| 1ddRavagedigitaal
10-12-07d |
||
|
|
Tot en met 16 januari presenteert het Filmmuseum in Amsterdam een selectie uit het oeuvre van Frank Capra. Vooral bekend door de ultieme kerstfilm It's a Wonderful Life (1946) heeft deze Amerikaanse regisseur (1897-1991) zonder twijfel nog steeds een grote invloed. In min of meer verwaterde vorm duikt de hedendaagse versie van de typische Capra-held vaak op in recente Hollywoodfilms. In het werk van Capra zelf handelt het dan om een enigszins wereldvreemde hoofdpersoon met idealistische trekjes, maar hij is altijd een voorbeeldige 'gewone' man. Getooid met de namen Mr Smith, Mr Deeds en John Doe, geloven zijn helden altijd in het goede van de mens, en in de effectiviteit van de Amerikaanse democratie.
Zoals de door James Stewart vertolkte hoofdpersoon Mr Smith in Mr Smith goes to Washington (1939). Vanuit het platteland wordt deze padvinderleider door een stel corrupte politici en zakenlui in de senaat geparachuteerd om, buiten zijn medeweten, de corrupte belangen van deze machtigen te behartigen. Het scenario werd geschreven door de linkse Sidney Buchman, in samenspel met de regie van de conservatieve Capra heeft dit een uiterst merkwaardige politieke film opgeleverd. Er zit een bijtende kritiek op politieke corruptie in, maar ook dat markante, soms mierzoete, optimisme dat een groot deel van Capra's werk kenmerkt. In deze ode aan de parlementaire democratie staat het concept van vrijheid recht overeind. Het systeem mag dan onvolmaakt zijn, dat komt alleen maar omdat de verkeerde mensen de macht in handen hebben. Desondanks krijgt de idealistische Mr Smith nog steeds de kans om zijn zegje te doen en terug te vechten, om zodoende de democratie veilig te stellen. Ondanks het feit dat de uit Sicilië afkomstige immigrantenzoon altijd met passie in de Amerikaanse droom heeft geloofd, bevatten zijn rolprenten wel degelijk bijtende maatschappijkritiek. In Mr Smith goes to Washington, en in de andere politiek getinte heldenverhalen van Capra, zoals Mr Deeds goes to Town (1936) en Meet John Doe (1941), probeert de moedige kleine man overeind te blijven in een bikkelharde door materialistische waarden gedicteerde wereld. Dat de regisseur hierbij een fikse dosis sentimentaliteit niet schuwt, doet niets af aan de indringende en opzwepende lading van zijn films.
De slechteriken, de corrupte politici en industriëlen die de moedige en naïeve held proberen te gebruiken voor hun vuige plannetjes, doen uiterst karikaturaal aan. Omdat deze personages gespeeld worden door briljante karakteracteurs als Edward Arnold en Claude Rains zijn dergelijke personages levensecht en overtuigend. Want dat was de grote kracht van Capra, de wijze waarop hij leven wist te blazen in zijn personages. Tot in de kleinste bijrollen zijn het mensen van vlees of bloed, of ze nou goed of slecht zijn. Op papier lijken zijn vertellingen schematisch en clichématig, op het grote doek blijken ze nog steeds meeslepend en amusant te zijn, ondanks het sentimentele geloof van Capra in een goede afloop. Niet alleen zijn typerende held, maar ook zijn verteltrant doet nog steeds zijn invloed gelden in hedendaagse vertellingen, zelfs in deze cynische tijden. Daarom komen de hedendaagse pogingen om dergelijke gevoelens van medeogen en sociale rechtvaardigheid in films nieuw leven in te blazen, nogal pathetisch en belegen over. Ulrik van Tongeren
December 22, 2007 at 12:38:50pm Maarten Beste meneer van Tongeren, Familie van ene meneer Phil van Tongeren? Hoedanook, hier nog even een kleine aanvulling op je Capra-stukje; wist je bijvoorbeeld dat…… Joseph Kennedy, de vader van, heeft geprobeerd Mr. Smith goes to Washington tegen te houden? Meneer Kennedy was in 1939 ambassadeur in Groot-Brittannie en als zodanig verantwoordelijk voor het zo lang mogelijk afhouden van betrokkenheid van de VS bij de oorlog in Europa. Het was een politieke positie die de maatschappelijke positie van Kennedy, groot en rijk geworden dankzij de bootleg van de jaren 20, moest legitimeren. Zijn bezwaar tegen Mr. Smith was dat het Amerikaanse systeem werd neergezet als corrupt, ondermijnend voor de Amerikaanse moraal, terwijl Amerikanen juist nu hun trouw aan de VS moesten laten zien ten aanzien van Hitler en de zijnen. Capra heeft nog moeten vechten voor die film. Overigens heeft Capra wel meer op z’n kerfstok dan de ‘gewone’ man tegen het (corrupte) systeem. Zo heeft hij in de jaren veertig een serie documentaires gemaakt voor het Amerikaanse leger, de Why we fight series. Deze gelden nu als een toonbeeld van zowel propaganda, als een basisles in documentaire-maken, als geschiedkundig uiterst waardevol. In de jaren vijftig heeft hij ook nog een serie wetenschaps-programma’s gemaakt voor tv, waarin hij zelfs animatie toepaste. Hij stond aan de basis van het succes van Harry Langdon, een nu bijna vergeten komiek uit de tijd van de stomme film. Hij was de grondlegger van de ‘one man one film’ benadering van filmmaken, waarmee de rol van de producent werd teruggebracht, en die van de regisseur het belangrijkste werd. En dan had ie nog een paar dozijn succesfilms (die filmstudio Columbia op de kaart zetten), vooral vanwege de snelle ‘screwball’ humor, waarin hij een meester was. (Trouwens: ik denk dat je Gary Cooper bedoelt i.p.v. Walter Brennan bij het tweede fotootje.)
hghg
|