www.ravagedigitaal.org

Print deze
pagina

Open Brief aan H.M.
Koningin Beatrix

16 oktober 2007


Majesteit,

Uw tweede staatsbezoek aan India zal u, naast de continuďteit van een veelkleurig land, ongetwijfeld een blik gunnen op de aanzienlijke veranderingen die India sinds uw laatste bezoek in 1986 heeft doorgemaakt. India heeft een enorme economische dynamiek ontwikkeld, neemt een steeds belangrijker plaats in de wereldpolitiek in en er is een middenklasse van een kwart miljard mensen ontstaan die van een toenemende welvaart geniet.

Ook op sociaal gebied heeft India vooruitgang geboekt door bijvoorbeeld meer bevoegdheden voor lokaal bestuur, investeringen in onderwijs en een omvangrijk werkgelegenheidsprogramma dat elk gezin honderd werkdagen per jaar garandeert. India is een democratie en het kent tal van actieve en soms invloedrijke sociale bewegingen op het gebied van onder meer milieu, vrouwenrechten en de strijd tegen kinderarbeid en discriminatie.

Toch is het beeld van India als land waar het in alle opzichten de goede kant opgaat helaas niet juist. Nog steeds is in India bijna de helft van de kinderen onder de drie jaar ondervoed en leeft de grote meerderheid van de bevolking in grote armoede. Bij een recente BBC opinieonderzoek onder de Indiase bevolking zei 45 procent dat India's economische groei van de afgelopen tien jaar hun gezinssituatie niet heeft verbeterd. Eveneens 45 procent vond van wel.

Ook de laatste Beleidsnotitie India van de Nederlandse regering noemt de toenemende kloof tussen arm en rijk. Dat India zijn grote armoedeprobleem nog niet heeft opgelost is, gezien de enorme omvang, begrijpelijk. Wat veel meer zorgen baart is dat 500 miljoen armen geen of weinig verbetering zien. Onder hen zijn veel Dalits ('kastelozen') en Adivasi ('tribalen') – samen een kwart van de bevolking van ruim een miljard. De aanzienlijke lacunes in het functioneren van bestuur en rechtsstaat en de gebrekkige handhaving van tal van mensenrechten speelt daarbij een grote rol.

Uw komende staatsbezoek aan India is voor de Landelijke India Werkgroep aanleiding om u te wijzen op een aantal cruciale kwesties die niet op de agenda van uw het bezoek mogen ontbreken.

Allereerst willen wij uw aandacht vragen voor de ruim 160 miljoen Indiase Dalits ('kastelozen') waarvan het merendeel het slachtoffer is van systematische discriminatie, vernedering en uitbuiting. De Indiase Grondwet, diverse wetten en speciale overheidsprogramma’s voor Dalits lijken te duiden op een actief antidiscriminatiebeleid.

Toch maakt een scala aan rapporten, vooral van Indiase origine maar ook recente publicaties als
Hidden Apartheid van Human Rights Watch en
Making Things Worse
van het Dalit Netwerk Nederland over discriminatie van Dalits in de hulpverlening na de tsunami, duidelijk dat de Indiase staat ernstig tekortschiet bij het beschermen van de rechten van de zogenoemde 'onaanraakbaren'.

In maart van dit jaar concludeerde de VN Commissie voor Uitbanning van Rassendiscriminatie - na toelichting door India van haar verplichte rapportage aan de Commissie - dat de 'de facto segregatie van Dalits voortduurt' en er sprake is van veelvuldig onbestraft geweld tegen hen. De VN-Commissie verzocht India dringend om al volgend jaar te rapporteren over vervolging van de daders én rehabilitatie van slachtoffers van geweld tegen Dalits, waaronder veelvuldig seksueel geweld tegen Dalit vrouwen.

De vorige Nederlandse mensenrechtenambassadeur Piet de Klerk noemde kastendiscriminatie "een internationaal mensenrechtenprobleem" en ook de Nederlandse regering heeft er haar zorg over uit gesproken. Daarom is er alle aanleiding om deze Nederlandse zorg zowel in officiële gesprekken als in de gesprekken met het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kenbaar te maken. Nederlandse bedrijven kunnen aansluiten bij de intentie van de Indiase regering om achtergestelde groepen als Dalits, Adivasi en vrouwen meer kansen te geven in het bedrijfsleven.

Kinderarbeid en gebrekkig of ontbrekend onderwijs voor grote groepen kinderen in India is een tweede thema dat op de agenda van het staatsbezoek hoort te staan. Behoorlijk onderwijs is een voorwaarde voor volwaardig burgerschap. Alle fracties in de Tweede Kamer hebben onlangs kenbaar gemaakt dat het onderwerp aan de orde gesteld moet worden tijdens het komende staatsbezoek. In het bijzonder verwees de Kamer naar recente rapporten van de LIW waaruit bleek dat ruim 400.000 kinderen in India gevaarlijke en aan slavernij grenzende arbeid verrichten voor onze katoenproducten.

Dit is echter slechts een deel van het enorme kinderarbeidsprobleem waar India mee worstelt: volgens de Volkstelling uit 2001 zijn er 13 miljoen werkende kinderen, maar schattingen van maatschappelijke organisaties lopen op tot 100 miljoen. Volgens dezelfde Volkstelling gaan 87 miljoen kinderen niet naar school. De meeste van hen zijn wel ingeschreven maar verdwijnen na enkele jaren van school, komen onregelmatig en worden vervolgens veel te jong opgeslokt door een 'arbeidsmarkt zonder scrupules'.

Oorzaken zijn onder meer: slecht functionerend onderwijs, discriminatie van bijvoorbeeld Dalit en Adivasi kinderen, een onbegrijpelijke schoolbureaucratie voor analfabete ouders, actieve werving door werkgevers van (goedkope) kinderen in plaats van hun ouders, een veelal onverschillige middenklasse die ándermans kinderen voor zich laat werken en een lakse uitvoering van wetten. Toch laten Indiase organisaties ook zien dat het met een goede aanpak mogelijk is om honderdduizenden kinderen van arme ouders in het dagonderwijs te krijgen en hen daardoor een betere toekomst te bieden.

India behoort tot de kleine minderheid van landen die beide Conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) tegen kinderarbeid niet heeft geratificeerd. Ook is het in 2002 in de Grondwet vastgelegde recht op onderwijs nog steeds niet bij wet geregeld. Deze maand schrijven Indiase kranten veel over het vorig jaar oktober afgekondigde verbod op huishoudelijk werk en werk in hotels en horeca door kinderen. De conclusie is dat er nog zeer weinig daadwerkelijk is verbeterd.

Gesteund door de vragen van de Tweede Kamer roept de Landelijke India Werkgroep, die deel uitmaakt van de Europese campagne 'Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats', dan ook op om in alle gesprekken in India het onderwerp kinderarbeid een prominente plaats te geven. Zowel met vragen daarover aan de Indiase overheid als aan het Indiase en Nederlandse bedrijfsleven.

Een derde belangrijke kwestie is de positie van de 423 miljoen werkenden - ruim negen van de tien werkende Indiërs - die het zonder noemenswaardige bescherming van arbeidswetten of sociale zekerheid moeten stellen. Het gaat daarbij vooral om loonarbeiders, landarbeiders (beide meestal zonder contract) en kleine zelfstandigen. Microfinanciering is voor sommigen een middel om een eigen bestaan op te bouwen maar zeker geen wondermiddel.

Landarbeiders en werkers in kleine bedrijfjes verdienen gemiddeld 50 cent tot een euro per dag, bijna altijd (veel) minder dan het officiële minimumloon. Vrouwen krijgen voor hetzelfde werk 30% minder dan mannen. Dalits en Adivasi zijn fors oververtegenwoordigd in het slechtst betaalde en meest mensonwaardige werk. De miljoenen vuil-, lijken- en poepruimers zijn bijna uitsluitend Dalits.

De positie van deze 'rechteloze arbeiders' is direct verbonden met de uitbestedingsketen van Nederlandse bedrijven. Ketenverantwoordelijkheid is een centraal thema in de Nederlandse en internationale discussie over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Verantwoord ondernemen door Nederlandse bedrijven in India moet dus vooral betekenen: zorgen dat de werknemers 'in de keten' recht krijgen op menswaardig werk.

Bijgevolg: een loon waarvan je minstens kunt (over)leven, geen discriminatie van vrouwen of Dalits, de vrijheid om je aan te sluiten bij een vakbond, geen dwangarbeid én een arbeidscontract. Sommige bedrijven zijn daar al mee bezig maar ketenverantwoordelijkheid door Nederlandse bedrijven is nog niet vanzelfsprekend.

Uw bezoek aan India kan er in belangrijke mate aan bijdragen dat Nederlandse bedrijven de rechten van de werknemers in de keten serieus nemen én dat aan de Indiase kant overheden en bedrijven weten dat de Nederlandse burger en consument grote waarde hecht aan eerlijke producten uit India.

Tenslotte vragen we uw aandacht voor de positie van de Landelijke India Werkgroep zelf. Al meer dan 25 jaar zetten wij ons in voor de (kans)armen in India: via voorlichting, onderzoek, campagnes en beleidsbeďnvloeding. Wij doen dat natuurlijk samen met Indiase organisaties en een groot aantal Nederlandse en internationale ontwikkelings-, mensenrechten-, fair trade en vakbondsorganisaties.

Sinds vier jaar wordt medewerkers van de LIW echter een visum geweigerd. Tot nu toe is het ons, en de Nederlandse regering, niet gelukt om de Indiase regering tot een andere opstelling te bewegen. Overigens zijn wij niet de enigen die problemen hebben met het krijgen van een visum voor India vanwege blijkbaar 'onacceptabele kritiek'. Wij vinden dat voor een democratische regering met een onafhankelijke kritische pers en een breed en actief 'maatschappelijk middenveld' als de Indiase moeilijk te begrijpen.

Ook werden wij, de Schone Kleren Kampagne en onze providers Antenna en XS4ALL in mei jl. opgeroepen voor de lokale rechtbank in Bangalore te verschijnen vanwege een smaadklacht door het bedrijf Fibre and Fabrics International (FFI) in Bangalore. Steen des aanstoots zijn publicaties over arbeidsomstandigheden in hun bedrijven op basis van informatie van Indiase organisaties.

Eerst kregen deze lokale organisaties in juni 2006 door de Indiase rechter een spreekverbod opgelegd. Nu worden wij gedaagd. Mocht deze aanpak vanuit de Indiase overheid en het bedrijf FFI doorzetten dan wordt het voor het grote aantal Nederlandse maatschappelijke organisaties dat in India actief is steeds moeilijker om hun werk als human rights defenders voort te zetten. Maar ook op MVO gebied actieve Nederlandse bedrijven lopen risico op 'opportunistische smaadklachten'.

Dat achten wij onaanvaardbaar in de relatie met een bevriend land als India. Alle reden om dit probleem tijdens het komende staatsbezoek nadrukkelijk aan de orde te stellen.


Met de meeste hoogachting,


Gerard J.B. Oonk
Directeur
Landelijke India Werkgroep

 

 

 

Terug naar Multi's en koningin op uitbuitingspad in India