Ravage Digitaal 4 mei 2006 Print deze pagina
 

www.ravagedigitaal.org

Verveling in Veenhuizen

Webredacteur Peter Barton zit momenteel een veertig dagen durende straf uit in PI Veenhuizen. Ondanks een door de directie opgelegd publicatieverbod weet hij op slinkse wijze zijn bevindingen naar buiten te sluizen. Er schort heel wat aan de detentieomstandigheden. " s Avonds zijn er slechts een paar mensen aanwezig die ingehuurd worden van een beveiligingsbedrijf. Die zijn onervaren en weten niet met gevangenen om te gaan. De gedetineerden worden aan hun lot over gelaten", meldt een cipier.

- Week 3 -

Hoe het komt weet ik niet, maar net als gisteren krijg ik het helemaal uit mijzelf voor elkaar om op tijd op te staan voor het warme eten om twaalf uur. Blijkbaar raak ik al helemaal gewend aan het gevangenisleven. Vandaag, zondag 23 april, staat er wortelsalade op het menu. Dat heeft één voordeel: op brood zeer geschikt als ontbijt. Lekker is anders, maar voor gevangenismaatstaven is het verrukkelijk.

Ik besluit vervolgens verder te gaan met waar de zondag voor bedoeld is: in bed blijven liggen. Vanuit mijn raam zie ik dat de boom, die pal naast mijn cel staat, weer bladeren krijgt. De lente vordert overduidelijk, en sommige takken bevinden zich zó dicht bij mijn raam, dat ik de naden van de kersverse piepkleine blaadjes duidelijk van elkaar kan onderscheiden. Ook de knoppen komen al tevoorschijn waaruit waarschijnlijk al voor mijn vertrek de bloesem zich zal ontpoppen. Hier in de Drentse rimboe is goed te volgen hoe de natuur de grijze winter verjaagt en de kleurrijke lente binnenhaalt.

s Avonds kijk ik naar een tv-documentaire over het Nederlandse strafrecht. Hoofdcommissaris van politie Leon Kuis zegt daarin te weten waaraan je een crimineel kunt herkennen. "Typerend voor criminelen is dat ze snel geld willen verdienen", luiden zijn wijze woorden. Het toont maar des te meer aan dat ik geen crimineel ben. Ik ben er namelijk helemaal niet op uit om geld te verdienen, niet snel en niet langzaam. En daardoor had ik ooit geen geld om een treinkaartje te kopen, en moest ik zwartrijden. Daar werd ik zelf niet rijker van. Zou dat, de theorie Leon Kuis even blijven volgend, geen criminele daad zijn?

Ik zit er inmiddels wel al twee weken voor vast. Nog drieënhalve week te gaan. Ik herinner me hoe makkelijk ik de eerste week ervoer. Hoewel er in de situatie niet veel veranderd is - en de veranderingen die er waren eigenlijk alleen in mijn voordeel uitpakten, zoals verhuizing naar een éénpersoonscel - leek de afgelopen tweede week al een stuk zwaarder. Ik ben iemand die enorm op zn vrijheid is gesteld.

Hoewel het hier niet bepaald streng te noemen is, kan je hier geen spontane acties ondernemen. Als ik nu zin zou hebben in een reep chocolade, is er geen winkeltje waar ik die kan halen. Ik kan m hooguit opschrijven op mijn lijstje en dan wordt ie de eerstvolgende dinsdagochtend geleverd. Als ik zin heb in een wandeling door het park of op bezoek wil gaan bij vrienden, heb ik mooi pech. Voor mijn werk bij Ravage maak ik nog wel eens reizen door het land. Dat begin ik ook wel erg te missen. Ik zit nu natuurlijk ook ver van huis, maar toch is het anders. De eerste week was wel leuk, maar nu mag het toch wel snel voorbij zijn. Nog even volhouden, ik ben bijna op de helft. Het is alweer laat geworden en morgen wil ik me op tijd aanmelden om naar de bieb te gaan. Ik ga slapen en word weer wakker. De vijftiende dag.

De bieb

De nieuwe week begint met het lang verwachte bezoek aan de bibliotheek. Netjes om vijf voor negen meld ik me aan bij het gevangenispersoneel. Om tien uur mogen ik en nog drie anderen er dan eindelijk in. Wat ik aantref valt tegen. De ruimte van de bieb heeft een omvang van ongeveer twee à drie cellen en het aanbod boeken is niet bepaald uitgebreid te noemen. Ik zoek naar mijn favoriete auteur, Hunter S. Thompson, en naar meer informatie over Groot Bankenbosch. Beide zijn niet aanwezig. Een tegenvaller, als je je bedenkt dat ik twee weken op dit bezoek heb moeten wachten.

De bibliothecaresse geeft toe dat het aanbod niet bepaald veelzijdig te noemen is. "Vroeger was het uitgebreider, maar er wordt behoorlijk op bezuinigd. We mogen ook geen nieuwe boeken meer inkopen. Uiteindelijk zal het aanbod nog verder vermageren." Wel is er de mogelijkheid boeken te bestellen bij andere gevangenissen in Veenhuizen. Het duurt dan wel een week voordat ze er zijn.

Ik neem genoegen met een paar regels uit de encyclopedie die ik zelf over moet schrijven, een kopieerapparaat is er niet. Na al dat wachten is deze bieb wel een beetje een teleurstelling.

Het is deze middag weer heerlijk weer, warm en de zon schijnt volop. Terwijl ik op het terras een uitsmijter eet die ik voor mijzelf heb gemaakt, speelt een groep gevangenen met groot plezier een potje voetbal. Het plezier verdwijnt als de bal tussen de schrikdraden bovenop het hoge hek aanbelandt. Een van de gevangenen vraagt aan de cipier of hij de bal met een speciale stok van het hek af wil halen, hetgeen de cipier weigert, tot groot ongenoegen van de gevangenen, die dan maar proberen de bal met een andere bal van het hek af te stoten. Het hek is echter voorzien van bewakingsmelders, waardoor het niet lang duurt voordat een geïrriteerde bewaker de tweede bal in beslag neemt. Het schrikdraad heeft dan al enige schade opgelopen.

Vanaf dat moment breken de protesten los. Nadat de menigte een paar minuten lang in koor roept dat ze de bal terug wil hebben, komt er iemand op het idee om het dan zelf maar te doen. Twee bezemstelen worden aan elkaar gebonden en het porren kan beginnen. Na ongeveer een kwartiertje word de bal tussen het schrikdraad vandaan gestoten, maar deze valt hierbij in de toegangssluis. Een paar minuten tegen het hek slaan zodat de bewaking weer gek wordt van de bewegingsdetector zorgt er weer voor dat er een cipier naar buiten komt. Om maar van de protesten af te zijn haalt hij de bal uit de sluis en het voetballen kan weer verder gaan. Een half uurtje protest blijkt voldoende te zijn om iets te bereiken hier, al hielp het waarschijnlijk ook wel dat het aantal mensen die de bal terug wilden hebben groter was dan het aantal cipiers.

Vanmiddag is er geen post. Wel hangt er een briefje aan de kantoordeur met de mededeling dat de gangdeuren morgenochtend pas om 10 uur zullen worden geopend (en de ochtendploeg morgen niet werkt, maar aan die boodschap heb ik wat minder dan aan de eerste mededeling). Dat wordt dus lekker uitslapen. Ik kijk dus lekker lang tv voordat ik ga slapen en weer wakker wordt. De zestiende dag.

Lollies

Als ik dinsdagochtend naar het winkeltje ga om mijn bestelde spullen af te halen, besluit ik ditmaal nadrukkelijk om lollies te vragen. De verkoper zegt echter ze niet te hebben en verzoekt mij ze niet meer op de bestellijst te noteren, want hij is niet van plan ze in zijn assortiment op te nemen. Dat is jammer, aangezien ook het bezoek ze niet mee mag nemen (alleen invoer van kleding is toegestaan) en ik het dus nog drieënhalve week zonder lollies zal moeten doen. Ik weet het wel, de wereld vergaat niet, maar toch had ik liever lollies.

En zo heeft iedereen wel een bepaalde behoefte. Wanneer we om twaalf uur allemaal naar onze cellen worden gejaagd voor de telling, blijken tv en radio niet te werken. Er wordt aan de antenne gesleuteld, zo luidt het excuus. De jongen van de cel naast mij is niet tevreden met dat antwoord. "Ik betáál voor mijn televisie, dan wil ik ernaar kunnen kijken ook", klaagt hij tegenover de bewaker. "Vandaag kan ik niet kijken en dus eis ik voor vandaag mijn geld terug!"

De bewaker kan er wel om lachen. Natuurlijk gaat mijn buurman geen zaak maken voor 2,1427 cent. Eisen dat het volledige weekbedrag van 1,50 terug wordt gegeven heeft pas zin als ze volgende week nog steeds bezig zijn aan de antenne. Al valt dat natuurlijk niet geheel uit te sluiten, want als we s avonds worden ingesloten, blijkt de tv nog steeds niet te werken. Gelukkig heb ik die middag een stukje koperdraad gevonden dat ik nu recht kan trekken en in mijn tv kan stoppen. Op die manier kan ik in elk geval een paar zenders uit de lucht prikken.

Mijn plannetje valt echter in duigen als blijkt dat mijn tv is beveiligd tegen herprogrammering van de zenders. Daar heb ik dus niets aan, want de etherfrequenties van de televisiezenders zijn nu eenmaal niet dezelfde als de kabelfrequenties. Alleen Omrop Fryslân heeft dezelfde frequentie als een andere zender op de kabel, maar ik spreek geen woord Fries.

Ik besluit Omrop Fryslân toch maar op te laten staan, aangezien televisie voor mij doorgaans ook de enige tijdsaanduiding is. Ik zet het geluid uit en roep de klok van teletekst op die flink hapert door de slechte ontvangst (ik bevind mij immers niet in Friesland en dus eigenlijk nèt buiten het ontvangstgebied). Uit pure verveling besluit ik ruim een uur te gaan douchen. Als ik klaar ben, blijkt een andere jongen er inmiddels achter te zijn gekomen dat hij zijn televisie wél in kan stellen. Met zn allen kijken we het journaal op zijn cel, waarin minister Donner van Justitie aankondigt dat kort-gestraften vanaf binnenkort geen arbeid meer mogen verrichten tijdens hun detentie. Kort-gestraften... dat zijn wij dus. We houden niets meer over.

Het schijnt onderdeel uit te maken van een nieuwe vorm van detentie, die eind dit jaar in zeven gevangenissen, waaronder Groot Bankenbosch, zal worden ingevoerd. Volgend jaar zullen dan de rest van de gevangenissen volgen Uiteindelijk komt het er op neer dat lang-gestraften (dat wil zeggen mensen met een straf van tenminste vier maanden) alle voorzieningen en zorg krijgen. De kort-gestraften worden meer en meer aan hun lot overgelaten. Of dit ook een vooruitgang zal zijn, zal de tijd leren.

Na het nieuws wil iedereen voetbal kijken. Behalve ik, want ik hou niet van voetbal, en daarom ga ik naar mijn kamer om een boek te lezen. Ik ga slapen en word weer wakker (nog altijd met boek). De zeventiende dag.

Kaakontsteking

Vanochtend kom ik er meteen achter dat de kabel weer werkt, want ik zie twee zenders door elkaar ruisen. Ik plug mijn tv weer in de muur en ja hoor, beeld!

Echter, die avond kijk ik nog altijd niet veel tv, om een heel andere reden weliswaar. Een jongen op mijn afdeling is vandaag bij de tandarts geweest om een kies te laten trekken, maar de behandeling is mislukt. De kies brak af en de restanten moesten operationeel verwijderd worden. Daar staat echter een wachtlijst voor. Creperend van de pijn kwam de jongen aan het eind van de middag weer terug.

De hele afdeling had met hem te doen. Hij bloedde zijn hele kussen onder en huilde aan één stuk door. Nadat hij rond half acht s avonds naar de wc wilde, kwam hij niet verder dan zijn celdeur, alwaar hij flauwviel. Op dat moment maakte ik het mee dat een afdelingsgenoot voor het eerst een cipier opriep. Of er zo spoedig mogelijk een dokter langs kon komen. Ze zouden bellen, werd ons beloofd.

Nadat er om acht uur nog altijd niets van de cipiers was vernomen, besloot ik zelf ook eens te bellen. Ditmaal beloofden ze direct langs te komen. Maar om kwart over acht was er nog altijd niemand. Het slachtoffer bleek dan inmiddels alweer op bed getild door een paar afdelingsgenoten die hem ook een glas zoutoplossing gaven. Ik besloot dat het zo echt niet langer kon en belde de cipiers opnieuw op, en vroeg ze een ambulance te bellen. Misschien een tikkeltje rigoreus maar dat moest dan maar, die gozer had gewoon acuut hulp nodig en we wachtten daar nu al ruim een half uur op.

De cipiers weigerden echter een ambulance te bestellen, maar beloofden opnieuw zo snel mogelijk een arts te zullen waarschuwen. Niemand geloofde ze. En terecht, zo bleek. Nadat om kwart voor negen nog altijd niemand langs was geweest, belde ik opnieuw aan om te vragen waar de dokter bleef. "We zijn aan het bellen", antwoordde de cipier. Twee minuten later stonden er dan eindelijk twee cipiers bij de gangdeur. Ze kwamen pijnstillers brengen, meer niet. Ze wilden zelfs de patiënt niet zien. Wel beloofden ze opnieuw een dokter te zullen bellen. Ik benadrukte ze nogmaals dat pijnstillers niet veel hielpen en dat we een ambulance nodig hadden. De bewakers vertrokken weer, tot grote woede van de hele afdeling.

Die dokter kwam nooit. Om kwart voor tien kwamen er twee bewakers terug om nogmaals pijnstillers te brengen, en met de mededeling dat mijn afdelingsgenoot zelf morgen naar de dokter moest gaan. Het is te hopen dat hij dat ook zal doen. Hoewel hij zijn ogen open heeft, reageert hij niet als er tegen hem wordt gepraat.

Ik voelde een enorme woede in mij opkomen. Blijkbaar geven de cipiers helemaal niets om het welzijn van hun gevangenen. Ik heb die arme drommel zien bloeden, pijn zien lijden, zien janken. Hier was geen sprake van een beetje pijn waar een pijnstiller tegen hielp. Deze man had acuut professionele hulp nodig. Wat bezielt zon bewaker om mensen aan hun lot over te laten?

Automatisch doet het me terugdenken aan Schiphol. Gevangenen hadden bij de brand aldaar op 26 oktober vorig jaar meermaals alarm geslagen, maar er werd geen gehoor aan gegeven. Elf mensen vonden bij die brand de dood. Waarschijnlijk was mijn afdelingsgenoot niet in levensgevaar., maar een pretje kan het nooit zijn geweest. Hij bleef bloed uitspugen en verging van de pijn, maar de bewakers wilden nog niet eens naar hem kijken. Dit is pure marteling. Tot vandaag geloofde ik niet dat dit in een land als het onze mogelijk zou zijn.

Eerder deze week sprak ik een cipier die hoogst ontevreden is over het feit dat er tegenwoordig maar een paar bewakers zijn voor alle vier de paviljoens op De Wissel. Vroeger was dat anders. Toen had elk paviljoen wel dag en nacht één of twee cipiers, die ook regelmatig over de gangen liepen. "Nu gebeurt dat niet meer, en geldt s avonds het recht van de sterkste", aldus deze cipier. Nu is mijn eigen ervaring dat dit in de praktijk wel meevalt, maar voor situaties als die van vanavond zou het wel fijn zijn geweest als er zo af en toe een cipier over de gangen zou lopen.

Al valt daarmee het gedrag van de weinige cipiers die wèl aanwezig waren natuurlijk niet goed te praten. Ze hadden best even 1-1-2 kunnen bellen. Maar blijkbaar was dat teveel gevraagd. Door mijn woede heb ik moeite met slaap te vatten. Pas laat val ik in slaap. Als ik weer wakker word, is het de achttiende dag.

Wasserette

Als ik vanochtend om half negen word gewekt, moet ik meteen mijn wasgoed inleveren. Nadat ik om half tien opnieuw word gewekt, moet ik nog steeds mijn wasgoed direct inleveren. Om tien uur lever ik mijn was daadwerkelijk in, maar ook deze week krijg ik geen boete. Wel wordt me gevraagd of ik misschien even wil helpen met de waskarren naar de wasserette te brengen. Daar heb ik inderdaad wel zin in, dan kom ik weer eens het terrein af.

De wasserette bevindt zich in de halfopen inrichting, die eigenlijk een soort woonwijk is van paviljoens gelijk aan de onze. De gevangenen aldaar hebben dan ook veel meer ruimte voor het maken van een ommetje en ze zijn ook veel meer in de gelegenheid om naar de bibliotheek of iets dergelijks te gaan. Jammer dat onze gesloten inrichting afgesloten is van dit terrein. De cipier met wie ik de was weg breng weet mij precies te vertellen waarom dat is. "Ooit was dat stuk terrein afgescheiden om er asielzoekers in te huisvesten. Die zijn er echter uiteindelijk nooit gekomen, en daarom hebben ze er uiteindelijk maar een Huis van Bewaring van gemaakt."De wasserette stelt uiteindelijk niet veel voor. Of in elk geval krijg ik er niet

veel van te zien. Bij een balie moeten we alle was sorteren op lakens, handdoeken en theedoeken. Bij het sorteren kom ik ook een sok en een onderbroek tegen. Aangezien je eigen spullen hier niet mogen worden gewassen, gaan ze ongewassen bij de gevonden voorwerpen. Na het sorteren vullen we de karren met schone linnenpakketjes en gaan we terug. De wasmachines krijg ik niet te zien. Jammer, ik was er wel benieuwd naar hoe dat allemaal ging.

Terug bij ons eigen paviljoen spreek ik mijn zieke buurman nog. Die middag mag hij naar de kaakchirurg. De cipiers van de dagploeg zijn het wel met me eens dat er gisteravond gewoon gebeld had moeten worden met de dokter. Dat vindt ook de cipier met wie ik eerder deze week sprak. "Ik zou ook wel even bij die jongen langs zijn gegaan, ook al mag dat eigenlijk niet. Want dat is het probleem: de avondploeg mag niet op de afdeling komen. Maar zeg nou zelf, nood breekt toch wet?"

Ook deze man heeft de link met Schiphol snel gelegd. "Wij hebben precies hetzelfde probleem. s Avonds zijn er slechts een paar mensen aanwezig die ingehuurd worden van een beveiligingsbedrijf. Die zijn onervaren en weten niet met gevangenen om te gaan. Daarom mogen ze ook niet op de afdelingen komen. Maar ja, wat als iemand een hartaanval krijgt? Daar wordt niet aan gedacht. Financieel is dit de aantrekkelijkste oplossing, en dus worden de gedetineerden aan hun lot over gelaten."

Vanavond krijg ik voor het eerst sinds ik hier zit heerlijk eten. Rijst met pittige saus. Goed gekruid, uitstekende kwaliteit. Of zou ik inmiddels zó gewend zijn geraakt aan het gevangenisvoer dat ik het lekker begin te vinden? Het kan me niet schelen, ik ben er allang blij mee. En bovendien ben ik te moe om uit te vinden wat het verschil eigenlijk is. Door mijn woede heb ik afgelopen nacht veel te weinig geslapen, en daarom besluit ik vandaag vroeg naar bed te gaan. Ik ga slapen en word weer wakker. De negentiende dag.

Disco

Nog precies twintig dagen te gaan, een vriend van me herinnert me eraan. Mijn buurman is die middag teruggeweest bij de kaakchirurg. Hij laat me de afgebroken kiezen zien die nu operationeel zijn verwijderd. Ik heb nog nooit een echte tandwortel van dichtbij gezien. Het ziet er maar ranzig uit.

Vandaag, vrijdag 28 april, gebeurt er eigenlijk verder niets. Hoewel ik gisteravond vroeg ben gaan slapen, werd ik vanochtend vrij laat wakker. Het is maar druilerig weer buiten, en daarom hang ik het grootste gedeelte van de dag voor de tv. Niet dat er iets interessants op te zien is, er is gewoon niets anders te doen.

s Avonds laat begint er een Franse film op Nederland 3. Hij staat aan, maar eigenlijk heb ik geen zin meer om te kijken. Om twaalf uur streep ik de datum van vandaag door op de zelfgemaakte kalender die ik aan de muur heb hangen. De negentiende dag zit erop, nu nog negentien te gaan. Ik zit op de helft.
De gedachte dat ik nog een periode moet die net zo lang is als de afgelopen periode, zint me niet. Het duurt eigenlijk allemaal best lang.

Ik zet een kop oploskoffie en schrijf een stuk voor een artikel. Ik was mijn sokken, kijk nog een stukje film, eet een stuk kiwi. Is dit een afwisselende avond? Ik krijg zin om naar de kroeg te gaan, maar er is hier geen kroeg en neem een paar slokken limonade. De tv schakelt over naar een muziekzender. Het doet me denken aan toen ik een jaar of zeventien was. Ik woonde destijds in een kindertehuis waar we doordeweeks nooit uit mochten gaan. En dat terwijl uitgaan mijn grootste hobby is. Dus creëerde ik altijd mijn eigen danstent.

Zodra de leiding van het kindertehuis weg was, kroop ik mijn bedje uit. Van mijn fiets haalde ik dan het voor- en achterlicht af nadat ik m in de schuur had gezet. Niet om te voorkomen dat ze door huisgenoten werden gejat, maar om s avonds als discolicht te kunnen gebruiken. Ik zette ze op knipperstand. Mijn kamer was niet zo groot en werd er volledig door verlicht. Je kan er geen boek bij lezen, maar dat was ook niet de bedoeling. Ik stopte wat goeie muziek in mijn walkman, zette het apparaat aan en haalde wat drank uit mijn binnenzak. Het éénmansfeest kon beginnen.

Door mijn tehuisverleden heb ik op die manier leren improviseren. Helaas heb ik hier in De Wissel geen knipperlichtjes en ook geen drank en moet ik mijn tv gebruiken in plaats van mijn walkman, waardoor de muziek minder hard klinkt omdat ik anders andere mensen wakker zou houden. Maar alleen de herinnering aan die tijd maakt me al vrolijk. Het schept weer nieuwe moed. De tweede helft van mijn detentieperiode kom ik wel door. Ik ga slapen en word weer wakker. De twintigste dag.

Weekend

De meeste mensen kijken de hele week uit naar het weekend. Lekker geen werk, maar lekker uitslapen. s Avonds tot lekker laat opblijven, want er is geen reden om s ochtends vroeg uit bed te gaan. Hier is dat precies andersom. Doordeweeks is er totaal geen reden om vroeg op te staan, en is het dus lekker uitslapen geblazen. Maar in het weekend wordt het eten al om twaalf uur uitgedeeld (heel vroeg voor mijn doen), en voor die tijd moet ik dus mijn bed uit en mijn bord afwassen.

En dus sta ik om half twaalf op, was ik mijn bord af en haal ik op tijd mijn eten op dat ik netjes in mijn kamer klaar zet om vanavond op te kunnen warmen. Vervolgens kruip ik weer lekker mijn bed in om koninginnedag op tv te zien. Niet dat ik zo oranjegezind ben, maar elke reden voor een feestje is voor mij een goeie reden. En aangezien er binnen de hekken niets van koninginnedag valt te merken (de vlag hangt niet eens uit) is de rechtstreekse uitzending de enige manier om iets van de oranjegekte mee te krijgen. Alhoewel we vlak voor het insluiten wel allemaal een oranjedonut en een halve liter sinas uitgedeeld hebben gekregen. Leuk, al had ik liever oranje bitter of iets anders met alcohol gehad.

Als ik het opgewarmde eten met wat peper op smaak probeer te brengen, blijkt dat een onbegonnen zaak. Blijkbaar willen ze hun werk van gisteren compenseren en schotelen ze vandaag ronduit ranzig voedsel voor. Na drie happen besluit ik dat het een verstandiger plan is om de hele boel gewoon de prullenbak in te kieperen. Mijn avondmaal bestaat vandaag uit een halfje bruin met vruchtenhagel. Ook lekker.

Vanavond besluit ik mijn privé-disco maar weer eens op te zetten om ook maar een beetje te kunnen feesten. Zodra ik vrij kom, duik ik de kroeg in, dat is één ding wat zeker is. Het duurt dan toch nog wel weer even voordat ik weer een opdracht heb. Maar ja, voor het zover is, heb ik nog een kleine drie weken te gaan. Om een uur of twee s nachts besluit ik nog even te douchen voordat ik een eind aan mijn feestdag brei. Ik ga slapen en word weer wakker. De éénentwintigste dag.

Herrie

In een gevangenis zitten mensen van vele culturen. En dat gaat in de regel perfect. Mensen die schreeuwen dat een multiculturele samenleving niet werkt, moeten eens in een gevangenis komen kijken. Nederlanders, Turken, Marokkanen en Antillianen zitten gebroederlijk met elkaar op het terras. Zelfs autochtonen die claimen "zo rechts als de tering" te zijn, kunnen goed met de allochtone medegevangenen overweg.

Al zijn er uiteraard wel cultuurverschillen, maar niemand schijnt daar echt problemen mee te hebben. Ik ook niet. Al is er één ding dat me stoort: Antillianen blijken een grote liefde te hebben voor kabaal. Hard schreeuwen terwijl de gesprekspartner pal naast ze staat, het gebruik van muren en cv-leidingen als muziek instrument; zolang het herrie maakt vinden ze het fantastisch. Ze gaan hun gang maar, ik vind het niet erg.

Behalve om half tien zondagochtend, dan kan ik ze wel wurgen. Niet dat dit zin zal hebben, waarschijnlijk kan ik dan toch al niet meer slapen. Gelukkig komt dit niet vaak voor, want iedereen die vroeg wakker wordt gaat meestal meteen ook naar buiten. Behalve bij slecht weer, zoals vandaag. Met als gevolg dat ik dus om half tien al wakker word en de tv maar aan zet. Zondag in-bed-blijf-dag.
Zondag, einde van alweer de derde week. Nog tweeënhalve week te gaan.

Deze week vloog eigenlijk alweer voorbij. Vorige week had ik nog moeite met de traagheid waarmee de tijd voorbij kroop. Dat viel deze week wel mee. Wie weet door alle gebeurtenissen deze week? Daaruit is in elk geval wel gebleken dat ik buiten een stuk veiliger ben dan binnen. Blijkbaar heeft justitie nog niet veel geleerd van het Schipholdrama. Hoe vrij deze gevangenis ook moge zijn, zolang je op deze manier aan je lot over wordt gelaten, kan je verblijf hier een ware hel worden. En dat moet veranderen.
Zondagavond. Het einde van de derde week. Ik ga slapen en word weer wakker. De tweeëntwintigste dag.

 

Lees ook deel 1, deel 2 en deel 4 van het dagboek.


Naar boven