| 1ddRavagedigitaal
18-10-07 d |
|
|
|
Het is altijd leuk om lijken in de kast van een beroemdheid te vinden. Debbie Melnyck en Rick Caine hebben met hun Manufacturing Dissent documentairemaker Michael Moore als doelwit gekozen. Grote vraag vooraf is of deze Canadese collega's van Moore in staat zijn geweest om 'onthullingen' te berde te brengen over de ondertussen meest succesvolle documentairemaker aller tijden. Toevallig of niet draait deze documentaire een maand voordat Moore's lang verwachte Sicko in première gaat in de bioscoop. Caine en Melnick beweren aan het begin van hun exposé dat ze progressief zijn, dezelfde linkse idealen als Moore delen en van zijn films houden. Toch veranderde gedurende het maken van Manufacturing Dissent hun werkwijze. Nadat er allerlei negatieve feiten over de werkwijze van Moore boven water kwamen, schakelden ze over naar diens ethiek. Het is werkelijk niet zo moeilijk om negatieve meningen over Moore te vinden. Daar zijn complete websites en documentaires aan gewijd. Denk hierbij aan Michael Moore Hates America uit 2004. Met onder meer Roger & Me, Bowling for Columbine en Fahrenheit 9/11 heeft Moore zich een briljant polemist getoond. Melnyck en Caine hebben willen aantonen dat desondanks de werkwijze van de man niet door de beugel kan. Hiervoor werd een groot aantal getuigen opgetrommeld, waaronder collega-regisseurs, filmcritici en anderen die ooit met Moore te maken hebben gehad. Die interviews leveren overigens geen schokkende onthullingen op. Bovendien hebben ze ook de werkwijze van Moore gekopieerd door hem twee jaar, min of meer hinderlijk, te volgen bij publieke optredens. Tevens is geprobeerd hem voor de camera te krijgen voor een interview, maar keer op keer wurmde Moore zich hieruit. Wat zijn dan de belastende feiten over Moore? Dat hij niet in het enigszins armoedige Flint maar in het vlakbij gelegen welvarender Davison geboren en getogen is. Dat zijn kortstondige functie als redacteur voor het tijdschrift Mother Jones in ruzie eindigde, en dat Moore achteraf onwaarheden over die gang van zaken heeft verkondigd. Moore verdonkeremaande in zijn baanbrekende documentaire Roger & Me uit 1990, dat hij geen interview met de directeur van General Motors heeft gehad, terwijl hij wel degelijk vooraf twee keer met Roger Smith heeft gesproken, waarvan één keer een gesprek van twintig minuten. Michael Moore heeft inderdaad met feiten gesjoemeld om Roger & Me spankracht te geven. Dat is alwéér geen grote ontmaskering. Het is moeilijk om een documentairemaker te vinden die niet manipuleert. Dat doen ze namelijk allemaal: om het betoog krachtiger te maken, worden feiten en gebeurtenissen uit hun context gelicht. Ook Melnick en Caine hebben de gepresenteerde feiten niet altijd in de juiste volgorde gemonteerd, hetgeen bij de kijker tot het probleem leidt wat je wel of niet moet geloven. Dat Moore een lastige, soms opvliegende man is met paranoïde trekjes, en dat hij zijn medewerkers niet altijd even elegant behandelt, was eveneens bekend. Moore is ongetwijfeld een showman die zijn activistische agenda op een geraffineerde wijze verkoopt. Zijn act als man van het volk, in spijkerbroek met baseballcap, is ongetwijfeld een pose. Feit is wel dat hij belangrijke maatschappelijke problemen belicht, en hiermee voorop loopt. Ook blijken zijn feiten grotendeels te kloppen. Het lijkt er eerlijk gezegd op alsof deze waarheidzoekers last hebben van jaloezie op hun beroemde en rijke collega. In tegenstelling tot Moore hebben Melnick en Caine niet de vaardigheid om een meeslepende, werkelijk provocerende documentaire te maken. Ze bezitten al helemaal niet het gevoel voor humor, waarmee Moore zijn films lichtvoetig en toegankelijk maakt. Toch is het een onderhoudend exposé geworden, waarin enige pittige vragen over de grootheid Moore opgeworpen worden. Ulrik van Tongeren
hghg
|