Ravage Digitaal 20 juni 2006 Print deze pagina
 

www.ravagedigitaal.org

'In de dood is iedereen gelijk'

Frank Starik is dichter, schrijver, zanger en beeldend kunstenaar, en publiceerde De eenzame uitvaart, een boek over het aanwezig zijn van dichters bij eenzame doden op hun laatste tocht, de uitvaart. "Ik ben blij als ik dicht. Ik denk dat het een vergissing is om te denken dat het in een gedicht om gevoelens gaat."


Frank Starik op de
begraafplaats st. Barbara In
Amsterdam, omringd door de
graven van mensen die geen
geld hebben om een steen te
betalen (foto: Elsbeth Tijssen)

doorMarina Groen

De Amsterdamse dichter Frank Starik (48) werd geraakt door de troosteloosheid van de eenzame uitvaarten. In 2002 richtte hij naar Gronings voorbeeld de Poule des Doods op, dichters die om de beurt een eenzame uitvaart bijwonen. Ze dragen dan tijdens de plechtigheid een gedicht voor dat speciaal voor de overledene is geschreven. Dichters die naast Starik meedoen aan de Poule des Doods zijn onder andere Neeltje Maria Min, Menno Wigman en Simon Vinkenoog.

Bij de meeste sterfgevallen zijn er familie of vrienden die de uitvaart regelen, maar soms heeft een overledene niemand die dat kan of wil doen. Vaak gaat het daarbij om eenzame, verwaarloosde bejaarden, daklozen of illegalen. In die gevallen, in Amsterdam gemiddeld vijftien per jaar, regelt de gemeente de uitvaart. Bij de plechtigheid zijn er bloemen, muziek en koffie na afloop, zodat niemand kan zien dat het om een eenzame uitvaart gaat.

Wat voor eenzame doden kom je zoal tegen?
Starik: "Ik denk dat bijna de helft van de gevallen uit vereenzaamde bejaarden bestaat die thuis worden gevonden. En die soms ook geruime tijd in de woning hebben gelegen. Wat ook iets zegt over de verbijsterende onverschilligheid van de zorgverlening, zoals die hier aan mensen wordt verleend. Laatst hadden we een overleden vrouw die in een aanleunwoning zat. Tja, je mag in zo'n geval toch veronderstellen dat zij mensen heeft gekend die zich op professionele wijze met haar hebben bezig gehouden. Ik vind het tamelijk onbegrijpelijk dat er dan niemand op komt dagen voor haar begrafenis.
Veel van de vereenzaamde mensen hebben hun leven lang in Amsterdam gewoond. Dikwijls zijn ze ook in het ziekenhuis overleden. Heel veel mensen hebben wel nabestaanden, het zijn tenslotte niet altijd de prettigste mensen die je wegbrengt naar de crematie of begrafenis. We hadden eens iemand die vijf kinderen had bij drie verschillende vrouwen. Deze vrouwen hebben hun kinderen altijd bij die man weggehouden. Dan vermoed ik dat dit niet echt een prettige man is geweest in de omvang. Maar niets in deze is zeker, en wij spreken daar ook geen oordeel over uit. In de dood is iedereen gelijk."

Ga jij zelf wel eens op onderzoek uit in de woning van de overledene ter inspiratie voor het gedicht?
"Nee, dat doe ik nooit. Het zou wel kunnen, maar je merkt in de praktijk dat hoe meer je weet hoe meer vragen het oproept, in plaats van dat het antwoorden oplevert. Doorgaans krijg ik minimale informatie toegediend van de sociale dienst waardoor er vanzelf vragen ontstaan die ik beantwoord wil zien. Maar meestal loopt het spoor al snel dood. De politie vertelt sowieso niets. Ik draag de minimale informatie over de overleden persoon een paar dagen met mij mee, en meestal maak ik dan vrij snel een gedicht. Bij leven heb je zon persoon niet ontmoet; je weet niet hoe hij liep, hoe hij sprak, niet hoe hij rook, misschien zelfs stonk."

Je gaat meestal in het zwart gekleed bij de uitvaart. Wat als zou blijken dat de overledene daar niet van gediend was?
"Ik heb inmiddels drie begrafenispakken. Een auberginekleurige, een donkergrijze en een echt zwart pak. Het zijn altijd gedekte keurige kostuums, zoals het hoort. Het gebeurt regelmatig dat mensen wel degelijk een uitvaartverzekering hebben. Als daar in aangegeven staat dat ze graag willen dat ik in een bloemetjesjurk verschijn, dan draag ik een bloemetjesjurk. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Als dat niet het geval is dan heb ik een uitstekend begrafeniskostuum, zoals dat heet. Ik vind dat respectvol."†

In je bundel 'De eenzame uitvaart' schrijf je: 'Niet iedereen zal de noodzaak inzien iemand toe te spreken die in stilte wil verdwijnen. Respect kan ook betekenen dat je iets nalaat te doen. Ik denk aan de zoon, die niet mocht komen.' In hoeverre hou je daar zelf rekening mee als dichter bij de uitvaart?
"Er was eens een overleden vrouw met een gehandicapte zoon die nog leefde, maar ze wilde haar zoon niet op de uitvaart hebben. Ze wilde echt alleen verdwijnen. Maar vanuit mijn eenvoudige taakopvatting redenerend voer ik die uit zodra ik een opdracht krijg van de sociale dienst. Die beslist of een uitvaart eenzaam verloopt of niet, of er een dichter moet komen of niet. In het geval van de vrouw met de gehandicapte zoon heb ik geaarzeld: zou het niet beter zijn om te zwijgen, een stille dienst te houden, omdat deze vrouw nu eenmaal geruisloos wilde verdwijnen? Ze wilde ook niet dat er kaarten verstuurd werden, ook al waren er in haar geval wel adressen bekend.
Uiteindelijk loopt het dan toch anders. Voor de paar mensen die toch op haar uitvaart kwamen opdagen was het een enorme steun dat er gedicht werd. Uiteindelijk doe ik het niet voor de doden, maar vanuit een primitief welhaast katholiek idee dat het scheelt als je voorspraak houdt aan de hemelpoort. Ik denk dat het om de een of andere duistere reden helpt voor degene die overleden is. Daarnaast denk ik dat het zeker de eventuele nabestaanden iets kan bieden. Het is een aantal keer gebeurd dat ik vanwege het gedicht naderhand benaderd ben door nabestaanden. En alle gedichten gaan in het dossier van de dienst. Inmiddels weet half Nederland dat de eenzame uitvaart als zodanig plaatsvindt."

 

Eenzame uitvaart

Dag man zonder naam, ik groet u, onderweg
Naar ít laatste land waar ieder welkom wordt geheten
Waar niets van niemand hoeft te weten. Dag meneer,
Zonder papier, zonder identiteit. Wat zocht u hier? Wat bent u kwijt?

Wie staart nu door een leeg raam en wacht op u,
Man zonder naam, wacht, terwijl ik praat,
Mijn lege woorden zeg ik in een lege zaal.
Ik kom te laat. Ik heb u niet gekend.

Niet in uw zwakheid, niet in uw kracht.
Niet in het laatste land, daar, waar u naamloos welkom bent.
Ik weet niet welke taal u sprak.

Wie dan heeft u liefgehad? In welke kamers sliep u,
Wie trok uw lakens strak, wie draagt uw hemden af?
Wie wil er in uw schoenen staan?
Wie zal dan uw weg inslaan?

Wie zoekt u nog? Wie weet nog waar u vandaan kwam?
Wie heeft de stem gehoord, die u toen riep
Naar uw laatste haven, Amsterdam

 

Ben jij anders over de dood gaan denken dan voordat je dit werk bent gaan doen?
"Ik houd me al langer met het verschijnsel dood bezig, als beeldend kunstenaar en als dichter. In het begin was ik er beducht voor, vroeg me af of ik het emotioneel wel aan zou kunnen. Ik ben helemaal geen goede begrafenisbezoeker, schiet gemakkelijk vol, ben eenvoudig te ontroeren. Voor een eenzame uitvaart is een professionele afstand noodzakelijk waardoor het toch goed verloopt.
Vroeger had ik er geen hekel aan om naar begrafenissen te gaan, bij wijze van een emotionele achtbaan, een vorm van heftig vermaak. Ik heb nu meer moeite met uitvaarten van mensen die ik tenminste enigszins heb liefgehad. In die zin heb ik er een hekel aan gekregen."†††

Was het moeilijk om de Poule des Doods samen te stellen, de groep dichters die de eenzame uitvaarten begeleidt?
"Aanvankelijk wel, omdat het nog niet bestond. Het blijft een delicate kwestie. Stel dat de dichter tijdens de uitvaart in tranen uitbarst? Dat zou verschrikkelijk gÍnant zijn, daarmee is het hele project meteen voorbij. Dat zou zo'n man van de sociale dienst vreemd vinden. Je kunt ook niet gaan schelden op de overledene als je denkt dat het een slecht mens is geweest. Het is een vak, geen vrijwilligerswerk of gedaan uit idealisme. Ik probeer voor elkaar te krijgen dat de dichters een normaal honorarium krijgen, en dat ze in opdracht een goed gedicht schrijven. Dan gaat zo'n dichter daar ook echt voor zitten. Dan kan hij de tijd ervoor vrij kopen als het ware."†

Hoe belangrijk is de stijl van een dichter in deze voor jou?
"Het is belangrijk dat het uitstekende dichters zijn, die in de poŽzie blijk geven originele gedachten over de dood ontwikkeld te hebben. Of een originele houding tegenover de dood gevonden hebben en daarvan in hun geschriften blijk geven. Als we het over stijl hebben, is het niet de bedoeling dat we gek gaan staan piepen en knarsen aan het graf. We gaan ook niet boe roepen, want daar heeft niemand wat aan. In principe kan ik iedere stem of stijl gebruiken. Erik Jan Harmens, die een hele uitgebeende stijl in zijn poŽzie hanteert, heb ik ook wel eens uitgenodigd. Stijl doet er niet toe, maar je moet wel iets te vertellen hebben. Ik zou bijvoorbeeld geen pure taalworstelaar uitnodigen."

Zijn eenzaamheid en pijn de bronnen voor jouw dichtwerk?
"Nee, want eenzaamheid en pijn zijn ook niet per definitie de bron van alle eenzame gestorvenen. Eenzaamheid hoeft niet verbonden te zijn met pijn. Je weet niet in hoeverre mensen daadwerkelijk alleen in hun huis hebben rondgescharreld, en of ze daar uiteindelijk ongelukkig mee zijn geweest. Iemand kan zich doelbewust van de gemeenschap afkeren. Misschien had de overledene het wel heel gezellig met zichzelf.
Ik dicht dus niet uitsluitend over eenzaamheid en pijn. Ik ben blij als ik dicht. Ik denk dat het een vergissing is om te denken dat het in een gedicht om gevoelens gaat. Gedichten hebben niets met gevoelens te maken. De gemoedstoestand waarin je een gedicht schrijft, is er hooguit een van een licht verhoogde staat van gevoeligheid."

Gaat deze redenatie op voor elke dichter?
"Voor de meeste dichters die ik serieus neem wel ja. Een gedicht is een zorgvuldig in elkaar gezette constructie. Dat heeft uiteindelijk weinig met gevoel te maken."

Heb je dichters die jou tot voorbeeld dienen?
"Van mijn generatie vind ik Menno Wigman een fantastische dichter, een aantal van zijn gedichten gaan klassiekers worden, dar ben ik van overtuigd. Echt perfecte taalmachientjes. Ik heb altijd heel erg veel van de Portugese dichter Pessoa gehouden, vanwege zijn briljante parlando. Heb ook een tijdje van het werk van Joseph Brodsky gehouden."

De eenzame uitvaart; F. Starik. Uitgeverij: Nieuw Amsterdam. ISBN 9046800202. Bezoek ook de website van Frank Starik

 

Naar boven