|
'In
de dood is iedereen gelijk'
Frank
Starik is dichter, schrijver, zanger en beeldend kunstenaar, en publiceerde
De eenzame uitvaart, een boek over het aanwezig zijn van dichters
bij eenzame doden op hun laatste tocht, de uitvaart. "Ik ben blij
als ik dicht. Ik denk dat het een vergissing is om te denken dat het in
een gedicht om gevoelens gaat."
Frank
Starik op de
begraafplaats st. Barbara In
Amsterdam, omringd door de
graven van mensen die geen
geld hebben om een steen te
betalen (foto: Elsbeth Tijssen)
|
door
Marina Groen
De
Amsterdamse dichter Frank Starik (48) werd geraakt door de troosteloosheid
van de eenzame uitvaarten. In 2002 richtte hij naar Gronings voorbeeld
de Poule des Doods op, dichters die om de beurt een eenzame uitvaart bijwonen.
Ze dragen dan tijdens de plechtigheid een gedicht voor dat speciaal voor
de overledene is geschreven. Dichters die naast Starik meedoen aan de
Poule des Doods zijn onder andere Neeltje Maria Min, Menno Wigman en Simon
Vinkenoog.
Bij
de meeste sterfgevallen zijn er familie of vrienden die de uitvaart regelen,
maar soms heeft een overledene niemand die dat kan of wil doen. Vaak gaat
het daarbij om eenzame, verwaarloosde bejaarden, daklozen of illegalen.
In die gevallen, in Amsterdam gemiddeld vijftien per jaar, regelt de gemeente
de uitvaart. Bij de plechtigheid zijn er bloemen, muziek en koffie na
afloop, zodat niemand kan zien dat het om een eenzame uitvaart gaat.
Wat
voor eenzame doden kom je zoal tegen?
Starik:
"Ik denk dat bijna de helft van de gevallen uit vereenzaamde bejaarden
bestaat die thuis worden gevonden. En die soms ook geruime tijd in de
woning hebben gelegen. Wat ook iets zegt over de verbijsterende onverschilligheid
van de zorgverlening, zoals die hier aan mensen wordt verleend. Laatst
hadden we een overleden vrouw die in een aanleunwoning zat. Tja, je mag
in zo'n geval toch veronderstellen dat zij mensen heeft gekend die zich
op professionele wijze met haar hebben bezig gehouden. Ik vind het tamelijk
onbegrijpelijk dat er dan niemand op komt dagen voor haar begrafenis.
Veel
van de vereenzaamde mensen hebben hun leven lang in Amsterdam gewoond.
Dikwijls zijn ze ook in het ziekenhuis overleden. Heel veel mensen hebben
wel nabestaanden, het zijn tenslotte niet altijd de prettigste mensen
die je wegbrengt naar de crematie of begrafenis. We hadden eens iemand
die vijf kinderen had bij drie verschillende vrouwen. Deze vrouwen hebben
hun kinderen altijd bij die man weggehouden. Dan vermoed ik dat dit niet
echt een prettige man is geweest in de omvang. Maar niets in deze is zeker,
en wij spreken daar ook geen oordeel over uit. In de dood is iedereen
gelijk."
Ga
jij zelf wel eens op onderzoek uit in de woning van de overledene ter
inspiratie voor het gedicht?
"Nee, dat doe ik nooit. Het zou wel kunnen, maar je merkt
in de praktijk dat hoe meer je weet hoe meer vragen het oproept, in plaats
van dat het antwoorden oplevert. Doorgaans krijg ik minimale informatie
toegediend van de sociale dienst waardoor er vanzelf vragen ontstaan die
ik beantwoord wil zien. Maar meestal loopt het spoor al snel dood. De
politie vertelt sowieso niets. Ik draag de minimale informatie over de
overleden persoon een paar dagen met mij mee, en meestal maak ik dan vrij
snel een gedicht. Bij leven heb je zon persoon niet ontmoet; je weet niet
hoe hij liep, hoe hij sprak, niet hoe hij rook, misschien zelfs stonk."
Je
gaat meestal in het zwart gekleed bij de uitvaart. Wat als zou blijken
dat de overledene daar niet van gediend was?
"Ik
heb inmiddels drie begrafenispakken. Een auberginekleurige, een donkergrijze
en een echt zwart pak. Het zijn altijd gedekte keurige kostuums, zoals
het hoort. Het gebeurt regelmatig dat mensen wel degelijk een uitvaartverzekering
hebben. Als daar in aangegeven staat dat ze graag willen dat ik in een
bloemetjesjurk verschijn, dan draag ik een bloemetjesjurk. Daar heb ik
geen enkel probleem mee. Als dat niet het geval is dan heb ik een uitstekend
begrafeniskostuum, zoals dat heet. Ik vind dat respectvol."
In
je bundel 'De eenzame uitvaart' schrijf je: 'Niet iedereen zal de noodzaak
inzien iemand toe te spreken die in stilte wil verdwijnen. Respect kan
ook betekenen dat je iets nalaat te doen. Ik denk aan de zoon, die niet
mocht komen.' In hoeverre hou je daar zelf rekening mee als dichter bij
de uitvaart?
"Er
was eens een overleden vrouw met een gehandicapte zoon die nog leefde,
maar ze wilde haar zoon niet op de uitvaart hebben. Ze wilde echt alleen
verdwijnen. Maar vanuit mijn eenvoudige taakopvatting redenerend voer
ik die uit zodra ik een opdracht krijg van de sociale dienst. Die beslist
of een uitvaart eenzaam verloopt of niet, of er een dichter moet komen
of niet. In het geval van de vrouw met de gehandicapte zoon heb ik geaarzeld:
zou het niet beter zijn om te zwijgen, een stille dienst te houden, omdat
deze vrouw nu eenmaal geruisloos wilde verdwijnen? Ze wilde ook niet dat
er kaarten verstuurd werden, ook al waren er in haar geval wel adressen
bekend.
Uiteindelijk
loopt het dan toch anders. Voor de paar mensen die toch op haar uitvaart
kwamen opdagen was het een enorme steun dat er gedicht werd. Uiteindelijk
doe ik het niet voor de doden, maar vanuit een primitief welhaast katholiek
idee dat het scheelt als je voorspraak houdt aan de hemelpoort. Ik denk
dat het om de een of andere duistere reden helpt voor degene die overleden
is. Daarnaast denk ik dat het zeker de eventuele nabestaanden iets kan
bieden. Het is een aantal keer gebeurd dat ik vanwege het gedicht naderhand
benaderd ben door nabestaanden. En alle gedichten gaan in het dossier
van de dienst. Inmiddels weet half Nederland dat de eenzame uitvaart als
zodanig plaatsvindt."
Eenzame
uitvaart
Dag
man zonder naam, ik groet u, onderweg
Naar
’t laatste land waar ieder welkom wordt geheten
Waar niets van niemand hoeft te weten. Dag meneer,
Zonder papier, zonder identiteit. Wat zocht u hier? Wat bent u kwijt?
Wie
staart nu door een leeg raam en wacht op u,
Man zonder naam, wacht, terwijl ik praat,
Mijn lege woorden zeg ik in een lege zaal.
Ik kom te laat. Ik heb u niet gekend.
Niet
in uw zwakheid, niet in uw kracht.
Niet in het laatste land, daar, waar u naamloos welkom bent.
Ik weet niet welke taal u sprak.
Wie
dan heeft u liefgehad? In welke kamers sliep u,
Wie trok uw lakens strak, wie draagt uw hemden af?
Wie wil er in uw schoenen staan?
Wie zal dan uw weg inslaan?
Wie
zoekt u nog? Wie weet nog waar u vandaan kwam?
Wie heeft de stem gehoord, die u toen riep
Naar uw laatste haven, Amsterdam
Ben
jij anders over de dood gaan denken dan voordat je dit werk bent gaan
doen?
"Ik
houd me al langer met het verschijnsel dood bezig, als beeldend kunstenaar
en als dichter. In het begin was ik er beducht voor, vroeg me af of ik
het emotioneel wel aan zou kunnen. Ik ben helemaal geen goede begrafenisbezoeker,
schiet gemakkelijk vol, ben eenvoudig te ontroeren. Voor een eenzame uitvaart
is een professionele afstand noodzakelijk waardoor het toch goed verloopt.
Vroeger
had ik er geen hekel aan om naar begrafenissen te gaan, bij wijze van
een emotionele achtbaan, een vorm van heftig vermaak. Ik heb nu meer moeite
met uitvaarten van mensen die ik tenminste enigszins heb liefgehad. In
die zin heb ik er een hekel aan gekregen."
Was
het moeilijk om de Poule des Doods samen te stellen, de groep dichters
die de eenzame uitvaarten begeleidt?
"Aanvankelijk
wel, omdat het nog niet bestond. Het blijft een delicate kwestie. Stel
dat de dichter tijdens de uitvaart in tranen uitbarst? Dat zou verschrikkelijk
gênant zijn, daarmee is het hele project meteen voorbij. Dat zou zo'n
man van de sociale dienst vreemd vinden. Je kunt ook niet gaan schelden
op de overledene als je denkt dat het een slecht mens is geweest. Het
is een vak, geen vrijwilligerswerk of gedaan uit idealisme. Ik probeer
voor elkaar te krijgen dat de dichters een normaal honorarium krijgen,
en dat ze in opdracht een goed gedicht schrijven. Dan gaat zo'n dichter
daar ook echt voor zitten. Dan kan hij de tijd ervoor vrij kopen als het
ware."
Hoe
belangrijk is de stijl van een dichter in deze voor jou?
"Het
is belangrijk dat het uitstekende dichters zijn, die in de poëzie blijk
geven originele gedachten over de dood ontwikkeld te hebben. Of een originele
houding tegenover de dood gevonden hebben en daarvan in hun geschriften
blijk geven. Als we het over stijl hebben, is het niet de bedoeling dat
we gek gaan staan piepen en knarsen aan het graf. We gaan ook niet boe
roepen, want daar heeft niemand wat aan. In principe kan ik iedere stem
of stijl gebruiken. Erik Jan Harmens, die een hele uitgebeende stijl in
zijn poëzie hanteert, heb ik ook wel eens uitgenodigd. Stijl doet er niet
toe, maar je moet wel iets te vertellen hebben. Ik zou bijvoorbeeld geen
pure taalworstelaar uitnodigen."
Zijn
eenzaamheid en pijn de bronnen voor jouw dichtwerk?
"Nee,
want eenzaamheid en pijn zijn ook niet per definitie de bron van alle
eenzame gestorvenen. Eenzaamheid hoeft niet verbonden te zijn met pijn.
Je weet niet in hoeverre mensen daadwerkelijk alleen in hun huis hebben
rondgescharreld, en of ze daar uiteindelijk ongelukkig mee zijn geweest.
Iemand kan zich doelbewust van de gemeenschap afkeren. Misschien had de
overledene het wel heel gezellig met zichzelf.
Ik
dicht dus niet uitsluitend over eenzaamheid en pijn. Ik ben blij als ik
dicht. Ik denk dat het een vergissing is om te denken dat het in een gedicht
om gevoelens gaat. Gedichten hebben niets met gevoelens te maken. De gemoedstoestand
waarin je een gedicht schrijft, is er hooguit een van een licht verhoogde
staat van gevoeligheid."
Gaat
deze redenatie op voor elke dichter?
"Voor
de meeste dichters die ik serieus neem wel ja. Een gedicht is een zorgvuldig
in elkaar gezette constructie. Dat heeft uiteindelijk weinig met gevoel
te maken."
Heb
je dichters die jou tot voorbeeld dienen?
"Van
mijn generatie vind ik Menno Wigman een fantastische dichter, een aantal
van zijn gedichten gaan klassiekers worden, dar ben ik van overtuigd.
Echt perfecte taalmachientjes. Ik heb altijd heel erg veel van de Portugese
dichter Pessoa gehouden, vanwege zijn briljante parlando. Heb ook een
tijdje van het werk van Joseph Brodsky gehouden."
De
eenzame uitvaart; F. Starik. Uitgeverij: Nieuw Amsterdam. ISBN
9046800202. Bezoek ook de website
van Frank Starik
Naar boven
|