| 1ddRavagedigitaal
07-11-07 d |
|
|
|
Van 7 t/m 11 november presenteert filmhuis Rialto in Amsterdam een overzicht van de recente Zuid-Afrikaanse cinema. Cinema South Africa bevat een verzameling van korte films, speelfilms en televisieproducties. Het betreft films die gemaakt zijn sinds 1994, het jaar waarin de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika plaatsvonden. Het is onvermijdelijk dat de pijnlijke geschiedenis van de apartheid vaak opduikt in de producties. Terwijl er hoe dan ook een nieuw Zuid-Afrika ontstaat, tal van ingrijpende veranderingen brengen ongetwijfeld pijnlijke groeistuipen teweeg. Er zijn allerlei knagende onzekerheden zoals het feit dat de zwarten wel de politieke macht hebben, maar de witte minderheid nog steeds financieel het heft in handen heeft. De ongelijke verdeling van de rijkdom blijft een groot probleem, ondanks een groeiende zwarte middenklasse, de omvangrijke townships zuchten onverminderd onder de armoede en de alledaagse criminaliteit. Nochtans is de opbouw van dat nieuwe Zuid-Afrika een pijnlijk en moeizaam proces. Conversations On A Sunday Afternoon van Khalo Matabane vormt een fraaie illustratie van dat onzekere Zuid-Afrika. De film tekent doormiddel van interviews met immigranten uit naburige Afrikaanse landen een opvallend portret van deze snel veranderende en multiculturele samenleving. Op de vlucht voor het geweld en oorlog in hun landen proberen deze vluchtelingen een bestaan op te bouwen in hun nieuwe vaderland. Uit de gesprekken met deze mensen blijkt dat zij te maken hebben met discriminatie. De plaatselijke bevolking ziet de immigratiegolf met lede ogen aan, ook in andere films klinkt de angst door dat die nieuwelingen banen afpakken. Terwijl de laatste aflevering van de populaire televisieserie Yizo Yizo eindigt met de pakkende kreet: Wij zijn allemaal Afrikanen, het dagelijkse leven is blijkbaar weerbarstiger. Conversations is op een speelse wijze vormgegeven, de interviewer is voortdurend in beeld, en durft uitdagende vragen te stellen. Een evenzeer onthullende visie op het hedendaagse Zuid-Afrika wordt uitgedragen door de documentaires Men of Gold en Night Sweepers van regisseur Vincent Moloi, beide films spelen zich hoofdzakelijk af op de straten van Johannesburg. In Streets of Gold concentreert hij zich op een aantal witte mannen die zich in leven houden met bedelen en het verkopen van nep sieraden. Dat is een hard leven met veel vernederende kanten.
Na een lange werkdag hebben ze nog net genoeg geld voor een smoezelige kamer, en roken voor het slapen gaan nog wat crack. Zoals een van de mannen het zegt, hebben ze het beter dan vele anderen die op straat moeten slapen, onder de bescherming van een stuk karton. De mannen zijn in feite een zucht verwijderd van een dergelijk leven in de goot. Hun tergende bitterheid is evident, omdat ze het voor de afschaffing van de apartheid beter hadden, om daarna uitgerangeerd aan de onderkant van de samenleving te belanden Een van de geportretteerde mannen in de documentaire verdween tijdens de opnamen, misschien overleden door een overdosis of neer gestoken. Want geweld heerst onverbiddelijk op de straten van Johannesburg. Dat blijkt ook uit Night Sweepers, waarin zwarte vrouwen worden getoond die de nachtelijke straten van de stad, van een onbeschrijfelijke hoeveelheid afval afhelpen. Dat vegen is een gevaarlijke bezigheid, want je kunt zomaar middenin een steekpartij terecht komen. Een van de vrouwen wordt per ongeluk neer gestoken, maar moet al snel weer aan het werk. Toch houden deze vrouwen zich overeind met een aanstekelijke dosis humor, terwijl de arbeidsomstandigheden hemeltergend zijn. Beide documentaires geven een verrassend gedetailleerd beeld van het straatleven in het miljoenen metropool Johannesburg. Buiten die stad spelen de omvangrijke townships een belangrijke rol in tal van producties. Met populaire films over jonge gangsters, met Tsotsi als bekendste titel, die zich via criminele activiteiten in de townships omhoog proberen te werken. Dergelijke producties zijn meer gepolijst, omdat er vaak buitenlands geld in zit, terwijl de meeste producties juist met beperkte middelen gemaakt zijn. Filmisch gezien zijn de meeste films geen hoogstandjes, ze zijn in de eerste plaats bedoeld als registratie van de sociale werkelijkheid. Meestal op video gedraaid hebben de documentaire visies op Zuid-Afrika een rauwe kracht. Zelfs de televisieserie Yizo Yizo over het opgroeien in de township heeft ondanks de onmiskenbare gladde vormgeving een schurende rauwheid. Het derde seizoen van deze serie wordt in zijn geheel op het festival vertoond, en is een aanrader omdat het focust op de dagelijkse problemen. De fikse hoeveelheid seks en geweld riep veel weerstand op, daarmee werd wel de jeugd bereikt.
Het programma onderdeel Black on White geeft intrigerende visies van zwarte cineasten op de witte minderheid na het afschaffen van de apartheid. Onderhoudend voorbeeld hiervan is The Glow of White Women van regisseur Yunus Vally, het is een provocerende en hilarische kijk op de zwarte en witte seksuele identiteit. Deze autobiografische terugblik op de seksuele ontdekkingstocht van regisseur Vally heeft ook sociale relevantie. Opgroeiend als brave moslimjongen, in een tijd waarin seksuele betrekkingen tussen wit en zwart nog strafbaar waren, in 1984 werd dat uiteindelijk uit het wetboek van strafrecht geschrapt. Gedurende die repressieve periode, was in de gedrukte media en op televisie het seksuele ideaalbeeld de witte vrouw, ook voor zwarte jongens en mannen. In een scherp gemonteerde reeks beelden laat de film zien hoe witte schoonheden de Zuid-Afrikaans media-uitingen beheersten. Tegelijkertijd was apartheid vergeven van de angst dat de zwarte man seksueel contact zou hebben met de witte vrouw. Dergelijke schizofrenie teistert nog onverminderd de relatie tussen zwart en wit. Het in eerste instantie narcistisch overkomend egodocument, krijgt door deze historische en sociale achtergronden een vlijmende relevantie. I Mike What I Like van Jyoti Mistry toont de experimentele kant van de Zuid-Afrikaanse cinema. De audiovisuele maalstroom toont het werk van schrijver en jazz dichter Kgafela oa Magogodi. Het is een verbijsterende aaneenschakeling van woorden, beelden, muziek, schilderingen en performances, gedragen door de krachtige en ruige woordenstroom van de schrijver, er wordt een beklijvend en intens beeld van Zuid-Afrika gecreëerd. Vooral het deel waarin Mijn Land galmend steeds weer herhaald wordt, heeft een imponerende zeggingskracht. Uit het omvangrijke programma korte films is Usuku Lwam van regisseur Bela Lukac een opvallende bijdrage. Het filmpje gaat over een jonge man die wil solliciteren in de grote stad. Hij moet wel vanuit de township met een zogenaamde taxi, dat is een minibusje, zijn bestemming zien te bereiken. Er zijn talloze obstakels op zijn weg naar het sollicitatiegesprek, vooral een lastige medepassagier met een mes zorgt voor problemen. Het is een wonder dat het goed afloopt, het filmpje laat op een beeldende wijze zien hoe grillig de sociale werkelijkheid in elkaar steekt. Dat goedkope vervoermiddel, het minibusje, duikt ook in talrijke Zuid-Afrikaanse producties op; het is een zinderende metafoor voor de afstand tussen achterstandswijk en de grote stad
hghg
|