Het
locked-in syndroom: gevangen zitten in je eigen lichaam. Dat is
waar de hoofdpersoon in The Diving Bell and the Butterfly aan lijdt.
Jean-Dominique, gespeeld door Mathieu Almarie, zet het onbeschrijfelijke
en machteloze gevoel neer van een man die alleen zijn hersenen nog kan
gebruiken en voor de rest geheel verlamd is geraakt.
Het
enige dat Jean-Do nog kan bewegen is het ooglid van één oog. Je ervaart
zijn emotionele besef in de vorm van een voice-over dat zijn leven
als succesvol hoofdredacteur van de Franse Elle bij deze voorbij
is. Hij kan niet meer spreken, niet meer lopen, niet meer zelfstandig
naar de wc, niet aangeven wat hij wil of nodig heeft, niet meer eten,
hij kan helemaal niets meer.
Als
kijker aanschouwen we de wereld vanuit zijn gezichtspunt. Wanneer Jean-Do
met zijn ogen knippert, wordt het beeld zwart en wanneer hij slecht ziet
met zijn ene oog, wordt het beeld wazig. Overigens niet prettig kijken
op deze manier maar het laat ons wel in de huid kruipen van iemand die
in één klap alles kwijt is geraakt.
Zo
nu en dan komen zijn ex-vrouw, zijn vrienden en zijn kinderen op bezoek,
maar de communicatie verloopt dermate moeilijk dat hij sommige mensen
zelfs liever helemaal niet ziet. Zijn zoon die er bij was toen zijn vader
de beroerte kreeg waar hij deze conditie aan over hield, herkent zijn
vader niet meer terug en weet niet wat hij met de situatie aan moet.
Gelukkig
zijn er mensen die hoop hebben en proberen de situatie zo draaglijk mogelijk
te maken. Zo zijn er een logopediste en een therapeute die hem proberen
te leren communiceren, zo goed en zo kwaad als dat gaat. De lieve, geduldige
therapeute ontwikkelt een methode voor Jean-Do die communicatie mogelijk
maakt: een nieuw alfabet met de letters op gebruikersvolgorde. De letters
die het meest gebruikt worden staan bovenaan en zo verder.
Letter
voor letter noemt zij het alfabet op. Zodra er een letter aan bod komt
die Jean-Do zou willen zeggen, knippert hij met zijn oog. Op deze manier
ontwikkelen ze samen een manier waarmee, weliswaar uiterst langzaam, dodelijk
vermoeiend en frustrerend, Jean-Do in staat gesteld wordt te laten weten
wat hij wil, denkt en voelt.
Af
en toe krijgen we een terugblik naar het drukke en succesvolle leven van
de hoofdredacteur van het Franse modeblad. Jean-Do was rijk, gelukkig
en geliefd maar aan de andere kant zonder het te beseffen ook arrogant,
een slechte vader, dito echtgenoot. Hij begrijpt dit alles nu pas, nu
hem iets rampzaligs is overkomen.
Op
zich is dit een bekend verschijnsel maar het maakt de film ook een beetje
zoetsappig. De man die hij was voor het ongeluk is duidelijk geen sympathiek
mens, hetgeen afbreuk doet aan al het medelijden dat bij de kijker wordt
opgewekt.
Op
een gegeven moment hebben Jean-Do en de therapeute het communicatiesysteem
zo goed door dat Jean-Do besluit een boek te schrijven over zijn leven.
Dit plan had hij al voor zijn beroerte maar inmiddels is zijn leven dusdanig
veranderd dat hij in ieder geval genoeg stof heeft om alsnog een boek
te 'schrijven'. Engelengeduld is hiervoor noodzakelijk en brengt dit project
uiteindelijk tot een indrukwekkend resultaat.
Het
waargebeurde verhaal over deze man die na een beroerte gevangen komt te
zitten in zijn eigen lichaam, in een duikpak, en daardoor tot het besef
geraakt over wat het leven kan betekenen, wordt erg mooi en realistisch
weergegeven in deze film. Overigens heb je als kijker ook een flinke portie
engelengeduld nodig. Dit zowel door het non-steady beeld dat het
moeilijke zicht van Jean-Do weergeeft als het narratief dat soms wel erg
traag aandoet.
Julia
Roeselers
The Diving Bell and the Butterfly (Le scaphandre et le papillon) draait
momenteel in tien bioscopen. Voor programmering raadpleeg de filmladder