Rechercheurs
voeren in beslag genomen materiaal van Ravage af
AMSTERDAM,
4december 2007 - Volgens het Amsterdamse gerechtshof hebben politie en
justitie in 1996 voor het overgrote deel correct gehandeld met de huiszoeking
bij het actieblad Ravage. Het hof acht de huiszoeking gedeeltelijk
in strijd met de vrijheid van meningsuiting en informatievergaring, waarvan
bronbescherming een belangrijk aspect is. De gevraagde schadevergoeding
is afgewezen. Ravageoverweegt
tegen de uitspraak in cassatie te gaan.
Een
Arnhems rechercheteam viel op 3 mei 1996 binnen op de redactie van Ravage
in Amsterdam. Het openbaar ministerie en de politie zochten een in het
blad gepubliceerde claimbrief van de radicale milieuorganisatie Earth
Liberation Front. Daarin werd de bomaanslag op een kantoor van chemieconcern
BASF in Arnhem opgeëist. De redactie van Ravage had de claimbrief
na verwerking vernietigd om de bron te beschermen.
Bij
de huiszoeking bleek dat de belangstelling van het Arnhemse rechercheteam
niet enkel uitging naar de claimbrief. Tevens werden onder meer de computers,
abonneegegevens en schrijfsels van contactpersonen en redacteuren meegenomen.
Hierop startte Ravage een proces tegen de Staat der Nederlanden.
Volgens Ravage heeft de staat inbreuk gemaakt op de vrijheid van
meningsuiting, en beroept zich op journalistieke bronbescherming.
Volgens
het hof in Amsterdam bij uitspraak van 29 november jl. heeft de huiszoeking
deels rechtmatig plaatsgevonden. Omdat er in 1995/1996 in een kort tijdsbestek
drie bomaanslagen hadden plaatsgevonden in Arnhem en Nijmegen, waarvan
de daders nimmer bekend zijn geworden, acht het hof de zoektocht naar
de claimbrief van belang in het kader van 'an overriding requirement in
the public interest', het criterium dat door het mensenrechtenhof in Straatsburg
wordt gehanteerd. Volgens het hof kon niet worden uitgesloten dat er nieuwe
aanslagen zouden volgen.
Met
betrekking tot het zoeken naar 'mogelijke relaties tussen de organisatie
die de aanslag had opgeëist en Ravage' stelt het hof dat de staat
"noch duidelijk heeft gemaakt op grond waarvan die relaties onderwerp
van onderzoek waren noch stellingen heeft ontwikkeld die tot de conclusie
kunnen leiden dat er niet een voor de stichting minder bezwaarlijke manier
(dan een huiszoeking) was om ten aanzien van die (mogelijke) relaties
iets (of: meer?) te weten te komen. Kortom: aan meerbedoelde eisen is
hier niet voldaan."
De
op de met betrekking tot de huiszoeking opgemaakte 'lijst van stukken
van overtuiging' bevat volgens het hof onmiskenbaar "stukken die
zien op een ander oogmerk dan (slechts) het achterhalen van (de afzender
van) de claimbrief." Zo valt zonder toelichting niet in te zien waarom
door nieuwe abonnees ingevulde aanmeldingsbonnen zijn meegenomen. "In
zoverre dient de huiszoeking dan ook als een schending van artikel 10
EVRM te worden aangemerkt", aldus het hof.
De
Hoge Raad oordeelde na twee uitspraken van respectievelijk de rechtbank
en het hof in Den Haag, die erop neerkwamen dat aan Ravage geen
bronbescherming toekwam, in 2005 dat het blad tóch het recht had zijn
bron te beschermen. Bovendien vindt het hoogste rechtscollege dat de Staat
had moeten toelichten waarom de inval noodzakelijk was. De Hoge Raad heeft
de zaak vervolgens door verwezen naar het gerechtshof in Amsterdam.
Lees
meer over de huiszoeking uit 1996 in de extra
editie van Ravage
die daags na het gebeuren verscheen.