Het
jaarlijkse festival van de Afrikaanse film en films uit de diaspora, Africa
in the Picture, viert haar tiende editie. In Amsterdam, Rotterdam, Den
Haag, Breda, Nijmegen en Den Bosch worden selecties van het programma
vertoond in een poging de voorspelbare en clichématige beeldvorming over
Afrika te doorbreken.
Ondanks
de enigszins schijnheilige hulpvaardigheid van Bono, Madonna en andere
beroemdheden voor Afrika en de groeiende aandacht voor het continent,
heeft Afrika nog steeds een ondergeschoven positie op het wereldtoneel.
Er woeden nog onverminderd gewapende conflicten, en Aids brengt enorme
schade toe aan de Afrikaanse populatie. Niet zo gek dat men in het Westen
last heeft van knagende schuldgevoelens.
Op
Africa in de Picture worden flink wat films vertoont waarin allerlei verscheurende
problemen centraal staan. Desondanks vinden er op dit continent wel degelijk
grote veranderingen plaats. Niet alleen het Westen zou met andere ogen
naar Afrika moeten kijken. Ook voor de Afrikanen zelf is het belangrijk
om met een frisse blik hun problemen te aanschouwen. Cultuuruitingen zoals
film kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
Dit
jaar is er extra aandacht voor humor in de Afrikaanse cinema. Juist met
behulp van komedies is het mogelijk om maatschappelijke, culturele en
politieke problemen op een luchtige manier voor het voetlicht te brengen.
Een voorbeeld van een dergelijke lichtvoetige blik is de openingsfilm
Juju Factory van regisseur Balufu Bakub-Kanyinda. Gesitueerd in
de Brusselse wijk Matongé, waar een grote Congolese gemeenschap huist,
handelt de film over de schrijver Kongo Congo die aan een boek werkt over
zijn wijk.
Juju
Factory
Kongo
Congo heeft de opdracht gekregen om de toeristische waarde van de wijk
in de verf te zetten. Tegen de aanwijzingen van zijn eindredacteur in,
kan de schrijver het beladen koloniale verleden en de huidige politieke
verhoudingen met Afrika niet negeren. De schrijver, gespeeld door de zeer
charismatische Dieudonné Kabongo, wil zijn gevoelens van ontworteling
en stille wanhoop tot uiting brengen. Wat zijn eindredacteur de verzuchting
doet slaken: "Neger-blabla en Kinshasa-grappen, wie zit daar op te
wachten."
Het
hilarisch steekspel tussen de schrijver en zijn broodheer zegt veel over
de verschillende manieren waarop immigranten zich wortelen in hun nieuwe
vaderland. Het beladen koloniale verleden blijkt voor sommigen een loden
last. Bijna terloops wordt er een kleurrijk beeld geschetst van deze fascinerende
Congolese leefgemeenschap in Brussel.
Het
festival biedt dit jaar met circa 44 films een enigszins ingekrompen programma.
Tijdens deze editie is er minder aandacht voor de Magreb (Noord-Afrikaanse)
cinema dan gebruikelijk. Er zijn wel een paar Noord-Afrikaanse films te
zien, zoals The Satanic Angels, een Marokkaanse productie over
een stel hardrockers die aangeklaagd wordt voor satanisme en het beledigen
van de islam. Kan interessant zijn, vooral omdat het gebaseerd is op een
waar gebeurd verhaal.
Opkomende
filmnaties als Rwanda, Mozambique en Angola zijn eveneens op het festival
vertegenwoordigd, landen die aan hun herstel werken na langdurige burgeroorlogen.
Ook Sierra Leone komt uitvoerig aan bod, met bijvoorbeeld vijf korte films
waarin de wonden van de burgeroorlog worden blootgelegd.
De
speelfilm Ezra van Newton Aduaka gaat evenzeer over de trauma's
van de gruwelijke burgeroorlog in Sierra Leone, waarin een voormalige
kindsoldaat centraal staat. Wanneer de jongen voor een waarheidscommissie
moet verschijnen, blijkt dat hij zich niets meer kan herinneren van zijn
wandaden. Gevangen zittend in zijn trauma's is ook hij slachtoffer, vrezend
voor zijn plaats in de samenleving.
In
de documentaire The People Are Not Happy gaat regisseur Ishmahil
Blagrove JR op zoek naar mensen die de toekomst van Sierra Leone kunnen
duiden. Want nu er eindelijk vrede is, zijn de problemen nog steeds immens.
Armoede, een falende overheid en corruptie teisteren het land. Vraag is
of de vrede gehandhaafd kan blijven. Bovendien gaat de maker in op het
westerse begrip 'bloeddiamanten': het land wordt nog steeds leeg gezogen
door buitenlandse bedrijven en corrupte politici.
Voorts
is er uitvoerig aandacht voor de Ethiopische cinema, met klassieke films
en recente rolprenten. Met onder meer de documentaire Adwa, An African
Victory over de onwaarschijnlijke overwinning van een primitieve Ethiopische
krijgsmacht op een superieur Italiaans leger in 1896.
Menged
En
niet te vergeten de schitterende korte film Menged van Daniel Taye
Workou, winnaar van verschillende prijzen op filmfestivals. In dit 20
minuten durend filmpje, spelend op het Ethiopische platteland, gaat een
vader met zijn zoon op weg naar de markt. Onderweg worden ze met raad
en daad bestookt door achtereenvolgens twee witte sociale werksters, een
priester en een ondernemer. Een van de adviezen is om de koppige ezel
te laten dragen door de vader, wat een potsierlijk onvergetelijk beeld
oplevert.
Deze
grappige en wrange parabel over het hedendaagse Ethiopië heeft wel degelijk
een universele waarde; het is een statement over de menselijke staat.
Want dat is het mooie van de beste Afrikaanse films, ze houden de westerse
kijker een spiegel voor.
Ulrik
van Tongeren
Africa in the Picture, van 6 t/m 16 september in Rialto Amsterdam.
Tevens in Rotterdam (t/m 9/9), Den Haag (t/m 12/9), Breda
(9 t/m 12/9), Den Bosch (14 t/m 16/9) en Nijmegen (14 t/m
16/9). Raadpleeg de website
van het festival.