew, de directrice van de Britse antivivisectiebond, noemt de toename
van het testen van voedsel op dieren om lucratieve 'supervoeding' te ontwikkelen
"een verborgen schandaal." De consument zou zich niet bewust
zijn van het dierenleed dat hierdoor wordt veroorzaakt. Veel van de dierproeven
zijn overbodig, of kunnen met mensen worden verricht.